Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:5418

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
19-07-2017
Zaaknummer
200.174.687/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Ontbinding en ontruiming vanwege (geluids)overlast.

Verhuurder heeft behoudens door huurder te leveren tegenbewijs het veroorzaken door huurder van overlast in beginsel genoegzaam aangetoond.

Huurder heeft geen tegenbewijs geleverd.

De overlast rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst.

Daarbij weegt mee het structurele karakter van de overlast en het blijven veroorzaken van overlast ondanks herhaalde waarschuwingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.174.687/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, 2978151 LC EXPL 14-1722)

arrest van 27 juni 2017

in de zaak van

CB Bewind B.V.,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [Q],

gevestigd te Hoogeveen,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: CB Bewind,

advocaat: mr. J.R. Bügel, kantoorhoudend te Dronten,

tegen:

Stichting Oost Flevoland Woondiensten,

gevestigd te Dronten,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: OFW,

advocaat: mr. R.M. Goeman, kantoorhoudend te Woerden.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 31 mei 2016 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- het proces verbaal van de op 15 februari 2017 gehouden comparitie van partijen.

1.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het door CB Bewind gefourneerde dossier, aangevuld met het proces verbaal van de comparitie.

1.4

De vordering van CB Bewind in hoger beroep strekt tot vernietiging van het tussenvonnis van 18 februari 2015 en het eindvonnis van 8 juli 2015 en opnieuw rechtdoende (kennelijk) tot afwijzing van de vorderingen van OFW met veroordeling van OFW tot terugbetaling van hetgeen CB Bewind ter uitvoering van de vernietigde vonnissen heeft voldaan en tot betaling van de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

2
2. De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

2.1

Bij brief van 8 juli 1999 heeft OFW [Q] aangeschreven "naar

aanleiding van diverse klachten" over ernstige geluidsoverlast en gesommeerd daaraan een

eind te maken. Een vergelijkbare sommatie is herhaald op 4 oktober 2001.

2.2

Bij brief van 4 oktober 2007 hebben omwonenden aan OFW een brief geschreven over de overlast die zij ondervinden van [Q] . In de brief wordt onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Al langere tijd ondervinden ondergetekende bewoners ernstige overlast, veroorzaakt door de Dhr. [Q] , bewoner van [adres 1]

Het gaat hier om de volgende punten:

1. harde muziek in de achtertuin (ook s'nachts)

2. harde muziek vanuit de auto bij thuiskomst (ook s'nachts)

3. auto staat regelmatig op de stoep waarmee hij de doorgang voor voetgangers

blokkeert

4. luidruchtig bij het thuiskomen, overdreven gas geven met auto, hard met

deuren slaan.

5. toe-eigenen van parkeerruimte in de straat

6. asociaal gedrag, (bedreigen van bewoners)

Herhaaldelijk is door diverse bewoners melding van deze zaken gemaakt bij de politie, maar nooit heeft dit tot enige verbetering geleid.

Diverse bewoners zijn n.a.v. deze meneer inmiddels verhuisd, ook de huidige buurvrouw van deze meneer overweegt inmiddels te verhuizen. (…)”

De brief is ondertekend door 12 omwonenden, waaronder de toenmalige buurvrouw van [Q] , [buurvrouw] .

Na vergeefse pogingen van OFW [Q] op het kantoor van OFW of bij hem thuis te spreken, is [Q] bij brief van 27 november 2007 dringend verzocht iedere vorm van overlast te staken.

2.3

Bij brief gedateerd 21 januari 2010 hebben de opvolgende buren van [Q] , de familie [X] , OFW geschreven over geluidsoverlast door harde muziek die zij van [Q] ondervinden, ook in de nachtelijke uren.

2.4

Naar aanleiding van de klacht van de familie [X] heeft OFW op 12 februari 2010 een buurtonderzoek gehouden. Het verslag van dat onderzoek vermeldt als conclusie:
“(…)
Vijf buurtbewoners geven aan geluidsoverlast van de heer [Q] te ervaren. Dit zijn

vooral de directe buren.

Zij ervaren vooral 's avonds en 's nachts geluidsoverlast van de heer [Q] . Bewoners

die aangeven dat zij nu minder vaak geluidsoverlast ervaren dan eerder vermoeden dat dit

komt doordat het nu winter is. In het voorjaar en in de zomer hebben zij meer last.

Aangegeven wordt dat wanneer men de heer op zijn gedrag aanspreekt, hij soms gelijk zijn

muziek zachter zet, maar vooral wanneer hij gedronken heeft, is hij niet aanspreekbaar.”

2.5

Naar aanleiding van het buurtonderzoek heeft OFW [Q] bij brief van 26 februari 2010 gesommeerd per direct alle overlast te beëindigen en in de toekomst te voorkomen en hem uitgenodigd voor een gesprek op 5 maart 2010.

2.6

Bij brief van 17 maart 2010 aan [Q] heeft OFW geschreven dat in

het gesprek samen de onderstaande afspraken zijn gemaakt.

“- U zorgt dat omwonenden geen geluidsoverlast meer van u ervaren.

- Wanneer u overdag uw muziekinstallatie binnens- of buitenshuis aan heeft, zorgt u

dat de muziek niet te hard staat.

- Na [nr] .00 uur houdt u rekening met omwonenden door de muziek alleen zacht aan te

zetten, zodat bewoners in uw woonomgeving de muziek niet kunnen horen.

- U zorgt dat omwonenden geen overlast hebben van uw bezoek."

2.7

Bij e-mail van 24 maart 2010 hebben de bewoners van [adres 2] geklaagd over overlast van [Q] . In hun e-mail schrijven zij onder meer:
“(…)
Ik zelf woon nu hier 18 jaar en het is al 18 jaar ellende. Iedere keer komt hij er met een

waarschuwing vanaf. Het betreft geluidsoverlast, met de auto op de stoep zodat niemand

met goed fatsoen er langs kan, en de vele ruzies die hij veroorzaakt in de cafés waar hij komt

waardoor er iedere keer ook een tegen reactie van krijgt. Zoals ruiten ingooien,

auto in de brand steken, vernielingen om het huis heen en aan zijn auto. (…)
Door dit alles ben je het vertrouwen in de woningbouw en zeker de politie wel kwijt.

Want waarom is er nooit eerder stappen ondernomen en gaat dat nog gebeuren?

Wij niet alleen maar ook de andere buren zeggen dat er toch niets gaat gebeuren.

Hij werkt nergens aan mee en doet wat hij wil en als er politie komt praat hij ermee en krijgt

een waarschuwing. Dan is het eventjes rustig. Het duurt nooit lang want dan is er al weer wat. (…)”
2.8 Bij e-mail van 19 juni 2011 heeft de bewoonster van [adres 3] bij OFW geklaagd over overlast van [Q] . In de e-mail schrijft zij onder meer:
“(…)
Eerlijk gezegd is het de afgelopen periode meegevallen met de overlast. Een periode van betrekkelijke rust zou je kunnen zeggen. Echter, ruim week, sinds de verhuizing van zijn directe buren (?), komt het regelmatig voor dat er (zeer) luide muziek uit de achtertuin van de man komt. De geluidsoverlast is dusdanig dat het binnenshuis het "normaal" ingesteld volume van de TV en een normaal gespreks geluid/niveau overstemd. Dit ervaar ik als zeer storend. De overlast vind zowel in de middag als in de avonduren plaats. Zelfs nu op zondag avond tegen 23.00 uur.

Ik heb dit niet gemeld bij de politie, omdat ik voornemens ben zelf te verhuizen, en ik weet dat ik één van de weinigen in de buurt ben die een klacht indient, maar omdat ik het een structureel - en dus niet een incidenteel- probleem vind, laat ik dit u weten. Deze man weigert rekening te houden met zijn omgeving en nu zijn buren vertrokken zijn, vindt hij blijkbaar dat hij het recht heeft zijn hobby te botvieren; dat dit ten koste gaat van de buurt is niet zijn probleem. Dat anderen in deze wijk dit over hun kant laten gaan, moeten zij zelf weten, maar ik blijf dit een onacceptabele situatie

vinden, ondanks mijn toekomstplannen mij in een andere wijk te vestigen. Dit gaat verder dan mijn persoon; er komen, immers, na mij weer andere bewoners. (…)”

2.9

Op 24 juni 2012 heeft de bewoonster van [adres 4] bij de politie aangifte gedaan tegen [Q] terzake van vernieling van haar auto (bekrassen). In die aangifte klaagt zij er ook over dat zij door [Q] wordt gestalkt doordat hij, zoals zij volgens haar verklaring een keer zelf heeft gezien, briefjes in haar brievenbus gooit met volgens haar zeer seksuele, grensoverschrijdende teksten.

2.10

Op 21 september 2012 heeft OFW opnieuw een buurtonderzoek uitgevoerd, met de volgende bevindingen:

“(…)

[adres 5] (directe buren)

De familie [Y] geeft aan dat het sinds een paar maanden iets rustiger is. Eerder ervoeren zij bijna dagelijks, doordeweeks maar voornamelijk in het weekend en ’s avonds geluidsoverlast door harde muziek. Vooral in de zomer is het raak. Zij vinden hun buurman een aparte man. De eerste paar keer hebben zij de overlast laten gaan, daarna zijn zij de buurman op zij gedrag gaan aanspreken.

[adres 3] (buren hoekwoning naastgelegen rijtje)

Tijdens het vorige buurtonderzoek in 2010 gaf mevrouw aan dat de overlast minder was geworden dan voorheen. Nu geeft mevrouw aan al 5 jaar overlast te ondervinden van de geluidsoverlast die de heer [Q] veroorzaakt. Vooral als het zomer is en de meeste mensen in de tuin zitten. Haar vriend heeft de heer onlangs aangesproken, maar het blijft aan de gang. Mevrouw is bang voor wraakacties van de heer. Zij zegt dat hij eerder een bedreiging richting haar geuit heeft. Toch vindt ze het geen onaardige man als hij niet dronken is.

[adres 6]

De bewoner geeft aan vaak harde muziek te horen, voornamelijk 's avonds. De bewoner stoort zich hieraan. De muziek komt vanuit de tuin en de auto van de heer [Q] . De heer vindt de heer [Q] agressief en is bang voor wraak.

[adres 2] (overburen)

De heer maakt geen meldingen meer bij de politie en OFW omdat hij geen verandering merkt. Ook geeft hij aan zijn angstig te zijn om te melden, omdat hij bang is voor wraakacties zoals vernieling van zijn auto.

[adres 7]

Dit echtpaar wil niet melden, maar geeft aan wel vaker muziek gehoord te hebben afkomstig van nummer [adres 1] . Ook laat de heer zijn auto vaak stationair draaien en staat de muziek hard aan.

[adres 8] (achterburen)

Volgens deze bewoner wordt er wekelijks harde muziek gedraaid. Soms gaat dit de hele dag door. Deze bewoner meldt niet om geen gezeur te hebben en bang te zijn voor represailles.”
2.11 Bij brief van 12 oktober 2012 heeft OFW [Q] opnieuw aangeschreven in verband met de overlastklachten en kenbaar gemaakt zich op verdere stappen te zullen beraden indien [Q] zich niet aan de afspraken houdt.

2.12

Bij beschikking van 17 januari 2013 is [Q] onder (beschermings)bewind gesteld met benoeming van (thans) CB Bewind tot bewindvoerder.

2.13

In een e-mail van 1 juli 2013 heeft de bewoonster van [adres 9] aan OFW over [Q] het volgende geschreven:
“(…)
Als het goed is heb ik u een maand of wat geleden gesproken inzake [Q] van [adres 1] - en zijn geluidsoverlast.

We hebben toen afgesproken dat ik OFW zou melden wanneer [Q] weer overlast zou produceren, en de meldkamer/politie zou waarschuwen.

Ik heb getracht dit structureel bij te houden, maar hij maakt bijna dagelijks lawaai, en om er elke dag mee bezig te zijn is niet echt goed voor mijn woongenot, dus ik sluit me er ook van af.

Toch heb ik reeds tweemaal gemeld bij de politie, waaronder vanavond, omdat het echt de spuigaten uit liep. ik zit binnen met de deur dicht en moet de tv harder zetten om zijn muziek niet te horen (bas)

Nu het weer weer aan de beterende hand is wordt hij actiever.

De data die ik in ieder geval heb opgeschreven zijn:

22 mei 20.00-23.30

31 mei wat ik heb gehoord is van 22.30-23.15 (gebeld)

3 juni 22.00-00.00

In de tussenliggende periode is het bijna elke dag/avond raak geweest maar hield hij op rond 22.30-23.00

30 juni vanaf een uurtje of 14 tot in de avond

1 juli vanaf 18.30 (gebeld) (…)”

2.14

Op 31 januari 2014 heeft OFW gesproken met de volgende nieuwe buren van [Q] , de familie [Y] .

Het verslag dat van dat gesprek is opgemaakt, vermeldt onder meer het volgende:

“(…)

De familie [Y] ervaart bijna dagelijks geluidsoverlast van harde muziek die hun buurman de heer [Q] , draait. De harde muziek is momenteel afkomstig vanuit de woning.

Wanneer het weer beter wordt, komt de muziek ook uit de schuur in de tuin. Eerder werd er voornamelijk 's avonds laat harde muziek gedraaid, de laatste tijd gaat het vaak de hele dag door. De overlast in de nachtelijke uren komt de laatste maanden niet meer voor. Naast de overlast door de muziek is de harde bass ook overlastgevend.

(…)
Mevrouw vertelt dat het eerste jaar dat zij op de [adres 5] woonden de relatie met de buurman redelijk normaal was. Zij hebben elkaar toen ook weleens geholpen met dingen. De buren vonden de heer [Q] wel erg aanwezig, maar de communicatie tussen de buren verliep in het begin normaal. Als de muziek keihard stond, verzochten zij de buurman om het volume naar beneden te zetten. Hier is in het begin een paar keer gehoor aan gegeven. Na een aantal verzoeken veranderde het gedrag van de heer [Q] als de buren hem verzochten om de muziek zachter te zetten. De heer reageerde agressief en vond dat de familie [Y] aan het zeuren was.

De heer vult aan dat de heer [Q] bij de kennismaking meldde dat hij fysiek wordt als hij iemand niet mag. De heer [Y] vond dit een bijzondere opmerking. Hij vertelt dat de heer [Q] na een paar verzoeken aangaande het verlagen van het muziekvolume niet meer normaal, maar agressief reageerde. De heer [Q] riep bijvoorbeeld dat hij klaar was met de buren en dat ze niet moesten zeuren, anders zou hij een stuk hout pakken en fysiek worden.
(…)
De familie ervaart geluidsoverlast van harde muziek, een dreunende bass, bedreigingen, fysiek geweld en racistische opmerkingen. De heer geeft aan dat de heer [Q] twee keer fysiek is geweest richting hem. Hij is geduwd en zijn muts is over zijn hoofd getrokken.

Mevrouw vertelt dat de buurman intimiderende en rare opmerkingen heeft gemaakt naar haar vriendinnen. Volgens de familie [Y] hebben de andere buurtbewoners ook last, maar hebben zij geen zin meer om te klagen of maken zij geen melding omdat ze angstig zijn. De heer [Q] houdt totaal geen rekening met omwonenden volgens de familie [Y] . Andere buurtbewoners hebben aan hen aangegeven dit hetzelfde te ervaren. (…)”

2.15

In een "Rapport verstrekking politiegegevens" van politie Flevoland van 11

februari 2014, opgemaakt door de wijkagent, is een overzicht gegeven van meldingen

van geluidsoverlast door [Q] waarbij de politie daadwerkelijk ter plaatse is geweest. In dit overzicht is onder meer het volgende opgenomen:
“(…)
De eerste meldingen geluidsoverlast dateren uit 1999.
In dit rapport ga ik terug naar 2010.
Dit zijn meldingen die bij de politie zijn binnengekomen waarbij de politie daadwerkelijk ter plaatse is geweest. (…)

2014

In 2014 tot 10 februari 2014 zijn er 5 meldingen van geluidsoverlast binnen gekomen.

3 x is er daadwerkelijk door de politie geluidsoverlast geconstateerd.

Er is 1 x proces-verbaal uitgeschreven. De radio en muziekboxen zijn inbeslaggenomen.

Bij de laatste constatering op maandag 10 februari 2014 is [Q] wederom aangesproken.

[Q] was kwaad en verklaarde dat hij de buurman nog wel gaat verbouwen. Hem duidelijk gemaakt wat de consequenties hiervan zijn. [Q] verklaarde dat dit hem niets kon schelen en het er voor over te hebben. [Q] noemde de buurman als oorzaak van alle ellende. [Q] roept over een ijzeren staaf in de woonkamer en insinueerd naar het gebruik hiervan m.b.t. een mogelijk volgend moment van inbeslagname van geluidsapparatuur.

2013

In 2013 zijn 11 meldingen van geluidsoverlast binnen gekomen.

2x is harde muziek gecontstateerd

2x is zachte muziek gecontstateerd

lx is geluidsopname van de melder beluisterd door politie (toen ze zelf ter plaatse kwamen, was de muziek namelijk weer uit.) De collega van politie verklaard in de mutatie:

"alsof er geen muren waren tussen [Q] en de melder."

De overige keren was de muziek reeds uit toen de politie arriveerde.

10 keer is [Q] aangesproken door de politie.
Een keer verklaarde [Q] : "De politie kan mij niks maken. Boetes kosten maar 100 euro en doen me niet zoveel. Die kanker buurman moet niet zo zeiken, die woont hier nog maar net."

Uit de mutaties blijkt dat een melder meerdere malen bij [Q] aan de deur is geweest met het verzoek of de muziek zachter kon.

[Q] heeft hier geen gehoor aan gegeven.

In de mutaties opgemaakt door collega's van politie valt te lezen: " [Q] ging uit zijn plaat."en " [Q] dreigde de melder met een stuk hout te slaan." (…)

2012

In 2012 zijn 6 meldingen van geluidsoverlast binnen gekomen.

2x is het geconstateerd door de politie

4x was de muziek reeds uit of stond zacht toen ze ter plaatse kwamen.

2011

In 2011 zijn 7 meldingen van geluidsoverlast geweest.

2x is harde muziek geconstateerd uit zijn schuur

lx kwam ik, verbalisant, ter plaatse en toen stond de muziek hard aan in zijn schuur

echter was er geen melding van overlast,

lx stond de muziek zacht aan in zijn schuur

4x stond de muziek reeds uit.

2010

In 2010 zijn 22 meldingen van geluidsoverlast geweest.

3x is harde muziek geconstateerd,

lx is proces-verbaal opgemaakt

5x stond de muziek op een zacht geluidsniveau waarbij lx de bass duidelijk door drong.

De overige keren stond de muziek uit toen de collega's van politie ter plaatse kwamen. (…)

In de 3 jaar dat ik wijkagent ben, heb ik meerdere mensen gesproken die in de [adres 5] , de [straat 1] en de [straat 2] wonen.

Deze mensen verklaarden dat ze al jaren overlast hebben van [Q] .

Overlast bestond uit:

- Geluidsoverlast vanuit de schuur

- Geluidsoverlast vanuit de woning

- Geluidsoverlast veroorzaakt door zijn auto. (Harde muziek, onnodig gasgeven)

- Overlast door alcohol gebruik

- Oneerbare voorstellen

Op de vraag waarom mensen niet melden bij woningbouw of politie, hoorde ik

verbalisant hen zeggen: "Ik ben bang dat de ramen er dan uitliggen of dat ik een kras op mijn auto heb."

2.16

De in februari 2014 in beslag genomen geluidsapparatuur is niet teruggegeven, maar [Q] heeft kort na de inbeslagname nieuwe geluidsapparatuur aangeschaft.

2.17

Bij brief van 27 februari 2014 heeft (de advocaat van) OFW aan [Q] geschreven dat de maat vol is en dat een procedure tot ontbinding zal worden opgestart welke [Q] kan voorkomen door zelf de huur op te zeggen. [Q] heeft dat niet gedaan.

2.18

[Q] heeft na het eindvonnis in eerste, onder dreiging van een gedwongen ontruiming, de woning op 5 augustus 2015 zelf ontruimd.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

OFW heeft in eerste aanleg kort samengevat gevorderd ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met veroordeling van CB Bewind tot betaling van kosten.

OFW heeft daartoe gesteld dat [Q] zich niet als een goed huurder heeft

gedragen door (geluids)overlast te veroorzaken en dat die tekortkoming de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt.

3.2

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 18 februari 2015 overwogen dat de bewijslast voor (geluids)overlast die de ontbinding rechtvaardigt bij OFW rust en dat OFW behoudens door CB Bewind te leveren tegenbewijs aan die bewijslast heeft voldaan.
CB Bewind is daarop toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
In het eindvonnis van 8 juli 2015 heeft de kantonrechter geoordeeld dat CB Bewind niet is geslaagd in het leveren van het tegenbewijs en zijn de vorderingen van OFW toegewezen, waarbij de ontruimingstermijn is bepaald op twee weken na de betekening van het vonnis.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

CB bewind heeft drie grieven aangevoerd tegen de bestreden vonnissen.

Deze grieven stellen als gezamenlijk thema de vraag aan de orde of OFW behoudens door CB Bewind te leveren tegenbewijs, het bewijs heeft geleverd dat [Q] (geluids)overlast heeft veroorzaakt die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

4.2

OFW stelt zich op het standpunt dat zij de overlast heeft bewezen aan de hand van de klachtbrieven van de omwonenden, ondersteund door de rapportage van de politie.

4.3

CB Bewind betwist de inhoud van de overgelegde klachtbrieven van de omwonenden en van de rapportage van de politie. Volgens haar kan er niet van worden uitgegaan dat alle klachten van de omwonenden zich daadwerkelijk hebben voorgedaan en dat die klachten ook gegrond zijn. Uit de politiegegevens komt volgens CB Bewind niet meer naar voren dan dat er maar drie keer harde muziek is geconstateerd, zonder dat duidelijk is wanneer die harde muziek is geconstateerd en hoe hard die muziek was. Daarmee is volgens CB Bewind voorshands niet bewezen dat sprake is geweest van onrechtmatige overlast die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. [Q] ontkent volgens CB Bewind ook dat hij overlast heeft veroorzaakt.

4.4

Het hof stelt bij de beoordeling van de grieven het volgende voorop.
Op grond van artikel 7:213 BW is de huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat hij voor de zaak zelf goed heeft te zorgen, maar ook dat hij zich zodanig gedraagt dat aan derden die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden geen overlast wordt bezorgd. Een dergelijke tekortkoming van de huurder kan, na afweging van alle omstandigheden van het geval, tot ontbinding van de huurovereenkomst leiden.

4.5

Uit de door OFW overgelegde klachtbrieven van omwonenden (hiervoor opgenomen en weergegeven onder 2.2, 2.3, 2.7, 2.8, 2.10, 2.13 en 2.14) en de bevindingen van de politie (hiervoor opgenomen en weergegeven onder 2.15) blijkt, anders dan door CB Bewind is aangevoerd, onmiskenbaar dat zij betrekking hebben op [Q] .

4.6

Uit de klachten van de omwonenden, bezien in hun onderlinge verband en samenhang, komt naar voren dat [Q] gedurende een reeks van jaren tijdens zijn bewoning van de [adres 1] structureel voor overlast heeft gezorgd, in het bijzonder door geluidsoverlast te veroorzaken in de vorm van harde muziek (ook in de nachtelijke uren) en door intimiderend op te treden jegens buurtbewoners die zich daarover bij hem beklaagden. Uit die klachten blijkt dat de overlast de hinder die buurtbewoners in beginsel van elkaar moeten dulden - hinder die inherent is aan nabij elkaar wonen - (ver) overstijgt. Uit de klachten blijkt onder meer dat het door [Q] geproduceerde geluid indringend in de woningen van buurtgenoten doordrong, ook in de nachtelijke uren ernstige geluidsoverlast plaatsvond en [Q] zich dreigend tegenover buurtgenoten opstelde als zij zich bij hem over zijn gedrag beklaagden.

4.7

De klachtbrieven van de omwonenden vinden niet alleen steun in hun onderlinge overeenstemming, maar ook in de bevindingen van de politie. Uit die bevindingen blijkt dat de politie in de jaren 2010 tot 2014 (veel) vaker dan 3x overlast heeft geconstateerd door harde muziek. Het politierapport vermeldt dat agenten ieder jaar wel verschillende malen harde muziek hebben waargenomen.

4.8

Het hof heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de verklaringen van omwonenden zijn voorgewend en/of voortspruiten uit overgevoeligheid voor geluid en/of intimidatie. Daarvoor is sprake van teveel met elkaar overeenstemmende klachten van teveel omwonenden, ondersteund door bevindingen van de politie, waar het gaat om de aard en de ernst van de overlast. In het bijzonder valt nog op dat ook alle opeenvolgende buren van [Q] gelijksoortige klachten over overlast van [Q] hebben geuit. Niet aannemelijk is dat die buren elkaar kenden en hun klachten op elkaar hebben afgestemd.

4.9

Het hof heeft verder ook geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de politie in de weergave van haar bevindingen vooringenomen is geweest. De politie heeft geen eigen belang bij haar bevindingen, zodat van haar een objectieve opstelling verwacht mag worden. De (weergave van de) bevindingen bieden verder geen aanknopingspunten dat het daar in dit geval aan heeft ontbroken. Daar doet niet aan af dat de politie in haar rapport een paar keer vermeldt dat de muziek reeds zachter gezet zou zijn gezet, in gevallen dat zij geen te harde muziek constateerde. [Q] heeft op zichzelf terecht opgemerkt dat de bevinding dat de muziek reeds zachter zou zijn gezet niet kan berusten op een eigen waarneming. Dat geeft echter nog geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de waarnemingen in de gevallen dat wel te harde muziek werd geconstateerd. Integendeel, komt uit de bevindingen naar voren dat de politie iedere keer een eigen beoordeling heeft gemaakt of wel of geen sprake was van harde muziek. Dat de politie in beginsel afgaat op de goede trouw van de melder, zoals in het rapport wordt vermeld, staat nog niet in de weg aan een objectieve eigen beoordeling.

4.10

Weliswaar zijn geen meetgegevens voorhanden waaruit objectief kan blijken van de hardheid van het geluid, maar ook zonder dergelijke gegevens bestaat op grond van de verklaringen en de bevindingen geen aanleiding om eraan te twijfelen dat sprake is geweest van onrechtmatige overlast.

4.11

Dat uit de buuronderzoeken niet naar voren komt dat alle omwonenden overlast ervaren, geeft evenmin aanleiding om aan die overlast te twijfelen. De ervaring van overlast is deels subjectief; wat de één als overlast ervaart, hoeft een ander niet als overlast te ervaren.

Bovendien kunnen omwonenden ook andere afwegingen hebben gemaakt om niet te klagen. Dat niet alle omwonenden hebben geklaagd bij OFW geeft in het licht van de overgelegde overige verklaringen en de bevindingen van de politie, daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de gegrondheid van de klachten van degenen die wel melding hebben gemaakt van overlast (waaronder, als gezegd, alle opeenvolgende naaste buren van [Q] ).

4.12

Het hof acht de klachten van de omwonenden en de bevindingen van de politie derhalve geloofwaardig. Daarmee staat in beginsel genoegzaam vast dat [Q] voor omwonenden onrechtmatige overlast heeft veroorzaakt.

Het hof komt derhalve net als de kantonrechter tot het oordeel dat behoudens door [Q] te leveren tegenbewijs, OFW heeft bewezen dat sprake is geweest van onrechtmatige overlast die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

4.13

Het hof is niet van oordeel dat [Q] dat tegenbewijs heeft geleverd.

In eerste aanleg heeft CB Bewind in dat kader als getuigen laten horen mevrouw [Z] (woonconsulent van OFW) en mevrouw [A] (wijkagent). CB Bewind heeft zich echter niet beroepen op feiten en omstandigheden in die verklaringen die tegenbewijs opleveren en het hof heeft die ook niet zelf in die verklaringen ontdekt.
In het bijzonder valt op dat CB Bewind geen verklaringen heeft overgelegd van omwonenden die de klachten weerspreken en dat zij evenmin heeft aangeboden om omwonenden daarover nog als getuigen te horen.
CB Bewind heeft in hoger beroep geen aanbod gedaan om nog nader tegenbewijs te leveren.

4.14

De onrechtmatige overlast is daarmee genoegzaam vast komen te staan. Hiermee schiet [Q] tekort in zijn verplichtingen jegens OFW. Op grond van artikel 6:265 BW rechtvaardigt iedere tekortkoming een ontbinding van de (huur)overeenkomst, tenzij de tekortkoming van geringe betekenis is. Van dat laatste is naar het oordeel van het hof, ook wanneer het woonbelang van [Q] in aanmerking wordt genomen, in dit geval geen sprake. Daarbij weegt mee ten nadele van [Q] het structurele karakter van de overlast en dat hij daarmee is blijven doorgaan ondanks herhaalde waarschuwingen van OFW om daar mee te stoppen. Aan de stelling van [Q] in eerste aanleg (bij dupliek) dat hij de brieven van OFW niet heeft ontvangen en dat hij met OFW geen afspraken heeft gemaakt, gaat het hof als ongeloofwaardig voorbij. [Q] heeft die stelling in hoger beroep ook niet gehandhaafd, althans heeft hij er geen grief tegen gericht dat in eerste aanleg de kantonrechter aan die stelling voorbij is gegaan.

5 De slotsom

5.1

De grieven falen, zodat de bestreden vonnissen moeten worden bekrachtigd.

5.2

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof [Q] in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van OFW zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 311,-

- salaris advocaat € 1.788,- (2 punten x tarief II)

Totaal € 2.099,-

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter te Lelystad van 18 februari 2015 en

8 juli 2015;


veroordeelt CB Bewind in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van OFW vastgesteld op € 311,- voor verschotten en op € 1.788,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. O.E. Mulder, mr. H. de Hek en mr. D.H. de Witte en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

27 juni 2017.