Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:5087

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-06-2017
Datum publicatie
13-07-2017
Zaaknummer
WAHV 200.170.118
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Meervoudig arrest. Officiersappel. Rotonde zonder bord D1, zodat gedraging niet kan zijn verricht. Linksom nemen van rotonde is - ook zonder bord D1 - verboden op grond van artikel 3 RVV 1990, inhoudende het gebod zoveel mogelijk rechts te houden. Een wijziging van de feitcode zou de betrokkene schaden in zijn verdedigingsbelang. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2018/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.170.118

16 juni 2017

CJIB 176210428

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel

van 23 maart 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting)”, welke gedraging zou zijn verricht op 30 september 2013 om 21.57 uur op de Lange Akker te Kampen met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gegrond verklaard omdat uit de foto's die de betrokkene heeft overgelegd, blijkt dat op de rotonde geen verkeersbord D1 met de aangegeven rijrichting aanwezig was en er voorts geen algemene verkeersregel bestaat dat men een rotonde altijd rechtsom moet rijden. De betrokkene was zodoende niet verplicht om de rotonde rechtsom te rijden en daarom kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is begaan.

3. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beslissing van de kantonrechter en daartoe aangevoerd dat indien het bord D1 niet zichtbaar aanwezig was op de rotonde dit niet betekent dat de sanctie ten onrechte is opgelegd. Ook bij het ontbreken van het bord D1 geldt deze verplichte rijrichting. Immers niet slechts door plaatsing van het bord blijkt dat het een rotonde betreft, dit blijkt te meer uit de inrichting van de weg. Het dient een verkeersdeelnemer duidelijk te zijn dat het een rotonde betreft en dat het dus de bedoeling van de wegbeheerder is rechts om de rotonde te rijden. Voorts is een algemene verkeersregel, opgenomen in artikel 3, eerste lid, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), dat weggebruikers verplicht zijn zo veel mogelijk rechts te houden. Gelet op de weginrichting in combinatie met deze algemene verkeersregel had betrokkene moeten weten dat hij rechts om de rotonde had moeten rijden.

4. De onder 1. genoemde gedraging betreft een overtreding van artikel 62 RVV 1990. Deze bepaling luidt:

“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”

5. Het verkeersbord D1 geeft als verplichte rijrichting rechts om de rotonde aan.

6. Op grond van de dossierstukken, waaronder het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant en de door de betrokkene overgelegde foto's acht het hof het, met de kantonrechter, aannemelijk dat ten tijde van de gedraging het bord D1 met de verplichte rijrichting voor een rotonde niet geplaatst was op de rotonde.

7. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene de in de inleidende beschikking omschreven gedraging, te weten het als bestuurder in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting rijden, heeft verricht.

8. Het hof overweegt voorts dat artikel 3, eerste lid, RVV 1990 luidt: "Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden." De Nota van toelichting merkt hieromtrent onder meer op:

"Artikel 3 bevat de basisregel ten aanzien van de plaats op de weg voor bestuurders.

Zij houden op het voor hen bestemde weggedeelte zoveel mogelijk rechts. Het "zoveel mogelijk" wordt bepaald door de concrete situatie.

Als een rijbaan is verdeeld in rijstroken zal in beginsel de meest rechts gelegen rijstrook moeten worden gevolgd."

9. De concrete situatie in de onderhavige zaak is als volgt. De betrokkene heeft een rotonde genaderd waarbij niet middels het bord D1 een verplichte rijrichting was aangegeven. Bij de nadering van een rotonde is sprake van een rijstrook voor verkeer richting de rotonde. Dit betreft de rechter rijstrook. Op het wegdek van deze rijstrook voor de rotonde bevinden zich haaietanden. De linker rijstrook is bestemd voor het tegemoetkomende verkeer. Gelet op artikel 3, eerste lid, van het RVV 1990 en wat hieromtrent in de Nota van toelichting is opgemerkt, had de betrokkene in deze situatie de meest rechts gelegen rijstrook moeten volgen. Dit houdt in dat de betrokkene rechts om de rotonde had moeten rijden.

10. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat artikel 3, eerste lid, RVV 1990 is overtreden. Deze gedraging is in de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, WAHV opgenomen onder feitcode R303a (als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg). Aangezien bij deze feitcode een sanctiebedrag van € 220,- hoort kan niet worden geoordeeld dat de betrokkene, die zich te weer heeft gesteld tegen de hem opgelegde sanctie, door de wijziging van de feitcode niet in zijn verdedigingsbelang zou worden geschaad.

11. Gelet hierop bestaat in deze procedure geen ruimte voor wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking. Dit betekent dat het oordeel van de kantonrechter, dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd, juist is. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, mr. Beswerda en mr. Sekeris in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.