Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:8705

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-10-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
WAHV 200.191.751
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op een kruising niet de richting volgen die het voorsorteervak aangeeft. De betrokkene stond voorgesorteerd om rechtdoor te gaan. Op de kruising heeft de betrokkene een uitwijkmanoeuvre gemaakt naar links en is vervolgens rechtdoor gereden. In een dergelijk geval is de betreffende gedraging niet verricht, zodat de inleidende beschikking wordt vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.191.751

6 oktober 2017

CJIB 183648245

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 30 maart 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij separate brief heeft de betrokkene verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De betrokkene heeft vervolgens verzocht om een behandeling ter zitting.

De zaak is behandeld ter zitting van 22 september 2017. De betrokkene is verschenen.
Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “op een kruising niet de richting volgen die het voorsorteervak aangeeft”, welke gedraging zou zijn verricht op donderdag 3 juli 2014 om 15:50 uur op de Elandstraat te ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De betrokkene ontkent de gedraging. Hij stelt dat hij voor de kruising stond voorgesorteerd om rechtdoor te rijden. Toen het verkeerslicht op groen sprong, trok de betrokkene op tot voorbij het verkeerslicht. Op de kruising bleef een andere auto voor de betrokkene stilstaan. De betrokkene is vervolgens uitgeweken naar links om deze auto voorbij te rijden en is vervolgens alsnog rechtdoor gereden. Zo wilde de betrokkene voorkomen dat het verkeer werd opgehouden. De betrokkene onderbouwt zijn betoog met een verklaring van zijn passagier. Hij stelt verder dat de sanctie is opgelegd door een agent die de gedraging van zijn collega heeft gehoord en dus niet zelf heeft waargenomen. Verder merkt de betrokkene op dat hem niet de cautie is gegeven. Tot slot klaagt de betrokkene over de lange duur van de procedure. De advocaat-generaal zou acht maanden de tijd krijgen om te reageren, terwijl de betrokkene maar twee weken reactietijd is gegeven.

3. In WAHV-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

4. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer in:

“Aan betrokkene is de cautie verleend. Betrokkene reed in zijn voertuig over de Elandstraat. Bij de kruising van de Zoutmanstraat sorteerde betrokkene voor om linksaf te slaan. Betrokkene reed langs het verkeer wat voor rechtdoor voorgesorteerd stond voorbij en ging rechtdoor de Elandstraat in. Dit gebeurde op een tijdstip dat er veel verkeer plaatsvindt op de kruising.”

5. Namens de advocaat-generaal is ter zitting van het hof aangegeven dat het openbaar ministerie de door de betrokkene geschetste gang van zaken geloofwaardig acht en die tot uitgangspunt neemt. Echter, ook als die lezing wordt gevolgd, is er naar het oordeel van de advocaat-generaal sprake van het niet volgen van de richting die het voorsorteervak aangeeft. Hij verwijst in dat verband naar een arrest van het hof van 30 juli 2007 (WAHV-nummer WAHV 07-00821, niet gepubliceerd).

6. De betrokkene heeft in de beroepsprocedures van meet af aan de door de verbalisant genoteerde gang van zaken weersproken. Enig weerwoord van de verbalisant is daarop niet gevolgd. Bij die stand van zaken ziet het hof, evenals de advocaat-generaal, aanleiding om de door de betrokkene gegeven lezing te volgen en de andersluidende verklaring van de verbalisant terzijde te schuiven. Aannemelijk is dat de betrokkene voor het verkeerslicht correct stond voorgesorteerd voor rechtdoor, dat hij op de kruising na het passeren van het verkeerslicht naar links is uitgeweken om een voertuig voorbij te rijden, en vervolgens alsnog rechtdoor is gereden. De vraag is nu of dat de gedraging ‘op een kruising niet de richting volgen die het voorsorteervak aangeeft’ oplevert.

7. In het arrest waarnaar door de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal is verwezen, is sprake van het vóór het verkeerslicht gebruikmaken van een andere voorsorteerstrook dan de richting die uiteindelijk is gevolgd. Die situatie doet zich hier niet voor. De betrokkene heeft immers voorgesorteerd voor rechtdoor en is uiteindelijk ook rechtdoor gereden. Dat hij voorbij de voorsorteerstrook nog een uitwijkmanoeuvre heeft gemaakt, maakt dat niet anders. Dit brengt mee dat de gedraging niet is verricht.

8. Gelet op het voorgaande is ten onrechte een sanctie opgelegd. Het hof beslist daarom als na te melden. De overige bezwaren van de betrokkene hoeven nu geen bespreking meer.

9. De betrokkene heeft verzocht om een proceskostenvergoeding.

10. Artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, van de WAHV verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) van overeenkomstige toepassing. Derhalve dient het hof het kostenverzoek te beoordelen aan de hand van de genoemde regeling.

11. Ingevolge artikel 1 van het Besluit kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij,

d. verletkosten van een partij,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

12. Het hof acht termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en de zitting in hoger beroep. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Dit komt neer op een bedrag van € 19,96 (toenmalig woonadres in [C] - rechtbank Den Haag v.v.) en een bedrag van € 54,32 (huidig woonadres in [A] - Gerechtshof te Leeuwarden v.v.).

13. De betrokkene heeft zijn verletkosten niet gespecificeerd, zodat daarvoor geen vergoeding kan worden toegekend. Ten aanzien van de overige kosten die de betrokkene stelt te hebben gemaakt voorziet het Besluit niet in een proceskostenvergoeding.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 187614556 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 74,28.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.