Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:907

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
200.137.907/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen op bindende eindbeslissing na wijziging van het gevoerde verweer in nadere akten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.137.907/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/88582 / HA ZA 11-563)

arrest van 7 februari 2017

in de zaak van

1 [appellant 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: [appellant 1],

2. [appellant 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [appellant 2],

3. [appellant 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [appellant 3],

4. [appellant 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

5. [appellante 5] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [appellante 5],

appellanten,

in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. P. Kowalczyk, kantoorhoudend te Rotterdam,

tegen

G.S. Meppel B.V.,

gevestigd te Meppel,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: GS Meppel,

advocaat: mr. V.V.A. Lipman, kantoorhoudend te Nijmegen.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 27 september 2016 hier over.

1.2

Ter uitvoering van het tussenarrest is door beide partijen een akte genomen.

1.3

Vervolgens zijn de stukken aanvullend overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling van de grieven en de vordering

2.1

Op grond van de gevoerde discussie, en met name ook op grond van alle overgelegde producties, gelezen in hun onderlinge verband, heeft het hof geconcludeerd dat [appellanten] mocht verwachten dat het hydraulische systeem bij volle belading kon worden gebruikt zonder risico op scheurvorming en dat aan die verwachting niet is voldaan, nu (nog steeds) sprake is van een voor dat gebruik ongeschikte, en daarmee ondeugdelijke constructie van de aangedreven as. Het hof heeft daartoe als vaststaand aangenomen dat opnieuw scheurvorming is opgetreden bij de begrenzing van die as, na het op grond van de vaststellingsovereenkomst uitgevoerde herstel. Het hof heeft zich voorts gebaseerd op het standpunt dat GS Meppel heeft ingenomen bij gelegenheid van de discussie die hierover is gevoerd, te weten dat dit probleem het gevolg is van gebruik met volle belading van die ballastaanhangwagen, waar die aanhangwagen niet tegen bestand is.

2.2

Het hof heeft GS Meppel daarna in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of de ballastaanhangwagen kan worden hersteld in die zin dat de hydraulische aandrijving wel te gebruiken zal zijn in geheel beladen toestand en, zo ja, of de ballastaanhangwagen in dat geval voor het overige nog aan de overeenkomst zal kunnen beantwoorden. Omdat GS Meppel ondanks deze vraag van het hof niet gemotiveerd te kennen heeft gegeven dat de ballastaanhangwagen in die zin kan worden hersteld, heeft het hof het er na de laatste akte van GS Meppel voor gehouden dat herstel van het geconstateerde gebrek niet mogelijk is. Die constatering leidde tot een heroverweging door het hof van zijn eerdere oordeel dat de overeenkomst niet kan worden ontbonden en dat de vorderingen met betrekking tot geleden schade niet toewijsbaar zijn. Bij een blijvende onmogelijkheid tot nakoming zoals deze geldt immers niet het vereiste van verzuim voor het intreden van de gevolgen van de tekortkoming. GS Meppel is in de gelegenheid gesteld op dit voornemen te reageren.

2.3

In de akte die GS Meppel vervolgens heeft genomen, kan het verzoek worden gelezen om op een tweetal bindende eindbeslissingen terug te komen die het hof ten grondslag heeft gelegd aan het oordeel dat de overeenkomst (toch) voor ontbinding gereed ligt. Kort gezegd stelt zij de conclusie van het hof ter discussie dat [appellanten] er van uit mocht gaan dat het hydraulische systeem vol kon worden belast, maar dat de ballastaanhangwagen daar niet tegen bestand is. Zij voert daartoe in essentie aan (i) dat de uitlatingen die haar directeur ter zitting omtrent de belastbaarheid heeft gedaan door het hof verkeerd zijn begrepen en (ii) dat - anders dan het hof heeft aangenomen - geen sprake is van (hernieuwde) scheurvorming. Ook wordt door GS Meppel in haar laatste akte betoogd dat de door het hof voorgenomen heroverweging is gebaseerd op een ontoelaatbare, tardieve grief, nu die een grondslagwijziging inhoudt. Het hof zal deze bezwaren niet honoreren om de hierna onder 2.4 en 2.5 te noemen redenen. Voor de goede orde wordt daarbij eerst kort herhaald wat in het arrest van 27 september 2016 onder 2.10 ook al voorop is gesteld: slechts in uitzonderlijke gevallen kan het hof terugkomen op eindbeslissingen. Dat geldt niet alleen voor de beslissing dat de overeenkomst niet kan worden ontbonden; het geldt evenzeer voor de hiervoor genoemde beslissingen waar GS Meppel zich nu tegen verzet en die aan dat oordeel ten grondslag liggen. Het hof is ook aan die eindbeslissingen in het verdere verloop van het geding in beginsel gebonden, tenzij blijkt dat deze berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.

2.4

Dat enige van de door GS Meppel aangevallen eindbeslissingen zou zijn gebaseerd op een onjuiste juridische grondslag, is gesteld nog gebleken. Het enkele feit dat GS Meppel - anders dan zij tot dusverre heeft gedaan, en op haar weg had gelegen - de feitelijke vaststellingen van het hof omtrent belastbaarheid en (het risico van) nieuwe scheurvorming in haar laatste akte alsnog ter discussie stelt, brengt bovendien niet mee dat die vaststellingen onjuist zijn. Ook overigens is het hof niet gebleken dat de genomen eindbeslissingen in enig opzicht berusten op een onjuiste feitelijke grondslag. Het hof voegt daar voor een goed begrip aan toe dat de beslissing die is genomen over de belastbaarheid die [appellanten] mocht verwachten, niet is gebaseerd op uitlatingen van de directeur van GS Meppel. Voor de motivering die het hof wel heeft gegeven, wordt verwezen naar rechtsoverweging 2.2 van het arrest van 19 april 2016.

2.5

Wat de processuele grondslag van de ter discussie gestelde beslissingen betreft: van een nieuwe grief met de strekking dat de ballastaanhangwagen ongeschikt is om zelfstandig met volle belading te worden verreden, is geen sprake. Aan de grieven lag immers de stelling ten grondslag dat die aanhangwagen ongeschikt was voor normaal, overeengekomen gebruik, nu dat gebruik tot scheurvorming van de aandrijfas heeft geleid. Dat is nog steeds de klacht. Nieuw is slechts het standpunt van GS Meppel dat belasting bij volle belading de scheurvorming heeft veroorzaakt, hetgeen het hof heeft opgevat als een erkenning van de constructieve oorzaak van een door [appellanten] van meet af aan opgevoerd gebrek (scheurvorming bij normaal gebruik). Het stond het hof vrij om vervolgens te constateren dat daarmee voldoende is gesteld en aannemelijk gemaakt voor toewijzing van de vordering tot ontbinding. Het hof zal GS Meppel niet volgen in haar pogingen de discussie hierover opnieuw te voeren op basis van argumenten die in het al gevoerde debat een plaats hadden kunnen en ook moeten krijgen.

2.6

In reactie op het voornemen van het hof om alsnog de vordering tot ontbinding te honoreren, heeft GS Meppel in haar laatste akte aangevoerd dat de tekortkoming - indien daar al sprake van is - de ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt. De ballastaanhangwagen kan immers nog zonder inschakeling van de hydraulische aandrijving worden gebruikt. Het hof verwerpt dit verweer, omdat daarmee juist wordt onderkend dat een uitdrukkelijk tussen partijen overeengekomen toepassing van de ballastaanhangwagen buiten bereik van [appellanten] is komen te liggen, zonder dat evident is (of wordt onderbouwd) dat deze toepassing voor die partij van ondergeschikt belang is.

2.7

De conclusie moet luiden dat de grieven deels slagen. Bij memorie van grieven heeft [appellanten] gevorderd dat na vernietiging van de bestreden vonnissen onder meer ‘de vorderingen van [appellanten] ’ alsnog zullen worden toegewezen, maar nu de conclusie daarna een opsomming geeft van toe te wijzen vorderingen, heeft [appellanten] met de geciteerde zin kennelijk niet bedoeld om te verwijzen naar de vorderingen in conventie (zoals gewijzigd bij zijn conclusie van 4 januari 2012), maar heeft hij die vorderingen opnieuw geformuleerd. Het hof zal daarom uitgaan van de conclusie onder de memorie van grieven.

2.8

Dit betekent dat de overeenkomst zal worden ontbonden wegens door GS Meppel geleverde wanprestatie, onder de verplichting tot terugbetaling van de koopsom van € 62.921,25 (door [appellanten] aangeduid als de kostprijs - Ter comparitie in eerste aanleg van 4 januari 2012 heeft GS Meppel aangevoerd dat dit bedrag zou moeten worden verlaagd vanwege een korting van € 500, maar zij heeft dat verweer nog op die zitting ingetrokken). De wettelijke rente over het vermelde bedrag zal worden toegewezen vanaf de dag der inleidende dagvaarding, omdat uit de stellingen van [appellanten] niet valt op te maken wanneer de koopsom is voldaan. Bij gebrek aan verweer daartegen, zullen ook de vorderingen met betrekking tot geleden schade worden toegewezen, nu de mogelijkheid aannemelijk is dat [appellanten] schade heeft geleden doordat zij de ballastaanhangwagen niet heeft kunnen gebruiken. De vordering van GS Meppel, voor zover die is toegewezen, zal alsnog worden afgewezen. GS Meppel zal worden veroordeeld tot de gevorderde ongedaanmaking van al hetgeen [appellanten] uit hoofde van de bestreden vonnissen heeft betaald. GS Meppel zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van beide procedures, zowel in de oorspronkelijke conventie als in de reconventie (tariefgroep IV, 4,5 punten - en met inbegrip van de gevorderde beslagkosten - respectievelijk tariefgroep II, 0,5 punt). In appel: tarief IV, 6 punten).

2.9

De vordering tot herstel van de gebreken aan de ballastaanhangwagen verdraagt zich niet met de ontbinding, zodat deze vordering zal worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de vonnissen van 18 april 2012, 29 augustus 2012 en 3 juli 2013 van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, voorheen Rechtbank Assen en doet opnieuw recht:

ontbindt de tussen partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot de ballastaanhangwagen;

veroordeelt GS Meppel tot terugbetaling van de koopsom van de ballastaanhangwagen van € 62.921,25 aan [appellanten] , te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 augustus 2011;

verklaart voor recht dat GS Meppel ter zake het door [appellanten] niet kunnen gebruiken van de ballastaanhangwagen schadeplichtig is;

veroordeelt GS Meppel om aan [appellanten] schadevergoeding te betalen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

veroordeelt GS Meppel om aan [appellanten] al hetgeen te terug te betalen dat [appellanten] aan GS Meppel heeft voldaan ter voldoening aan de vernietigde vonnissen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag der algehele voldoening;

wijst af hetgeen door [appellanten] meer of anders is gevorderd;

wijst af de vorderingen van GS Meppel;

veroordeelt GS Meppel in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [appellanten] wat betreft de eerste aanleg in conventie en reconventie vastgesteld op € 1.093,86 voor verschotten en op € 4.249,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 1.959,38 voor verschotten en op € 9.786,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. H.E. de Boer en mr. M. Beekhoven van den Boezem en is uitgesproken door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 7 februari 2017.