Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:7780

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
06-10-2017
Zaaknummer
200.197.514
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Betwisting hoogte energierekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.197.514

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 4834623)

arrest van 5 september 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. R.D.A. van Boom,

tegen:

de stichting [geïntimeerde],

gevestigd te [plaatsnaam] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. M.P.H. van Wezel.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 13 juni 2017 hier over, met dien verstande dat in de derde regel in rechtsoverweging 4.4 in plaats van [geïntimeerde] [appellant] moet worden gelezen.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- de akte uitlating producties d.d. 11 juli 2017 zijdens [appellant] .

1.3

Vervolgens heeft [geïntimeerde] de aanvullende stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep

2.1

[appellant] is door het hof in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het geding gebrachte producties. Bij akte stelt [appellant] dat de inhoud van de producties voor zich spreekt, maar dat dat onverlet laat dat er wordt gepersisteerd bij hetgeen reeds eerder door hem naar voren is gebracht.

2.2

[geïntimeerde] heeft haar vordering onderbouwd aan de hand van de afrekening stookkosten van [X] (productie 1 bij de dagvaarding), het overzicht van de halfmaandelijkse meterstanden waarop de afrekening is gebaseerd (productie 5 bij de dagvaarding) alsmede aan de hand van een e-mailbericht van [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ), medewerker klantenservice van [X] (productie 4 bij de memorie van antwoord). [persoon 1] heeft in dit e-mailbericht toegelicht dat de meetwaarden in het overzicht van de halfmaandelijkse meterstanden (productie 5 bij de dagvaarding) niet onjuist zijn en dat er geen gegevens ontbreken. Volgens [persoon 1] is op 31 januari 2015 geen radiografische stand ontvangen door [X] , wat in het stookoverzicht is weergegeven met een minteken. Het minteken hoort volgens [persoon 1] aldus bij 31 januari 2015 en niet bij 15 januari 2015 zoals [appellant] heeft gesteld. Wanneer de meter defect zou zijn, zouden na 31 januari 2015 ook geen meterstanden zijn ontvangen, aldus [persoon 1] . Onder verwijzing naar het voorgaande heeft [geïntimeerde] zich beroepen op de juistheid van de afrekening.

[appellant] betwist de vordering van [geïntimeerde] door daar enkel tegenover te stellen dat de afrekening van de stookkosten zeer sterk uit de pas loopt met zowel het voorschot als het gemiddelde gebruik voor een gezin. Ook heeft [appellant] aangevoerd dat het niet plausibel is dat één veertigste deel van het energiegebruik van driehonderd woonheden voor zijn rekening komt. Naar het oordeel van het hof is met dit niet nader onderbouwde verweer onvoldoende betwist dat de energierekening is gebaseerd op juiste gegevens en dus klopt. Voor het verweer dat de meter defect is, heeft [appellant] geen andere onderbouwing aangedragen. Aan (tegen)bewijslevering komt het hof niet meer toe.

2.3

Gelet op hetgeen hiervoor overwogen ziet het hof geen grond het bestreden vonnis ten aanzien van de stookkosten te vernietigen. Het hoger beroep faalt.

3 De slotsom

3.1

De grief is weliswaar ten dele terecht voorgesteld, maar kan niettemin niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis, zodat dit zal worden bekrachtigd.

3.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 718,00

- salaris advocaat € 632,00 (1,0 punten x tarief € 632,00)

3.3

Als niet weersproken zal het hof ook de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Utrecht (rechtbank Midden-Nederland, Civiel recht) van 11 mei 2016;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 718,- aan griffierecht en op
€ 632,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;

veroordeelt [appellant] in de nakosten, begroot op € 131,- met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.E. de Boer, H. van Loo en S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 september 2017.