Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:5

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-01-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
WAHV 200.188.607
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Proceskosten. Het verzoek om wegingsfactor 1 te hanteren omdat het een Duits-Nederlandse zaak is en de gemachtigde meer tijd nodig heeft voor proceshandelingen in verband met vertalingen, wordt afgewezen. Het hof past wegingsfactor 0,5 toe. Proceshandelingen verricht met het oog op de WOB-procedure kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen in het kader van de WAHV-zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.188.607

23 december 2016

CJIB 180268129

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland

van 22 januari 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,

kantoorhoudende te [plaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

Bij brief van 19 oktober 2016 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking met voormeld CJIB-nummer, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.

Bij brief van 20 oktober 2016 heeft de griffier van het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd alsmede of de betrokkene aanspraak wenst te maken op vergoeding van proceskosten.

Bij brief van 25 oktober 2016 heeft de gemachtigde van de betrokkene verzocht om een kostenvergoeding.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Bij brief van 8 november 2016 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van de reactie van de advocaat-generaal een nadere toelichting op het kostenverzoek in te dienen. Bij brief van 21 november 2016 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op voormelde brief van de gemachtigde van de betrokkene te reageren, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 370,- opgelegd ter zake van “als weggebruiker buiten noodzaak over de vluchtstrook of vluchthaven rijden”, welke gedraging zou zijn verricht op 4 februari 2014 om 08:43 uur op de A12, HMP. 148,8L te Zevenaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. Nu de advocaat-generaal heeft besloten om voormelde beschikking in te trekken en derhalve is bewerkstelligd, hetgeen de betrokkene met het hoger beroep beoogde te verkrijgen, te weten vernietiging van deze beschikking, heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep. Derhalve dient het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. De gemachtigde van de betrokkene verzoekt om vergoeding van de kosten van door een derde verleende rechtsbijstand ten bedrage van € 1.934,- en heeft het verzoek als volgt gespecificeerd:

bezwaar d.d. 09.05.2014 (1,0) € 235,00 € 235,00

WOB verzoek d.d. 09.05.2014 (0,5) € 235,00 € 117,50

aanvulling bezwaar (WOB + bewijs) d.d. 12.05.2014 (0,5) € 235,00 € 117,50

beroep kanton d.d. 02.07.2014 (1.0) € 472,00 € 472,00

mondelinge behandeling kanton d.d. 22.01.2016 (1.0) € 496,00 € 496,00

hoger beroep GH d.d. 25.02.2016 (1.0) € 496,00 € 496,00

verschotten (excl. zekerheidsstelling): geen geen

wegingsfactor 1,0 - gemiddeld - mede i.v.m. internationale context Duits-Nederland

totaal € 1.934,00.

Tevens is verzocht om restitutie van de gestelde zekerheid.

4. Artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, van de WAHV verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) van overeenkomstige toepassing. Derhalve dient het hof het kostenverzoek te beoordelen aan de hand van de genoemde regeling.

5. Ingevolge artikel 1, onder a, van het Besluit kan een veroordeling in de kosten betrekking hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

6. Namens de betrokkene is verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling.

7. De gemachtigde stelt in zijn kostenverzoek de wegingsfactor 1,0 (gemiddeld) te hanteren, mede in verband met de internationale context Duits-Nederlands van de zaak.

Het hof is van oordeel dat de wegingsfactor 0,5 (licht) dient te worden toegepast, nu het gewicht van de zaak dit rechtvaardigt. De omstandigheid dat de gemachtigde meer tijd nodig heeft voor proceshandelingen in verband met vertalingen doet hieraan niet af.

8. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: indienen beroepschrift bij de officier van justitie, indienen beroepschrift bij de kantonrechter, verschijnen ter zitting van de kantonrechter en indienen hoger beroepschrift.

Aan het indienen van een beroepschrift en aan het verschijnen ter zitting dient één punt te worden toegekend. De proceshandelingen die de gemachtigde heeft verricht met het oog op de WOB-procedure kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen in het kader van deze zaak. Het betreft hier een aparte, van de WAHV los staande procedure. In het kader van de WAHV kunnen de op de zaak betrekking hebbende stukken worden opgevraagd op de voet van artikel 7:18, vierde lid, Awb of de artikelen 11, vierde lid, en 19, vierde lid, WAHV.

9. De waarde per punt bedraagt € 496,-. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 992,- (=4 x € 496,- x 0,5).

10. De gestelde zekerheid dient door de advocaat-generaal te worden gerestitueerd.

11. Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 992,- over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] onder vermelding van [kenmerk] ;

wijst af het meer of anders verzochte;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.