Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:4752

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-06-2017
Datum publicatie
13-07-2017
Zaaknummer
WAHV 200.171.340
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rood licht betekent dat je moet stoppen, ook als dat niet lukt voor de stopstreep.

Wetsverwijzingen
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) 69
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2017/127
JWR 2017/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.171.340

6 juni 2017

CJIB 174737802

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland

van 31 maart 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 220,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 13 augustus 2013 om 20:52 uur op de Oranjesingel (kruising Van Schevichavenstraat) te Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene stelt dat hij het verkeerslicht op oranje zag springen en inschatte niet meer tijdig voor de stopstreep te kunnen stoppen. Hij reed daarom door. Vervolgens bleek er een tweede stopstreep te zijn, die in eerste instantie aan het zicht werd onttrokken door zijn voorligger. Had de betrokkene de tweede stopstreep tijdig gezien, dan was hij daarvoor gestopt. Nu deze echter aan het zicht werd onttrokken, en de betrokkene ook niet bedacht was op een tweede stopstreep, kon hij ook voor die stopstreep niet tijdig meer stoppen, zodat hij opnieuw genoodzaakt was om door te rijden. De betrokkene is van mening dat de detectielussen niet achter de tweede, maar achter de eerste stopstreep behoorden te liggen.

3. In zaken als deze biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

4. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“Door middel van twee foto’s van roodlichtapparatuur werd de overtreding fotografisch vastgelegd.
Foto 1: het betreffende voertuig activeert de lus achter de stopstreep c.q. het rode verkeerslicht. Op het moment van de overtreding brandde het licht reeds 0,6 seconden.

Foto 2: circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder reed.
De geelfase bedroeg 2,8 seconden.”

5. Bij de stukken bevinden zich drie foto’s van de gedraging. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene de dichtst bij het verkeerslicht gelegen stopstreep vrijwel geheel is gepasseerd, terwijl dat verkeerslicht op rood staat. Op de tweede en derde foto is te zien dat het voertuig verder is gereden en het verkeerslicht is gepasseerd.

6. De betrokkene heeft foto’s ingestuurd waarop is te zien dat er niet alleen vlak voor het verkeerslicht een stopstreep op de rijbaan is aangebracht, maar dat zich enkele meters eerder op de rijstrook nog een stopstreep bevindt.

7. Artikel 68, eerste lid, van het RVV 1990 houdt in:

‘Bij driekleurige verkeerslichten betekent:

a. groen licht: doorgaan;

b. geel licht: stop: voor bestuurder die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop.’

8. De betrokkene erkent dat het verkeerslicht op het moment dat hij dit passeerde voor zijn richting rood licht uitstraalde. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht. Dat het verkeerslicht mogelijk nog niet op rood stond op het moment dat de betrokkene de (eerste) stopstreep passeerde, maakt dat niet anders. Weliswaar schrijft artikel 79 van het RVV 1990 voor dat bij een verplichting tot stoppen, dit dient te geschieden voor de voor de bestuurder bestemde stopstreep, maar naar vaste jurisprudentie van het hof betekent dat niet dat de verplichting om te stoppen voor rood licht vervalt wanneer het verkeerslicht pas na het passeren van de stopstreep op rood springt (vgl. het arrest van het hof van 13 november 2002, vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0656). Op de betrokkene rustte dan ook de verplichting om ook in dit geval voor het rode verkeerslicht te stoppen.
Nu hij dit heeft nagelaten, is hem terecht een sanctie opgelegd. Het hof merkt nog op dat het niet relevant is op welke locatie de lussen in het wegdek zich bevinden, nu vaststaat dat de betrokkene door rood is gereden.

9. Gelet op het voorgaande slaagt het verweer van de betrokkene niet. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal diens beslissing bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.