Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:7666

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-07-2017
Datum publicatie
04-09-2017
Zaaknummer
21-002316-17-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 80 Sv, Toewijzing schorsing voorlopige hechtenis teneinde andere onherroepelijke vrijheidsstraffen te ondergaan nadat in eerste aanleg de ISD-maatregel is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

pkn: 21-002316-17 - 04

Het gerechtshof heeft te beslissen op een verzoek, vervat in een verzoekschrift van

20 juni 2017, ingekomen ter griffie van het hof op 20 juni 2017, namens de verdachte,

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem,

tot schorsing voor de duur van acht maanden van het tegen die verdachte rechtens gegeven en nog van kracht zijnde bevel tot voortduren van de voorlopige hechtenis, teneinde verdachte de mogelijkheid te geven een gevangenisstraf te ondergaan die in een drietal onherroepelijke zaken aan hem is opgelegd, te weten:

- 21-004289-15 - één maand;

- 21-000513-15 - twee maanden;

- 21-001248-15 - vijf maanden.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van verdachte,

mr. C.E. Hok-A-Hin, advocaat te Utrecht, in raadkamer van heden.

De advocaat-generaal heeft verklaard niet akkoord te zijn met de verzochte schorsing.

OVERWEGINGEN:

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft verdachte op 19 april 2017 veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting van stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaar. Verdachte is tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen.

Bij de oplegging van voornoemde maatregel pleegt – anders dan bij vrijheidsstraffen – de tijd die in voorlopige hechtenis is doorgebracht, niet in mindering te worden gebracht op de duur van de maatregel. Tegen die achtergrond ziet het hof in dit geval schorsing van de voorlopige hechtenis teneinde verdachte voornoemde, eerder opgelegde onherroepelijke vrijheidsstraffen te doen ondergaan als reëel alternatief, nu zijdens het Openbaar Ministerie is meegedeeld dat indien de voorlopige hechtenis met dat doel wordt geschorst, deze straffen onder een gevangenisregime zullen worden ondergaan met mogelijke doorplaatsing naar PI Arnhem of PI Achterhoek. Het hof zal daarom onder na te melden voorwaarden met voormeld doel de voorlopige hechtenis voor bepaalde tijd schorsen, namelijk voor de duur van het ondergaan van voornoemde vrijheidsstraffen of zoveel korter als de detentiefasering mocht ingaan.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 80 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof wijst het verzoek toe en beveelt dat de voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst met ingang van maandag 17 juli 2017 te 09.00 uur tot aan het moment waarop de verdachte de onvoorwaardelijke gevangenisstraffen in de hierna te noemen onherroepelijke strafzaken heeft ondergaan, althans tot het moment waarop de detentiefasering van die straffen mocht ingaan:

- 21-004289-15 - één maand;

- 21-000513-15 - twee maanden;

- 21-001248-15 - vijf maanden:

met inachtneming van de navolgende voorwaarden:

1. dat de verdachte indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

2. dat de verdachte ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

3. dat de verdachte zich niet schuldig zal maken aan strafbare feiten;

4. dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

5. dat verdachte gedurende de schorsing de hiervoor genoemde vrijheidsstraffen zal ondergaan;

6. dat voornoemde vrijheidsstraffen onder een gevangenisregime in de penitentiaire inrichting worden ondergaan;

7. dat de verdachte bij iedere oproeping vanwege een justitiële instantie in persoon zal verschijnen.

Aldus gegeven op 12 juli 2017 door

mr. E.A.K.G. Ruys, voorzitter, mr. F.A.M. Bakker en mr. B.F.A. van der Krabben, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. de Graaf, griffier,

en ondertekend door de voorzitter en de griffier.