Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:7633

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
200.210.667
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak, Wwz. Werknemer is op staande voet ontslagen en verzoekt in eerste aanleg vernietiging van de opzegging. Werkgever verzoekt voorwaardelijk om ontbinding. Werknemer maakt gebruik van de switch en werkgever trekt ontbindingsverzoek in. Kantonrechter wijst verzoek werknemer af.

Het hof is van oordeel dat de kantonrechter ten onrechte is uitgegaan van een geldig ontslag op staande voeten wijst transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging alsnog toe. Omvang van de billijke vergoeding in dit geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1169

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.210.667

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 5410464)

beschikking van 1 september 2017

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

verzoeker in hoger beroep,

in eerste aanleg: verzoeker, tevens verweerder in het voorwaardelijke tegenverzoek,

hierna: [verzoeker] ,

advocaat: mr. N.R. Coffi,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster] ,

gevestigd te [plaatsnaam] ,

verweerster in hoger beroep,

in eerste aanleg: verweerster, tevens verzoekster in het voorwaardelijke tegenverzoek,

hierna: [verweerster] ,

advocaat: mr. P.F. van Esseveldt.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de beschikking van

30 november 2016 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- het beroepschrift, ter griffie ontvangen op 28 februari 2017 (met producties);

- het verweerschrift, ter griffie ontvangen op 19 april 2017 (met producties);

- de op 12 mei 2017 gehouden mondelinge behandeling waarbij door partijen pleitnotities zijn overgelegd en mr. Coffi gebruik heeft gemaakt van de door het hof geboden gelegenheid om het beroepschrift alsnog te ondertekenen.

2.2

Vervolgens heeft het hof uitspraak bepaald op 23 juni 2017, welke uitspraakdatum niet is gehaald en is uitgesteld tot heden.

2.3

[verzoeker] heeft in zijn beroepschrift het hof verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en:
primair [verweerster] te veroordelen tot betaling van:
- een gefixeerde schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van een opzegtermijn van twee maanden, te weten een bedrag van € 3.221,66,
- een transitievergoeding van € 4.344,-, althans een door het hof te bepalen bedrag,
- een billijke vergoeding van € 20.491,-, althans een door het hof te bepalen bedrag;

subsidiair: voor zover de arbeidsovereenkomst is geëindigd door ontslag op staande voet, te bepalen dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
en in beide gevallen met veroordeling van [verweerster] in de kosten in beide instanties, alsmede de nakosten en onder veroordeling van [verweerster] tot betaling van de wettelijke rente over de verzochte bedragen.

3
3. De feiten

3.1

Tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten zijn geen grieven gericht of bezwaren geuit, zodat deze feiten ook in hoger beroep vaststaan. Aangevuld met wat in hoger beroep is komen vast te staan, zijn die feiten als volgt.

3.2

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is per 22 juni 2009 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) [V.O.F. 1] , laatstelijk als zelfstandig werkend kok.

3.3

Per 18 juli 2016 is het restaurant dat door [V.O.F. 1] werd gedreven overgenomen door [verweerster] . Het dienstverband van [verzoeker] is daarbij mee overgegaan. Voorafgaande aan die overdracht heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en [directeur] (hierna: [directeur] ), directeur en eigenaar van [verweerster] . Daarbij heeft [directeur] aan [verzoeker] een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden, conform het door de Koninklijke Horeca Nederland gehanteerde standaardmodel. Deze overeenkomst, waarin is opgenomen dat hem indien nodig ook andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen voor zover dit door de werkgever redelijkerwijs kan worden verlangd, is door [verzoeker] niet geaccepteerd. In hoger beroep heeft [directeur] erkend dat hij toen tegen [verzoeker] heeft gezegd: Als je niet tekent, heb je geen werk.

3.4

[directeur] wenste het restaurant te verbouwen en gedurende die tijd werd het tot de heropening omstreeks medio augustus 2016 gesloten. Voorafgaand aan zijn vakantie, die duurde van 8 juli 2016 tot 30 juli 2016, heeft [directeur] met [verzoeker] besproken dat [verzoeker] enkele opruim- of schoonmaakwerkzaamheden zou verrichten in de keuken.

3.5

Op maandag 1 augustus 2016 vindt tussen partijen het volgende gesprek plaats per

e-mail:

[directeur] , 15:21 uur:

Even je planning voor de komende twee weken:

Dinsdag 2 augustus t/m zaterdag 6 augustus wil ik voorstellen dat je 9.00 begint(…)

[verzoeker] , 15:49 uur:

Ik bedoel voornamelijk het echte rooster voor als de zaak open is....

Wo do en za ben ik er deze week sowieso niet

[directeur] , 17:09 uur:

[verzoeker] , dit gaat niet ok zo. Ik heb met je afgesproken dat je deze week komt werken en dan geef je aan om gewoon 4 dagen maar niet te komen (...) Laat me maar even weten hoe je dit denkt op te lossen. (...)

[verzoeker] , 17:45 uur:

Nee dit gaat zeker niet ok... ik heb meermaals gevraagd wanneer ik moest beginnen met werken, daar kreeg ik geen antwoord op, buiten dat de 13e de opening was en daarvoor nog proefgekookt moest worden... dan bel je zaterdag op dat ik maandag moet beginnen! Zo werkt dat niet! En hoe ik het op ga lossen? Nou ik luister naar de dokter en ga mn knie rust geven!

[verzoeker] , 17:46 uur:

En ik ga op zoek naar ander werk want dit bevalt me allemaal van geen kant... mn brief

met exacte datum krijg je nog

[directeur] , 18:07 uur;

[verzoeker] , volgens mij betalen wij salaris voor de gedane arbeid. Dat betekent zoals afgesproken dat je gewoon op je werk moet verschijnen, Ik ben heel duidelijk geweest in bijzijn van [persoon 1] dat je deze week moet werken. Ik snap de beredenering van jou dan ook niet. Mocht je een andere baan zoeken zal ik je hier in ondersteunen waar nodig. Heb je last van de knie dan is er genoeg werk wat je wel kunt doen oftewel werken naar vermogen. Voor zolang je hier op de loonlijst staat verwacht ik dat je je werk naar beste kunnen uitvoert en aanwezig bent zoals gevraagd. Nogmaals snap ik je hele houding niet. (...)

[verzoeker] , 18:09 uur;

Ik ben er morgen ook! Maar zoals gezegd ga ik opzoek naar ander werk! Succes ermee

3.6

Op 2 augustus 2016 is [verzoeker] op het werkadres verschenen. Hij heeft daar werkzaamheden verricht in verband met de verbouwing van het restaurant die op dat moment plaatsvond. Op enig moment is hij naar huis gegaan. Vervolgens voeren partijen de volgende conversatie per e-mail:

[verzoeker] , 10:23 uur:

Ondanks dat ik aan heb gegeven dat ik rustig aan moest doen met mn knie, moest ik toch zwaar sloop puin sjouwen, een hele container vol zelfs.... ik heb me niet laten kennen en heb dit gedaan met als resultaat dat ik nu weer kapot ga van de pijn in mn knie.... dus ik moet me helaas ziek melden! (...)

[directeur] , 11:35 uur:

Wij hebben elkaar zojuist telefonisch gesproken, ik heb bij je aangegeven dat ik het niet OK vindt dat jij vanochtend geheel zonder afstemming met mij of een ander die in de zaak aanwezig was naar huis bent gegaan. Ziekmelden kan niet eenzijdig, en gaat altijd in overleg. Ik was op het moment weliswaar niet in de zaak, maar gewoon telefonisch bereikbaar. Mijn vriendin [persoon 1] was er wel, je had het minstens even bij haar kunnen

melden. Geen manier van doen en niet acceptabel. Ik heb je gevraagd vandaag langs te komen, om te overleggen hoe verder. Dat weiger je. Naar mijn idee zijn er genoeg werkzaamheden die je kunt oppakken, waarbij ik uiteraard rekening wil houden met je knie. Daarbij moet je zelf je grenzen aangeven. Je blessure aan je knie hoeft echter niet per definitie te betekenen dat je volledig arbeidsongeschikt bent en thuis blijft. Mocht dit wel aan de orde zijn, dan zie ik graag een doktersverklaring.
Ik verwacht je morgen, woensdag 3 augustus, om 11.00 hier in de zaak, zodat we afspraken kunnen maken over je werkzaamheden. (… )

[verzoeker] , 11:59 uur:

Ondanks eerder aangeven van mijn blessure, liet je me toch zwaar lichamelijk werk doen! Daar ik me altijd graag dienstbaar opstel, ben ik niet iemand die nee zegt tegen werk. Helaas brak me dit nu op.
Aangezien er verder niemand van het bedrijf zelf aanwezig was, heb ik je direct per mail op de hoogte gebracht van de situatie. Ik heb inmiddels contact gehad met huisarts, UWV en rechtsbijstand.
De strekking van UWV is: ziek is ziek, zij zijn inmiddels op de hoogte en ik blijf dus ziek thuis, maandag heb ik verder contact met ze!

De huisarts heeft gezegd dat ik moet rusten, koelen en de brace om... vrijdag om 10.00 heb ik een afspraak. Een doktersverklaring kan ik desgewenst overleggen aan het UWV! En zoals gezegd zijn ze al op de hoogte van de situatie. Ik kan dus morgen niet op gesprek komen helaas. Ik betreur dat je weigerde mij vandaag tegemoet te komen om in [plaatsnaam] af te spreken.
Ik stel voor dat 31 Oktober mijn laatste werkdag zal zijn.. dan heb je 3 maanden de tijd een kok te zoeken en dat lijkt me meer dan redelijk!
Tot nader bericht ben ik dus ziek en zal zorgen de de benodigde informatie bij het UWV beland!!!

3.7

Op 3 augustus 2016 reageert [directeur] om 10:11 uur:

Voor wat betreft je ziekmelding:

Graag hoor ik van je wat de prognose is en wanneer je denkt weer aan de slag te kunnen. Bel me dus aub even na je afspraak bij de huisarts vrijdag om 10.00 uur. Denk dan ook zelf vast na over taken die je zou kunnen oppakken, zonder daarbij je knie al te zeer te belasten. Dit is mede jouw verantwoording. (...)

Voor wat betreft het einde van je arbeidsovereenkomst:

Ontslag per 1 november 2016 is wat mij betreft akkoord. Graag ontvang ik uiterlijk binnen een week na datum van deze mail een ondertekende ontslagbrief van je. Dan is dat rond.

Overigens wil ik je niet aan een opzegtermijn houden. Zoals je mij al meerdere malen hebt laten weten ga je liever op zoek naar een andere baan. Als dat zo is, dan gaan we niet gelukkig worden met elkaar. Ik start mijn bedrijf eerlijk gezegd liever met iemand die er helemaal voor gaat. Mocht er dus eerder dan 1 november iets op je pad komen, dan kun je daar wat mij betreft gewoon gaan beginnen, ook als dat eerder dan 1 november is.

3.8

Op enig moment heeft [directeur] geconstateerd dat op Google Maps bij [Café 1] , de nieuwe naam van het restaurant, foto's zijn geplaatst van het bouwafval dat van de verbouwing afkomstig is. [directeur] heeft op 4 augustus 2016 [verzoeker] hierop aangesproken en verzocht deze foto's van Google Maps te verwijderen. Vervolgens ontwikkelt zich onder meer de volgende correspondentie:

[verzoeker] , 15:09 uur:

Dit krijg ik als ik zoek... ik kan ook geen picasa? App vinden op mn telefoon, dus ik weet echt niet waar het vandaag komt of hoe het weg moet( ...)

[directeur] , 15:31 uur:

Jij hebt die foto gemaakt en ervoor gezorgd dat dit op internet staat. Dit is ernstig schenden van je arbeidscontract. Wij hebben een screenprint met o.a. Jouw initialen. Ik heb de bewijzen en mocht je niet hier op ingaan zal ik een zware disciplinaire maatregel toepassen.

Het is bijna 16.00 uur. Als ik jou was zou ik het maar oplossen.

[verzoeker] , 15:39 uur:

Kom met die link dan!!!


[verzoeker] , 16:58 uur:

Ik heb echt mn best gedaan om te vinden wat je bedoeld... maar ik ben me van geen kwaad bewust! Het enige wat ik heb gedaan is een foto gemaakt van mijn werkzaamheden voor [Café 1] , in mijn enthousiasme. Ik denk niet dat ik hier contractbreuk mee pleeg... ik betreur dat je me wederom bedreigd met van alles en vraag je hiermee te stoppen en het gewoon netjes, net zoals ik doe, alles op te lossen!

[verzoeker] , 17:27 uur:

Het begint er alles bij elkaar ook steeds meer op te lijken dat je me willens en weten weg probeerd te werken.... wat is je idee???

[verzoeker] , 18:25 uur:

Ik heb me er even in verdiept... maar letterlijk iedereen kan elke foto plaatsen op google bij [Café 1] !!!! Wil je een demonstratie of wat???

[verzoeker] , 19:26 uur:

Kijk ik ben zaterdag met maten in de buurt... dan kan ik een demonstratie geven dat iedereen dat dus kan doen.. . kap je met die valse beschuldigingen of moet ik het bewijzen???

[verzoeker] , 20:01 uur:

Eerst stel je dat ik dat puin moet ruimen voor je.... en nu geef je aan dat het mijn eigen keus was???? Hier kom je niet mee weg vriend!

[verzoeker] , 20:05 uur:

Ik kom morgen wel even langs om de pijnpunten te bespreken met getuigen!!!

[directeur] , 20:18 uur:

[verzoeker] , nogmaals ik ga er op termijn op terugkomen. Dit betekent wel dat je morgen mijn sleutels mag komen inleveren en je kisten mag ophalen. Lijkt mij goed dat ik weet hoe laat en wanneer je onze spullen komt brengen. Laat maar even weten.

[verzoeker] , 20:19 uur:

Ik weet niet waar je het over hebt nu.... je ziet ons wanneer het mij uitkomt!!!

[verzoeker] , 20:22 uur:

I come as i please

[verzoeker] , 20:23 uur:

Gasten.... geen gasten... maakt mij niet uit

[verzoeker] , 20:22 uur:

En afspraak of niet... ik kom mn statement maken vriend! Weet je met wie je te maken hebt

[verzoeker] , 20:50 uur:

Ik ga heel duidelijk zijn nu… je bent bezig met een vies spel… maar je wint hoe dan ook niet van me! Nu is het nog zakelijk! Maak het niet persoonlijk!!! Wees wijs en neem je verlies

[verzoeker] , 20:52 uur:

Weet je hoe graag min brothers bij je komen eten ;)

3.9

Bij e-mail van 6 augustus 2016, 8:17 uur, schrijft [directeur] het volgende:

Nogmaals is het duidelijk dat er op geen manier met jou valt te praten.

Er hebben zich een aantal dringende redenen voorgedaan die onacceptabel zijn:

1. Niet nakomen van reintegratie verplichtingen

2. Werkweigering door niet nakomen van afspraken en wat je gevraagd is

3. Belediging van mijn persoon, zie whatsapp en e-mail, Facebook

4. Bedreiging, zie je whatsapp en e-mail

5. Fotomateriaal op internet geplaatst welke schade aan mijn bedrijfsvoering kan

opleveren, tot nu toe heb je geweigerd om dit er van af te halen

6. Valse en ongepaste beschuldigingen in mijn richting, zie whatsapp en e-mail

Inmiddels hebben wij de politie [plaatsnaam] ingelicht over deze situatie en de vele bedreigingen.

De gehele toon in je gesprekken, tot gisteravond aan toe, mailwisseling en whatsapp geeft aanleiding dat wij niet meer verder kunnen samenwerken en gesprekken kunnen voeren, want het is duidelijk dat er met jou niet normaal valt te praten. De ernst van alle redenen gezamenlijk maar ook alle reden afzonderlijk een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet. De gehele situatie heeft mij doen besluiten om jou per direct op staande voet te ontslaan. Het is duidelijk dat je vanaf het begin, vanaf aanbieding contract absoluut niet bereid bent om voor [verweerster] te gaan werken, en tot nu toe alleen maar bezig bent geweest om alles te ontregelen. Tevens de opmerkingen jij koopt mij maar af vriend! Zijn niet acceptabel. Van mij heb je nooit een onvertogen woord in de communicatie gehad.

1. Tevens wil ik je er op wijzen dat je recht op ww uitkering bij het UWV vervalt.

2. Je salarisbetaling per 6 augustus stopt, dit wordt verrekend met het aantal genoten vakantiedagen

3. Dat je niet meer welkom bent in [Café 1] .

4. Inleveren van sleutel en ophalen van schoenen op afspraak. Hiervoor geef ik je termijn tot donderdag 11 augustus. Mocht je dit niet willen dan mogen de sleutels per post naar mij gestuurd worden.

4 De verzoeken in eerste aanleg en de beoordeling daarvan

4.1

[verzoeker] heeft, voor zover in hoger beroep nog van belang, de kantonrechter (verkort weergegeven) verzocht:

primair: het ontslag op staande voet te vernietigen en [verweerster] te verplichten [verzoeker] toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden alsmede [verweerster] te veroordelen tot de betaling van het loon;

subsidiair: [verweerster] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 20.491,- en een transitievergoeding van € 4.304,-;

meer subsidiair: voor zover arbeidsovereenkomst is geëindigd door ontslag op staande voet een transitievergoeding van € 4.304,- toe te kennen, te vermeerderen met wettelijke rente en veroordeling van [verweerster] in proceskosten.

4.2

Ter zitting heeft [verzoeker] zijn primaire verzoek ingetrokken en zijn subsidiaire verzoek vermeerderd met wat hij noemt de gefixeerde schadevergoeding (de vergoeding voor het niet in acht nemen van de opzegtermijn), het verstrekken van een eindafrekening en ontheffing van een eventueel concurrentiebeding.

[verweerster] heeft haar voorwaardelijke ontbindingsverzoek eveneens ingetrokken ter zitting.

4.3

De kantonrechter heeft de verzoeken van [verzoeker] afgewezen onder compensatie van de proceskosten.

5 De beoordeling in het hoger beroep

5.1

Namens [verweerster] is aangevoerd dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep, omdat het beroepschrift niet door zijn advocaat is ondertekend. Nu dit gebrek evenwel bij aanvang van de mondelinge behandeling bij het hof is hersteld, wordt dit verweer gepasseerd.

5.2

Voorts is namens [verweerster] betoogd dat in het beroepschrift de gronden van beroep onvoldoende kenbaar zijn. De gronden van beroep zijn weliswaar niet als zodanig genummerd, maar het is voldoende duidelijk dat [verzoeker] aan zijn hoger beroep ten grondslag legt dat het op 6 augustus 2016 gegeven ontslag op staande voet niet onverwijld is verleend en dat er volgens hem geen sprake was van een dringende reden. [verweerster] heeft dit blijkens haar verweerschrift in hoger beroep, waarin zij ingaat op deze gronden, ook goed begrepen. Het was haar duidelijk dat zij zich tegen deze gronden diende te verweren. Het hof verwerpt dan ook dit verweer.

Mocht [verzoeker] met de eerste alinea onder 3.1 van zijn beroepschrift ook hebben bedoeld op te komen tegen het oordeel van de kantonrechter dat niet reeds op 4 augustus 2016 sprake was van ontslag op staande voet, dan is, mede gelet op de motivering waarmee de kantonrechter de hierop betrekking hebbende stelling van [verzoeker] heeft afgewezen en het ontbreken van een toelichting waarom dat onjuist zou zijn, die passage onvoldoende kenbaar voor [verweerster] (en het hof) bedoeld als grond voor beroep.

5.3

In eerste aanleg stond tussen partijen niet ter discussie dat op 6 augustus 2016 sprake was van een onverwijlde opzegging, zoals de kantonrechter heeft overwogen. In hoger beroep voert [verzoeker] alsnog aan dat de aan dat ontslag ten grondslag gelegde redenen betrekking hebben op vermeende gedragingen van enkele dagen eerder en hij vraagt zich af wat [verweerster] bijvoorbeeld op vrijdag 5 augustus 2016 heeft gedaan.

[verweerster] heeft daarop geantwoord dat [verzoeker] nog op 4 augustus 2016 om 20:52 uur bedreigingen en beledigingen heeft geuit, waarna zij op 5 augustus 2016 de kwestie intern heeft besproken, (juridisch) advies heeft ingewonnen en overleg met de politie heeft gehad.

Het hof is van oordeel dat [verweerster] aldus voldoende voortvarend heeft gehandeld. Het ontslag op 6 augustus 2016 is onverwijld verleend. Deze beroepsgrond van [verzoeker] gaat niet op.

5.4

Met betrekking tot de aan het ontslag ten grondslag gelegde redenen heeft de kantonrechter overwogen dat [verzoeker] met de onder 3.8 weergegeven schriftelijke uitlatingen van [verzoeker] geen expliciete dreigementen heeft geuit. De suggestie die daarmee wordt gewekt is ontegenzeggelijk te kenschetsen als bedreiging, aldus de kantonrechter, en daarmee heeft [verzoeker] de grens van het betamelijke ruim overschreden.

Van [verweerster] kan niet worden verlangd dat zij nog een poging zou wagen om de verstandhouding te herstellen nadat [verzoeker] vanaf de discussie over het nieuwe arbeidscontract had laten blijken geen vertrouwen te hebben in [directeur] en redelijk overleg niet meer mogelijk leek, terwijl niet is gebleken dat [verweerster] daartoe aanleiding gaf.

5.5

[verzoeker] erkent dat hij met enkele uitlatingen de fatsoensnormen heeft overtreden uit ongenoegen over valse beschuldigen aan zijn adres, maar betwist dat het gaat om ernstige bedreigingen. Hij wijst erop dat hij zich onder druk gezet voelde door de onder 3.3 weergegeven woorden van [directeur] toen hij weigerde een nieuw contract te tekenen en zich mede daarom bereid had verklaard niet bedongen werkzaamheden te doen tijdens de verbouwing. In die periode heeft hij bij een fietsongeval zijn knie geblesseerd, waardoor hij fysiek beperkt was. Op 2 augustus 2016 was [directeur] niet aanwezig in het restaurant. In opdracht van de aannemer is [verzoeker] toen begonnen met het opruimen van bouwafval, maar dat bleek een te zware belasting voor zijn knie, zodat hij naar huis is gegaan en zich per mail bij [directeur] ziek heeft gemeld, die deze melding evenwel niet accepteerde. Zijn gewraakte uitlatingen moeten tegen die achtergrond worden bezien, aldus [verzoeker] .

5.6

Het hof stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad bij de beantwoording van de vraag of de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde redenen als dringend in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW hebben te gelden, alle omstandigheden van het geval dienen te worden afgewogen. Daarbij mag niet alleen worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, worden betrokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zal hebben. Ook indien deze gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000: AA4436 en Hoge Raad 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9532).

5.7

Het hof is met [verzoeker] van oordeel dat diens bewoordingen moeten worden bezien in de context van het geval. [verzoeker] en [directeur] lijken, na hun gesprek begin juli 2016 voorafgaand aan de vakantie van [directeur] , nauwelijks meer direct met elkaar te hebben gesproken. Begrijpelijk is dat [verzoeker] zich onder druk gezet voelde door de opmerking van [directeur] dat hij geen werk zou hebben als hij het nieuwe arbeidscontract niet zou tekenen en dat hij zich gedwongen voelde andere werkzaamheden te verrichten dan als kok, ook op andere dan de voor hem gebruikelijke werktijden. In dat licht bezien diende [verweerster] van haar kant rekening te houden met verhoogde irritatie bij [verzoeker] .

Aan het normaliseren van de onderlinge verhoudingen draagt dan niet bij dat [directeur] de ziekmelding van [verzoeker] op 2 augustus 2016 niet accepteert (zoals blijkt uit de correspondentie op die dag) en hem verwijt niet de juiste procedure te hebben gevolgd. Het hof ziet zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in dat [verzoeker] onjuist heeft gehandeld door de niet aanwezige [directeur] zo spoedig mogelijk per e-mail in plaats van per telefoon te informeren. Dat behoefde hij niet te doen bij een ander dan zijn werkgever en dat heeft hij gedaan.

Over de kwestie van de op internet geplaatste foto's van bouwafval, de aanleiding voor het berichtenverkeer op 4 augustus 2016, heeft [verzoeker] verklaard dat hij die foto's heeft gemaakt en op zijn Facebookpagina heeft geplaatst. Hij weet echter niet hoe die foto's op Google Maps terecht zijn gekomen en ook niet hoe hij deze zou kunnen verwijderen. [verweerster] heeft niet aangeboden te bewijzen dat dit laatste onjuist is, zodat het hof ervan moet uitgaan dat [verzoeker] de foto's niet op Google Maps heeft geplaatst en niet over de kennis en vaardigheid beschikte om die foto's te verwijderen. Door dan met een 'zware disciplinaire maatregel' te dreigen, kon TS Horeca naar het oordeel van het hof een boze reactie van de al geïrriteerde en onder druk gezette [verzoeker] verwachten.

De bewoordingen waarmee [verzoeker] aan zijn boosheid uiting heeft gegeven zijn ongepast, en dat erkent hij ook. Dat [directeur] de bewoordingen als impliciet dreigement heeft ervaren, kan het hof zich ook voorstellen. In de omstandigheden van dit geval, zoals hiervoor weergegeven, rechtvaardigt dat echter nog geen ontslag op staande voet.

5.8

De overige verwijten die aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd, leiden het hof niet tot een ander oordeel. [verzoeker] heeft terecht opgemerkt dat niet duidelijk is welke re-integratieverplichtingen aan de orde waren die hij geschonden zou hebben. Nu niet vaststaat wanneer welke afspraken zijn gemaakt over andere werkzaamheden dan de bedongen werkzaamheden, is ook niet inzichtelijk dat [verzoeker] zich aan werkweigering schuldig zou hebben gemaakt. [directeur] kan zich beledigd hebben gevoeld door bepaalde uitingen, maar ook dat rechtvaardigt onder eerder vermelde omstandigheden, zelfs in combinatie met impliciete dreigementen, geen ontslag op staande voet. De op Facebook geplaatste foto's van bouwafval buiten het restaurant geven een tijdelijke situatie weer. Het hof ziet niet zonder meer in waarom die (enkele) foto's schadelijk zijn voor de bedrijfsvoering en waarom ontslag op staande voet gerechtvaardigd zou zijn bij weigering van [verzoeker] om die te verwijderen. Voor zover het [verweerster] gaat om de foto's op Google Maps geldt wat het hof daarover onder 5.7 heeft overwogen. Onduidelijk is gebleven waarop [verweerster] doelt met het laatste verwijt van valse en ongepaste beschuldigingen.

5.9

Het hof komt dan ook tot het oordeel dat de kantonrechter ten onrechte is uitgegaan van een geldig ontslag op staande voet en daarom ten onrechte de subsidiaire verzoeken van [verzoeker] heeft afgewezen.

5.10

Nu [verweerster] de omvang van de verzochte vergoeding voor onregelmatige opzegging (door [verzoeker] aangeduid als gefixeerde schadevergoeding) en transitievergoeding niet heeft betwist, zal het hof deze bedragen toewijzen.

5.11

[verzoeker] heeft voorts verzocht om een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW, waarbij hij denkt aan een jaarsalaris van € 20.491,- bruto, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 1.708,- bruto per maand. [verweerster] heeft de hoogte van dit jaarsalaris niet betwist.

Het hof is van oordeel dat er in dit geval van moet worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen, het ontslag op staande voet weggedacht, geen jaar meer zou hebben geduurd. Het hof heeft geen reden om aan te nemen dat [verweerster] haar op

24 oktober 2016 ingediende voorwaardelijke ontbindingsverzoek ook zou hebben ingetrokken indien [verzoeker] zijn primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging had gehandhaafd. Indien de kantonrechter het ontslag had vernietigd, is naar het oordeel van het hof zeer aannemelijk dat de verzochte ontbinding op de g-grond (zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat voortduring in redelijkheid niet van de werkgever gevergd kan worden) zou zijn toegewezen, onder overweging dat het verzoek geen verband houdt met de eventueel ten tijde van indiening ervan nog bestaande ziekte van [verzoeker] . Daarbij merkt het hof op dat [verzoeker] zelf ook al had laten weten dat hij uit ongenoegen met de situatie een andere baan ging zoeken en voornemens was de arbeidsovereenkomst met [verweerster] op te zeggen. Rekening houdend met de opzegtermijn van twee maanden en de aftrek van de proceduretijd op de voet van artikel 7:671b lid 8 aanhef en onder a BW zou de datum waarop de arbeidsovereenkomst na ontbinding eindigt dan zijn bepaald op 1 januari 2017. Het hof acht niet aannemelijk dat [verzoeker] bij die ontbinding, naast de transitievergoeding, een billijke vergoeding zou hebben gekregen wegens ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] , mede gelet op zijn eigen gedrag.

Nu de vergoeding voor onregelmatige opzegging strekt tot vergoeding van gemist loon over de geschonden opzegtermijn, is daarmee het deel van de periode tussen 6 augustus 2016 en

1 januari 2017 tot 1 november 2016 financieel afgedekt. Het hof bepaalt de billijke vergoeding daarom op het bedrag ter hoogte van het gemiste loon over de maanden november en december 2016, uitgaande van het hiervoor vermelde bruto maandsalaris van

€ 1.708,-, ofwel € 3.416,- bruto.

5.12

De slotsom is dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd voor zover het de dicta onder 5.3 tot en met 5.6 betreft en dat [verweerster] alsnog wordt veroordeeld tot betaling van de verzochte vergoeding voor onregelmatige opzegging van € 3.221,66 bruto, de transitievergoeding van € 4.344,- bruto en de door het hof bepaalde billijke vergoeding van

€ 3.416,- bruto, met wettelijke rente vanaf opeisbaarheid (6 augustus 2016 voor wat betreft de vergoeding voor onregelmatige opzegging en 7 september 2016 voor wat de transitievergoeding betreft, zie artikel 7:686a lid 1 BW). De wettelijke rente over de billijke vergoeding is, bij gebreke van een specifieke wettelijke bepaling, toewijsbaar vanaf de datum van opeisbaarheid, te weten de datum waarop de omvang is bepaald, en dus vanaf de datum van deze beschikking.

[verweerster] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij beschouwd en veroordeeld in de kosten van eerste aanleg ( € 79,- griffierecht en € 400,- salaris gemachtigde) en van hoger beroep ( € 313,- griffierecht en € 1.788,- salaris advocaat volgens liquidatietarief, twee punten bij tarief II) met nasalaris. Wat [verzoeker] meer of anders heeft verzocht zal worden afgewezen.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de bestreden beschikking van de kantonrechter te Utrecht van 30 november 2016 voor zover het betreft de dicta onder 5.3 tot en met 5.6, en in zoverre opnieuw beschikkende:

veroordeelt [verweerster] tot betaling van:

- € 3.221,66 bruto met wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2016 tot voldoening, als vergoeding voor onregelmatige opzegging,

- € 4.344,- bruto met wettelijke rente daarover vanaf 7 september 2016 tot voldoening, als transitievergoeding,

- € 3.416,- bruto , met wettelijke rente daarover vanaf heden tot voldoening, als billijke vergoeding;

veroordeelt [verweerster] voorts in de kosten van de procedure in eerste aanleg en van hoger beroep, aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op:

- € 79,- griffierecht en € 400,- salaris gemachtigde in eerste aanleg en

- € 313,- griffierecht en € 1.788,- salaris advocaat in hoger beroep;

veroordeelt [verweerster] in de nakosten, begroot op € 131,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval [verweerster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Rijssen, mr. E.B. Knottnerus en

mr. M.E.L. Fikkers, is getekend door mr. Knottnerus en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2017.