Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:337

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-01-2017
Datum publicatie
20-01-2017
Zaaknummer
21-003540-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:4228, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:826, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte voor grootschalige illegale handel in vogels binnen een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk (met aftrek van voorarrest) en gelast verder de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 120 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003540-15

Uitspraak d.d.: 18 januari 2017

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 11 juni 2015 met parketnummer 16-997018-11 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 20-003376-09, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1978] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 30 maart 2016, 9 november 2016, 23 november 2016 en 30 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R. Wouters, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing, kwalificatie en strafoplegging komt en daarom opnieuw recht doen.

De tenlastegelegde feiten

De tekst van de volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit arrest gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:

in de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van de Flora- en faunawet door al dan niet opzettelijk en samen met anderen beschermde diersoorten te bezitten, te vervoeren, ze binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen en ermee te handelen;

ten aanzien van feit 2, primair:

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door al dan niet opzettelijk en samen met anderen dieren in Nederland te brengen, terwijl die dieren vanuit een derde land en via Nederland voor het eerst in de gebieden zijn gebracht waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is;

ten aanzien van feit 2, subsidiair:

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door al dan niet opzettelijk en samen met anderen vogels in Nederland te brengen, terwijl die vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag, dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat in Nederland zijn gebracht, welke vogels bestemd zijn voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag;

ten aanzien van feit 2, meer subsidiair:

zich in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van verschillende vogels;

ten aanzien van feit 3:

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door al dan niet opzettelijk en samen met anderen als houder van dieren, terwijl hij wist/moest vermoeden dat door zijn handelen/nalaten een besmetting met/verspreiding van een besmettelijke dierziekte kon worden veroorzaakt, dat handelen niet achterwege heeft gelaten, dan wel niet alle maatregelen heeft genomen om zo’n besmetting of verspreiding te voorkomen;


ten aanzien van feit 4:

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De tekst van de tenlastelegging zal hierna per feit worden weergegeven.

Ten behoeve van de leesbaarheid van dit arrest zal het hof hierna per feit ingaan op de

(eventuele) bewezenverklaring, de strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de strafbaarheid van de verdachte.

FEIT 1:

De tenlastelegging

1:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland

en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije

en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen

en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of

elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of

elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse

en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- 144, althans één of meer Piocephalus senegalus (zending 8)

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten

verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel

gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of

tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het

grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) (06.AMB.34)

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten

verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin

en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon

gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van

Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak “Wildvang Bulgarije”

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onderdeel “Wildvang Bulgarije”.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor zover de tenlastelegging ziet op het zaaksdossier “Wildvang Bulgarije”. Volgens de raadsman bevat het dossier onvoldoende bewijs waaruit blijkt dat verdachte actief betrokken is geweest bij de onder dit zaaksdossier tenlastegelegde zending.

Oordeel van het hof

Het hof spreekt verdachte vrij van het onder 1 met betrekking tot zaaksdossier “Wildvang Bulgarije” tenlastegelegde en overweegt daartoe als volgt.

Op verzoek van verdachte heeft [betrokkene 1] met [medepleger] in Turkije gepraat, onder meer over de ritten die hij heeft gemaakt naar Slowakije om vogels naar Nederland te brengen, waarbij hij aan [medepleger] moest vertellen hoe hij dat deed. Uit het dossier met betrekking tot zending acht leidt het hof af dat [betrokkene 1] in opdracht en op verzoek van verdachte de zending waarvan de onderhavige vogels deel uitmaakten, uit Slowakije heeft opgehaald en naar [medeverdachte 1] in Nederland heeft vervoerd. Wat betaling betreft acht het hof niet bewezen dat - zoals [betrokkene 1] heeft verklaard - het verdachte is geweest die hem heeft betaald. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij [betrokkene 1] heeft betaald. Dat ligt gelet op de bestemming van het transport - [medeverdachte 1] - het meest voor de hand. Het is niet gebleken dat verdachte wist (van de aanmerkelijke kans) dat de onderhavige vogels deel uitmaakten van het transport. De bestelling van de vogels is ook niet uitgegaan van verdachte. Het tenlastegelegde opzet kan dan ten aanzien van verdachte niet worden bewezen.

Medeplegen van de onder voornoemd zaaksdossier tenlastegelegde gedraging als overtreding acht het hof eveneens niet bewezen, ook niet ten aanzien van “vervoeren” en “binnen het grondgebied van Nederland brengen”. Naar het oordeel van het hof is het vragen van een chauffeur voor een transport in dit geval onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken.

Bewezenverklaring “Vijfvogelregeling”

De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd ter zake van de onder zaaksdossier “Vijfvogelregeling” tenlastegelegde zendingen betreffende papoea beo’s.

Verdachte heeft op 14 januari 2011 vijf papoea beo’s en op 2 februari 2011 opnieuw vijf papoea beo’s vanuit Dubai verzonden. Het hof verklaart bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij allebei deze zendingen. Naar het oordeel van het hof staat vast dat verdachte deze tien papoea beo’s binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ten verkoop heeft aangeboden, heeft verkocht en heeft gebruikt voor commercieel gewin.

Ter zake van de eerste zending (van 14 januari 2011) is sprake van medeplegen met [medeverdachte 1] . Ten aanzien van de tweede zending (van 2 februari 2011) is geen sprake van medeplegen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland

en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije

en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen

en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of

elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of

elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse

en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- 144, althans één of meer Piocephalus senegalus (zending 8)

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten

verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel

gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of

tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het

grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad,

en/of

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland

en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije

en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen

en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of

elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of

elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse

en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten:

(traject Vijfvogelregeling)

- tien, althans één of meer papoea beo’s1 (Mino dumonti) (06.AMB.34)

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten

verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin

en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon

gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van

Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring dient in samenhang gelezen te worden met het hiervoor overwogene ter zake van het medeplegen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet

en

opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet.

Vijfvogelregeling

Standpunt van het openbaar ministerie

Volgens de advocaat-generaal kan verdachte zich niet op een vrijstelling beroepen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat [betrokkene 2] al maanden voor de zendingen van de papoea beo’s vanuit Dubai eigenaar is geworden van deze vogels. Daardoor was ten tijde van de verzending geen sprake van een commerciële overdracht en kan verdachte zich op een vrijstelling beroepen.

Oordeel van het hof

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De papoea beo is opgenomen in Bijlage D van de Basisverordening.

In artikel 7 van de regeling vrijstelling is ten behoeve van het intracommunautaire verkeer bepaald dat - indien kan worden aangetoond dat specimens van soorten, genoemd in Bijlage A, B, C of D van de Basisverordening, overeenkomstig de in een lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening zijn verkregen - een vrijstelling geldt voor het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen uit lid 1 van artikel 13 van de Flora- en faunawet.

In artikel 10 van de Regeling vrijstelling is bepaald dat - indien kan worden aangetoond dat specimens van soorten, genoemd in Bijlage D van de Basisverordening, overeenkomstig het bij of krachtens de Flora- en faunawet bepaalde en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening in Nederland zijn gebracht of verkregen - een vrijstelling geldt voor de verboden handelingen uit lid 1 van artikel 13 van de Flora- en faunawet, met uitzondering van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of het onder zich hebben.

Verdachte heeft niet aangetoond dat hij ten aanzien van de papoea beo’s in overeenstemming met de geldende regelgeving heeft gehandeld. De vogels werden door verdachte (vanuit Dubai) aan [betrokkene 2] (in Nederland) verkocht. Het hof stelt vast dat op de certificaten (“Declarations of Transfer”) in strijd met de waarheid is ingevuld dat de zendingen betreffende de papoea beo’s niet commercieel waren (“non-commercial”). Reeds daarom kan het beroep op de vrijstelling niet slagen. Voor het overige wordt verwezen naar hetgeen hierna bij de strafbaarheid van het bewezenverklaarde bij feit 2 in het kader van zaaksdossier “Vijfvogelregeling” wordt overwogen.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof zal hierna bij feit 2 ingaan op de door de verdediging gevoerde verweren die betrekking hebben op de strafbaarheid van de verdachte.

FEIT 2:

De tenlastelegging

2 primair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

telkens al dan niet opzettelijk dieren en/of producten in Nederland heeft

gebracht, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

welke dieren en/of producten zijn verzonden vanuit een derde land en via

Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de

Europese Unie van toepassing is zijn gebracht;

2 subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

telkens al dan niet opzettelijk, vogels in Nederland heeft gebracht, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

welke vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die

partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het

grondgebied van een lidstaat in Nederland worden gebracht en bestemd zijn

voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het

EER-Verdrag;

2 meer subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012,

te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of

Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of

Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de

Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in

Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van (een)

voorwerp(en), te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

de werkelijke aard en/of de herkomst, heeft verborgen of verhuld, terwijl hij

(telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraken

Wildvang Bulgarije

Vrijspraak ter zake van het onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onderdeel “Wildvang Bulgarije”. Volgens de advocaat-generaal kan het niet anders dan dat verdachte en [medeverdachte 1] wisten dan wel in elk geval op grond van hun bekendheid en ervaring willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het ging om vogels afkomstig uit derde landen. Uit de bewijsmiddelen blijkt - anders dan de rechtbank heeft overwogen - voldoende dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor zover de tenlastelegging ziet op het zaaksdossier “Wildvang Bulgarije”. Volgens de raadsman bevat het dossier onvoldoende bewijs waaruit blijkt dat verdachte actief betrokken is geweest bij alle onder dit zaaksdossier tenlastegelegde zendingen.

Ter zake van het primair onder voornoemd zaaksdossier tenlastegelegde heeft de raadsman in het bijzonder vrijspraak bepleit aangezien de vogels eerst in Bulgarije (en niet in Nederland) binnen de Europese Unie zijn gebracht.

Oordeel van het hof

Het hof spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde met betrekking tot zaaksdossier “Wildvang Bulgarije”.

Het hof verwijst naar hetgeen hiervoor bij feit 1 ten aanzien van dit zaaksdossier is overwogen. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Wat feit 2 primair betreft komt daar nog bij dat het hof niet bewezen acht dat er sprake is van invoer van vogels uit een derde land in Nederland als eerste lidstaat. Wat feit 2 meer subsidiair betreft, overweegt het hof dat verdachte hierbij onvoldoende betrokkenheid heeft gehad om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Vijfvogelregeling

Vrijspraak ter zake van het onder 2 primair tenlastegelegde

Het hof spreekt verdachte - evenals de rechtbank - vrij van het onder 2 primair tenlastegelegde voor de onder zaaksdossier “Vijfvogelregeling” genoemde vogels, nu er telkens geen sprake is van invoer van vogels uit een derde land (rechtstreeks) in Nederland als eerste lidstaat waar de vogels in de EU worden ingevoerd.

Vrijspraak van tien reuzentoerako’s en vijf ross toerako’s ter zake van het onder 2 subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde

Het hof acht - net als de rechtbank en anders dan de advocaat-generaal - niet bewezen dat verdachte voldoende betrokkenheid heeft gehad bij de zendingen die vanuit Oeganda naar [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn gegaan om hem als medepleger aan te merken. Dit gaat om de zending van 1 november 2011 (vijf reuzentoerako’s), de zending van 6 juni 2012 (wederom vijf reuzentoerako’s) en de zending van augustus 2012 (vijf ross toerako’s).

De in het dossier genoemde tapgesprekken zijn naar het oordeel van het hof niet zonder meer exclusief bij deze zendingen te plaatsen. De vele tapgesprekken over vijf vogels duiden niet noodzakelijkerwijs op de hiervoor genoemde zendingen. Verdachte wordt vrijgesproken van dit deel van het feit zoals hem onder 2 subsidiair en meer subsidiair wordt verweten.

Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde

Vijfvogelregeling

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging onder feit 2 subsidiair.

Standpunt van de verdediging

Het hof begrijpt dat de raadsman geen uitdrukkelijk bewijsverweer heeft gevoerd

ter zake van de onder zaaksdossier “Vijfvogelregeling” tenlastegelegde zendingen. De door de raadsman gevoerde verweren zullen hierna worden besproken bij de strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de strafbaarheid van de verdachte.

Oordeel van het hof

Ten aanzien van de verschillende zendingen verklaart het hof het volgende bewezen.

Zeven geelkopgieren, twee pompadour cotinga’s en tien reuzentoerako’s

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte zich als medepleger opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 subsidiair tenlastegelegde met betrekking tot deze vogels.

Vijf ross toerako’s en vijf grijswangneushoornvogels

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte zich als medepleger opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 subsidiair tenlastegelegde met betrekking tot deze vogels.

Tien papoea beo’s

Zoals hiervoor onder feit 1 is vermeld, acht het hof bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij allebei de zendingen betreffende papoea beo’s. Het hof acht ook het opzet van verdachte ten aanzien van deze zendingen bewezen.

Ter zake van de eerste zending (van 14 januari 2011) - bestaande uit vijf papoea beo’s - is sprake van medeplegen met [medeverdachte 1] . Ten aanzien van de tweede zending (van 2 februari 2011) - wederom bestaande uit vijf papoea beo’s - is geen sprake van medeplegen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2 subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

telkens al dan niet opzettelijk, vogels in Nederland heeft gebracht, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4)en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen2,

telkens al dan niet opzettelijk, vogels in Nederland heeft gebracht, te weten:

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti), en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

welke vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die

partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het

grondgebied van een lidstaat in Nederland worden gebracht en bestemd zijn

voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het

EER-Verdrag.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring dient in samenhang gelezen te worden met het hiervoor overwogene ter zake van het medeplegen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd

en

opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Vijfvogelregeling

Standpunt van het openbaar ministerie

Volgens het openbaar ministerie heeft de verdachte niet aan de vereisten van de vijfvogelregeling voldaan en kan hij zich niet op een vrijstelling beroepen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte een beroep kan doen op de vrijstelling van de vijfvogelregeling, omdat hij heeft voldaan aan alle voorwaarden die daaraan worden gesteld. Daartoe is kort gezegd het volgende aangevoerd:

- een zending van maximaal vijf vogels is per definitie niet-commercieel;

- de definitie van “gezelschapsdier” zoals die is verwoord in de Verordening 2016/429 mag niet worden meegenomen in deze zaak;

- alle in de tenlastelegging genoemde vogels zijn bij hun oorspronkelijke eigenaar gebleven. Deze eigenaar was steeds al eigenaar vóór de invoer van de vogels (deze was namelijk eigenaar geworden in Dubai of Oeganda).

Voorts heeft de verdediging naar voren gebracht dat de vogels die vallen onder de vijfvogelregeling niet onder de reikwijdte van de definitie van “vogel” ingevolge artikel 1.1 van de regeling handel levende dieren en levende producten vallen. In dit artikel gaat het immers om vogels die aan alle vereisten voldoen om in het handelsverkeer te worden gebracht en het verwijt dat verdachte wordt gemaakt is juist dat niet is voldaan aan deze voorwaarden.

Oordeel van het hof

Op de ten behoeve van de hiervoor bewezenverklaarde vogelzendingen opgemaakte certificaten is steeds ingevuld dat de vogels niet worden verzonden voor commerciële doeleinden.

Juridisch kader van de vijfvogelregeling

Naar het oordeel van het hof is niet aangetoond dat de vogels overeenkomstig de in een lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening zijn verkregen. Tot deze regelgeving moet worden gerekend Verordening (EG) nr. 318/2007 van 23 maart 2007. Uitgangspunt van deze verordening is dat import van vogels uit derde landen uitsluitend is toegestaan als aan bepaalde in de verordening omschreven voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zijn onder meer dat de vogels:

(1) afkomstig moeten zijn van een in een derde land erkend vermeerderingsbedrijf;

(2) in gevangenschap zijn gefokt;

(3) vóór verzending getest zijn op bepaalde vogelziektes;

(4) vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat;

(5) voorzien zijn van een naadloos gesloten pootring of een microchip en

(6) gedurende 30 dagen (op de plaats van bestemming) in quarantaine worden gehouden in een daarvoor erkende voorziening (zie artikelen 4 tot en met 6 en artikel 11 verordening 318/2007).

Deze strenge voorwaarden zijn - gelet op de inleidende overwegingen bij de verordening 318/2007 - ingegeven door de wens om vogelziektes, afkomstig van (in het wild gevangen) vogels, en daarmee verband houdende risico’s voor dierenwelzijn, dierengezondheid en besmetting met en verspreiding van virusziekten, zoveel mogelijk te voorkomen. Op de hiervoor omschreven geldende voorwaarden voor import uit derde landen bestaat een uitzondering voor zogenaamde gezelschapsdieren. Deze uitzondering vindt haar oorsprong in verordening (EG) nr. 998/2003 van 26 mei 2003 (verder ook: Verordening 998/2003). In die verordening wordt in artikel 3 een definitie van gezelschapsdieren gegeven, te weten:

“dieren (…) die hun eigenaar of een natuurlijk persoon die er namens de eigenaar tijdens het verkeer voor verantwoordelijk is, begeleiden en die niet voor verkoop of eigendomsoverdracht bestemd zijn.”

De uitzondering voor de import van gezelschapsdieren is verder uitgewerkt in een beschikking van de Commissie 2007/25/EG van 22 december 2006 tot vaststelling van beschermende maatregelen van gezelschapsvogels die hun eigenaar vergezellen (verder ook beschikking 2007/25). In de preambule van deze beschikking wordt onder meer het volgende overwogen:

“Om duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen in gevangenschap levende vogels die in het wild voor commerciële invoer zijn gevangen en gezelschapsvogels, moet het verkeer van levende gezelschapsvogels onderworpen blijven aan strikte voorwaarden (…) om de status van gezelschapsvogels te waarborgen en de verspreiding van (…) virusziekten te voorkomen.”

Eén van die strikte voorwaarden houdt in dat het verkeer vanuit derde landen van levende gezelschapsvogels uitsluitend is toegestaan als de zending uit niet meer dan vijf vogels bestaat (zie artikel 1 van beschikking 2007/25).

De uitzondering van de vijfvogelregeling is gezien de definitie van het begrip “gezelschapsdier”, en in het Engels “pet”, duidelijk bedoeld voor vogels die hun eigenaar - zij het dat de eigenaar iemand kan machtigen - (als huisdier) van de ene naar de andere plaats vergezellen. Dit volgt ook uit het feit dat de vogels niet bedoeld mogen zijn voor verkoop of eigendomsoverdracht.

Onder de groep “gezelschapsvogels” worden dus niet begrepen vogels die vanuit een derde land Europa worden binnengebracht en zich dan pas in Europa bij hun nieuwe eigenaar voegen. In dat geval worden de vogels immers door de vorige eigenaar naar de nieuwe eigenaar verzonden. Ofwel, dan verhuizen de vogels niet met hun eigenaar mee.

Verder worden onder gezelschapsdieren in ieder geval uitdrukkelijk niet begrepen: vogels die in het wild voor commerciële invoer zijn gevangen. Dit wordt expliciet in de preambule van beschikking 2007/25 overwogen (zie hierboven). Dit brengt onder meer mee dat voor commerciële doeleinden in het wild gevangen vogels nimmer op grond van de vijfvogelregeling vanuit een derde land binnen het grondgebied van de Europese Unie mogen worden gebracht. Dit eigenaarschap brengt immers geen verandering in het feit dat de vogels in kwestie zijn gevangen met het oogmerk die te verkopen en daardoor geen gezelschapsdieren zijn.

In verordeningen 2013/576 en 2016/429 zijn de bewoordingen van de vijfvogelregeling veranderd. Gelet op de toelichting is hier naar het oordeel van het hof sprake van een verduidelijking van de bewoordingen en niet van een wijziging in de zin van uitbreiding of beperking van de strekking of de reikwijdte van de regeling.

Vrijstelling?

De hiervoor genoemde - bewezenverklaarde - vogels, waren toen zij vanuit Oeganda dan wel vanuit Dubai werden verzonden, bestemd voor verkoop en eigendomsoverdracht aan een ander, bijvoorbeeld [betrokkene 2] . Reeds hierdoor kan niet gesproken worden van de invoer van gezelschapsdieren in de zin van de vijfvogelregeling (zie juridisch kader hierboven). Door toch onder het mom van deze regeling de strenge regels (Verordening 318/2007) voor invoer van vogels uit derde landen te omzeilen, hebben verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] misbruik gemaakt van de vijfvogelregeling. De gehele logistieke en financiële afhandeling is immers in samenspraak tussen verdachte en [medeverdachte 1] gebeurd. De vogelroute via Oeganda is in zeer nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] gegaan, zo volgt uit de vele tapgesprekken. Van “gezelschapsvogels” in de zin van de hiervoor genoemde verordening is geen sprake. Diverse vogels zijn in het wild gevangen en hebben nimmer in gezelschap van mensen verkeerd.

Met het in hoger beroep gevoerde verweer dat zendingen van vijf vogels per definitie niet-commercieel zijn, geeft verdachte er blijk van de strekking van de regeling - zoals die hiervoor is beschreven - niet te (willen) begrijpen. Het beroep dat de verdediging heeft gedaan op de uitleg van de Nederlandse bestuursrechter (CBB:2011:BV1294 en CBB:2012:BY0422) slaagt evenmin, reeds omdat in die zaken sprake was van een zending van 25 en van 10 vogels (dus meer dan vijf vogels). In die beslissingen valt in het geheel niet te lezen dat de bestuursrechter het standpunt huldigt dat een zending van vijf vogels per definitie niet-commercieel is.

De vogels die per zending van vijf stuks zijn getransporteerd zijn wel degelijk bestemd voor de handel. Uit tal van tapgesprekken tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is af te leiden dat deze vogels voor de verkoop zijn bestemd. [betrokkene 2] is één van de afnemers. Uit aantekeningen is af te leiden dat de winst die met de verkoop van deze vogels wordt gemaakt door drie gedeeld wordt: verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De winst is enorm, zo kost een in het wild gevangen toerako bijna niets en wordt deze verkocht voor 2.000 euro (aan [betrokkene 2] ).

Het door de verdediging gevoerde verweer dat van commerciële doeleinden geen sprake was omdat (bijvoorbeeld) [betrokkene 2] de vogels al in Dubai of Oeganda heeft gekocht, wordt eveneens verworpen. Dat [betrokkene 2] de vogels al in het buitenland heeft gekocht en hij deze dus als eigenaar zelf (of door middel van een gemachtigde) heeft “ingevoerd” in Nederland blijkt geenszins uit de stukken en uit de diverse tapgesprekken.

Zoals hiervoor al is weergegeven, heeft de raadsman betoogd dat de vogels die onder de vijfvogelregeling vallen niet onder de reikwijdte van de in artikel 1.1 van de regeling handel levende dieren en levende producten genoemde definitie van het begrip “vogel” vallen.

Het hof overweegt daartoe dat de definitie van dit begrip niet af doet aan de mogelijkheid om nadere voorwaarden te stellen. Deze mogelijkheid wordt immers open gelaten, gelet op artikel 7 onder A van Richtlijn 92/65/EEG.

De verweren worden derhalve verworpen. De onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte ervan uit mocht gaan dat het bij een transport van niet meer dan vijf vogels ging om een niet-commerciële zending, gelet op de kennis die in de jaren 2010 en 2011 aanwezig was omtrent de vijfvogelregeling. Indien het hof een andere interpretatie geeft aan voornoemde regeling, kan verdachte strafrechtelijk gezien geen verwijt worden gemaakt gelet op de onduidelijkheid van deze regeling.

Daarnaast is bepleit dat de Duitse douane verschillende zendingen die vallen onder de vijfvogelregeling heeft gecontroleerd en doorgelaten. Dat heeft tot gevolg dat het intracommunautair vertrouwensbeginsel niet wordt gerespecteerd indien de rechter nogmaals toetst of misbruik is gemaakt van de vijfvogelregeling.

Oordeel van het hof

Het hof overweegt als volgt.

Zoals ook blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen, wisten verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heel goed dat hun handelwijze niet te verenigen was met de vrijstelling van de vijfvogelregeling, althans hebben zij bewust deze kans op de koop toe genomen. Diverse zendingen zijn bij de douane teruggestuurd, bijvoorbeeld in België en in Frankfurt. In elk geval waren de verdachten zich bewust van de aanmerkelijke kans dat het niet goed was, zo is ook af te leiden uit tapgesprekken. Zo moet er “geld” naar de man in Frankfurt (350 euro) en wordt een route via Hongarije “getest”. Aan het enkele feit dat een Duitse dierenarts verschillende keren toch een zending heeft doorgelaten, kunnen zij geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat hun handelwijze in overeenstemming was met de regeling.

Het hof kan niet anders dan constateren dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bewust de vijfvogelregeling heeft gebruikt (en daarmee misbruikt) om in strijd met de regelgeving deze vogels in Nederland in te voeren. Verdachte mocht er niet zonder meer van uit gaan dat zijn eigen interpretatie van de vijfvogelregeling in orde was.

Het hof begrijpt het door de verdediging gevoerde verweer ook nog in meer algemene zin aldus dat een beroep wordt gedaan op rechtsdwaling. Voor het slagen van een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde feit is vereist dat aannemelijk is dat de verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Van een zodanige onbewustheid kan slechts sprake zijn, indien de verdachte ten tijde van het begaan van het feit in de overtuiging verkeerde dat zijn gedraging niet ongeoorloofd was (vgl. HR 9 maart 2004, LJN AO1490, NJ 2004, 675). Aan deze voorwaarden is gelet op het vorenstaande niet voldaan. Het hof voegt daaraan toe dat de verdediging niet heeft gesteld dat verdachte advies heeft ingewonnen bij een gezaghebbende instantie.

Het verweer dat het intracommunautair vertrouwensbeginsel niet wordt gerespecteerd indien de rechter - na controle door de Duitse douane - nogmaals toetst of misbruik is gemaakt van de vijfvogelregeling, wordt eveneens verworpen. De rechter moet, zeker en juist wanneer onregelmatigheden bij het gebruikmaken van de vijfvogelregeling worden vermoed, kunnen toetsen of de regeling juist is nageleefd.

De verweren worden verworpen. Verdachte is strafbaar ter zake van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde.

FEIT 3:

De tenlastelegging

3:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

telkens al dan niet opzettelijk, als houder van één of meer dier(en),

te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

terwijl hij wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat door zijn handelen of

nalaten, een besmetting met dan wel de verspreiding van een krachtens artikel

15 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekte

kon worden veroorzaakt,

- niet aan zijn verplichting heeft voldaan dergelijk handelen achterwege te

laten, terwijl dit in redelijkheid van hem kon worden gevergd,

en/of

- niet alle maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van hem konden

worden gevergd, teneinde zodanige besmetting of verspreiding te voorkomen,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

die vogels in Nederland gebracht en/of samengebracht en/of verzameld en/of

verkocht en/of verhandeld en/of overgedragen en/of onder zich gehad,

terwijl

- die vogels niet afkomstig waren uit erkende vermeerderingsbedrijven en/of

- niet aan de invoervoorschriften en/of de quarantainebepalingen werd voldaan

en/of

- die vogels niet tenminste 30 dagen in een erkende quarantainevoorziening

zijn gehouden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraken

Wildvang Bulgarije

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van dit onderdeel van het onder 3 tenlastegelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor zover de tenlastelegging ziet op het zaaksdossier “Wildvang Bulgarije”. Volgens de raadsman bevat het dossier onvoldoende bewijs waaruit blijkt dat verdachte actief betrokken is geweest bij alle onder dit zaaksdossier tenlastegelegde zendingen.

Oordeel van het hof

Het hof heeft verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde ter zake van voornoemd zaaksdossier. Nu niet kan worden bewezen dat verdachte de onder dit zaaksdossier in de tenlastelegging genoemde vogels in Nederland dan wel binnen de Europese Unie heeft gebracht, kan ook niet worden bewezen dat verdachte dit in strijd met de veterinairrechtelijke bepalingen uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren heeft gedaan dan wel dat hij niet heeft voldaan aan de overige in de tenlastelegging genoemde eisen.

Het hof spreekt verdachte derhalve ook vrij van feit 3 ten aanzien van het onderdeel “Wildvang Bulgarije”.

Vijfvogelregeling

Vrijspraak van tien reuzentoerako’s en vijf ross toerako’s

Verdachte is ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken van de in zaaksdossier “Vijfvogelregeling” opgenomen zendingen van 1 november 2011 (vijf reuzentoerako’s), 6 juni 2012 (vijf reuzentoerako’s) en augustus 2012 (vijf ross toerako’s) omdat er onvoldoende bewijs is voor verdachtes betrokkenheid bij deze zendingen. Gelet daarop dient verdachte ook vrijgesproken te worden van het verwijt dat hij met voornoemde zendingen in strijd heeft gehandeld met artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde

Vijfvogelregeling

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 3 tenlastegelegde ten aanzien van voornoemd zaaksdossier. Verdachte heeft immers voldaan aan alle voorwaarden van de vijfvogelregeling. Daardoor kan niet langer gesproken worden van een risico zoals bedoeld in artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat verdachte niet ten aanzien van alle in de tenlastelegging onder dit zaaksdossier genoemde vogels als houder kan worden aangemerkt, nu hij niet over alle vogels de feitelijke beschikkingsmacht heeft gehad.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder overweegt het hof - grotendeels met de rechtbank - als volgt.

Zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen in het kader van feit 2 subsidiair - welke overwegingen hier als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd - heeft verdachte ter zake van zaaksdossier “Vijfvogelregeling” (grotendeels als medepleger) in strijd met artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vogels vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat in Nederland gebracht.

Het hof is van oordeel dat verdachte als gevolg van zijn actieve betrokkenheid bij deze vogelzendingen ook in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Voor dit oordeel is het volgende redengevend.

De strenge regels voor de invoer van vogels van buiten de EU naar een land binnen de EU zijn ingegeven door de wens om vogelziektes afkomstig van (in het wild gevangen) vogels en daarmee verband houdende risico’s voor de diergezondheid en de verspreiding van virusziekten zoveel mogelijk te voorkomen. Verdachte heeft vogels, waarvan grotendeels vast staat dat deze in het wild zijn gevangen, voor commerciële doeleinden binnen het grondgebied van de EU gebracht terwijl deze vogels niet afkomstig zijn van erkende vermeerderingsbedrijven en niet in gevangenschap zijn gefokt (althans waarvan dit geenszins vast staat). Juist de eis dat vogels bij import/verhandeling van erkende vermeerderingsbedrijven afkomstig en in gevangenschap gefokt moeten zijn, wordt gesteld ter voorkoming van de hiervoor omschreven risico’s. Door in weerwil van deze strenge regels zoals thans verwoord in Verordening 139/2013 te handelen en daarbij op oneigenlijke wijze gebruik te maken van de vijfvogelregeling heeft verdachte opzettelijk het risico op besmetting met dan wel verspreiding van dierziekten genomen. Verdachte heeft aldus opzettelijk artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren overtreden. Naar het oordeel van het hof is ten aanzien van de verschillende zendingen die vallen onder de vijfvogelregeling - met uitzondering van de zending betreffende vijf papoea beo’s van 2 februari 2011 - steeds sprake van medeplegen, nu verdachte deze vogelzendingen telkens samen met (een) ander(en) binnen de EU heeft gebracht en hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de verschillende zendingen. De omstandigheid dat verdachte geen houder is geweest van alle in de tenlastelegging onder het zaaksdossier “Vijfvogelregeling” genoemde vogels, zoals is opgemerkt door de raadsman, staat een bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging geenszins in de weg. Nu het hof heeft geoordeeld dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt, hoeven immers niet alle delictsbestanddelen door verdachte zelf te zijn vervuld. Ten aanzien van de vijf papoea beo’s die verdachte als zelfstandig pleger heeft verzonden kan hij naar het oordeel van het hof als houder worden aangemerkt. Verdachte is immers degene geweest die deze vogels vanuit Dubai heeft verzonden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

3:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen3,

telkens al dan niet opzettelijk, als houder van één of meer dier(en),

te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti), en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

terwijl hij wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat door zijn handelen of

nalaten, een besmetting met dan wel de verspreiding van een krachtens artikel

15 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekte

kon worden veroorzaakt,

- niet aan zijn verplichting heeft voldaan dergelijk handelen achterwege te

laten, terwijl dit in redelijkheid van hem kon worden gevergd,

en/of

- niet alle maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van hem konden

worden gevergd, teneinde zodanige besmetting of verspreiding te voorkomen,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

die vogels in Nederland gebracht en/of samengebracht en/of verzameld en/of

verkocht en/of verhandeld en/of overgedragen en/of onder zich gehad,

terwijl

- die vogels niet afkomstig waren uit erkende vermeerderingsbedrijven en/of

- niet aan de invoervoorschriften en/of de quarantainebepalingen werd voldaan

en/of

- die vogels niet tenminste 30 dagen in een erkende quarantainevoorziening

zijn gehouden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring dient in samenhang gelezen te worden met het hiervoor overwogene ter zake van het medeplegen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld bij artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd

en

opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld bij artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Strafbaarheid van de verdachte

Vijfvogelregeling

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte strafrechtelijk gezien geen verwijt kan worden gemaakt, gelet op de onduidelijkheid van de vijfvogelregeling.

Oordeel van het hof

Zoals het hof reeds heeft overwogen bij de strafbaarheid van de verdachte ter zake van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde - welke overwegingen hier als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd - dient dit verweer te worden verworpen.

Verdachte is strafbaar.

FEIT 4:

De tenlastelegging

4:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2010 tot en met 12 november

2012 te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië

en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal

en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië

en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië

en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika

heeft deelgenomen aan een organisatie,

te weten een samenwerkingsverband van een of meer personen bestaande uit hem,

verdachte, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere natuurlijke personen

en/of rechtspersonen welke organisatie telkens tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, te weten:

- het opzettelijk verrichten van handelingen waardoor een besmetting dan wel

verspreiding van een besmettelijke dierziekte kon worden veroorzaakt

(101a GWD)

en/of

- het opzettelijk te koop vragen en/of kopen en/of verwerven en/of ten

verkoop voorhanden hebben en/of in voorraad hebben en/of verkopen en/of ten

verkoop aanbieden en/of vervoeren en/of het ten vervoer aanbieden en/of

afleveren en/of gebruiken voor commercieel gewin en/of ruilen en/of in ruil

aanbieden en/of het uitwisselen of tentoonstellen voor handelsdoeleinden

en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of onder

zich hebben van dieren behorende tot (een) beschermde diersoort(en) (13 FFW)

en/of

- het opzettelijk in strijd met de bij of krachtens de Gezondheids- en

welzijnswet voor dieren gestelde regels, te weten artikel 2.1 lid 2 van de

Regeling handel levende dieren en levende producten binnen Nederland

brengen van vogels (10 GWD) althans het plegen van witwassen

en/of

- het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van

het Wetboek van Strafrecht

en/of

- het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalste geschrift als ware

het echt en onvervalst als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van

Strafrecht.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 4 tenlastegelegde

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde. Hij heeft zich aangesloten bij de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 4.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 4 tenlastegelegde, nu - gelet op de bepleite vrijspraak voor de overige tenlastegelegde feiten - niet gesproken kan worden van een criminele organisatie waaraan verdachte heeft deelgenomen.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat er door de tenlastegelegde handelingen geen gevaar voor de samenleving is ontstaan en dat er om die reden niet gesproken kan worden van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien heeft de raadsman naar voren gebracht dat er - behalve in het zaaksdossier “vijfvogelregeling” - geen samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bewezen kan worden. Gelet daarop kan geen sprake zijn van een duurzame en gestructureerde organisatie zoals bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Tot slot kan het opzet van verdachte op zijn deelneming aan de criminele organisatie niet worden bewezen. De wetenschap van verdachte was immers niet gericht op het plegen van misdrijven maar op het handelen in dieren. Vrijspraak dient te volgen.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder overweegt het hof als volgt.

Het hof acht bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie welke tot oogmerk had het plegen van deze misdrijven. Het samenwerkingsverband bestond naast verdachte uit [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en was in het bijzonder gericht op de opzettelijke invoer van vogels zonder vrijstelling, in het bijzonder de vrijstelling op grond van de vijfvogelregeling (opzettelijke overtreding van artikel 13 van de Flora- en faunawet, van de artikelen 10 en 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en valsheid in geschrift door het onjuist invullen van de verschillende documenten). Verdachte heeft een aandeel gehad in, dan wel heeft ondersteund, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van dat oogmerk. Het hof verwijst in het bijzonder naar de bewijsmiddelen met betrekking tot de feiten 1 tot en met 3.

De stelling van de raadsman dat door de tenlastegelegde handelingen geen gevaar voor de samenleving is ontstaan en dat om die reden niet gesproken kan worden van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, berust op een onjuiste lezing van de strafbepaling. Het verweer wordt ook op dit punt verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

4:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2010 tot en met 12 november

2012 te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië

en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal

en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië

en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië

en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika

heeft deelgenomen aan een organisatie,

te weten een samenwerkingsverband van een of meer personen bestaande uit hem,

verdachte, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere natuurlijke personen

en/of rechtspersonen welke organisatie telkens tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, te weten:

- het opzettelijk verrichten van handelingen waardoor een besmetting dan wel

verspreiding van een besmettelijke dierziekte kon worden veroorzaakt

(101a GWD)

en/of

- het opzettelijk te koop vragen en/of kopen en/of verwerven en/of ten

verkoop voorhanden hebben en/of in voorraad hebben en/of verkopen en/of ten

verkoop aanbieden en/of vervoeren en/of het ten vervoer aanbieden en/of

afleveren en/of gebruiken voor commercieel gewin en/of ruilen en/of in ruil

aanbieden en/of het uitwisselen of tentoonstellen voor handelsdoeleinden

en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of onder

zich hebben van dieren behorende tot (een) beschermde diersoort(en) (13 FFW)

en/of

- het opzettelijk in strijd met de bij of krachtens de Gezondheids- en

welzijnswet voor dieren gestelde regels, te weten artikel 2.1 lid 2 van de

Regeling handel levende dieren en levende producten binnen Nederland

brengen van vogels (10 GWD) althans het plegen van witwassen

en/of

- het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van

het Wetboek van Strafrecht

en/of

- het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalste geschrift als ware

het echt en onvervalst als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van

Strafrecht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officieren van justitie hebben geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen waarvan 129 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - de volgende omstandigheden.

De feiten die betrekking hebben op de amoerpanters, ringstaartmaki’s en lijgers (welke feiten wel op de tenlastelegging staan vermeld in de zaak van [medeverdachte 1] ) zijn bij verdachte niet in de tenlastelegging opgenomen. In de onderhavige zaak kan het hof daarom geen rekening houden met deze feiten.

Naar het oordeel van het hof heeft verdachte zich op verschillende manieren op vrij grote schaal schuldig gemaakt aan - kort gezegd - illegale handel in vooral uitheemse diersoorten.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van een vrijstellingsregeling voor vogels die bedoeld is voor - kort gezegd - huisdieren bij verhuizing van hun eigenaar. Dit vond plaats door telkens verschillende vogels per vliegtuig te (laten) verzenden waarbij per (in elk geval) vijf vogels een begeleider aanwezig was. Deze begeleider, die nooit de eigenaar was van de vogels, werd daarvoor betaald door verdachte dan wel [medeverdachte 1] . Voor en na aankomst in Nederland werden deze vogels verhandeld. Verdachte deelde in de door deze handel behaalde winst. Van transport van een eigenaar met zijn of haar huisdier(en), waarvoor deze vrijstellingsregeling is bedoeld, was absoluut geen sprake.

De bescherming van uitheemse diersoorten tegen illegale handel is mondiaal van groot belang. Mede vanuit het oogpunt van generale preventie acht het hof de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de gegeven omstandigheden aangewezen.

De onrechtmatige manieren waarop deze handel in vogels in de onderhavige zaak (mede door verdachte) heeft plaatsgevonden, brengen gezondheidsrisico’s mee. Verdachte heeft zich niet bekommerd om deze risico’s. De schaal waarop één en ander heeft plaatsgevonden is groot. De wijze waarop verdachte en de medeverdachten te werk zijn gegaan, is te kwalificeren als geraffineerd, professioneel, goed georganiseerd en doortrapt. De handel was erop gericht zo veel mogelijk winst te behalen. Om het welzijn van de dieren heeft verdachte zich niet bekreund. Dat blijkt ook duidelijk uit een aantal afgeluisterde telefoongesprekken, zoals de op pagina’s 2097 en 2100 weergegeven tapgesprekken. Zoals de rechtbank heeft overwogen: “Het lijkt verdachte niet te interesseren of hij handelt in vogels die in het wild gevangen zijn. Als verdachte kan doen voorkomen dat de vogels niet in het wild gevangen zijn, vindt hij dit voor zijn handel voldoende”.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, welke organisatie zich schuldig maakte aan (onder meer) voornoemde misdrijven. Verdachte, die net als [medeverdachte 1] dierenhandelaar is, heeft een belangrijke rol gespeeld in deze organisatie.

Het hof houdt ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat hij geen blijk heeft gegeven van enig inzicht in het laakbare van zijn handelen.

Ten nadele van verdachte neemt het hof voorts in aanmerking het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 oktober 2016 eerder is veroordeeld voor delicten als de onderhavige, zij het op aanzienlijk minder grote schaal. Ondanks de omstandigheid dat verdachte eerder (in 2007) soortgelijke strafbare feiten heeft gepleegd - voor welke feiten hij in 2011 onherroepelijk is veroordeeld - is verdachte daarna verder gegaan met de illegale handel in dieren. Het hof rekent het verdachte aan dat hij - ook na de datum van onherroepelijke veroordeling in 2011 - een eerdere veroordeling kennelijk in de wind heeft geslagen.

Het hof houdt verder rekening met de omstandigheid dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Evenals de rechtbank ziet het hof aanleiding rekening te houden met de bijzondere gevolgen van de periode die verdachte in (buitenlandse) voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar (met aftrek van voorarrest).

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 september 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen (parketnummer 20-003376-09). Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 14h, 14i, 14j, 57, 63 en 140 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10 en 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 13 van de Flora- en faunawet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 september 2011, parketnummer 20-003376-09, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. H.H.M. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 18 januari 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

BIJLAGE: de tenlastelegging

1:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland

en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije

en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen

en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of

elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of

elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse

en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- 144, althans één of meer Piocephalus senegalus (zending 8)

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten

verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel

gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of

tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het

grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) (06.AMB.34)

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten

verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin

en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon

gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van

Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad;

2 primair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

telkens al dan niet opzettelijk dieren en/of producten in Nederland heeft

gebracht, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

welke dieren en/of producten zijn verzonden vanuit een derde land en via

Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de

Europese Unie van toepassing is zijn gebracht;

2 subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

telkens al dan niet opzettelijk, vogels in Nederland heeft gebracht, te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

welke vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die

partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het

grondgebied van een lidstaat in Nederland worden gebracht en bestemd zijn

voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het

EER-Verdrag;

2 meer subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012,

te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of

Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of

Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de

Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in

Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van (een)

voorwerp(en), te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

de werkelijke aard en/of de herkomst, heeft verborgen of verhuld, terwijl hij

(telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

3:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in

Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of

Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de

Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of

Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of

Tanzania en/of elders in Afrika

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

telkens al dan niet opzettelijk, als houder van één of meer dier(en),

te weten:

(traject Wildvang Bulgarije)

- op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1312) en/of

- op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1284) en/of

- op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1173/4) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1094) en/of

- op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1095) en/of

- op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1100) en/of

- op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1104) en/of

- op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1133/4) en/of

- op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels

(proces-verbaal p. 1142) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september

2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels,

en/of

(traject Vijfvogelregeling)

- op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren

(Cathartes burrovianes) en/of

- op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour

cotinga’s (Xipholena punicea) en/of

- op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf,

althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of

- in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans

één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of

- in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari

2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of

- op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s

(Corythaeola cristata) en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s

(Musophaga rossea),

terwijl hij wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat door zijn handelen of

nalaten, een besmetting met dan wel de verspreiding van een krachtens artikel

15 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekte

kon worden veroorzaakt,

- niet aan zijn verplichting heeft voldaan dergelijk handelen achterwege te

laten, terwijl dit in redelijkheid van hem kon worden gevergd,

en/of

- niet alle maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van hem konden

worden gevergd, teneinde zodanige besmetting of verspreiding te voorkomen,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

die vogels in Nederland gebracht en/of samengebracht en/of verzameld en/of

verkocht en/of verhandeld en/of overgedragen en/of onder zich gehad,

terwijl

- die vogels niet afkomstig waren uit erkende vermeerderingsbedrijven en/of

- niet aan de invoervoorschriften en/of de quarantainebepalingen werd voldaan

en/of

- die vogels niet tenminste 30 dagen in een erkende quarantainevoorziening

zijn gehouden;

4:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2010 tot en met 12 november

2012 te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië

en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal

en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië

en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië

en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika

heeft deelgenomen aan een organisatie,

te weten een samenwerkingsverband van een of meer personen bestaande uit hem,

verdachte, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere natuurlijke personen

en/of rechtspersonen welke organisatie telkens tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, te weten:

- het opzettelijk verrichten van handelingen waardoor een besmetting dan wel

verspreiding van een besmettelijke dierziekte kon worden veroorzaakt

(101a GWD)

en/of

- het opzettelijk te koop vragen en/of kopen en/of verwerven en/of ten

verkoop voorhanden hebben en/of in voorraad hebben en/of verkopen en/of ten

verkoop aanbieden en/of vervoeren en/of het ten vervoer aanbieden en/of

afleveren en/of gebruiken voor commercieel gewin en/of ruilen en/of in ruil

aanbieden en/of het uitwisselen of tentoonstellen voor handelsdoeleinden

en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of onder

zich hebben van dieren behorende tot (een) beschermde diersoort(en) (13 FFW)

en/of

- het opzettelijk in strijd met de bij of krachtens de Gezondheids- en

welzijnswet voor dieren gestelde regels, te weten artikel 2.1 lid 2 van de

Regeling handel levende dieren en levende producten binnen Nederland

brengen van vogels (10 GWD) althans het plegen van witwassen

en/of

- het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van

het Wetboek van Strafrecht

en/of

- het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalste geschrift als ware

het echt en onvervalst als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van

Strafrecht.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 januari 2017.

Tegenwoordig:

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. H.H.M. van Dijk, raadsheren,

mr. A.C.L. van Holland, advocaat-generaal,

mr. R. Jansen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Ter zake van de eerste zending (van 14 januari 2011) betreffende vijf papoea beo’s verklaart het hof bewezen dat verdachte als medepleger heeft gehandeld; ten aanzien van de tweede zending (van 2 februari 2011) betreffende vijf papoea beo’s verklaart het hof bewezen dat verdachte zelfstandig heeft gehandeld.

2 Het hof verklaart ten aanzien van de tweede zending (van 2 februari 2011) betreffende vijf papoea beo’s bewezen dat verdachte als zelfstandig pleger heeft gehandeld.

3 Het hof verklaart ten aanzien van de tweede zending (van 2 februari 2011) betreffende vijf papoea beo’s bewezen dat verdachte als zelfstandig pleger heeft gehandeld.