Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:8603

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
200.162.990/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurzaak. De niet betaalde waarborgsom wordt alleen voorwaardelijk, voor het geval de huurovereenkomst tussen partijen nog steeds bestaat, toegewezen.

Indien de huurovereenkomst inmiddels mocht zijn beëindigd, is de grond aan de vordering tot betaling daarvan namelijk komen te ontvallen.

Huurder heeft op goede grond de betaling van servicekosten opgeschort, omdat verhuurder nalaat te komen met een afrekening van de servicekosten.

Naast de contractuele boete niet tevens wettelijke (handels)rente verschuldigd, omdat de boete bestemd is daarvoor in de plaats te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.162.990/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 2937114 MC 14-3775)

arrest van 3 oktober 2017

in de zaak van

1 Limited Liability Partnership Kinderdagverblijf Aloha LLP,

gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk) en kantoorhoudend te Almere,
2. vennootschap onder firma Schoonmaakbedrijf Van Berkel Noord-Holland,
gevestigd te Almere,
3. [appellant3] ,
wonende te [A] ,
4. [appellante4]
wonende te [B] ,
appellanten,

in eerste aanleg: opposanten,

hierna gezamenlijk te noemen: Aloha c.s.,

en afzonderlijk: Aloha, resp. Van Berkel, [appellant3] en [appellante4],

advocaat: mr. R.H. Wormhoudt, kantoorhoudend te Amsterdam,

tegen:

Delaware Corporation (VS) h.o.d.n. NBC Vastgoed-Beheer-Belegging,

gevestigd te Delaware (VS) en kantoorhoudende te Westbroek,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: geopposeerde,

hierna: NBC,

advocaat: mr. J.A.J. Hooymayers, kantoorhoudend te Breda.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 14 maart 2017 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- de akte van NBC houdende overlegging van producties;

- het proces-verbaal van de op 18 april 2017 gehouden comparitie van partijen;
- de akte van NBC met het verzoek om in deze zaak arrest te wijzen;
- de brief van 5 september 2017 waarin het hof partijen voorafgaand aan deze uitspraak heeft geïnformeerd over het defungeren van mr. Bartels, één van de raadsheren ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in verband hiermee te verzoeken om een nadere mondelinge behandeling.

1.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op de vóór de comparitie door partijen reeds overgelegde stukken, aangevuld met de onder 1.2 vermelde bescheiden.

1.4

De vordering van Aloha c.s. in hoger beroep strekt tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter te Almere van 1 oktober 2014 en toewijzing van de vorderingen van Aloha c.s. zoals geformuleerd in de verzetdagvaarding, met veroordeling van NBC in de kosten van beide instanties.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen

1.1

tot en met 1.5 van het (bestreden) vonnis. Aangevuld met nog enkele feiten waar in hoger beroep eveneens van kan worden uitgegaan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1

Tussen NBC als verhuurder en Aloha als huurder, vertegenwoordigd door onder meer Laasal, is schriftelijk een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot kantoor/bedrijfsruimte aan de [a-straat] 26 te [A] , ingaande 1 juni 2012. Op de huurovereenkomst zijn de “Algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte” van toepassing verklaard (hierna te noemen: de Algemene bepalingen). De maandelijks door Aloha te betalen en jaarlijks te indexeren huurprijs bedroeg bij aanvang € 3.198,13 inclusief btw en € 223,13 aan servicekosten.

2.2

Tussen NBC als verhuurder en Van Berkel als huurder is schriftelijk een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de kantoorruimte aan de [a-straat] 24 te [A] , ingaande 1 mei 2012. Op de huurovereenkomst zijn de “Algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte” van toepassing verklaard (hierna te noemen: de Algemene bepalingen). De maandelijks door Van Berkel te betalen en jaarlijks te indexeren huurprijs bedroeg bij aanvang € 3.198,13 inclusief btw en € 223,13 aan servicekosten.

2.3

[appellant3] en [appellante4] zijn vennoten van Van Berkel.

2.4

In maart 2013 heeft overleg plaatsgevonden tussen NBC, Aloha, Van Berkel, [appellant3] en [appellante4] over huurachterstanden. [appellant3] en [appellante4] hebben zich daarbij jegens NBC hoofdelijk verbonden voor de betaling van de huurschulden van Aloha.

Tevens is er toen een bedrag van € 10.000,00 betaald door Aloha, Van Berkel, [appellant3] en [appellante4]

- [appellant3] .

2.5

Bij brieven van 17 december 2013 heeft NBC Aloha en Van Berkel gesommeerd tot betaling van € 9.056,59 resp. € 12.731,65 aan achterstallige huurtermijnen.

2.6

Ter verzekering van de door haar op Aloha gepretendeerde vorderingen uit hoofde van achterstallige huurbetalingen heeft NBC onder de Coöperatieve Rabobank Almere U.A. conservatoir beslag laten leggen.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

NBC heeft in eerste aanleg in de inleidende dagvaarding, samengevat, gevorderd:
- Aloha, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 12.999,20 aan achterstallige huurpenningen, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, de nog te vervallen huurtermijnen en € 905,- aan buitengerechtelijke kosten,
- Van Berkel, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 16.374,28 aan achterstallige huurpenningen, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, de nog te vervallen huurtermijnen en € 939,- aan buitengerechtelijke kosten,
- Aloha c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.

3.2

Bij verstekvonnis van 26 februari 2014 zijn de vorderingen toegewezen met uitzondering van de toekomstige maandtermijnen.

3.3

Aloha c.s. zijn van dat verstekvonnis in verzet gekomen.

3.4

In de verzetprocedure heeft NBC haar vorderingen gewijzigd en vermeerderd, aldus dat wordt gevorderd, samengevat:
- Aloha, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 25.362,06 aan achterstallige huurpenningen en verschuldigde boetes, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over de achterstallige huurtermijnen vanaf hun vervaldata, en € 1.082,62 aan buitengerechtelijke kosten,

- Van Berkel, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 33.409,12 aan achterstallige huurpenningen en verschuldigde boetes, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over de achterstallige huurtermijnen vanaf hun vervaldata, en € 1.109,09 aan buitengerechtelijke kosten,
- Aloha c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.

3.5

In het bestreden vonnis van 1 oktober 2014, uitvoerbaar verklaard bij voorraad, heeft de kantonrechter te Almere het verstekvonnis vernietigd en, samengevat:
- Aloha, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 25.362,06 aan achterstallige huurpenningen en verschuldigde boetes, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over de achterstallige huurtermijnen vanaf hun vervaldata, en € 1.082,62 aan buitengerechtelijke kosten, een en ander onder verrekening met de eventueel ontvangen huurtermijnen van mei 2014 en juni 2014,
- Van Berkel, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 33.409,12 aan achterstallige huurpenningen en verschuldigde boetes, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over de achterstallige huurtermijnen vanaf hun vervaldata, en € 1.109,09 aan buitengerechtelijke kosten, een en ander onder verrekening met de eventueel ontvangen huurtermijnen van mei 2014 en juni 2014,

- Aloha c.s. veroordeeld in de proceskosten, waarin begrepen de beslagkosten, en de kosten veroorzaakt door het niet verschijnen van Aloha c.s. op de inleidende dagvaarding.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

Het geschil heeft internationale aspecten nu NBC (oorspronkelijk eiseres) is gevestigd in de Verenigde Staten en Aloha (oorspronkelijk mede gedaagde) in Engeland. Ten aanzien van de in Nederland gevestigde en wonende appellanten, in eerste aanleg gedaagden, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv bevoegd van de onderhavige vorderingen kennis te nemen. Ten aanzien van het in Londen gevestigde kinderdagverblijf heeft Nederlandse rechter op grond van artikel 22 lid 1 van de Brussel-I verordening rechtsmacht.

Het toepasselijke recht moet worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EG) Nr. 953/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). Gesteld noch gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gedaan in de zin van artikel 3 Rome I. Op grond van artikel 4 lid 1 sub Rome I wordt de onderhavige huurovereenkomst dan beheerst door het recht van het land waar het onroerend goed is gelegen. Dit betekent dat Nederlands recht van toepassing is.

4.2

Aloha c.s. zijn opgekomen tegen het bestreden vonnis onder aanvoering van vier grieven (genummerd 1 tot en met 4).
De grieven en de daarop gegeven toelichtingen stellen de volgende kwesties aan de orde, die hierna achtereenvolgens besproken zullen worden:
a) zijn Aloha en Van Berkel aan NBC (achterstallige) bedragen uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigd en zo ja, welk(e) bedrag(en) betreft het. Zijn tevens wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd en zo ja, welk(e) bedrag(en) (grieven 1 en 2);
b) zijn Aloha c.s. terecht in de proceskosten in eerste aanleg veroordeeld (grief 3);
c) omvatten die kosten ook de kosten die zijn veroorzaakt door het niet verschijnen van Aloha c.s. op de inleidende dagvaarding (grief 4)?


achterstallige bedragen (grieven 1 en 2)

4.3

Het hof stelt voorop dat de door de kantonrechter aan achterstallige huur toegewezen bedragen alleen betrekking hebben op de periode tot en met juni 2014. De periode vanaf juli 2014 viel namelijk buiten de periode waarop de (gewijzigde en vermeerderde) vorderingen van NBC in eerste aanleg waren gebaseerd (zie prod. 2 bij CvA in verzet).
NBC heeft geen incidenteel appel ingesteld van het bestreden vonnis, zodat ook in hoger beroep het geschil zich beperkt tot de periode tot en met juni 2014.

Wel heeft NBC in hoger beroep, voorafgaand aan de comparitie, bij akte een geactualiseerd overzicht overgelegd van (de opbouw van) de betalingsachterstand berekend tot en met april 2017. Volgens dat overzicht is de huurachterstand van zowel Van Berkel als Aloha na juni 2014 verder opgelopen en is vanaf september 2016 in het geheel geen huur meer betaald. Aan dat overzicht heeft NBC echter geen eisvermeerdering verbonden, zodat de vraag of een eisvermeerdering nog toelaatbaar zou zijn geweest buiten beschouwing kan blijven en met dat overzicht de periode vanaf juli 2014 dus niet alsnog in deze procedure is betrokken.

4.4

Het hof distilleert uit het bestreden vonnis dat het door de kantonrechter ten laste van Aloha toegewezen bedrag uit hoofde van de huurovereenkomst bestaat uit de volgende componenten:
a.) niet betaalde waarborgsom (€ 9.594,39)

b.) niet betaalde huur over september 2012 (€ 3.198,13), restant huur over maart 2013
(€ 176,88), huur over mei 2014 (€ 3.342,61) en juni 2014 (€ 3.342,61),
c.) niet betaalde servicekosten over de maanden januari t/m april 2014 (4 x € 226,86)
d.) contractuele boetes over de maanden maart 2013 t/m juni 2014 (16 x € 300,-),
te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de achterstallige huurtermijnen en

– servicekosten vanaf hun vervaldata, onder verrekening van de eventueel wel voldane huurtermijnen over de maanden mei en juni 2014, voorts te vermeerderen met € 1.082,62 aan buitengerechtelijke incassokosten.

4.5

Het door de kantonrechter ten laste van Van Berkel toegewezen bedrag bevat de volgende componenten:
a.) niet betaalde waarborgsom (€ 9.594,39)
b.) niet betaald restant huur mei 2012 (€ 2.083,32), huur juni 2012 (€ 3.198,13), huur maart 2013 (€ 3.251,88), en huur februari 2014, mei 2014 en juni 2014 (3 x € 3.342,63),

c.) niet betaalde servicekosten over de maanden januari 2014 en april 2014 (2 x € 226,63)
d.) contractuele boetes over de maanden maart 2013 t/m juni 2014 (16 x € 300,-),
te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de achterstallige huurtermijnen en

– servicekosten vanaf hun vervaldata, onder verrekening van de eventueel voldane huurtermijnen over de maanden mei en juni 2014, voorts te vermeerderen met € 1.109,09 aan buitengerechtelijke incassokosten.

4.6

Deze componenten zullen hieronder achtereenvolgens worden besproken aan de hand van de door Aloha c.s. tegen de toewijzing daarvan naar voren gebrachte bezwaren.

4.7

waarborgsom

In de huurovereenkomsten is bepaald dat Aloha en Van Berkel ieder een waarborgsom van
€ 9.594,39 verschuldigd zijn (telkens: artikel 6 van de huurovereenkomst).

t.a.v. Aloha
Volgens Aloha is de waarborgsom door haar voldaan. Zij heeft aangevoerd dat zij op

5 juni 2012 een bedrag heeft betaald van € 5.000,-. Van Berkel heeft de betaling van dat bedrag bevestigd. Aloha heeft voorts aangevoerd dat zij eerder, in verband met een ander van NBC gehuurd pand, al € 5.167,58 aan waarborgsom heeft voldaan. NBC heeft dat betwist. Volgens haar betrof het de huur door Van Berkel van een ander pand. Uit het door Aloha overgelegde betalingsbewijs (prod. 2 MvG) blijkt dat de betaling waar zij zich op beroept inderdaad een betaling van Van Berkel betreft, zodat haar stelling dat zij dat bedrag heeft voldaan wordt verworpen. Tijdens de comparitie heeft Aloha nog aangevoerd dat het bedrag van € 10.000,- dat in maart 2013 is betaald (zie 2.3) betrekking had op de waarborgsom van Aloha. NBC heeft dat betwist. Die stelling is verder niet onderbouwd en strookt ook niet met de (onbetwiste) omstandigheid dat Aloha van de waarborgsom daarvoor al € 5.000,- had voldaan, zodat ook die stelling wordt verworpen.
Daarmee resteert dat ten laste van Aloha aan waarborgsom in beginsel toewijsbaar is een bedrag van € 4.594,39.

t.a.v. Van Berkel
Van Berkel heeft eveneens aangevoerd dat de waarborgsom is betaald, maar heeft die stelling verder niet toegelicht. Voor zover Van Berkel heeft beoogd aan te voeren dat zij in verband met de huur van een ander pand van NBC al een bedrag van € 5.167,58 aan waarborgsom heeft voldaan, baat die stelling haar niet. De borg betaald voor de huur van een ander pand kan niet gelden als betaling van de borg verschuldigd voor de onderhavige huur. Van Berkel heeft verder ook geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan blijken dat is voldaan aan de vereisten voor verrekening. Daarmee valt de vraag of die andere waarborgsom kan worden verrekend met de waarborgsom voor de onderhavige huur buiten het bestek van deze zaak en resteert dat Van Berkel voor de onderhavige huurovereenkomst aan waarborgsom in beginsel nog een bedrag verschuldigd is van € 9.594,39.

t.a.v. beiden
Het hof merkt op dat tijdens de comparitie ter sprake is gekomen dat de huurovereenkomsten in mei 2017 zouden aflopen, behoudens verlenging. Indien de huurovereenkomsten inmiddels inderdaad zijn beëindigd, is de grond aan de vordering tot betaling van de waarborgsom komen te ontvallen. Een waarborgsom dient immers tot verhaal voor niet nagekomen verplichtingen van de huurder uit de huurovereenkomst bij het einde van de huurovereenkomst. Als de huurovereenkomsten tussen partijen inmiddels al zijn beëindigd is die ratio voor (betaling van) de waarborgsom achterhaald. Een door Aloha en/of Van Berkel niet nagekomen verplichting resulteert dan alleen nog in een vordering van NBC op Aloha en/of Van Berkel, evenwel zonder mogelijkheid van verhaal op de (niet voldane) waarborgsom.
De veroordelingen van Aloha en Van Berkel tot betaling van de (restant) waarborgsom zullen daarom geschieden onder de voorwaarde dat de huurovereenkomsten tussen NBC en

Aloha/Van Berkel nog steeds bestaan.

4.8

huurpenningen

t.a.v. Aloha
Aloha heeft aangevoerd dat de huur over de maand september 2012 is betaald. NBC heeft dat betwist. Aloha heeft zich voor haar stelling beroepen op een betaling (prod. 3 MvG), die echter door Van Berkel is gedaan, eveneens voor de maand september 2012, en een ander factuur nummer betreft (factuurnr. 20120610 in plaats van 2012061). Waar niet is gesteld en evenmin is gebleken dat van Berkel de huur van de maand september 2012 tweemaal heeft voldaan, houdt het hof het ervoor dat Van Berkel alleen haar eigen huur van september 2012 heeft voldaan, zodat Aloha de huur over de maand september 2012 (onbetwist een bedrag van € 3.198,13) nog verschuldigd is. Aloha heeft niet (gemotiveerd) betwist dat voor de maand maart 2013 aan restant huur nog een bedrag van € 176,88 open staat en heeft zich voor die maand ook niet beroepen op een (hierna onder 4.9 te bespreken) opschortingsbevoegdheid terzake de in de huurprijs begrepen servicekosten. Ook dat bedrag is derhalve toewijsbaar. NBC heeft verder bevestigd dat de huur over de maanden

mei en juni 2014 inmiddels is voldaan, met uitzondering van de hierna nog te bespreken servicekosten. Aan huurachterstand is daarmee toewijsbaar een bedrag van € 3.375,07.

t.a.v. Van Berkel
Volgens Van Berkel is de huur voor mei 2012 betaald op 15 mei 2012 (prod. 5 MvG), de huur voor juni 2012 op 11 en 12 juli 2012, de huur voor januari 2014 op 20 februari 2014 (productie 4 MvG), de huur voor februari 2014 op 3 maart 2014 (productie 4 MvG), de huur voor mei 2014 op 30 juni 2014 (productie 4 MvG) en de huur voor juni 2014 op 16 juli 2014 (productie 4 MvG).
Volgens NBC is de huur voor juni 2012 niet betaald, evenmin als de huur voor maart 2013.
Het hof stelt vast dat Van Berkel geen bewijs heeft overgelegd waaruit de betaling van

juni 2012 (onbetwist een bedrag van € 3.198,13) kan blijken en dat zij verder ook niets heeft overgelegd waaruit blijkt dat betaling van de maand maart 2013 (onbetwist een bedrag van € 3.251,88) heeft plaatsgevonden. In dat verband overweegt het hof dat Aloha c.s in

maart 2013 weliswaar een bedrag heeft betaald van € 10.000,-, maar dat NBC onweersproken heeft verklaard dat daarmee een deel van de huurachterstand is voldaan, te weten tweemaal de maand februari 2013. Aldus houdt het hof het er voor dat de huurpenningen voor de maanden juni 2012 en maart 2013 niet zijn voldaan, waarmee aan achterstallige huur toewijsbaar is een bedrag van € 6.450,01.

4.9

servicekosten

Aloha c.s. hebben vanaf januari 2014 geen servicekosten meer voldaan. Volgens Aloha c.s.
zijn zij die niet verschuldigd, omdat NBC niet de werkzaamheden verrichtte waarvoor de servicekosten een vergoeding inhielden. NBC betwist dat. NBC erkent wel dat zij geen afrekeningen heeft opgemaakt van de servicekosten, maar volgens haar zal bij het einde van de huurovereenkomsten “ongetwijfeld” een eindafrekening worden opgemaakt.
Het hof overweegt dat in de huurovereenkomsten is bepaald dat het maandelijks te betalen bedrag aan servicekosten een voorschot betreft (art. 4.7.1) en dat in de Algemene bepalingen is vastgelegd dat dat de verhuurder de huurder jaarlijks een overzicht zal verstrekken van de werkelijke kosten (art. 16.4 van de algemene voorwaarden). Nu NBC zich niet heeft gehouden aan de verplichting om aan Aloha c.s. jaarlijks een afrekening te verstrekken van de servicekosten waren Aloha c.s. bevoegd om hun verplichting tot betaling van de servicekosten op te schorten. Omdat NBC (nog steeds) geen gegevens heeft verstrekt waaruit kan blijken dat zij de bij wijze van voorschot in rekening gebrachte servicekosten ook daadwerkelijk heeft gemaakt, geldt die opschortingsbevoegdheid nog steeds. Dat betekent dat de door Aloha c.s. onbetaald gelaten servicekosten niet toewijsbaar zijn.

4.10

contractuele boetes

In artikel 18.2 van de algemene bepalingen behorende bij de huurovereenkomsten is bepaald dat indien de huurder een uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag heeft voldaan, de huurder per kalendermaand een boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand verbeurt, met een minimum van € 300,-.
Op grond van die bepaling is de boete verschuldigd, zonder dat de verhuurder die eerst hoeft aan te zeggen. Aloha c.s. hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat NBC op enig moment afstand heeft gedaan van haar aanspraak op die boete. NBC kon derhalve alsnog eerst bij dagvaarding in eerste aanleg de verbeurde boete opeisen. Aloha c.s. hebben wel verzocht om matiging van de boete, maar hebben geen gronden aangevoerd die tot matiging nopen. Het hof merkt daarbij nog op dat Aloha vanaf september 2012 achterstallig is met de huurbetalingen en Van Berkel vanaf juni 2012

(zie r.o. 4.8), maar dat NBC de boete van € 300,- per maand echter (telkens) alleen heeft gevorderd (en ook toegewezen gekregen) over de periode van maart 2013 tot en met

juni 2014, zodat NBC de door haar gevorderde boete in zoverre al heeft beperkt. Voor zover Aloha c.s. hebben aangevoerd dat zij niet inzien waarom de boete tweemaal is toegewezen, éénmaal jegens Aloha en éénmaal jegens Van Berkel, wordt overwogen dat sprake is van twee verschillende huurovereenkomsten en dat zowel Aloha als Van Berkel tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de huurovereenkomst.

wettelijke (handels)rente (grieven 1 en 2)

4.11

De stelling van Aloha c.s. dat waar geen achterstand is, de gevorderde (hof: en toegewezen) rente niet toewijsbaar is, dient te worden verworpen, nu, zoals volgt uit wat hiervoor is overwogen, wel sprake is van een huurachterstand (zie 4.8).

Niettemin is het hof van oordeel dat geen grond bestaat voor toewijzing van de gevorderde wettelijke(handels)rente over de huurachterstand, nu de hiervoor (onder 4.10) besproken contractuele boete naar zijn omschrijving strekt tot vergoeding van de schade die ontstaat door vertraging in de betaling, en derhalve in de plaats treedt van de wettelijke (handels)rente.

buitengerechtelijke kosten (grieven 1 en 2)

4.12

Ter betwisting van de buitengerechtelijke kosten hebben Aloha c.s. alleen aangevoerd dat die niet verschuldigd zijn, omdat er geen achterstanden zijn. Dat verweer faalt nu hiervoor is overwogen dat er wel achterstanden zijn. Aan die verschuldigdheid doet verder niet af dat NBC in de loop van de procedure de omvang en opbouw van haar vordering uit hoofde van die achterstand heeft gewijzigd. Aloha c.s. hebben verder de (berekening van de) hoogte van de aan buitengerechtelijke kosten toegewezen bedragen niet betwist.

proceskosten in eerste aanleg (grieven 3 en 4)

4.13

Uit het vorenoverwogene volgt dat de grieven 1 en 2 gedeeltelijk slagen, dat het vonnis van de kantonrechter daarom vernietigd dient te worden, en dat opnieuw rechtdoende Aloha c.s. veroordeeld zullen worden tot voldoening van de hiervoor aangegeven bedragen aan NBC. Daarmee dienen Aloha c.s. beschouwd te blijven worden als de in eerste aanleg in hoofdzaak in het ongelijk gestelde partijen, zodat de veroordeling van Aloha c.s. in de proceskosten in eerste aanleg in stand zal worden gelaten.

Die in stand lating betreft ook de veroordeling in de beslagkosten. De stelling van Aloha c.s dat uit niets is gebleken dat de noodzaak bestond om beslag te leggen voor het veilig stellen van eventuele verhaalsaanspraken en dat die kosten daarom nodeloos zijn gemaakt, treft geen doel. Voor het leggen van (conservatoir) beslag is een (door de beslagrechter te maken) belangenafweging voldoende.
Grief 3 faalt derhalve.
De in stand te laten veroordeling in de proceskosten omvat tevens de veroordeling in de kosten van het geding, voorzover veroorzaakt door het niet verschijnen van Aloha c.s. op de inleidende dagvaarding. Die kosten moeten namelijk geacht worden nodeloos te zijn veroorzaakt door Aloha c.s. doordat zij niet zijn verschenen op dagvaardingen die op juiste wijze aan hen zijn betekend. Indien zij die dagvaardingen niettemin niet onder ogen mochten hebben gekregen, zoals Aloha c.s. betogen, dient dat voor hun rekening en risico te worden gelaten nu de dagvaardingen, als vermeld, wel op de juiste wijze zijn betekend. In dit geval bestaan die kosten, nu Aloha c.s. al in de overige proceskosten worden veroordeeld, overigens alleen (nog) uit de kosten van een eventuele betekening van de verstekvonnissen aan Aloha c.s.
Grief 4 slaagt derhalve evenmin.

5 De slotsom

5.1

De grieven 1 en 2 slagen gedeeltelijk. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd voor zover het betreft de proceskostenveroordeling en zal voor het overige worden vernietigd, onder het opnieuw doen van recht.

5.2

In de omstandigheid dat in hoger beroep de grieven slechts in beperkt mate slagen vindt het hof aanleiding om Aloha c.s. te veroordelen in de kosten van het hoger beroep.
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van NBC zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 1.920,-

- salaris advocaat € 2.316,- (2 punten x tarief III)

Totaal € 4.236,-

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Almere van 1 oktober 2014 voor zover het betreft de proceskostenveroordeling:

vernietigt dat vonnis voor het overige en doet opnieuw recht;

I) veroordeelt Aloha, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk aan NBC te betalen:
- een bedrag van € 4.594,39 aan (restant) waarborgsom, onder de voorwaarde dat de huurovereenkomst tussen partijen nog bestaat,
- een bedrag van € 3.375,07 aan huurachterstand berekend over de periode tot en met juni 2014,
- een bedrag van € 4.800,- aan verbeurde contractuele boetes,

- een bedrag van € 1.082,62 aan buitengerechtelijke kosten,

II) veroordeelt Van Berkel, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk aan NBC te betalen:
- een bedrag van € 9.594,39 aan waarborgsom, onder de voorwaarde dat de huurovereenkomst tussen partijen nog bestaat,
- een bedrag van € 6.450,01 aan huurachterstand berekend over de periode tot en met juni 2014,
- een bedrag van € 4.800,- aan verbeurde contractuele boetes,

- een bedrag van € 1.109,09 aan buitengerechtelijke kosten,


III) veroordeelt Aloha, Van Berkel, [appellant3] en [appellante4] hoofdelijk in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van NBC vastgesteld op € 1.920,- voor verschotten en op € 2.316,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. O.E. Mulder, mr. H. de Hek en mr. R.E. Weening, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

3 oktober 2017.