Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:7697

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
200.136.841/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eindarrest na tussenarrest.

Bewijs dat de longklachten van het paard zijn veroorzaakt door de kortdurende blootstelling aan stofwolken van zand niet geleverd.

Niet is komen vast te staan dat een kortdurende blootstelling aan stofwolken tot de onderhavige klachten kan leiden.

Bovendien is ook onvoldoende komen vast te staan over de omvang van de stofwolken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.136.841/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle: 189728)

arrest van 5 september 2017

in de zaak van

[appellante]
handelend onder de naam [A] ,

wonende te [B] ,

appellante,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. M.J.J. van Geel,

tegen

1 de vennootschap onder firmaHet Klaverblad V.O.F.,

gevestigd te [B] ,

2. [geïntimeerde2],

3. [geïntimeerde3],

beiden wonende te [B] ,

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk, in enkelvoud: Klaverblad,

advocaat: mr. J.T.A.M. van Mierlo.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Bij arrest van 13 oktober 2015 is een plaatsopneming en een comparitie van partijen gelast en is een bewijsopdracht gegeven.

1.2

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het proces-verbaal van de plaatsopneming en comparitie van partijen van 17 december 2015, met de akte ‘schadestaat’ van [appellante] en de antwoordakte van Klaverblad,

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 7 maart 2016, met daaraan gehecht het veterinair onderzoeksrapport van 29 april 2011,

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 14 april 2016,

  • -

    de memorie na enquête,

  • -

    de antwoordmemorie na enquête.

1.3

Daarna hebben partijen de stukken aanvullend overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1

De inhoud van het arrest van 13 oktober 2015 wordt hier overgenomen. Tijdens de daarbij gelaste comparitie van partijen is geen schikking bereikt. Vervolgens zijn er getuigen en een tegengetuige gehoord met betrekking tot de door [appellante] te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat Klaverblad op of omstreeks 24 mei 2011 stof en/of zandwolken heeft veroorzaakt in de door [appellante] gestelde mate, alsmede dat Bikkel als gevolg daarvan longklachten heeft ontwikkeld.

2.2

Vast staat dat op dinsdag 24 mei 2011 bij werkzaamheden van (de aannemer van) Klaverblad stof en zand met de wind is meegevoerd van het perceel van Klaverblad naar de weilanden van [appellante] . Het komt er in de procedure dan ook op aan of de stof- en zandproductie dusdanig groot zijn geweest, dat Klaverblad onrechtmatig jegens [appellante] handelde door [appellante] niet te waarschuwen.

2.3

Het hof acht het bewijs niet geleverd. Voor een goed begrip van deze beslissing geeft het hieronder zakelijk de inhoud van de getuigenverklaringen weer, voor zover die relevant is voor de bewijsbeoordeling:

  • -

    de verklaring van de partijgetuige [appellante]:
    Op 24 mei 2011 werd er ’s morgens met een trekker op het land van Klaverblad gereden. Er was wel stof, maar niet veel. Ik heb toen een filmpje gemaakt, waaruit de screenshots komen, die we als productie 12 bij conclusie van repliek/antwoord hebben overgelegd.
    We hebben de paarden naar buiten gedaan, ook Bikkel is toen in de wei gezet.
    Rond 14.30 uur zagen we dat de wind stofwolken over ons land blies als in een zandstorm in de woestijn. We konden de huizen verderop niet meer zien. Rond 15.30 uur hebben we daarom de paarden naar binnen gehaald.
    Rond 17.00 uur die dag merkte mijn man dat Bikkel hoestte. Bikkel had geen koorts, was ook niet onderkoeld en oogde niet ziek. Ik heb telefonisch met dierenarts [C] overlegd, die het goed vond als ik Bikkel Ventipulmin zou geven. Dit hebben we toen gedaan.
    In de periode daarna hebben we Bikkel af en toe in de wei laten staan, want dat is beter voor een hoestend paard.
    Op de donderdag na 24 mei 2011 kon Bikkel de les niet afmaken. Hij liep steeds te hoesten.
    We hebben hem in de maanden daarna aquatraining gegeven. De eerste weken iedere dag, in de maanden daarna minder intensief. We hebben Bikkel zo min mogelijk aan stof blootgesteld. We gebruiken in de stallen geen gewoon stro, maar vlas. We hebben hem geen stoffig hooi gegeven.
    Begin augustus 2011 vonden we het tijd worden om precies te weten te komen wat er aan de hand was. [C] kwam en had het toen over chronische bronchitis.

  • -

    de verklaring van de getuige [D] (echtgenoot van [appellante] ):
    Op 24 mei 2011 hebben we ’s ochtends paarden, die op ons bedrijf verbleven, in de wei gezet. Op het terrein van Klaverblad werd toen gewerkt, er zat daardoor stof in de lucht. We hebben daar toen beeldopnames van gemaakt, omdat het broedseizoen was. De screenshots die als productie 12 bij conclusie van repliek/antwoord zijn overgelegd komen uit dat filmpje. U ziet daarop de tractor op het terrein van de buren.
    Rond 12.00 uur was de wind toegenomen en zat er meer stof in de lucht. Het werd in de richting van de paarden geblazen. De stofwolken benamen ons het zicht op de huizen van de buren. Rond 15.30 uur hebben de paarden naar binnen gehaald. Bikkel stond toen dichtbij de plaats waar de buren aan het werk waren. Op de kaart die als productie 1 bij conclusie van antwoord/eis is overgelegd was dat ongeveer bij de ‘4’ van perceelnummer 4200.
    Van 17.00 à 17.30 uur tot 19.00 uur heeft Bikkel gehoest. Mijn vrouw heeft daarop [C] gebeld, die aanraadde om Ventipulmin te geven. Dat is een poeder, waarmee Bikkel meer lucht zou krijgen. Het poeder is vervolgens twee tot drie weken lang door het eten van Bikkel gemengd. Bikkel bleef echter hoesten.
    Bikkel kon niet meer bereden worden. Bij inspanning moest hij kuchen. Bikkel heeft wekenlang zonder verbetering gehoest, ondanks de Ventipulmin. Hij is in de aquatrainer van ons bedrijf gezet. De kosten hiervan hebben wij voor onze rekening genomen. In oktober/november 2011 ging het wat beter en toen is Bikkel naar zijn nieuwe eigenaar gegaan.
    Er is mij verteld dat Bikkel daarna bij concoursen en wedstrijden last bleef houden van zijn longen en dat hij beter had kunnen presteren indien hij de benauwdheidsklachten niet zou hebben gekregen.
    [E] heeft veel geld in Bikkel geïnvesteerd. Zij heeft ook geholpen op ons bedrijf.

  • -

    de verklaring van de getuige [C] (dierenarts):
    De door mij afgelegde verklaringen van 3 september 2010 (productie 6 bij conclusie van repliek/antwoord), 3 augustus 2011 (productie 3 bij dagvaarding in eerste aanleg) en van 12 december 2011 (productie 15 bij conclusie van repliek/antwoord) kloppen helemaal.
    Op 3 augustus 2011 heb ik Bikkel uitgebreid onderzocht vanwege blijvend hoesten. Bikkel hoestte regelmatig, had een versnelde en verscherpte ademhaling en een verslechterde conditie. Bikkel was al na 20 minuten inspanning moe. Ik heb het filmpje gezien dat [appellante] van de stofwolken heeft gemaakt. Ik heb op basis van alle informatie die ik toen had de diagnose chronische bronchitis gesteld. Omdat het paard deze klachten onmiddellijk na de blootstelling aan stof heeft ontwikkeld, ben ik ervan overtuigd dat het ontstaan daarvan aan dat stof valt te wijten. Ik weet dat collega [F] dit uitsluit, maar hij heeft Bikkel niet gezien en hij heeft het filmpje ook niet gezien. Het hangt ook af van de stofwolken. Ieder paard reageert anders. Een bepaalde hoeveelheid kleine stofdeeltjes kan tot chronische bronchitis leiden.
    Een langer durende blootstelling aan de hoeveelheid stof die ik zag op het filmpje dat [appellante] van de stofwolken heeft gemaakt, is genoeg om bij een mens [lees: en daarom ook bij een paard] tot longklachten te kunnen leiden.
    Later in het jaar 2011 heb ik Bikkel een aantal keren gezien. Het ging toen beter met hem, maar hij was niet meer de oude. Het hoesten heeft tot een waardevermindering van Bikkel geleid.

  • -

    de verklaring van de getuige [G]:
    Ik heb Bikkel op 13 mei 2011 voor € 3.500 van [appellante] gekocht.
    Op de donderdag na 24 mei 2011 heb ik op Bikkel gereden, maar hij hoestte veel en moest afhaken. In de weken daarna bleef zijn conditie slecht, ondanks regelmatig lopen in de aquatrainer. Hij bleef last houden van benauwdheid. Omdat ik te weinig met Bikkel kon doen, heb ik het paard op 3 augustus 2011 doorverkocht voor € 6.000 aan mevrouw [H] . Bikkel had een goed karakter. Zonder longproblemen had Bikkel meer opgebracht. Ik wil deze schade op [appellante] verhalen.

  • -

    de verklaring van de getuige [I]:
    Ik werkte op 24 mei 2011 als algemeen paardenverzorgster in dienst van [appellante] . Rond 15.30 uur zag ik dat er ontzettend veel stof over de weilanden waaide, veel meer dan eerder die dag. Je zag eigenlijk niets meer van de omgeving. Deze stofwolken werden wel anderhalf à twee uur lang over de weilanden van [appellante] geblazen.
    De volgende dag hoestte Bikkel, terwijl hij dat voor 24 mei niet deed. Bikkel heeft medicijnen gekregen en er kwam wat verbetering in zijn toestand, maar hij bleef in de zomer van 2011 hoesten. Een paard hoest normaal gesproken niet.
    Bij [appellante] wordt vlas gebruikt als stalmateriaal.

  • -

    de verklaring van de getuige [J]:
    Ik hielp in 2011 vaker op het bedrijf van [appellante] . Op 24 mei 2011 was ik er niet, maar wel kort daarna, ik denk op de donderdag. Bikkel hoestte. Ik heb degene die met Bikkel trainde geholpen om Bikkel in de aquatraining te zetten. Voor die tijd hoestte Bikkel niet. Bikkel is toen regelmatig in de aquatraining gegaan, maar hij bleef hoesten.

  • -

    de verklaring van de tegengetuige [F] (dierenarts):
    De brieven van 30 augustus 2011 en 23 januari 2012 (productie 4 bij conclusie van antwoord/eis en productie 15 bij conclusie van dupliek/repliek) kloppen helemaal.
    Ik heb Bikkel niet gezien.
    Bronchitis kan meerdere oorzaken hebben. In geval van bronchitis als gevolg van een virus schrijft een dierenarts een clenbuterol houdend medicijn voor, zoals Ventipulmin. Als de klachten door een bacterie worden veroorzaakt, schrijft de dierenarts bovendien een antibioticum voor. Het is bij bronchitis belangrijk om stof te vermijden - het paard mag geen droog hooi krijgen, want dat kan bronchitis in stand houden. Bij adequate stofvermijding verdwijnen de klachten na één tot twee weken. Als dat niet gebeurt, zal de dierenarts pas na meermalen het paard te hebben onderzocht en pas na twee tot drie maanden de diagnose chronische bronchitis stellen, ook omdat het die nadelige diagnose de rest van zijn leven zal dragen. Na (slechts) 2½ maand en een enkel onderzoek is het stellen van die diagnose onverantwoord.
    De relatie tussen de blootstelling aan stof en de bronchitis valt moeilijk vast te stellen.
    Een eenmalige blootstelling aan extreem veel zand, die tot chronische bronchitis leidt, heb ik niet meegemaakt en ben ik in de literatuur ook niet tegengekomen.

2.4

Elk van de getuigen die Bikkel hebben gezien, verklaart dat Bikkel vóór 24 mei 2011 niet hoestte en dat hij dat na 24 mei 2011 gedurende de hele zomer van 2011 wel deed. Dit hoesten moet een oorzaak hebben: paarden hoesten normaal gesproken niet (aldus [C] en [I] ). Bij gebreke van andere opvallende gebeurtenissen op 24 mei 2011 ligt het dan ook voor de hand om de stofwolken als oorzaak van de longproblemen aan te merken.

2.5

[F] spreekt echter tegen dat een kort durende blootstelling aan zand- en stofwolken tot chronische bronchitis kan leiden. Hij is blootstelling aan stof en zand niet in de literatuur tegengekomen als mogelijke oorzaak van die ziekte. In zijn praktijk kent hij ook niet een dergelijk geval.
Omdat [F] 36 jaar ervaring heeft als dierenarts, waaronder 25 jaar als internist, en hij gespecialiseerd is in paardenlongen, kent het hof gewicht toe aan zijn verklaring.

2.6

[appellante] , [D] en [I] hebben verklaard over dikke stofwolken, waardoor zij bijvoorbeeld de buurhuizen niet mee konden zien. Toch heeft [appellante] verklaard dat de paarden pas een uur later naar binnen werden gehaald. [C] heeft het filmpje gezien, waar stofwolken op staan, en heeft verklaard dat het ging om zodanig dichte wolken, dat mensen en paarden daar blijvende longproblemen aan over kunnen houden. [appellante] heeft verklaard dat het filmpje intussen verloren is gegaan door een computercrash (zie proces-verbaal van 14 april 2016, pagina 6).
De crash verklaart het verlies van het bewijsmiddel, maar of het filmpje inderdaad verloren is gegaan door een dergelijke oorzaak valt moeilijk te controleren. Met Klaverblad plaatst het hof daar vraagtekens bij: [appellante] heeft in § 31 van haar conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie nog aangeboden om het filmpje over te leggen, om te laten zien dat er niet mee was geknoeid. Verder heeft [appellante] tijdens haar verhoor als getuige nog verklaard dat zij de filmpjes van 24 mei 2011 nog in haar bezit heeft en die wel in het geding wil brengen. [appellante] wist dus dat het filmpje belangrijk kon worden voor de procedure. Toch zou het crashen van één computer haar hebben beroofd van dit bewijsmiddel, hetgeen betekent dat ze geen kopieën daarvan heeft bewaard. Dat het verloren is gegaan is mogelijk, maar wel merkwaardig.
Hier komt bij dat intussen onzeker is geworden of het filmpje waarvan screenshots zijn overgelegd ’s ochtends of ’s middags is gemaakt. In rechtsoverweging 4.5 van het tussenvonnis van 19 september 2012 is klaarblijkelijk op grond van (waarschijnlijk § 32 van) de conclusie van repliek/antwoord aangenomen dat de screenshots de dikste zand-/stofwolken lieten zien die op 24 mei 2011 werden geproduceerd. De rechtbank zag daarop echter geen uitzonderlijke stof- of zandwolken. In de getuigenverklaringen van [appellante] en [D] is er voor het eerst sprake van dat er op 24 mei 2011 verschillende filmpjes zijn gemaakt (met het oog op mogelijke overtreding van wetgeving tot bescherming van de habitat van vogels) en dat de overgelegde screenshots niet de ergste zandwolken laten zien. [appellante] heeft voordien (in § 19 van haar memorie van grieven) de foto’s genoemd en is ingegaan op de genoemde rov. 4.5, maar zij heeft daarbij niet geklaagd over de veronderstelling in het bestreden vonnis dat de foto’s als bewijs van de ernstigste overlast waren overgelegd. [appellante] heeft ook niet toegelicht waarom geen screenshots zijn overgelegd waarop wél de ernstigste zand- en stofwolken zouden zijn te zien.
Een en ander doet afbreuk aan de overtuigingskracht van het bewijs dat wel geleverd is.

2.7

Kortom, tegenover het feit dat Bikkel zeer kort na de werkzaamheden van Klaverblad is begonnen met hoesten, staat de mening van [F] . Ook moet het hof voorzichtig zijn met het bewijs dat betrekking heeft op de mate van de stof- en zandoverlast. Deze twijfels zijn nadelig voor degene die de bewijslast draagt, dat is in dit geval [appellante] . Het gevolg hiervan is dat de rechtbank de vorderingen in conventie naar het oordeel van het hof terecht heeft afgewezen.

2.8

De grieven tegen [appellante] veroordeling in (voorwaardelijke) reconventie en haar bezwaar tegen de in eerste aanleg gegeven proceskostenbeslissingen delen het lot van de tegen de beslissing in conventie ingebrachte bezwaren: zij zijn gebaseerd op de onjuiste mening dat de vordering in conventie had moeten worden toegewezen.

3 De slotsom

3.1

De grieven falen. De bestreden vonnissen zullen worden bekrachtigd.

3.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellante] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De verschotten zullen worden begroot op € 2.472,- (het griffierecht van € 1.862,- plus de taxe van € 610 van de getuige [F] ) en de vergoeding wegens advocaatkosten op € 2.682, dit laatste conform het liquidatietarief (3 pt tarief II). Bovendien zal nu reeds een veroordeling in de nakosten worden uitgesproken voor het geval [appellante] niet tijdig de veroordelingen zal nakomen. De veroordelingen zullen, eveneens zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 september 2012 en de vonnissen van 24 april 2013 en 4 september 2013 van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Klaverblad vastgesteld op € 2.472,- voor verschotten en op € 2.682,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

veroordeelt [appellante] in de nakosten, begroot op € 131,- met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. H.E. de Boer, mr. L.M. Croes en mr. O.E. Mulder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 5 september 2017.