Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:6134

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-07-2017
Datum publicatie
26-07-2017
Zaaknummer
21-001866-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van mishandeling wegens onjuiste vermelding pleegplaats in de tenlastelegging en – secundair – onjuiste omschrijving van de geweldshandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001866-15

Uitspraak d.d.: 13 juli 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2015 met parketnummer 18-233819-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde, vernietiging van het vonnis van de politierechter voor zover aan hoger beroep onderworpen, bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een geldboete van € 500,-, subsidiair tien dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.W.J.M. de Man, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde openlijke geweldpleging en voor de onder 2 ten laste gelegde mishandeling veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De omvang van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep gericht is tegen de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde zal verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover onderworpen aan hoger beroep - ten laste gelegd dat:

2.
hij op of omstreeks 3 november 2013, te Makkum, in de gemeente Littenseradiel, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), een glas tegen diens hoofd heeft gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

In de tenlastelegging is als pleegplaats 'Makkum, in de gemeente Littenseradiel' opgenomen. Het hof stelt op grond van het verhandelde ter terechtzitting en na raadpleging van openbare bronnen vast dat tot voornoemde gemeente weliswaar een buurtschap Makkum behoort, maar dat het ten laste gelegde feit niet aldaar heeft plaatsgevonden, maar in de aanzienlijk grotere plaats Makkum, behorend tot de gemeente Sûdwest-Fryslân. Nu de plaats Makkum in de gemeente Littenseradiel daadwerkelijk bestaat en deze gemeente-aanduiding in de tenlastelegging bovendien niet wordt voorafgegaan door het woord 'althans', kan deze naar het oordeel van het hof in de bewezenverklaring niet worden geschrapt. Ergo, de tenlastelegging bevat een onjuiste pleegplaats.

Voorts stelt het hof vast dat zowel uit het dossier als, met name, uit de verklaringen van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de politierechter en in hoger beroep, gevoeglijk kan worden afgeleid dat verdachte niet met een glas heeft gegooid, maar daarmee heeft geslagen.

Gelet op het vorenstaande kan het hof niet komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dat gericht is tegen de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. A. van Holten, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. H.L. Stuiver, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 13 juli 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.