Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:7665

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
04-09-2017
Zaaknummer
21-002316-17-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 80 Sv, Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis teneinde andere onherroepelijke vrijheidsstraffen te ondergaan, nadat in eerste aanleg de ISD-maatregel is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

pkn: 21-002316-17 - 11

Het gerechtshof heeft te beslissen op een verzoek, vervat in een verzoekschrift van

[geboortedatum] 2017, ingekomen ter griffie van het hof op [geboortedatum] 2017, namens de verdachte,

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem,

tot schorsing van het tegen die verdachte rechtens gegeven en nog van kracht zijnde bevel tot voortduren van de voorlopige hechtenis.

Het hof heeft gehoord in raadkamer van heden de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr. E. Hullegie, advocate te Utrecht.

OVERWEGINGEN:

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft op 19 april 2017 aan verdachte de maatregel van plaatsing in een instelling stelselmatige daders voor de duur van twee jaar opgelegd. Verdachte is tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen. Het hof heeft op 31 mei 2017 de gevangenhouding verlengd met een termijn van negentig dagen.

Verdachte heeft verzocht om de voorlopige hechtenis te schorsen teneinde een drietal onherroepelijk geworden vrijheidsstraffen te ondergaan. De advocaat-generaal heeft zich daartegen gemotiveerd verzet.

Het hof ziet op dit moment schorsing van de voorlopige hechtenis teneinde verdachte opgelegde vrijheidsstraffen te doen ondergaan, niet als reƫel alternatief, nu het hof daarmee gelet op het verzet van de advocaat-generaal zou treden in de executiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie, terwijl daarnaast geen zicht bestaat op de wijze waarop en de plaats waar deze straf ten uitvoer zou worden gelegd, zodat niet kan worden bepaald of die tenuitvoerlegging te verenigen valt met de strafvorderlijke belangen die met voorzetting van de voorlopige hechtenis worden gediend. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal daarom worden afgewezen.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 80 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof wijst het verzoek af.

Aldus gegeven op 7 juni 2017 door mr. E.A.K.G. Ruys, voorzitter, mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. A.W.M. Elders, raadsheren, in tegenwoordigheid van M. van Daalen, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.