Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:8292

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
21-09-2017
Zaaknummer
200.192.664/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schadestaatprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.192.664/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/102201 / HA ZA 13-317)

arrest van 19 september 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. J. Sinnema, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

[B] Consulting Services B.V.,

gevestigd te Enschede,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: CCS,

advocaat: mr. W.M.J. Saes, kantoorhoudend te Roermond.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 3 september 2014, 4 februari 2015 en 24 februari 2016 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft gewezen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 23 mei 2016,

- de memorie van grieven (met producties),
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel,
- memorie van antwoord in incidenteel appel.

2.2 Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd en de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3 [appellant] vordert in het principaal appel:
"(…) het vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, d.d. 24 februari 2016 te vernietigen en opnieuw rechtdoende de vorderingen van geïntimeerde alsnog integraal af te wijzen, alles met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties.
één en ander uitvoerbaar bij voorraad."

2.4 CCS vordert in het incidenteel appel, kort weergegeven, gedeeltelijke vernietiging van het vonnis d.d. 24 februari 2016 en (a) begroting van de gemiste omzet ten aanzien van de maatschap Bouwhuis Bouwhuis-Ligtenberg op € 9.625,- (in plaats van € 2.200,-) en (b) veroordeling van [appellant] tot betaling van € 23.180,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 19 december 2002 tot de dag der voldoening, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

3. De vaststaande feiten

3.1. In deze zaak staat - als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende weersproken - het volgende vast.

3.2. CCS en Biogas Internationaal Advies Bureau B.V. (hierna: Biogas) waren actief op de markt van vergassing van biomassa op het boerenbedrijf. Directeur van CCS is dr.ir. [B] (hierna: [B] ). [appellant] was directeur van Biogas.

3.3. Deze (eenmans-)vennootschappen zijn in de eerste helft van 2002 gaan samenwerken. In dat kader is tussen hen gesproken over het oprichten van CCS Biogas International Adviesbureau B.V. Deze vennootschap is evenwel nimmer opgericht.

3.4. Biogas heeft, gedurende de samenwerking van partijen, een aantal potentiële klanten geworven. Voor deze klanten zijn, op naam van de klant, subsidieaanvragen ingediend krachtens het Besluit subsidies energieprogramma's (BSE 2002), voor de haalbaarheidsstudies naar duurzame energieopwekking. Met de klanten was tevoren afgesproken dat het project door zou gaan als Novem, de subsidie verlenende instantie, de gevraagde subsidie zou verlenen.

3.5. Novem heeft niet alle aanvragen volledig gehonoreerd.

3.6. [B] heeft op 19 september 2002 aan [appellant] te kennen gegeven dat de kosten omlaag moeten en dat de aanvragen niet moeten worden ingediend als daar te veel kwaliteit voor moet worden ingeleverd.

3.7. Op 18 oktober 2002 heeft [B] aan [appellant] geschreven:
"(…)
Wat mij erg verbaasd heeft, is dat jij toch de laatste aanvragen heb ingediend. Ik had jou diverse keren duidelijk gemaakt dat er geen meer aanvragen ingediend moesten te worden. Je gaf aan dat er nog een paar van de boeren zouden komen, maar dat wij de rest zouden opsparen. Nu blijkt dat je deze toch hebt opgestuurd en zelfs boeren hebt opgebeld om ze snel in te dienen. Ik betreur dit ten zeerste, want het heeft onze positie bij Novem geen goed gedaan en het was gewoon niet volgens afspraak. Al met al voel ik mij behoorlijk beschadigd bij Novem. Ik had ze nl. nog meegedeeld dat er geen nieuwe aanvragen zouden komen en nu is er toch weer een stortvloed aan aanvragen binnengekomen de laatste twee weken, die vermeden had kunnen worden. Zorg in elk geval dat er geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend en bel maar op of de boeren willen meebetalen. Zoniet, geef dan die namen aan mij door. Dan kijk ik nog wel even of ik iets kan bedenken, maar reken er in elk geval op de meest ingetrokken dienen te worden, zoniet allemaal van diegenen die niet willen meebetalen. Al met al ben ik erg teleurgesteld. De strategie was om er 10 tot 15 aanvragen neer te leggen en de rest achter te houden. Nu heeft het ons veel tijd gekost en is onze naam beschadigd en het is mij een raadsel waarom jij gewoon niet naar mij geluisterd hebt en je hebt laten overtuigen door anderen. In het vervolg dienen zaken gewoon via mijn strategie te gaan of niet. Ben jij het daar niet mee eens, wat je goed recht is, dan staat het jou natuurlijk helemaal vrij je eigen gang te gaan, maar dan wel zonder mij"

3.8. [B] heeft namens CCS op 29 oktober 2002 aan Novem bericht:
"(…) De bijgevoegde offertes van CCS B.V. zijn ook door dhr. [appellant] opgesteld op basis van eerdere wel gemeenschappelijk ingediende projecten. Wij verzoeken u dan ook deze offertes als indicatief te beschouwen, aangezien wij niet bekend zijn met de precieze inhoud. CCS B.V. aanvaard dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor deze aanvragen. Zoals eerder per E-mail medegedeeld had CCS gezien de grote omvang van de aanvragen en de het gelijkvormige aanpak dit eerst met Novem willen overleggen en als tot indienen van de aanvragen over was gegaan, zou dit in ieder geval gebeurt na ons gesprek. Wij betreuren het dat wij op deze manier in deze aanvragen genoemd zijn, daar door deze gang van zaken ons inziens de naam van CCS geschaad kan worden. (…) Overigens heeft dit geen gevolgen voor de samenwerking van CCS en Biogas International Advies Bureau in dit traject. Het gaat er mij echter om dat duidelijk is wie voor wat verantwoordelijk is geweest. Nu het zo gelopen is, zullen wij van CCS er onze medewerking aan geven dat er een optimaal resultaat komt, zodat de implementatie van duurzame energie zo snel en goed mogelijk verloopt. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en verzoeken verder af te handelen zaken met dhr. [appellant] op te nemen."

3.9. Na deze brief zijn CCS en Biogas niet langer samen opgetrokken.

3.10. Biogas heeft zich op 19 december 2002 schriftelijk tot een aantal boeren gericht naar aanleiding van de gedeeltelijke afwijzing door Novem van de door hen ingediende subsidieaanvragen. Daarbij heeft Biogas deze boeren als volgt bericht:
"(…) BiogaS int. Advies heeft de relatie met het bedrijf CCS verbroken, omdat deze door de vernieuwde situatie onvoldoende de afspraken die ik des tijd bij u gemaakt heb wil gaan nakomen, indien nodig wil ik u hier graag telefonisch gedetailleerd over informeren. Echter zijn de offertes die destijds zijn bijgeleverd niet meer geldig omdat de aangevraagde subsidie niet is geheel is toegekend. Doordat u als bedrijf mij benadert heeft om de biomassa (biogas) optie te onderzoeken voor uw bedrijf, is het zoals de meesten reeds naar mij hebben aangegeven dat er op de algemene DE-scan gesaneerd moet worden. Hiervoor zijn reeds meerdere bedrijven benaderd en deze DE-Scan kan voor gemiddeld € 1000 worden uitgevoerd door een gecertificeerd DE-adviseur, die de EPS IV DE scan Industrie heeft gevolgd. Hierdoor blijft er voldoende budget over om voor uw bedrijf de biomassa (biogas) optie zinvol te onderzoeken. Hiervoor worden nieuwe offertes opgesteld door BiogaS int. Advies. Een die door de toegekende subsidie word gedekt, en waar de financiële risico voor deze gedekt word door derden (…)
Op de Website van BiogaS Int. Advies Zijn voor u een aantal interessante informatie downloads geplaatst zoals (…)
1. Agri-power Boerderij Plus. Dit is een beperk handboek voor biogas installaties op boerderij niveau.
2. Agri-power Boerderij Plus leidraad. Dit is het handboek voor de berekening tool.
3. BoerderijPlus.exe. Dit is de berekeningstool (…)"

3.11. De hiervoor genoemde computerprogramma's zijn mede-ontwikkeld door [appellant] , doch behoren in eigendom toe aan CCS.

3.12. Bij brief van 6 januari 2003 heeft [B] Biogas gelast om onmiddellijk, althans binnen drie dagen, Agri-power Boerderij Plus met bijbehorende software en documenten van de website te verwijderen. Bij brief van 17 maart 2003 heeft CCS Biogas gelast onmiddellijk te stoppen met het benaderen van klanten waarmee CCS een contract heeft.

3.13. Bij arrest van het toenmalige Gerechtshof Leeuwarden van 10 mei 2006 (rolnummer 0400434) zijn Biogas en [appellant] hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van de schade die CCS lijdt, nader op te maken bij staat, voor zover die voortvloeit uit:
- de als onrechtmatig jegens CCS aan te merken brief van Biogas van 19 december 2002, behoudens voor zover het de aanvragers betreft, nader aangeduid op pagina 1 van de brief van CCS van 29 oktober 2002;
- het feit dat Biogas niet binnen drie dagen na 6 januari 2003 de hiervoor onder 3.10 genoemde downloads van de website van Biogas heeft verwijderd.

3.14 Biogas is inmiddels failliet gegaan.

4. Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1 Op 13 november 2013 heeft CCS de onderhavige schadestaatprocedure tegen [appellant] bij de rechtbank aanhangig gemaakt. Zij heeft, verkort weergegeven, gevorderd de veroordeling van [appellant] tot betaling van € 51.517,01 of een door de rechtbank vast te stellen bedrag, vermeerderd met rente en kosten.
CCS heeft haar schade ten gevolge van gederfde omzet gesteld op een bedrag van € 46.517,01, welk bedrag aan de hand van de administratie van CCS is berekend door Accountants- & Adviesbureau DeSaTe B.V. in de persoon van de heer [C] (productie 1 bij de inleidende dagvaarding). Dit bedrag heeft betrekking op de door CCS en Biogas samen te realiseren omzet ten aanzien van de desbetreffende cliënt, welke omzet vervolgens gedeeld zou worden door twee (zulks met uitzondering van omzet van de maatschap F & J van de Meijdeberg, die volgens CCS voor 100% aan haar toekomt) minus de loonkosten die door CCS zouden zijn gemaakt. Het betreft in totaal zestien relaties die in het kader van de voormalige samenwerking tussen CCS en Biogas zijn ontstaan, die Biogas zich volgens CCS onrechtmatig heeft toegeëigend en waarvan de overeengekomen omzet (lees: betaling definitief subsidiebedrag door SenterNovem) aan Biogas is uitbetaald.
De schade die CCS lijdt doordat de tools op de website zijn blijven staan, is door haar gesteld op een symbolisch bedrag van € 5.000,-.

4.2 In het tussenvonnis van 3 september 2014 heeft de rechtbank overwogen dat de schade als gevolg van omzetverlies zal worden vastgesteld door met elkaar in vergelijking te brengen de hypothetische situatie waarin CCS zou hebben verkeerd als [appellant] niet onrechtmatig zou hebben gehandeld en de feitelijke situatie waarin dat wel is gebeurd. Deze hypothetische situatie bestaat volgens de rechtbank hieruit dat CCS op grond van de overeenkomsten die op basis van de uitgebrachte offertes tot stand zijn gekomen, de overeengekomen bedragen ontvangt, althans voor dat deel waar CCS in haar rechtsverhouding tot Biogas recht op heeft. De rechtbank is er daarbij van uitgegaan dat in die hypothetische situatie een overeenkomst tot stand is gekomen als na het uitbrengen van de offerte de subsidievraag (definitief) is ingewilligd. In het tussenvonnis van 4 februari 2015 heeft de rechtbank overwogen dat voor een deel van de bij dagvaarding overgelegde offertes duidelijk is dat de subsidievraag is ingewilligd, aangezien daarvan overeenkomsten zijn overgelegd. Daar waar wel offertes, maar geen overeenkomsten zijn overgelegd, dient een inschatting te worden gemaakt van de kans van slagen van de betreffende subsidieaanvragen. De rechtbank heeft vervolgens een onderzoek door een deskundige bevolen teneinde een inschatting van deze kans te maken en daartoe twee deskundigen benoemd.
Omdat CCS het voorschot voor de deskundige niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft betaald, heeft de rechtbank in het bestreden eindvonnis de schade begroot aan de hand van de in het dossier beschikbare informatie. De rechtbank is er daarbij nog steeds van uitgegaan dat de overeenkomsten tot stand kwamen op het moment dat de aangevraagde subsidie werd verleend. Volgens de rechtbank heeft [appellant] onvoldoende betwist dat als die overeenkomsten eenmaal tot stand zijn gekomen, de omzet gelijk kan worden gesteld aan de in de betreffende subsidievaststellingen vermelde bedragen. Voor zover geen subsidievaststellingen zijn overgelegd, heeft de rechtbank het verweer van [appellant] gevolgd dat CCS geen schade heeft geleden. Op basis van een redelijke uitleg van de overeenkomst is de rechtbank uitgegaan van een verdeling van de omzet bij helfte. Het verweer van [appellant] dat hij recht had op de hele opbrengst, omdat hij alle werkzaamheden verrichtte en het relatie- en concurrentiebeding niet op deze werkzaamheden van toepassing was, is door de rechtbank verworpen.
4.3 Het hof merkt daarbij op dat de rechtbank, in navolging van partijen, spreekt over omzet. Bij schadeberekening gaat het echter niet om omzet maar om gederfde winst, al dan niet aangevuld met andere posten zoals een vergoeding voor niet (volledig) gedekte kosten. Uit de schadeberekening die CCS als productie 1 bij de inleidende dagvaarding heeft gevoegd blijkt dat de bedragen die (ten onrechte) als "omzet" worden aangeduid in wezen de door de accountant berekende gederfde winstmarge betreft.

4.4 De rechtbank heeft de schade vervolgens (in afwijking van de overgelegde schadeberekening) begroot op de helft van het bedrag aan verleende projectsubsidies ten aanzien van na te noemen aanvragers:
- Bosman € 7.070,-
- Maatschap Harmes Pluimveehouderij € 9.875,-
- Varkenshouderij Maatschap Dijk € 8.500,-
- Mts Bouwhuis Bouwhuis-Ligtenberg € 2.200,-
- Van Alphen-Mulders € 11.290,-
In totaal € 38.935,- : 2 = € 19.467,50.
De rechtbank heeft [appellant] veroordeeld om aan CCS te betalen genoemd bedrag van € 19.467,50, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 december 2002 tot de dag van volledige betaling. Het gevorderde bedrag van € 5.000,- ter zake van het onrechtmatige gebruik van de tools op de website heeft de rechtbank als onvoldoende onderbouwd afgewezen. De rechtbank heeft [appellant] veroordeeld
in de kosten van het geding.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering
In het principaal appel

5.1

Het gaat in deze zaak om het volgende.
Bij arrest van 10 mei 2006 (rolnummer 0400434) heeft het toenmalige hof Leeuwarden geoordeeld dat Biogas onrechtmatig heeft gehandeld jegens CCS door de verzending van de brief van 19 december 2002 (zie hiervoor onder 3.10), behalve voor zover het de aanvragers betreft die door CCS worden genoemd in de brief van 29 oktober 2002 (zie hiervoor onder 3.8). Naast Biogas heeft het hof [appellant] als bestuurder van Biogas aansprakelijk geacht voor de als gevolg van dit onrechtmatig handelen door CCS geleden schade. Ten aanzien van de door CCS gevorderde schade heeft het hof geoordeeld dat aan de eisen voor verwijzing naar de schadestaatprocedure is voldaan.

5.2

In dit hoger beroep beperkt het geschil zich tot de vijf door CCS uitgebrachte offertes ten aanzien waarvan CCS definitieve subsidievaststellingen heeft overgelegd en de rechtbank een schadevergoeding heeft toegekend, nu CCS geen grief heeft opgeworpen tegen het oordeel van de rechtbank dat zij ten aanzien van de overige offertes geen schade heeft geleden.

5.3

Grief 1 houdt in dat de rechtbank ten onrechte de schade heeft begroot aan de hand van de in het dossier aanwezige beschikbare informatie. De deskundige is door de rechtbank benoemd om te onderzoeken of de offertes tot overeenkomsten zouden hebben geleid. Uit de door CCS overgelegde informatie blijkt niet of de overgelegde offertes tot overeenkomsten zouden hebben geleid. De rechtbank heeft dan ook de onjuiste gevolgtrekking heeft gemaakt uit het feit dat CCS het voorschot voor het deskundigenonderzoek niet heeft betaald. De rechtbank heeft zonder de deskundige niet tot een schadevaststelling kunnen komen, aldus [appellant] .
Grief 2 houdt in dat de rechtbank er ten onrechte van uit is gegaan dat overeenkomsten tot stand kwamen op het moment dat de gevraagde subsidie werd verleend. Volgens [appellant] kan niet automatisch worden aangenomen dat wanneer klanten subsidie hebben ontvangen, zij een overeenkomst hebben gesloten naar aanleiding van de offerte. Dit geldt temeer wanneer de toegekende subsidie lager is dan het aangevraagde bedrag. Het betoog van [appellant] is gebaseerd op een verklaring van de heer Van Alphen die naar aanleiding van een offerte van 23 augustus 2002 heeft gewezen op de volgende zin in de desbetreffende offerte: "Offerte akkoord mits toekenning aangevraagde subsidie." Volgens [appellant] is in alle gevallen niet voldaan aan de in deze zin vervatte voorwaarde, nu de verleende subsidie steeds lager was dan het gevraagde subsidiebedrag. De oorspronkelijke offertes waren dan ook vervallen, zodat het hem en de desbetreffende relaties vrijstond om zonder CCS met elkaar in zee te gaan.

5.4

Het hof is van oordeel dat [appellant] miskent dat de onrechtmatigheid nu juist gelegen is in het feit dat hij buiten CCS om met de binnen de voormalige samenwerking ontstane relaties is verdergegaan. Het gaat erom of in de hypothetische situatie - het onrechtmatig handelen van Biogas/ [appellant] weggedacht - een overeenkomst tussen CCS en Biogas enerzijds en de desbetreffende relatie anderzijds tot stand zou zijn gekomen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het feit dat de subsidie is verleend, de bijbehorende werkzaamheden (door Biogas) zijn uitgevoerd en het subsidiebedrag aan de cliënt is uitgekeerd, voldoende aannemelijk maakt dat in de hypothetische situatie de overeenkomst mede met CCS tot stand zou zijn gekomen en dat CCS hierdoor omzet zou hebben gegenereerd.

5.5

De grieven I en II in het principaal appel falen derhalve.

5.6

Het hof tekent hierbij nog aan dat [appellant] geen grief heeft opgeworpen tegen het feit dat de rechtbank de schade van CCS ten onrechte (zie hiervoor in 4.3 en 4.4) heeft gesteld op de helft van het bedrag van de toegekende projectsubsidie, terwijl CCS haar schade had gesteld op de helft van het bedrag aan projectsubsidie minus de door haar in het hypothetische geval gemaakte loonkosten. Bij gebrek aan een zodanige grief in het principaal appel heeft het hof geen ruimte om de schade (alsnog) op een juiste wijze te begroten.
In het incidenteel appel

5.7

De grief in het incidenteel appel houdt in dat de rechtbank de gemiste omzet ten aanzien van de maatschap Bouwhuis Bouwhuis-Ligtenberg ten onrechte heeft begroot op € 2.200,-, terwijl de rechtbank had moeten uitgaan van het definitieve subsidiebedrag van € 9.625,-. Op dit bedrag was reeds een voorschot van € 7.425,- verleend, zodat een nog uit te betalen bedrag van € 2.200,- resteerde. Dit volgt uit de brief van SenterNovem d.d. 16 juni 2004, aldus CCS.

5.8

Het hof stelt vast dat CCS op zich terecht betoogt dat het subsidiebedrag ten aanzien van de maatschap Bouwhuis Bouwhuis-Ligtenberg in totaal € 9.625,- bedroeg. Ook in de bovengenoemde schadeberekening van de heer [C] wordt van een subsidiebedrag van € 9.625,- uitgegaan. De ter zake van deze relatie door CCS gederfde winst wordt in deze schadeberekening gesteld op een bedrag van € 2.683,08, welk bedrag ook door CCS is gevorderd. Zoals in het principaal appel is overwogen heeft de rechtbank de schade ten onrechte gesteld op de helft van de verleende projectsubsidie in plaats van op de gederfde winst (zie hiervoor onder 5.6). Nu CCS een grief heeft opgeworpen tegen de omvang van de schade die ten aanzien van de maatschap Bouwhuis Bouwhuis-Ligtenberg is toegewezen, heeft het hof (anders dan in het principaal appel) de vrijheid om de schade alsnog op de juiste wijze te begroten. Het hof zal dan ook € 2.683,08 toewijzen (in plaats van het door de rechtbank toegewezen bedrag ad € 1.100,-), zodat per saldo € 19.467,50 - € 1.100,- + € 2.683,08 = € 21.050,58 zal worden toegewezen.

5.9

De grief in het incidenteel appel slaagt derhalve ten dele.
De slotsom in het principaal en incidenteel appel

5.10

De grieven in het principaal appel falen, terwijl de grief in het incidenteel appel ten dele slaagt. Het hof zal derhalve het principaal hoger beroep verwerpen en in het incidenteel appel het vonnis vernietigen. [appellant] zal worden veroordeeld om aan CCS te betalen een bedrag van € 21.050,58. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf 19 december 2002, omdat [appellant] de voormalige cliënten op die datum heeft aangeschreven en het verzuim van rechtswege is ingetreden (artikel 6:83 aanhef en sub b BW). [appellant] zal in de kosten van het geding in eerste aanleg, zoals door de rechtbank aan de zijde van CCS begroot, worden veroordeeld. Als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij zal [appellant] tevens worden veroordeeld in de kosten van zowel het principaal appel (1 punt in tarief III à € 1.158,-). Aangezien partijen in het incidenteel appel over en weer ten dele in het ongelijk zullen worden gesteld, zal het hof de kosten van het incidenteel appel compenseren als hierna vermeld.

6 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
in het principaal appel
verwerpt het beroep;
in het incidenteel appel
vernietigt het bestreden eindvonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 24 februari 2016;
en doet opnieuw recht:
veroordeelt [appellant] om aan CCS te betalen een bedrag € 21.050,58, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 19 december 2002 tot de dag van volledige betaling;
in het principaal en incidenteel appel
veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van CCS vastgesteld op € 5.488,71 en van het geding in hoger beroep, in het principaal appel aan de zijde van CCS tot aan deze uitspraak vastgesteld op €1.957,- aan verschotten en € 1.158,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;
compenseert de kosten van het incidenteel appel in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
verklaart dit arrest ten aanzien van de hierin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.M.A. Wind en mr. J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag

19 september 2017.