Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:7670

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-08-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
21-000911-17
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2017:631, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verkrachting. Verdachte heeft door zijn gedragingen een zeer bedreigende situatie gecreëerd waardoor hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangeefster zich gedwongen heeft gevoeld om hem door middel van eerst een gesprek en vervolgens seks tot kalmte te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000911-17

Uitspraak d.d.: 31 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 3 februari 2017 met parketnummer 05-740274-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 augustus 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E. Hullegie, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 februari 2017, waartegen door het openbaar ministerie hoger beroep is ingesteld, de verdachte van het hem ten laste gelegde vrijgesproken.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 juli 2016 te [plaats] door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden, een persoon, te weten [slachtoffer] , (zijnde de echtgenote van verdachte), heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte

  • -

    één van zijn vingers in haar anus gebracht, en/of

  • -

    zijn penis in haar mond gebracht, en/of

  • -

    in haar mond geëjaculeerd, en/of

  • -

    getracht zijn penis in haar vagina te brengen, en/of

  • -

    haar vagina gelikt,

terwijl dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of met die één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte

  • -

    de woning heeft betreden waarin [slachtoffer] zich bevond, terwijl hem de toegang tot die woning in het kader van een Veiligheidsplan was ontzegd, en/of

  • -

    die [slachtoffer] omstreeks 04.30 uur 's nachts op haar slaapkamer heeft overrompeld waarbij die [slachtoffer] zag dat verdachte kennelijk een rol ducttape had meegenomen, en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft verboden haar mobiele telefoon te pakken en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft toegevoegd de woorden "We gaan nu praten, het is jij of ik, ik heb er genoeg van" of woorden van soortgelijke strekking, en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft verboden op te staan van haar bed en haar heeft toegevoegd de woorden "Nee blijf, je mag niet weg" of woorden van soortgelijke strekking, en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft toegevoegd de woorden "Ik wil niet dat iemand anders je aanraakt, je bent van mij" of woorden van soortgelijke strekking, en/of

  • -

    de polsen van die [slachtoffer] heeft vastgegrepen op het moment dat zij hem weg wilde duwen, en/of

  • -

    het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn penis heeft geduwd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, omdat het dossier geen steunbewijs voor de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen bevat. Verdachte zou slechts haar kamer zijn binnengegaan om te praten en aangeefster zou vervolgens zelf het initiatief hebben genomen tot seksueel contact. De verklaringen van derden die zich in het dossier bevinden, zeggen niets uit eigen waarneming over het feit of de seksuele handelingen al dan niet onder dwang zijn ondergaan. Het is voor verdachte in elk geval niet kenbaar geweest dat aangeefster geen seks wilde, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden en verdachte dat wist.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende. Verdachte is tegen het afgesproken veiligheidsplan in en buiten medeweten van aangeefster de woning binnengegaan toen zij niet thuis was. Hij heeft zich vervolgens schuil gehouden op de slaapkamer van de kinderen toen zij thuis kwam. Hij is ’s nachts om ongeveer 4.30 uur, terwijl aangeefster sliep, plotseling haar kamer binnengegaan en heeft haar belet de slaapkamer te verlaten. Hij heeft – zo verklaart hij ook zelf – daaraan voorafgaand haar telefoon verstopt onder het bed om te voorkomen dat zij de politie zou bellen. Verder had verdachte toen hij de slaapkamer van aangeefster betrad ducttape bij zich en scheurde hij een stuk ducttape van de rol af op het moment dat hij aangeefster wekte. Het gedrag van verdachte was onvoorspelbaar, hij had stemmingswisselingen en zijn uitlatingen waren zorgwekkend en moeilijk te peilen. Zo heeft verdachte volgens aangeefster verklaard: ‘En toch gaat dit gebeuren. Er moet nu verandering komen.’ en ‘Of jij pleegt zelfmoord of ik. Het is beter dat jij het doet, jij bent de zwakste.’

Naar het oordeel van het hof heeft verdachte moeten begrijpen dat hij, door de hiervoor beschreven gedragingen en handelingen, een zeer bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin aangeefster zich gedwongen heeft gevoeld om hem door middel van eerst een gesprek en vervolgens seks, tot kalmte te brengen. Anders dan rechtbank heeft overwogen en door de raadsvrouw is betoogd, merkt het hof op dat niet vereist is dat van verzet van de zijde van het slachtoffer is gebleken (Hoge Raad 31 mei 2011, LJN BQ2491). Evenmin volgt het hof de rechtbank in haar overweging dat de aanvankelijk aanwezige dwingende setting door het met het gesprek tussen aangeefster en verdachte gemoeide tijdsverloop meer naar de achtergrond was verdwenen. De beleving van de setting door verdachte doet niet ter zake. Dat aangeefster tijdens de seks geen andere handelingen verrichtte dan zij gebruikelijk deed - en mogelijk zelfs is begonnen -, is het naar het oordeel van het hof evenmin relevant. Aangeefster heeft zich in de geschetste bedreigende situatie waarin zij zich bevond gedwongen gevoeld te handelen zoals zij gedaan heeft, louter om verdachte gunstig te stemmen en zo erger te voorkomen. Dat heeft verdachte kunnen en moeten begrijpen.

De verklaringen van aangeefster dat sprake is geweest van dwang vinden in voldoende mate steun in de overige tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van [getuige] en de daarbij behorende WhatsApp-gesprekken. [slachtoffer] heeft die ochtend - zodra zij kon - per WhatsApp [getuige] verzocht de politie voor haar te bellen. Uit de berichten valt haar emotionele toestand van dat moment af te leiden, mede gelet op de inhoud en typefouten die zich daarin bevinden. Ook de verklaringen van verdachte zelf bieden voldoende steun voor de verklaringen van aangeefster.

Voorts relateert verbalisant [verbalisant 1] over het aantreffen van aangeefster. Hij zag aangeefster, die er angstig en verschrikt uitzag, in een donkerkleurige badjas de woning uit rennen. Zij heeft hem gevraagd waar ze bleven en onder meer verklaard dat ze dood had kunnen zijn, dat het zij was of hij, dat er een voorkeur was dat zij het zou zijn, dat ze drie uur op verdachte in heeft moeten praten en uit angst seks met hem heeft gehad. Verbalisant [verbalisant 2] constateerde vervolgens dat aangeefster begon te huilen.

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden waaronder het seksueel contact heeft plaatsgevonden, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte - gepaard gaande met enig geweld - opzettelijk een feitelijke situatie heeft gecreëerd waarin hij [slachtoffer] heeft gedwongen tot (het ondergaan van) seksuele handelingen, in die zin dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer plaatsvonden.

Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 12 juli 2016 te [plaats] door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden, een persoon, te weten [slachtoffer] , (zijnde de echtgenote van verdachte), heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte

  • -

    één van zijn vingers in haar anus gebracht, en/of

  • -

    zijn penis in haar mond gebracht, en/of

  • -

    in haar mond geëjaculeerd, en/of

  • -

    getracht zijn penis in haar vagina te brengen, en/of

  • -

    haar vagina gelikt,

terwijl dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of met die één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte

  • -

    de woning heeft betreden waarin [slachtoffer] zich bevond, terwijl hem de toegang tot die woning in het kader van een Veiligheidsplan was ontzegd, en/of

  • -

    die [slachtoffer] omstreeks 04.30 uur 's nachts op haar slaapkamer heeft overrompeld waarbij die [slachtoffer] zag dat verdachte kennelijk een rol ducttape had meegenomen, en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft verboden haar mobiele telefoon te pakken en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft toegevoegd de woorden "We gaan nu praten, het is jij of ik, ik heb er genoeg van" of woorden van soortgelijke strekking, en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft verboden op te staan van haar bed en haar heeft toegevoegd de woorden "Nee blijf, je mag niet weg" of woorden van soortgelijke strekking, en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft toegevoegd de woorden "Ik wil niet dat iemand anders je aanraakt, je bent van mij" of woorden van soortgelijke strekking, en/of

  • -

    de polsen van die [slachtoffer] heeft vastgegrepen op het moment dat zij hem weg wilde duwen, en/of

  • -

    het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn penis heeft geduwd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is door [naam] , GZ-psycholoog onderzocht. Deze deskundige heeft op 6 december 2016 over verdachte gerapporteerd. In dit rapport is onder meer het volgende overwogen.

In (beschrijvend) diagnostisch opzicht kan bij betrokkene worden gesproken van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en obsessief-compulsieve kenmerken. Hij heeft een (flink) opgeblazen zelfgevoel, koestert de nodige grootheidsgedachten en heeft de neiging om zichzelf een bijzondere status aan te meten en zichzelf als zodanig boven anderen verheven te voelen. Betrokkene is behept met een beperkt empathisch vermogen, heeft weinig of geen oog voor de impact van zijn gedrag op anderen en is verhoogd krenkbaar. De obsessief-compulsieve persoonlijkheidskenmerken zijn bij hem terug te vinden in een bovenmatige controle-behoefte en een evenzeer bovenmatige rechtlijnigheid en rigiditeit in zijn gedachtegangen, met name ook wat betreft deugden, normen en waarden. Hij heeft een beperkt zelfreflecterend en introspectief vermogen en is in het verlengde daarvan geneigd eventuele problemen of het eigen gedragsaandeel in negatieve zin te ontkennen, te bagatelliseren of te externaliseren. Betrokkene heeft geen inzicht in zijn psychopathologie en heeft (zoals gezegd) ook geen oog voor de impact van zijn gedrag op anderen. De genoemde persoonlijkheidskenmerken (en deels ook de hoogbegaafdheid) leiden met regelmaat tot problemen en conflicten in de interactie met anderen.

Mocht het ten laste gelegde feit bewezen geacht worden, dan is er naar de mening van rapporteur sprake van een verband tussen het ten laste gelegde feit en de bij betrokkene bestaande psychopathologie. Zo mag mijns inziens worden aangenomen dat betrokkene zich ten tijde van het ten laste gelegde (indien bewezen geacht) - in het verlengde van genoemde persoonlijkheidsstoornis, met name de grote krenkbaarheid en bovenmatige controle-behoefte en rigiditeit - zeer gekrenkt en onmachtig heeft gevoeld en daardoor zeer gefrustreerd en boos is geraakt, en is het mijns inziens niet onaannemelijk dat hij in die hoedanigheid tot het ten laste gelegde (controle-herstellende) seksueel-agressieve gedrag is gekomen (indien bewezen geacht). Betrokkene lijkt de scheiding met zijn vrouw niet goed te kunnen verdragen. De indruk bestaat dat dit enerzijds het geval is omdat het voor hem erg krenkend is, maar ook omdat het in zijn rigide en obsessief-compulsief aandoende morele beleving niet hoort. Onderliggend lijkt bij hem tevens sprake van gevoelens van angst (om verlaten te worden). Al met al wordt op grond van het onderhavige psychologische onderzoek geadviseerd om betrokkene ten aanzien van het plegen van het ten laste gelegde feit - indien bewezen geacht - als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Het hof neemt deze conclusie van de deskundige over.

Verdachte is derhalve strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden – dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van zijn vrouw. Dat is een zeer ernstig misdrijf. Verdachte heeft daarmee een inbreuk gemaakt op haar lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. Hij heeft aangeefster gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan en te verrichten in haar eigen huis, een plaats waar zij zich juist veilig had moeten kunnen voelen. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten hiervan zeer langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden.

Het hof neemt dit verdachte te meer kwalijk, nu hem in het kader van een veiligheidsplan de toegang tot de woning was ontzegd. Desondanks heeft hij zich verstopt in het huis en is hij ’s nachts de slaapkamer van zijn vrouw is binnengegaan terwijl zij sliep. Hij heeft daarbij haar telefoon onder het bed verstopt, zichtbaar ducttape bij zich gehad en haar verboden en verhinderd de slaapkamer te verlaten, waardoor een erg bedreigende situatie werd gecreëerd.

Uit een door de aangeefster op schrift gestelde slachtofferverklaring, die namens haar ter terechtzitting is voorgelezen, blijkt dat de gevolgen nog steeds voortduren. Aangeefster kan niet meer zichzelf zijn, voelt zich niet meer veilig en haar leven staat op zijn kop. Ook nu nog heeft aangeefster last van nachtmerries en wordt ze ’s nachts bezweet wakker, is ze angstig en heeft ze hartkloppingen.

Ook neemt het hof in aanmerking de hiervoor reeds weergegeven conclusie dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen.

Alles overwegend is het hof van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Aan het voorwaardelijk strafdeel verbindt het hof naast de algemene voorwaarden de na te noemen bijzondere voorwaarden die verdachte zal moeten naleven gedurende een proeftijd van 3 jaren.

Het hof is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit oordeel vindt zijn grond in de psychologische rapportage die over verdachte is uitgebracht. Hoewel de psycholoog tot uitdrukking heeft gebracht dat en waarom er al met al geen sprake is van acuut delictgevaar, wordt het recidive-risico op de langere termijn als gemiddeld ingeschat voor zover het gaat om algemeen controle-herstellend gedrag (op grensoverschrijdend-dwingende dan wel dreigende wijze zijn zin doordrukken of zijn gelijk halen). Hierbij is van belang dat de psycholoog heeft benoemd dat bij verdachte sprake is van een beperkt zelfreflecterend vermogen, een gebrek aan empathie, het niet nemen van verantwoordelijkheid voor het tenlastegelegde en (daardoor) het ontbreken van intrinsieke motivatie voor het ondergaan van de noodzakelijke behandeling (ook al zal hij daaraan wel meewerken). In het kader van de toekomstige factoren die relevant zijn voor het herhalingsgevaar noemt de psycholoog een eventuele veroordeling. De daardoor veroorzaakte (langdurige) stress en een beperkt sociaal steunsysteem worden genoemd als mogelijk destabiliserend en daardoor als het delictrisico verhogende factoren. Op grond van het voorgaande zal het hof de bijzondere voorwaarden alsmede het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

  • -

    zich uiterlijk 5 september 2017 zal melden bij de Reclassering Nederland op het adres [adres] ( [nummer] ) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als deze verband houden met:

 het nakomen van afspraken zoals gemaakt met Jeugdzorg en andere in verband met het welzijn van zijn kinderen ingeschakelde/in te schakelen instanties (al dan niet vastgelegd in een veiligheidsplan) en/of

 het geven van toestemming voor het uitwisselen van gegevens en het overleggen met deze instantie(s) en/of

 het zoeken van een dagbesteding;

  • -

    zich laat behandelen bij een forensische polikliniek of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met mevrouw [slachtoffer] , aangeefster in onderhavige zaak, ook niet als zij contact met veroordeelde zal zoeken of laat zoeken, en waarbij ‘op geen enkele wijze’ betekent: op geen enkele denkbare manier, dus ook niet per e-mail, WhatsApp, iMessage of sociale media zoals Facebook of Twitter, zolang de reclassering dit nodig acht;

  • -

    zich niet zal bevinden binnen een straal van 20 kilometer rondom de woning gelegen aan de [adres] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze bijzondere voorwaarde, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Na zes maanden zal het elektronisch toezicht worden geëvalueerd.

Beveelt dat voormelde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. C.M.E. Lagarde en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K. Elema, griffier,

en op 31 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 31 augustus 2017.

Tegenwoordig:

mr. R.H. Koning, voorzitter,

mr. C.L. van Kooten, advocaat-generaal,

K. Elema, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.