Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:6648

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
02-08-2017
Zaaknummer
200.168.443/02 en 200.196.218/02
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Het wrakingsverzoek van Sargasso c.s. is niet-ontvankelijk verklaard, nu dit verzoek niet is gedaan zodra de feiten omstandigheden aan Sargasso c.s. bekend zijn geworden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

wrakingskamer

zaaknummers gerechtshof 200.168.443/02 en 200.196.218/02

beslissing van 1 augustus 2017

op het verzoek van:

1 Sargasso Marine Services B.V.,

gevestigd te Grootegast,

hierna: Sargasso,

2. Stichting Appingedammer Brons Motoren Museum,

gevestigd te Grootegast,

hierna: Brons,

verzoekers in het wrakingsincident

hierna gezamenlijk te noemen: Sargasso c.s.,

advocaat: mr. A. Woertman, kantoorhoudend te Beetsterzwaag

dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

mrs. H. de Hek, J.H. Kuiper en O.E. Mulder,

raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden,

verweerders in het wrakingsincident.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij de afdeling civiel recht van het hof zijn onder zaaknummers 200.168.443/01 en 200.196.218/01 procedures aanhangig tussen Control Seal B.V. (hierna: Control Seal) en Sargasso c.s.

1.2

Op 30 juni 2017 heeft in deze procedures een (voortgezette) comparitie van partijen plaatsgevonden voor de civiele kamer van dit hof. Aanwezig waren mevr. [A] , financieel directeur van Control Seal, bijgestaan door mr. [B] en mr. [C] , dhr. [D] , directeur van Brons, bijgestaan door mr. A. Woertman. Daarnaast zijn verschenen dhr. [E] , woordvoerder van Brons en dhr. [F] , vrijwilliger bij Brons. Sargasso c.s. hebben tijdens deze (voortgezette) comparitie van partijen mr. De Hek gewraakt en mrs. Kuiper en Mulder voorwaardelijk gewraakt. De voorzitter, mr. Kuiper, heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst. Het van deze comparitie van partijen opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.

1.3

Mrs. De Hek, Kuiper en Mulder hebben niet in de wraking berust. Mr. De Hek heeft bij verweerschrift van 11 juli 2017 op het wrakingsverzoek gereageerd. Mr. Kuiper heeft mede namens mr. Mulder ten aanzien van de punten 1 en 2 bij verweerschrift van 13 juli 2017 op het wrakingsverzoek gereageerd.

1.4

Het wrakingsverzoek is ter zitting van 18 juli 2017 behandeld door de wrakingskamer. Namens Sargasso c.s. zijn bij deze behandeling verschenen dhr. [D] , dhr. [F] en de heer [E] , bijgestaan door mr. Woertman. Namens Control Seal zijn verschenen mw. [A] en mr. [B] . Namens Sargasso c.s. is het verzoek mondeling toegelicht. De pleitaantekeningen van mr. Woertman maken deel uit van de stukken.

2 De beoordeling van het verzoek
de ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Op grond van artikel 37 lid 1 Rv wordt het verzoek tot wraking gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

2.2

De wrakingskamer is van oordeel dat Sargasso c.s. hun wrakingsverzoek niet tijdig hebben gedaan. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Zoals mr. Woertman ter zitting heeft bevestigd, zijn de uitlatingen van mr. De Hek die aan het wrakingsverzoek ten grondslag zijn gelegd gedaan op de comparitie van partijen op woensdag 21 juni 2017, in aanwezigheid van mr. Woertman en vertegenwoordigers van Sargasso c.s. Door mr. Woertman is op 21 juni 2017 echter niet meegedeeld - ook niet na een korte schorsing van de comparitie van partijen - dat Sargasso c.s. daarin aanleiding tot wraking zagen. Ook in de periode tussen 21 juni 2017 en 30 juni 2017 is door mr. Woertman geen schriftelijk verzoek tot wraking ingediend, terwijl gebleken is dat hij in het telefonisch overleg met mr. [B] op woensdag 28 juni 2017 wel over een mogelijk wrakingsverzoek heeft gesproken naar aanleiding van het overleg dat hij een of twee dagen eerder (op de maandag of de dinsdag) met Sargasso c.s. had gehad. Ook in dat gesprek is de mogelijkheid tot de indiening van een wrakingsverzoek besproken. Pas toen bleek dat er tussen partijen geen schikking tot stand kwam, is - zo heeft mr. Woertman opgemerkt - alsnog besloten op de (voortgezette) comparitie op 30 juni 2017 tot wraking over te gaan. Deze gang van zaken dwingt tot de conclusie dat het verzoek niet is gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan Sargasso c.s. bekend zijn geworden, nu niet is gesteld of gebleken van bezwaren die eraan in de weg stonden dat het verzoek (schriftelijk) voorafgaand aan de zitting van 30 juni 2017 werd gedaan. Dit brengt met zich dat het verzoek van Sargasso c.s. tot wraking niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.3

Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat in de stukken en het verhandelde ter zitting ook overigens geen aanknopingspunten zijn gevonden voor het standpunt van Sargasso c.s. dat sprake is (geweest) van vooringenomenheid dan wel de objectief gerechtvaardigde vrees daartoe van (één van) de raadsheren jegens Sargasso c.s.

3 De beslissing

Het gerechtshof (wrakingskamer):

verklaart het wrakingsverzoek van Sargasso c.s. niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. van Dongen, mr. L.T. Wemes en mr. M.W. Zandbergen, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2017.