Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:6367

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-07-2017
Datum publicatie
25-07-2017
Zaaknummer
21-004036-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:842, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Langdurig witwassen door illegale gelden te investeren in de aankoop van chalets en kavels op een camping

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004036-12

Uitspraak d.d.: 12 april 2017

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 2 oktober 2012 met parketnummer 05-900408-09 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1965] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van hetgeen haar onder

feit 2 en 3 is tenlastegelegd. Hoger beroep tegen een vrijspraak staat voor de verdachte niet

open. Verdachte is in zoverre niet-ontvankelijk in haar beroep.

3 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 januari 2014, 26 augustus 2015 en 15 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof verdachte zal veroordelen tot een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof ten aanzien van het beslag conform de beslissing van de rechtbank zal beslissen.

De vordering is na voorlezing door de advocaat-generaal aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. M.W.G.J. IJsseldijk, naar voren is gebracht.

4 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

5 De tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging en na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging en voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, tenlastegelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari 2004 tot en met 25 april 2008, te Wageningen en/of Lathum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) heeft omgezet een aantal voorwerp(en) en/of geldbedragen, te weten

geldbedragen van 130.000,-- euro en/of 51.000,-- euro, althans enig geldbedrag,

gebruikt voor de aanschaf van chalets en/of kavels (op een recreatieterrein in Lathum, [naam locatie] 13, 8 t/m 13) en/of voor de verbetering en/of inrichting van voornoemde kavels en/of chalets, door deze eerst aan te kopen en/of op te knappen en/of in te richten en - na investering daarin van genoemde bedragen, althans enig geldbedrag - deze te verkopen,

terwijl zij wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde geldbedragen, althans enig bedrag - onmiddellijk of middellijk afkomstig waren/was uit enig misdrijf.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 Overweging met betrekking tot het bewijs

6.1

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. De advocaat-generaal heeft een schriftelijk requisitoir overgelegd en verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar hetgeen door de officier van justitie bij requisitoir ter terechtzitting in eerste aanleg naar voren is gebracht. (De standpunten van de officier van justitie worden hierna in de aan te halen overwegingen van de rechtbank weergegeven).

Daarnaast stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat het niet anders kan zijn dan dat het geld waarmee de kavels, chalets en de inrichting zijn betaald van enig misdrijf afkomstig is. Dat het geld uit de autohandel en of uit een zwart potje komt, acht de advocaat-generaal onaannemelijk. Verdachte heeft zelf verklaard dat [bedrijf 2] allemaal oude rotzooi betrof. Verdachte heeft dan ook moeten vermoeden dat de chalets niet op deze wijze bekostigd konden worden. De advocaat-generaal acht daarom schuldwitwassen bewezen.

6.2

Standpunt verdediging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij de chalets voor de [naam locatie] 13, kavels 9 tot en met 13

heeft aangeschaft met geld dat afkomstig is van enig misdrijf. Deze chalets zijn echter aangeschaft voor € 92.500,- en niet voor € 130.000,-. Tevens zijn in die zes chalets niet voor

€ 51.000,-, maar voor maximaal € 6.000,- verbeteringen aangebracht.

Het geld waarmee dit bekostigd is, is afkomstig de handel in auto’s. Dat medeverdachte [medeverdachte] beschikte over een ‘zwart potje’ wil nog niet zeggen dat de chalets zijn aangeschaft met geld, afkomstig uit enig misdrijf. Tevens valt niet te bewijzen dat verdachte wetenschap had van de illegale herkomst van het geld dan wel dat er door de verdachte handelingen zijn gepleegd die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de gelden.

6.3

Overwegingen van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof kan zich vinden in de navolgende bewijsoverweging van feit 1 zoals de rechtbank die in haar vonnis heeft opgenomen en hieronder cursief is weergegeven. Het hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne.

6.4

De rechtbank heeft het volgende in het vonnis overwogen:

"Inleidende opmerkingen bij de bewezenverklaring 1:

Medeverdachte [medeverdachte] (hierna aangeduid als [medeverdachte] ) heeft over de periode over de ten laste gelegde periode verklaard dat hij en verdachte (hierna aan te duiden als [verdachte] ) toen samen een handel bedreven in de verhuur en in- en verkoop van tweedehands auto’s. Eerst in de onderneming [bedrijf 1] en later in de onderneming [bedrijf 2] . [bedrijf 2] is in mei 2004 overgegaan in de eenmanszaak [bedrijf 3] . Binnen [bedrijf 3] hebben [medeverdachte] en [verdachte] de handel in auto’s voortgezet, maar in mindere mate dan in de jaren daarvoor. De focus kwam meer te liggen in de handel in chalets.

Op 9 februari 2004 sloten [medeverdachte] en [verdachte] met [betrokkene 1] , eigenaar van [naam camping] (verder: de camping), een overeenkomst waarin zij, [medeverdachte] en [verdachte] , overeen kwamen dat ze privévermogen zouden investeren in chalets voor de verhuur aan particulieren op de camping in

Lathum. 2 Hiermee startten [medeverdachte] en [verdachte] hun privéhandel in chalets.

Het startkapitaal:

Het financiële onderzoek van verbalisanten heeft geresulteerd in een kasopstelling. Volgens die kasopstelling was er een negatief kassaldo op 1 januari 2004, de aanvang van de ten laste gelegde periode, van - € 16.493,-. 3 Stelling van de officier van justitie is aldus dat [medeverdachte] en [verdachte] niet over de benodigde legale middelen beschikten om met de handel in chalets aan te vangen.

(…)

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In 2004 werden vanuit de contante kas van [medeverdachte] en [verdachte] de volgende transacties gedaan:

- op 15 mei 2004 een contante betaling van € 17.500,- voor het chalet van [betrokkene 2] , de vrouw van [betrokkene 3] , op [naam locatie] 11, kavel 4 op de camping te Lathum;4

- op 3 juni 2004 een contante betaling van € 12.500,- voor een steenstripchalet zalm op [naam locatie] 8, kavel 100 op de camping in Lathum;5

- op 4 juni 2004 en 2 augustus 2008 tweemaal een contante betaling van € 45.000,- voor het boerderijchalet, te plaatsen op [naam locatie] 11, kavel 3 op de camping te Lathum;6

  • -

    op 11 juni 2004 een eerste contante aanbetaling van € 5.000,- en op 14 december 2004 een tweede contante aanbetaling van € 5.000,- voor een steenstripchalet van [betrokkene 4] , geplaatst op [naam locatie] 13, kavel 8 op de camping te Lathum;

  • -

    op 25 augustus 2004 een eerste aanbetaling van € 77.500,-, voor vijf chalets, bedoeld voor [naam locatie] 13, kavels 8 tot en met 13 op de camping in Lathum, verrekend met de ontvangst van contant geld uit de verkoop van het boerderijchalet aan [betrokkene 5] ;

  • -

    op 4 september 2004 een tweede contante aanbetaling van € 15.000,- voor vijf chalets, bedoeld voor [naam locatie] 13, kavels 8 tot en met 13 op de camping te Lathum.

In totaal is in 2004 een bedrag van € 145.000,- voor de aanschaf van chalets uit de kas gevloeid. Op 2 juni 2004 is een contant bedrag van € 15.000,- in de kas gestort, zijnde de eerste aanbetaling door [betrokkene 5] voor het chalet, bestemd voor [naam locatie] 11, kavel 3. [medeverdachte] en [verdachte] hebben aldus € 130.000,- contant betaald voor de aanschaf van chalets voor in ieder geval de ten laste gelegde kavels [naam locatie] 11, kavel 3 en kavel 4 en [naam locatie] 13, kavels 8 tot en met 13.

Op 17 april 2008 kocht [betrokkene 1] voor een prijs van € 537.500 van [medeverdachte] de chalets op [naam locatie] 13, kavels 8 tot en met 13 en een ander chalet. 7

(…)

Beoordeling rechtbank

De rechtbank volgt de officier van justitie en de verdediging en zal een compensatie toepassen van € 45.000,- aan teveel gerekend aan inrichtingskosten en € 27.500,- teveel berekend voor de aanschaf van het chalet van [betrokkene 2] .

De feiten laten zien dat [medeverdachte] en [verdachte] over 2004 een bedrag van € 130.000,- +

€ 6.000,- contant hebben uitgegeven aan de aanschaf van chalets en de verbetering ervan. In het licht van het negatieve kassaldo op 1 januari 2004 kan een dergelijke uitgave niet worden verklaard.

Naar het oordeel van de rechtbank had [verdachte] redelijkerwijs moeten vermoeden dat de

€ 130.000,- en € 6.000,- van enig misdrijf afkomstig waren. [verdachte] heeft hieromtrent

verklaard dat de aanschaf van chalets op [naam locatie] 13 is begonnen met de inruil van auto’s en vanuit daar is uitgebreid naar acht chalets. 8 Van [naam locatie] 13 wist [verdachte] alles af omdat zij daar alles regelde. 9

Tevens heeft [verdachte] verklaard dat [bedrijf 2] weinig waard was en dat het allemaal

oude rotzooi was. 10 Zij deed aan het einde van het kwartaal de boekhouding. 11 "

6.5

Nadere overweging hof.

Door de verdediging is gesteld dat de wetenschap van verdachte omtrent [naam locatie] 13 niet meer behelsde dan beheerswerkzaamheden. Het hof verwerpt dit verweer. Door de boekhouder [betrokkene 6] is verklaard dat hij negen tot tien keer de administratieve bescheiden van verdachte kreeg en dat de daaruit voortkomende vragen door zijn kantoor aan verdachte werden gesteld. De uiteindelijke jaarrekening besprak [betrokkene 6] zowel met [medeverdachte] als met verdachte.12 Zij kon daarom ook wetenschap hebben van de gelden die gemoeid waren met de aankoop en de inrichting van de chalets. Het enkele feit dat [medeverdachte] alles regelde met betrekking tot de aankoop en inrichting van de chalets wil nog niet zeggen dat verdachte dan ook geen wetenschap had van de gang van zaken.

Ten aanzien van [bedrijf 2] stelt de verdediging dat deze verklaring uit zijn verband is gerukt en niet voor het bewijs mag worden gebruikt. Het hof verwerpt dit verweer. Verdachte heeft zelf verklaard dat zij betrokken was in de verkoop in de autohandel en dat het voornamelijk oude zooi betrof en niet veel waard was. Zij verklaart dus uit eigen wetenschap. Het hof zal daarom dit onderdeel van haar verklaring voor het bewijs gebruiken.

6.6

De rechtbank heeft voorts overwogen:

"De overeenkomst met [betrokkene 1] van 9 februari 2004 is gesloten door [medeverdachte] en [verdachte] samen 13 Ook heeft [betrokkene 6] verklaard dat de post van 62.000,- op de aangifte inkomstenbelasting over 2004 van [verdachte] bestond uit twee chalets van € 18.500,- en twee van € 12.500,. 14

Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat [verdachte] wist wat de financiële toestand van

[bedrijf 3] was ten tijde van de aanschaf van de chalets en wat de chalets

hebben gekost. Zodoende had zij redelijkerwijs moeten vermoeden dat de chalets zijn

aangeschaft met geld waarover [medeverdachte] en [verdachte] niet legaal konden beschikken.

Gezien de bovenstaande omstandigheden, waaruit blijkt van een nauwe en volledige

samenwerking, is de rechtbank tevens van oordeel dat [medeverdachte] en [verdachte] de chalets

tezamen en in vereniging hebben aangeschaft en dat er aldus sprake is van medeplegen. Dat

[verdachte] bij de betaling van de chalets geen uitvoeringshandelingen heeft verricht, doet aan dat

oordeel niet af.

Het negatieve kassaldo brengt een vermoeden van witwassen van € 130.000,- en € 6.000,- met

zich. [medeverdachte] heeft de herkomst van het geld verklaard met zijn verklaring dat er een positief

kassaldo van 255.000,- NLG was, maar de rechtbank heeft onder het kopje ‘startkapitaal’

overwogen dat die verklaring onvoldoende steun vindt in het dossier. [verdachte] heeft de

herkomst van het geld gelinkt aan de autohandel. Hiervan heeft de rechtbank ook overwogen dat deze verklaring, gelet op haar betrokkenheid bij en inzicht in de autohandel, niet aannemelijk is geworden, althans niet als het gaat om legale inkomsten uit de autohandel.

Dat maakt dat naar het oordeel van de rechtbank het niet anders kan zijn dan dat het geld

- middellijk of onmiddellijk - onder de gegeven omstandigheden uit enig misdrijf afkomstig is."

6.7

Conclusie

Gelet op het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, acht het hof bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

7 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari 2004 tot en met 25 april 2008, te Wageningen en/of Lathum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) heeft omgezet een aantal voorwerp(en) en/of geldbedragen, te weten

geldbedragen van 130.000,-- euro en/of 51.000,-- euro, althans enig geldbedrag,

gebruikt voor de aanschaf van chalets en/of kavels (op een recreatieterrein in Lathum, [naam locatie] 13, 8 t/m 13) en/of voor de verbetering en/of inrichting van voornoemde kavels en/of chalets, door deze eerst aan te kopen en/of op te knappen en/of in te richten en - na investering daarin van genoemde bedragen, althans enig geldbedrag - deze te verkopen,

terwijl zij wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde geldbedragen, althans enig bedrag - onmiddellijk of middellijk afkomstig waren/was uit enig misdrijf.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

8 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd.

9 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

10 Oplegging van straf en/of maatregel

10.1

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft, rekening houdende met de overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren bij niet voldoen te vervangen door 40 uren hechtenis.

10.2

Standpunt verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een straf conform de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht en eventueel een geheel voorwaardelijke straf.

10.3

Beoordeling hof.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Verdachte beschikte samen met haar partner over illegale gelden die men vervolgens, hetzij privé, hetzij zakelijk, heeft geïnvesteerd in de aankoop van chalets en kavels op een camping. Met de verhuur en verkoop van deze chalets is vervolgens winst gegenereerd. Van deze winst heeft verdachte, samen met haar medeverdachte, goederen aangekocht. In totaal gaat het om een aanzienlijk geldbedrag en een lange pleegperiode.

Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtend effect op de samenleving. Het gaat hier dus om een ernstig feit.

Ten voordele van verdachte houdt het rekening met het feit dat verdachte recent niet meer politie en justitie in aanraking is geweest.

Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat de behandeling van deze zaak te lang heeft geduurd. In deze zaak is verdachte voor het eerst door de politie verhoord op 2 november 2009. Die dag geldt als de dag waarop de op redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. Verdachte heeft vanaf dat moment kunnen verwachten dat tegen haar strafvervolging zou worden ingesteld. Het vonnis in deze zaak is door de rechtbank gewezen op 2 oktober 2012. Hierdoor is de redelijke termijn als genoemd in artikel 6 EVRM in eerst aanleg met ruim een jaar overschreden. Tussen het instellen van het hoger beroep op 2 oktober 2012 en de uitspraak van heden is een periode van vier jaren en vijf maanden gelegen. Een gering deel van de voornoemde overschrijdingen is aan verdachte/de verdediging te wijten geweest maar voor een groot deel van deze overschrijding is dat niet het geval. Dit moet leiden tot aanzienlijke strafvermindering. Daarnaast houdt het hof rekening met de ouderdom van de feiten en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Alles afwegende acht het hof, gelet op de ouderdom van de zaak een taakstraf van 100 uren een passende straf. Op deze straf brengt het hof, gelet op de hiervoor vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn twintig uren taakstraf in mindering.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 27, 47, 57 en 420 quater van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op de voet van 2 (twee) uren per in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dag.

Aldus gewezen door

mr. R. de Groot, voorzitter,

mr. T.M.L. Wolters en mr. H. Heins, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.W. Jansink, griffier,

en op 12 april 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Wolters is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 12 april 2017.

Tegenwoordig:

mr. R. de Groot, voorzitter,

mr. H. Heins en A.J. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van T.M.M. van Lieshout-Witjes, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. J.W.M. Grimbergen, advocaat-generaal

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte

[verdachte] ,

geboren te Wageningen op [1965] ,

wonende te [woonplaats] .

is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant(en)] van de regiopolitie Gelderland- Midden, team Zandraket opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 09-001529, gesloten op 29 april 2010 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het schriftelijk bescheid, zijnde een overeenkomst, opgenomen als bijlage 25 van zaaksdossier 5, p. 4793 ev.

3 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, opgenomen als bijlage 2 bij zaaksdossier 5, p. 4532 eV, hier in het bijzonder p. 4537.

4 De verklaring van [medeverdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 17 september 2012.

5 Het schriftelijk bescheid, zijnde een factuur, opgenomen als bijlage 1 bij zaaksdossier 5, p. 4518.

6 Het schriftelijk bescheid, zijnde een factuur, opgenomen als bijlage 43 bij zaaksdossier 5, p. 4948.

7 De schriftelijke bescheiden, zijnde een akte van levering en een nota van afrekening, opgenomen als bijlage 107 bij zaaksdossier 5, p. 5613.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , opgenomen in haar persoonsdossier. p. 369.

9 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , opgenomen in haar persoonsdossier. p. 303.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , opgenomen in haar persoonsdossier. p. 325.

11 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , opgenomen in haar persoonsdossier. p. 304.

12 Het proces-verbaal verhoor van [betrokkene 6] , zaaksdossier 6, bijlage 6, p. 6292

13 Het schriftelijk bescheid, zijnde een overeenkomst, opgenomen als bijlage 25 van zaaksdossier 5, p. 4793 ev.

14 Het schriftelijk bescheid, zijnde een aangifte inkomstenbelasting, opgenomen als bijlage 50 van zaaksdossier 5, p. 584 en het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 6] , opgenomen als bijlage 51 van zaaksdossier 5, p. 618.