Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9230

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
WAHV 200.195.639t
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

De betrokkene voert gemotiveerd en onderbouwd aan dat sprake is van een gedoogbeleid ten aanzien van het parkeren. Tussenarrest in verband met opvragen aanvullende informatie bij de verbalisant of sprake is van een gedoogbeleid en zo ja, welke bijzondere redenen aanleiding hebben gegeven daarvan af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.195.639

25 oktober 2017

CJIB 190637296

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Tussenarrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 7 juli 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 11 oktober 2017. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren bij een kruispunt binnen vijf meter daarvan”, welke gedraging zou zijn verricht op 11 juni 2015 om 11.44 uur op de Linnaeusstraat (met het kruispunt Bragastraat) te 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene erkent op genoemde tijd en plaats te hebben geparkeerd. Zij voert echter aan dat parkeren op die plek al jaren gedoogd wordt. De betrokkene heeft hiervan een getuigenverklaring met de ervaringen en handtekeningen van 12 buren overgelegd. Voorts stelt de betrokkene dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. Meerdere malen stond de betrokkene op de betreffende plek tussen twee auto's geparkeerd en enkel zij kreeg een sanctie opgelegd. De betrokkene vermoedt dat dit doelgerichte acties zijn tegen haar als persoon en meent dat sprake is van machtsmisbruik door de betreffende verbalisant. De betrokkene heeft foto's van de pleeglocatie overgelegd, gemaakt op verschillende tijdstippen, waarop te zien is dat op de pleeglocatie verschillende auto's binnen vijf meter van de kruising geparkeerd staan.

3. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

"Ik zag dat genoemd voertuig binnen vijf meter afstand geparkeerd stond van het kruispunt van genoemde locatie. Ik zag dat het voertuig namelijk op ongeveer 1 meter afstand van het genoemde kruispunt geparkeerd stond. Ik zag dat het voertuig zodanig geparkeerd stond voor het verlaagde gedeelte van het trottoir dat de doorgang voor voetgangers, kinderwagens, invalide en mindervalide personen ernstig werd belemmerd. Hier parkeren kan hinder brengen aan de doorstroming van het verkeer."

4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging erkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

5. De overgelegde foto's van de pleeglocatie en de getuigenverklaring waarin verschillende buren onderschrijven dat sprake is van gedoogd parkeren en dat zij aldaar nooit een sanctie opgelegd hebben gekregen, in aanmerking genomen, acht het hof zich onvoldoende voorgelicht met betrekking tot het verweer van de betrokkene dat sprake is van een gedoogbeleid ten aanzien van het parkeren binnen vijf meter van de kruising op de pleeglocatie. Het hof zal daarom het onderzoek in deze zaak heropenen en de advocaat-generaal verzoeken om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest - bij voorkeur door middel van een aanvullend ambtsedig proces-verbaal van de hier betrokken verbalisant - nadere informatie aan het hof te verstrekken met betrekking tot voornoemd verweer van de betrokkene of sprake is van een gedoogbeleid en, indien dat het geval is, welke bijzondere redenen aanleiding hebben gegeven om de betrokkene in afwijking van dat beleid toch een sanctie op te leggen.

6. De betrokkene zal in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk te reageren op de door de advocaat-generaal verstrekte informatie. Het hof zal de zaak vervolgens op de stukken van het dossier afdoen, tenzij de betrokkene verzoekt om hernieuwde behandeling ter zitting van het hof.

Beslissing

Het gerechtshof:

verzoekt de advocaat-generaal om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest nadere informatie in de hiervoor bedoelde zin aan het hof te verstrekken;

bepaalt dat de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op voornoemde verstrekte nadere informatie binnen vier weken na de verzending hiervan;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit tussenarrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.