Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:789

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-01-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
WAHV 200.164.303ev
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Twee snelheidsovertredingen kort na elkaar gemeten: voortgezette handeling?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2017/121
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.164.303 en 200.164.309

27 januari 2017

CJIB 17371206 en 174046098

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Limburg

van 31 december 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,
advocaat te [plaats] .

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft bij afzonderlijke beslissingen de beroepen van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissingen ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter de verzoeken van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissingen van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij de beroepschriften is verzocht om een behandeling ter zitting.

Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft in beide zaken een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld de beroepen schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaken zijn behandeld ter zitting van 13 januari 2017. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. C.T. Brontsema.

Beoordeling

1. In de zaak met kenmerk WAHV 200.164.303 (CJIB-nummer 17371206) is aan de betrokkene als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 188,- opgelegd ter zake van “Overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 21 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 16 juni 2013 om 12:10 uur op de Dr. Nolenslaan te Sittard met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. In de zaak met kenmerk WAHV 200.164.309 (CJIB-nummer 174046098) is aan de betrokkene als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 154,- opgelegd ter zake van “Overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 18 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 16 juni 2013 om 12:12 uur op de Dr. Nolenslaan te Sittard met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

3. De gemachtigde heeft aangevoerd dat sprake is van een voortgezette handeling, waarvoor niet tweemaal een sanctie kan worden opgelegd. De snelheidsoverschrijdingen vonden namelijk kort na elkaar plaats op slechts 600 meter afstand van elkaar op dezelfde doorgaande voorrangsweg. Weliswaar zijn er op de betreffende voorrangsweg kruispunten die oplettendheid vereisen, doch niet een zodanige oplettendheid dat dit een matiging van de snelheid met zich zou moeten brengen. Er is dus sprake van slechts één ongeoorloofd wilsbesluit. Gelet hierop heeft de kantonrechter niet kunnen oordelen dat sprake is van twee gedragingen. Volgens de gemachtigde had de kantonrechter ten minste één van de beroepen gegrond moeten verklaren.

4. Op grond van de ambtsedige verklaringen van de verbalisanten, zoals opgenomen in de zaakoverzichten van het CJIB en de foto's van de gedragingen die zich in de dossiers bevinden, stelt het hof vast dat met het voertuig van de betrokkene op de genoemde locatie en datum om 12:10 uur de aldaar geldende maximumsnelheid met 21 kilometer per uur is overschreden en om 12:12 uur met 18 kilometer per uur. Gelet daarop is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedragingen zijn verricht.

5. De gemachtigde doet een beroep op artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Daarin is bepaald dat indien meerdere feiten, die elk op zichzelf een misdrijf of overtreding opleveren, in zodanig verband staan dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling, slechts één strafbepaling wordt toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld. Deze bepaling is in de WAHV niet van (overeenkomstige) toepassing verklaard. Dit neemt niet weg dat indien zich een situatie voordoet die als voortgezette handeling in de zin van bedoeld artikellid kan worden aangemerkt, daarin - op de voet van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, WAHV - grond kan worden gevonden voor het oordeel dat een of meer gedraging(en) heeft/hebben plaatsgevonden onder zodanige omstandigheden dat oplegging van een sanctie voor die gedraging(en) niet billijk is.

6. Bij de beoordeling of in het geval van meerdere gedragingen sprake is van een voortgezette handeling stelt het hof voorop dat een verkeersdeelnemer voortdurend te maken krijgt met nieuwe verkeerssituaties, waarin hij alert dient zijn en waarin hij derhalve bij voortduring beslissingen neemt en moet nemen. Het ongewijzigd vervolgen van zijn weg door een verkeersdeelnemer kan in dit verband ook als een beslissing worden aangemerkt. Aldus zal niet snel sprake zijn van meerdere gedragingen die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Dat is in het onderhavige geval niet anders. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de betrokkene tussen beide gedragingen, die zich op een afstand van 600 meter van elkaar hebben voorgedaan, een kruispunt is gepasseerd en een bocht heeft moeten nemen. Dit maakt dat sprake is geweest van nieuwe verkeersituaties en daarmee verband houdende verschillende beslissingen. Reeds daarom kan het verweer van de gemachtigde dat sprake is van een voortgezette handeling niet slagen.

7. Gelet hierop zal het hof de beslissingen van de kantonrechter bevestigen.

8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof de verzoeken tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissingen van de kantonrechter;

wijst de verzoeken tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.