Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:5243

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
15-01-2021
Zaaknummer
21-004810-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade bewezen verklaard. Gevangenisstraf van 20 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004810-13

Uitspraak d.d.: 20 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 24 april 2013 met parketnummer 18-670425-12 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

Zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 14 december 2015, 2 mei 2017, 6 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van

€ 1780,29, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. P.TH. van Jaarsveld, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:

hij, op of omstreeks 29 februari 2012, te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en, al dan niet, met voorbedachte rade [benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet en, al dan niet, na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), die [benadeelde partij] , meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[mede verdachte 1] en/of één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 29 februari 2012 te [plaats] ter uitvoering van het door hun/hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk en, al dan niet, met voorbedachte rade [benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet en, al dan niet, na kalm beraad en rustig overleg, die [benadeelde partij] , meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft/hebben getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door te [plaats] , althans in Nederland, in of omstreeks de periode van 1 december 2011 t/m 29 februari 2012, in samenwerking met en/of in opdracht van en/of op verzoek van die [mede verdachte 1] en/of een of meer ander(en), één of meer onbekend gebleven personen te benaderen en/of te regelen en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) opdrachten te geven tot uitvoering van bovengenoemd feit en/of zodanige informatie te verschaffen dat zij/hij wist(en) waar die [benadeelde partij] zich bevond, althans zou bevinden, door welke handelingen van verdachte uitvoering kon worden gegeven aan bovengenoemd strafbaar feit;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat


hij, op of omstreeks 29 februari 2012, te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [benadeelde partij] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (een gebroken oogkas en/of een gebroken jukbeen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam te treffen;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

Chr.D. [mede verdachte 1] en/of één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 29 februari 2012 te [plaats] tezamen en in vereniging, althans alleen, aan een persoon (te weten [benadeelde partij] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (een gebroken oogkas en/of een gebroken jukbeen), heeft/hebben toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam te treffen, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door te [plaats] , althans in Nederland, in of omstreeks de periode van 1 december 2011 t/m 29 februari 2012, in samenwerking met en/of in opdracht van en/of op verzoek van die

[mede verdachte 1] en/of een of meer ander(en), één of meer onbekend gebleven personen te benaderen en/of te regelen en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) opdrachten te geven tot uitvoering van bovengenoemd feit en/of zodanige informatie te verschaffen dat zij/hij wist(en) waar die [benadeelde partij] zich bevond, althans zou bevinden, door welke handelingen van verdachte uitvoering kon worden gegeven aan bovengenoemd strafbaar feit;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij, op of omstreeks 29 februari 2012, te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij] , opzettelijk en, al dan niet, met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), die [benadeelde partij] , meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[mede verdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 29 februari 2012 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door hun/hem voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij] , opzettelijk en, al dan niet, met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [benadeelde partij] , meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam heeft/hebben getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door te [plaats] , althans in Nederland, in of omstreeks de periode van 1 december 2011 t/m 29 februari 2012, in samenwerking met en/of in opdracht van en/of op verzoek van die

[mede verdachte 1] en/of een meer ander(en), één of meer onbekend gebleven personen te benaderen en/of te regelen en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) opdrachten te geven tot uitvoering van bovengenoemd feit en/of zodanige informatie te verschaffen dat zij/hij wist(en) waar die [benadeelde partij] zich bevond, althans zou bevinden, door welke handelingen van verdachte uitvoering kon worden gegeven aan bovengenoemd strafbaar feit.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Uit onderstaande bewijsmiddelen blijkt dat de bedoeling van de opdrachtgever van de mishandeling was dat [benadeelde partij] zwaar mishandeld zou worden. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling om hem te doden. Blijkens de medische verklaring is de opdracht ook zo uitgevoerd. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat het opzet van verdachte verder heeft gereikt dan het opzet van zijn opdrachtgever, ook niet in voorwaardelijke zin.

Hieruit blijkt dat geen sprake is geweest van opzet op de dood van het slachtoffer, zodat verdachte van de primair en subsidiair ten laste gelegde varianten van poging tot moord en poging tot doodslag moet worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling met voorbedachten rade, zoals meer subsidiair is ten laste gelegd.

Uit het aan dit arrest als bijlage aangehecht overzicht van bewijsmiddelen blijkt dat [benadeelde partij] op 29 februari 2012 in het trappenhuis van zijn flatwoning aan de [adres] te [plaats] ernstig is mishandeld door twee personen. De mishandeling is van tevoren zorgvuldig voorbereid. Opdrachtgever van deze mishandeling is [mede verdachte 1] . [mede verdachte 1] heeft in de week voorafgaand aan de mishandeling verdachte benaderd en hem verzocht de mishandeling uit te laten voeren tegen betaling van € 2.000,-.

Verdachte heeft hierover verklaard dat [mede verdachte 1] hem benaderde, omdat hij was bestolen door zijn vriend [benadeelde partij] en dat hij hem daarom een lesje wilde leren. Verdachte heeft verklaard dat hij geroerd was door het feit dat [mede verdachte 1] was bestolen door zijn vriend [benadeelde partij] .

Blijkens het OVC-gesprek van 22 februari 2012 is tussen hen precies besproken wat de bedoeling was:

Die handen, die handen, die knieën moeten kapot hij moet niet meer lopen en die gezicht.

Verdachte heeft die opdracht ook begrepen. Hij heeft in dit verband nog het volgende verklaard:

Hij (het hof begrijpt: [mede verdachte 1] ) wou dat die jongen een paar klappen zou krijgen. Maar niet dat hem wat ergs zou overkomen. Hij zou niet helemaal in elkaar getrimd worden, want hij kent zijn moeder, hij kent zijn familie, ze zijn samen opgegroeid, dus dat was de bedoeling van [mede verdachte 1] .

Om de mishandeling voor te bereiden hebben verdachte en [mede verdachte 1] poolshoogte genomen bij de woning van het slachtoffer. Dat blijkt zowel uit OVC-gesprekken als uit de verklaring van verdachte. De situatie ter plekke is grondig bekeken en de verschillende mogelijkheden en onmogelijkheden zijn besproken.

Omdat het slachtoffer steeds maar niet naar buiten kwam moest een plan worden verzonnen om hem naar buiten te lokken. Daarvoor is een bekende van het slachtoffer ingeschakeld: [mede verdachte 2] . Die heeft verdachte meegenomen voor een autoritje, zodat de personen die hem zouden mishandelen zich konden verstoppen in het trappenhuis van zijn woning. Blijkens de aangifte van het slachtoffer is dit ook precies wat er gebeurde: toen hij weer thuis kwam en de trap van zijn op de eerste verdieping gelegen appartement op liep werd hij aangevallen door twee personen met honkbalknuppels die van de trap naar beneden kwamen.

Blijkens de aangifte van [benadeelde partij] en de letselverklaring is de opdracht conform de tussen verdachte en [mede verdachte 1] besproken instructies uitgevoerd.

Minder dan een uur na de mishandeling heeft verdachte -contact met [mede verdachte 1] en hem gevraagd om direct bij hem langs te komen.

Voorbedachte rade en zwaar lichamelijk letsel

Uit voorgaande bewijsmiddelen blijkt van een zeer zorgvuldig en doordacht plan van verdachte en zijn opdrachtgever om aan [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, als bedoeld in artikel 303 wetboek van strafrecht, zoals meer subsidiair is ten laste gelegd.

medeplegen

Gelet op de rol van verdachte, te weten het aanvaarden van de opdracht, het overleggen met de opdrachtgever, het verkennen van de plaats delict, het inschakelen van andere personen om de mishandeling uit te voeren en het geven van instructies aan die personen, is sprake van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking met de daadwerkelijke uitvoerders van de mishandeling dat verdachte aangemerkt kan worden als medepleger van het meer subsidiair ten laste gelegde.

verweren verdachte

Het verweer van verdachte dat hij niet betrokken is geweest bij de mishandeling, omdat hij weliswaar de opdracht van [mede verdachte 1] heeft aangenomen, maar nooit van plan is geweest om deze ook daadwerkelijk uit te voeren, wordt verworpen. Verdachte heeft als reden gegeven voor het aanvaarden van de opdracht en het vervolgens om de tuin leiden van [mede verdachte 1] dat hij van [mede verdachte 1] wat geld wilde aftroggelen.

Ter zitting van het hof heeft verdachte echter verklaard dat hij in die tijd helemaal geen behoefte had aan geld. Daarnaast is het volstrekt onaannemelijk dat verdachte, die zegt geroerd te zijn door het feit dat zijn vriend [mede verdachte 1] door een andere vriend ( [benadeelde partij] ) is bestolen, vervolgens [mede verdachte 1] om de tuin gaat leiden door een opdracht te aanvaarden die hij nooit zal uitvoeren om er een paar centen aan te kunnen verdienen. Dat verdachte de opdracht uiteindelijk niet heeft uitgevoerd blijkt ook op geen enkele wijze uit de OVC-gesprekken en telefoongegevens die zich in het dossier bevinden.

Verdachte heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat het OVC-gesprek van 22 februari 2012 tussen hem en [mede verdachte 1] geen betrekking heeft op de voorgenomen mishandeling van [benadeelde partij] , maar betrekking heeft op de eveneens geplande mishandeling van [naam] (alias [naam] of [naam] ) en daarom niet voor het bewijs van de mishandeling van [benadeelde partij] gebruikt kan worden.

Het hof verwerpt het verweer. Blijkens verdachtes uitgewerkte politieverklaring van 29 september 2012 heeft hij verklaard dat hij met betrekking tot [benadeelde partij] door [mede verdachte 1] is benaderd, dat hij heeft gekeken en dat hij heeft toegezegd de mishandeling te zullen regelen. Dat verdachte ook daadwerkelijk samen met [mede verdachte 1] heeft gekeken bij de woning van [benadeelde partij] vindt steun in het OVC-gesprek van 22 februari 2012 tussen [mede verdachte 1] en verdachte. Uit dat gesprek blijkt dat ze op dat moment voor een woning geparkeerd staan en dat ze kijken naar manieren om binnen te komen. Verdachte zegt in dat gesprek: Ja. Het mooie is, hij heeft geen bovenburen hè. De buren precies boven hem die zijn er niet.

Ter zitting van het hof heeft verdachte foto’s overgelegd van de woningen van zowel [benadeelde partij] als [naam] .

Uit het proces-verbaal van de zitting van 2 mei 2017 blijkt dat verdachte het volgende heeft verklaard:

[naam] heeft geen bovenburen. Ik heb foto’s meegenomen van zijn flat om dat aan te tonen. [benadeelde partij] had wel bovenburen. Ik overleg de foto’s aan het hof. (Opmerking griffier: de foto’s zijn in het dossier gevoegd).

Foto 1 is een flat van 4 verdiepingen. Het meest rechtse appartement op de bovenste woonlaag is van [naam] . Dat is aan de [adres] te [plaats] . De woning van [benadeelde partij] in [plaats] is bijna 2 kilometer daar vandaan.

Foto 2 is ook van de flat van [naam] , het betreft het linker gedeelte van het gebouw. De woning van [naam] staat daar niet op.

Foto 3 is de flat van [benadeelde partij] .

Op foto 4 kunt u zien dat die flat bestaat uit 9 verdiepingen.

Foto 5 is een close up van de woning van [benadeelde partij] . Het betreft huisnummer [nummer] , op de eerste verdieping, de laatste deur. Hij heeft dus wel bovenburen.

Gelet hierop en op de inhoud van het OVC-gesprek kan dit gesprek alleen maar betrekking hebben op de woning van [benadeelde partij] , omdat zijn woning wel een woning boven zich heeft in tegenstelling tot de woning van [naam] .

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

meer subsidiair:

hij op 29 februari 2012, te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen aan een persoon (te weten [benadeelde partij] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (een gebroken oogkas en/of een gebroken jukbeen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn mededaders meermalen, tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam te schoppen en/of te trappen en meermalen, met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam te treffen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich tegen betaling heeft laten inhuren om een ander op zeer ernstige wijze en volgens een vooraf beraamd plan te laten mishandelen, kortom: een afrekening in het criminele circuit. Daarbij is zeer veel geweld gebruikt. Het slachtoffer is onder meer met een honkbalknuppel tegen het hoofd geslagen, waardoor hij ernstig gewond en getraumatiseerd is geraakt. Door zo te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 8 mei 2017 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder ook geweldsdelicten, waarbij aan hem langdurige gevangenisstraffen zijn opgelegd.

Weliswaar dateren deze eerdere veroordelingen van enige tijd geleden en is verdachte in het zeer recente verleden niet opnieuw veroordeeld, maar gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit plaatsvond dient aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële omvang te worden opgelegd. De door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden doet geen recht aan de ernst van het bewezenverklaarde.

In beginsel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren passend.

Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om daarvan af te wijken.

Gelet echter op de overschrijding van de redelijke termijn met meer dan anderhalf jaar zal deze worden gematigd tot 20 maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.280,29. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.780,29. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het meer subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47 en 303 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het meer subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.780,29 (duizend zevenhonderdtachtig euro en negenentwintig cent) bestaande uit € 280,29 (tweehonderdtachtig euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.780,29 (duizend zevenhonderdtachtig euro en negenentwintig cent) bestaande uit € 280,29 (tweehonderdtachtig euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Heft op het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. T.M.L. Wolters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder, griffier,

en op 20 juni 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.