Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9108

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
WAHV 200.183.429
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De beslissing van de kantonrechter om het beroep van de beweerdelijk gemachtigde niet-ontvankelijk te verklaren wordt bevestigd. Onder de gegeven omstandigheden heeft de kantonrechter, in het kader van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, een machtiging van de betrokkene kunnen verlangen met daarbij gevoegd een kopie van

zijn identiteitsbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.183.429

19 oktober 2017

CJIB 186887897

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant

van 24 november 2015

betreffende

[A] ,

kantoorhoudende te [B] ,

beweerdelijk optredende voor [betrokkene] ,

wonende te [D] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

[A] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft bij de bestreden beslissing het beroep van [A] niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat deze gemachtigd was om namens de betrokkene, [betrokkene] , op te treden en/of zijn belangen te behartigen. De kantonrechter heeft daarbij overwogen dat [A] , hoewel de kantonrechter daarom uitdrukkelijk had gevraagd, niet een kopie van het identiteitsbewijs van de betrokkene heeft overgelegd en daarvoor ook geen verklaring heeft gegeven.

2. [A] stelt in hoger beroep dat er voor de kantonrechter geen enkele reden bestond om aan zijn - [A] - vertegenwoordigingsbevoegdheid te twijfelen. Hij voert daartoe aan dat er een geldige machtiging is overgelegd, dat geen wettelijk voorschrift verplicht dat een machtiging wordt voorzien van een kopie van het legitimatiebewijs van de betrokkene en dat de betrokkene alle kenmerkende gegevens heeft verstrekt op basis waarvan [A] administratief beroep en beroep bij de kantonrechter heeft ingesteld. De kantonrechter is voorts niet bevoegd om een machtiging en legitimatiebewijs van de betrokkene te verlangen omdat de officier van justitie de machtiging reeds had aanvaard.

3. Met betrekking tot dit laatste overweegt het hof dat de kantonrechter een zelfstandige bevoegdheid heeft om vast te stellen of beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is ingesteld door een persoon die daartoe -gelet op artikel 9, eerste lid, eerste volzin, van de WAHV- gerechtigd is. Dit bezwaar treft geen doel.

4. Het hof kan [A] evenmin volgen in zijn bezwaar dat er voor de kantonrechter geen enkele reden bestond om aan zijn - [A] - vertegenwoordigingsbevoegdheid te twijfelen. Daartoe neemt het hof in aanmerking dat er zich in het dossier twee machtigingen bevinden, een van 27 januari 2015 en een van 15 maart 2015. Beide machtigingen dateren van voor de beslissing van de officier van justitie. Beide machtigingen zijn, volgens de inhoud daarvan, afgegeven door [betrokkene] , wonende te [D] . De onder deze machtigingen geplaatste handtekeningen verschillen echter aanzienlijk. Onder deze omstandigheden heeft de kantonrechter, in het kader van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, een machtiging van [betrokkene] met daarbij gevoegd een kopie van zijn identiteitsbewijs, kunnen verlangen.

5. Gelet op het voorgaande treft hetgeen [A] heeft aangevoerd geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

6. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.