Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:8299

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-09-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
200.206.398
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ondercuratelestelling. Geen opheffing; omzetting naar beschermingsbewind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.206.398

(zaaknummer rechtbank Gelderland 5145088)

beschikking van 21 september 2017

inzake

[verzoekster] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: curanda,

advocaat: mr. S. van Oers te Nijmegen,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Organisatie voor Bewindvoering en Insolventie Nederland BV (OBIN),

gevestigd te Culemborg,

verweerster in hoger beroep, verder te noemen: Obin.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:


[belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

en

[belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

en

[belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

en

[belanghebbende 4] ,
wonende te [woonplaats 4] , de dochter van curanda,

en

[belanghebbende 5] ,

wonende te [woonplaats 5] , de zoon van curanda, verder te noemen: [belanghebbende 5] .

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, verder te noemen: de kantonrechter, van 28 september 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 28 december 2016;

- een brief van Obin van 24 januari 2017;

- een brief van [maatschappelijk werker] , maatschappelijk werker van [instelling] ,
van 25 april 2017, waarbij [belanghebbende 4] , de dochter van curanda, wordt afgemeld
voor de mondelinge behandeling.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 13 juli 2017 plaatsgevonden. Curanda is in persoon verschenen bijgestaan door haar advocaat. Namens Obin is [medewerker Obin] verschenen. De overige belanghebbenden zijn - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschenen.

2.3

Ter mondelinge behandeling heeft [medewerker Obin] een brief van Obin van 23 juni 2017 overgelegd.

3 De vaststaande feiten

3.1

Curanda is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .

3.2

Bij beschikking van 1 augustus 2002 heeft de rechtbank, zittingsplaats Arnhem, curanda onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis.

3.3

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen op 7 juni 2016, heeft curanda verzocht om opheffing van de curatele.

3.4

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot opheffing van de curatele afgewezen.

4 De omvang van het geschil

4.1

In geschil is de ondercuratelestelling van curanda.

4.2

Curanda is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van 28 september 2016. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. Curanda verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, en de ondercuratelestelling van curanda op te heffen, subsidiair de ondercuratelestelling van curanda om te zetten in bewind.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

5.2

Ingevolge artikel 1:389 lid 2 BW kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken, de curatele opheffen, zulks op verzoek van de curator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 1:379 BW, alsmede ambtshalve.

5.3

Ingevolge artikel 1:389 lid 1 BW eindigt een curatele wanneer bij in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat de oorzaken die tot de curatele hebben aanleiding gegeven niet meer aanwezig zijn.

Ingevolge lid 3 van dit artikel eindigt een curatele voorts wanneer bij in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak ten behoeve van betrokken persoon een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek I BW is ingesteld.

5.4

Curanda voert aan dat de kantonrechter de bestreden beschikking onvoldoende heeft gemotiveerd. De kantonrechter oordeelt dat de grond voor curatele nog bestaat maar op basis waarvan de kantonrechter tot dit oordeel komt staat niet vermeld. De kantonrechter overweegt dat curanda haar belangen niet op juiste wijze kan behartigen, kennelijk omdat zij niet inziet dat het in haar belang is om mee te werken met de curator. Curatele is een vèrstrekkende maatregel waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Onderzocht had moeten worden of curanda nog hulp van de curator nodig heeft en of de redenen die hebben geleid tot curatele in 2002 nog bestaan. De kantonrechter heeft dit onvoldoende zorgvuldig onderzocht. Daarnaast is curanda ontevreden over de curator/curatele. De schulden lopen op en de kosten van de curatele zijn te hoog. Het staat volgens curanda vast dat zij geen huurtoeslag en geen bijzondere bijstand meer ontvangt in verband met de inwoning van een partner, de heer [partner] , bij haar. Inzage in de financiën van de heer [partner] , waar de curator om blijft verzoeken, heeft daarop geen invloed en staat niet in de weg aan het werk van de curator. Daarnaast heeft curanda geen zicht op de schulden en betwist zij dat nieuwe schulden ontstaan. Het betalen van de huur, dat is het enige dat de curator nog doet, is onvoldoende om curatele in stand te laten. Daarnaast heeft de kantonrechter niet onderzocht of een minder vergaande maatregel van bijvoorbeeld bewind, in haar situatie meer passend is. Curanda wil het liefst helemaal geen beschermingsmaatregel, maar mocht het hof van oordeel zijn dat een onderbewindstelling nodig is dan verzoekt curanda de curatele om te zetten in bewind. Curanda staat al sinds 2002 onder curatele en een sanering van de schulden is nog niet van de grond gekomen.

Curanda heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep nog aangevoerd dat de heer [partner] sinds december 2016 niet meer bij haar woont. Haar financiële zaken en bezoeken aan het ziekenhuis worden geregeld door haar familie, met name door haar zoon [belanghebbende 5] .

5.5

De curator acht de voortzetting van de curatele zinvol. Curanda is gaan samenleven met een partner, de heer [partner] . Hierdoor kwam zij niet meer in aanmerking voor huurtoeslag en bijzondere bijstand. De lasten van curanda konden hierdoor niet meer worden betaald. Er is een schuldenlast van rond de € 40.000,- en de curator is van mening dat curanda onvoldoende inzicht heeft in haar inkomsten en uitgaven. Nu de heer [partner] niet meer bij curanda woont is er weer sprake van een positief budget. Het uiteindelijke doel van de curatele is om te komen tot een sanering van de schulden. Daarvoor moet de situatie bij curanda langere tijd stabiel zijn. Als het hof van oordeel is dat de curatele moet worden opgeheven dan moet er in elk geval toezicht blijven op de financiële gang van zaken bij curanda in de vorm van een bewind.

5.6

Het hof stelt in deze zaak voorop dat onvoldoende inzicht is gegeven in het al dan niet (meer) bestaan van de gronden die tot de ondercuratelestelling van curanda hebben geleid. Uit het uittreksel van het curatele- en bewindregister blijkt dat curanda onder curatele is gesteld wegens een geestelijke stoornis. Namens curanda zijn geen medische gegevens in het geding gebracht, noch over de periode dat curanda onder curatele is gesteld, noch van nadien. Bij gebrek aan relevante medische gegevens is het hof niet in staat te beoordelen of de noodzaak tot de ondercuratelestelling van curanda thans niet meer bestaat. Op grond hiervan falen de grieven van curanda voor zover gericht tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de curatele.

5.7

Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken dat de problemen van curanda met name betrekking hebben op het financiële vlak en dat de kosten van de curatele, mede gelet op de beperkte inkomsten van curanda, "relatief" hoog zijn en een zware financiële last met zich brengen. Curanda staat al sinds 2002 onder curatele en haar schuldenlast is nog hoog. Het hof ziet zich dan ook gesteld voor de vraag of voortzetting van de curatele zinvol is.
Wat daar ook van zij, gebleken is dat curanda moeite heeft om de curator de nodige inzage in haar financiële gang van zaken te geven en dat zij soms niet de juiste keuzes maakt waardoor haar financiële problemen toenemen. Het hof is met de curator van oordeel dat er
- professioneel - toezicht en begeleiding nodig is voor met name de financiële huishouding van curanda. Dit toezicht kan naar het oordeel van het hof ook door middel van de minder vèrstrekkende (en goedkopere) maatregel van een onderbewindstelling van alle goederen van curanda worden zeker gesteld.

5.8

Het hof verwijst in dit verband naar artikel 1:432 BW op grond van welk artikel de mogelijkheid wordt geboden een curatele om te zetten in een beschermingsbewind. De curatele eindigt dan ingevolge artikel 1:389 lid 3 BW wanneer bij in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak een bewind is ingesteld. Bij deze, eventueel door curanda, verzochte omzetting behoeft derhalve niet te worden voldaan aan het wettelijke criterium voor opheffing van de curatele dat inhoudt dat de oorzaken die tot de curatele aanleiding hebben gegeven niet meer aanwezig zijn.

5.9

Nu curanda in hoger beroep voor het eerst (subsidiair) heeft verzocht de curatele om te zetten in een bewind maar zij geen bereidverklaring van een te benoemen bewindvoerder in het geding heeft gebracht, heeft curanda niet voldaan aan de aan een dergelijk verzoek te stellen eisen en zal dat verzoek worden afgewezen. Desgewenst kan curanda een dergelijk verzoek alsnog bij de kantonrechter indienen.

5.10

Nu de grieven falen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 28 september 2016;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, A. Smeeïng-van Hees en
D.J.I. Kroezen, bijgestaan door W.W.M.W. van den Bosch als griffier, en is op 21 september 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.