Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:2669

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28-03-2017
Datum publicatie
30-03-2017
Zaaknummer
200.089.970/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot bouw van een schip. Tweede deskundigenbericht. Schip haalt ondanks aanpassingen door de werf niet de overeengekomen snelheden. Het hof is derhalve voornemens om terug te komen op de in een eerder tussenarrest genomen beslissing dat de tekortkomingen geen algehele ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1633
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.089.970/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 81032/ HA ZA 10-563)

arrest van 28 maart 2017


in de zaak van

1 [appellant] ,

2. [appellante] ,

beiden wonende te [A] , Duitsland,

appellanten,

in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,

hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. J.A.M. Janssen, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

1 [geïntimeerde1] ,

2. [geïntimeerde2] ,

beiden wonende te [B] ,
hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: [geïntimeerden],

3. Jachtbouw Meppel B.V.,

gevestigd te Meppel,

hierna: Jachtbouw Meppel,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

advocaat: mr. L.C. van der Veer, kantoorhoudend te Meppel.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 8 december 2015 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het verdere procesverloop blijkt uit:
- de beschikking d.d. 26 april 2016;
- het (aanvullend) deskundigenbericht d.d. 27 mei 2016;
- de begrotingsbeschikking d.d. 25 juli 2016;
- een memorie na deskundigenbericht van [appellanten] ;
- een antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geïntimeerden] .

1.2

Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1

In genoemd tussenarrest heeft het hof overwogen dat [geïntimeerden] in de gelegenheid zal worden gesteld de schroef van het schip te vervangen teneinde een rompsnelheid van circa 8.6 knopen bij 80% motorbelasting te realiseren. Vervolgens heeft het hof een (aanvullend) onderzoek door de deskundige (de heer [C] van Expertiseburo [C] ) gelast om - na aanpassing van de schroef door [geïntimeerden] - tijdens een proefvaart in aanwezigheid van partijen de snelheden van het schip te meten op basis van de overeengekomen normen, te weten bij 60% respectievelijk 80% motorbelasting en daarvan schriftelijk bericht te doen.

2.2

Blijkens het aanvullende deskundigenbericht zijn er twee proefvaarten gehouden, de eerste op 22 februari 2016 en de tweede op 10 mei 2016, beide op het Zwarte Water in de omgeving van Zwartsluis. Bij de eerste proefvaart zijn de gewenste toerentallen herleid uit een grafiek, waarin het vermogen van de motor bij 60%, 80% en 100% belasting is weergegeven. De volgende snelheden zijn gemeten:
- Bij een toerental van 1350 rpm (een motorbelasting van 60%) een snelheid van 6.6 tot 6.7 mijl per uur.
- Bij een toerental van 1850 rpm (een motorbelasting van 80%) een (maximale) snelheid van 7.6 mijl per uur.
- Bij een toerental van 2375 rpm is een (maximale) snelheid gemeten van 7.3 mijl per uur. De metingen konden niet volledig worden uitgevoerd, omdat de motor ermee stopte. Vastgesteld is dat de motor het maximale toerental van 2800 rpm niet meer haalde. Gemeten is 2400 rpm.

2.3

Omdat de eerste proefvaart niet volledig kon worden uitgevoerd en omdat er twijfels waren over de afmetingen van de schroef, heeft de deskundige een tweede proefvaart geïnitieerd. [geïntimeerden] heeft daarbij aangegeven dat de schroef met 0,5 inch is vergroot, zodat de afmetingen nu 25 x 17.5 inch bedragen. Er is bij de tweede proefvaart - naast een berekening op basis van een percentage van het vermogen en het daarbij behorende toerental - ook een berekening gemaakt die uitgaat van een percentage van het toerental, hetgeen volgens de deskundige een (meer) gebruikelijke wijze van berekening zou zijn. Voor het onderhavige geval betekent dit het volgende:
100% - 2800 rpm - 150 pk
80% - 2240 rpm - 135 pk
60% - 1680 rpm - 105 pk

2.4

Ten aanzien van de contractgegevens is de deskundige uitgegaan van het volgende:
"In het contract is opgenomen dat de motor bij 80% belasting 9 kn moet halen en bij 60% een snelheid van 8 kn.
Met een tolerantie van 2%, is dit 0.18 resp. 0.19 kn. dus 8.82 resp. 7.81 kn."

2.5

Een en ander heeft geleid tot de volgende meetgegevens:
"Meetresultaten op basis van de vraagstelling in het arrest incl. de verschillen t.o.v. het contract

100% - 150 pk - 2600 rpm (1040 rpm) = 8.3 / 8.4 kn
80% - 120 pk - 1850 rpm ( 740 rpm) = 6.7 kn = 8.82 - 6.7 = 2.12 kn te kort
60% - 90 pk - 1350 rpm ( 540 rpm) = 5.3 / 5.4 kn = 7.81 - 5.3 / 5.4 = 2.41/2.51 kn te kort

Meetresultaten volgens de nader onderzochte en gangbaardere methode incl. de verschillen t.o.v. het contract

100% - 2800 rpm - 150 pk (1120 rpm) = 8.4 / 8.5 kn
80% - 2240 rpm - 135 pk ( 896 rpm) = 7.9 kn = 8.82 - 7.9 = 0.92 kn te kort
60% - 1680 rpm - 105 pk ( 672 rpm) = 6.7 / 6.8 kn = 7.81 - 6.7 / 6.8 = 1.11 / 1.01 kn te kort"

2.6

De conclusie van de deskundige luidt als volgt:
"Volgens beide berekeningsmethoden worden de overeengekomen snelheden niet gehaald.
Ondergetekende is de mening toegedaan, dat de methode volgens de nader onderzochte methode gangbaarder en representatiever is.
Dat bij deze methode, (mede omdat de toerentallen hoger liggen) het brandstof gebruik hoger zal zijn, is ondergeschikt aan het onderzoek.
Het gebeurt regelmatig dat ondanks alle berekeningen een schroef moet worden aangepast ter optimalisering, omdat de gegevens in de praktijk toch iets kunnen afwijken."

2.7

Ten aanzien van de te hanteren berekeningsmethode overweegt het hof als volgt.
Zoals [appellanten] terecht opmerkt, zijn partijen het er gedurende de gehele procedure over eens geweest dat de overeengekomen snelheden bij 80% respectievelijk 60% motorbelasting moeten worden bereikt. Zulks is ook in overeenstemming met de bewoordingen van het contract:
"10) Motorleistung 150 3,0% ./.
11) Geschwindigkeit 9 kn bei etwa 80% Motorlast 2,0% ./.
12) Geschwindigkeit 8 kn bei etwa 60% Motorlast 2,0% ./.
Für jede Nachgewiesene erhöhte Abweichung über die oben genannten Prozentsätze hinaus (bei den Pos. 1, 2, 3, 6, 10, 11 und 12 bei Unterschreitungen, bei den Pos. 5, 7, 8 und 9 bei Überschreitungen und der Pos. 4 Abweichungen zu beiden Richtungen) gewährt die Werft den Käufern einen Nachlass vom Kaufpreis der dieser Abweichung entspricht."
Het hof is dan ook van oordeel dat moet worden uitgegaan van de eerste berekeningsmethode in het aanvullende deskundigenbericht. Dat de tweede berekeningsmethode (gebaseerd op een percentage van het toerental) volgens de deskundige meer gebruikelijk en gangbaar is, doet hier niet aan af.

2.8

Blijkens het (aanvullende) deskundigenbericht zijn tijdens de gehouden proefvaarten de overeengekomen snelheden niet gehaald. Bij 80% motorbelasting is de afwijking 2,12 knopen en bij 60% motorbelasting 2,51 knopen. Ook de snelheid van 8,6 knopen bij 80% motorbelasting, waarvan [geïntimeerden] tijdens de comparitie heeft verklaard dat die (na verbetering van de schroef) zeker haalbaar is, wordt niet gehaald. De afwijking ten opzichte van deze snelheid is 1,9 knopen (8,6 - 6,7). Ook bij de tweede berekeningsmethode wordt de snelheid van 8,6 knopen overigens niet gehaald. De afwijking is dan 0,7 knopen (8,6 - 7,9). Door partijen worden de resultaten van deze metingen niet betwist, zodat het hof hiervan zal uitgaan bij de verdere beoordeling van het geschil.

2.9

Het hof heeft tijdens de comparitie kenbaar gemaakt dat als het schip na vervanging/verbetering van de schroef bij 80% motorbelasting niet - bij benadering - de door [geïntimeerden] verwachte snelheid van circa 8,6 knopen haalt, de door [appellanten] gevorderde ontbinding van de overeenkomst zal worden toegewezen (zie pagina 4/5 van het proces-verbaal van comparitie). Deze opmerking dient aldus te worden begrepen dat het hof voornemens is in dat geval de algehele ontbinding van de overeenkomst toe te wijzen. Dit zou meebrengen dat het hof terugkomt op een eerder genomen eindbeslissing, te weten dat het niet halen van de overeengekomen snelheden en het niet voldoen aan de overeengekomen afmetingen van de slaapcabine geen algehele ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen (zie rechtsoverweging 2.20 van het tussenarrest van 10 februari 2015). Het hof is er bij het nemen van die beslissing van uitgegaan dat - na verbetering van de schroef door [geïntimeerden] - een snelheid van circa 8,6 knopen zou kunnen worden gehaald. Aangezien op grond van het aanvullende deskundigenbericht is komen vast te staan dat - ondanks de aanpassingen van de schroef - bij een motorbelasting van 80% slechts een snelheid van 6,7 knopen wordt gehaald (een afwijking van 24% ten opzichte van de contractuele norm en van 22% ten opzichte van de door [geïntimeerden] toegezegde 8,6 knopen), blijkt deze eindbeslissing achteraf bezien op een onjuiste feitelijke aanname te berusten. Het hof is dan ook voornemens om terug te komen op deze eindbeslissing. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen om zich hierover bij akte uit te laten

2.10

Uitgaande van een algehele ontbinding van de overeenkomst vervalt de verplichting van [appellanten] om het restant van de koop-/aanneemsom te betalen. Voor zover de verbintenissen reeds zijn uitgevoerd, dienen deze te worden ongedaan gemaakt (artikel 6:271 BW). Dat betekent dat [appellanten] het schip dient terug te leveren aan [geïntimeerden] en dat [geïntimeerden] het door [appellanten] betaalde bedrag dient terug te betalen. [appellanten] vordert uit dien hoofde een bedrag van in totaal € 410.000,-, te vermeerderen met de contractuele rente van 5% vanaf de data van betaling. Anders dan [appellanten] betoogt, zijn partijen het niet eens over de hoogte van het door hem aan [geïntimeerden] betaalde bedrag. [geïntimeerden] erkent slechts dat [appellanten] een bedrag van in totaal € 360.000,- aan hem heeft betaald. Het hof zal [appellanten] in de gelegenheid stellen om bij de hiervoor onder 2.9 bedoelde akte (schriftelijk) bewijs te leveren van de betaling van het door [geïntimeerden] betwiste bedrag ad € 50.000,-.

2.11

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

3 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
stelt partijen, te beginnen bij [geïntimeerden] , in de gelegenheid om een akte te nemen met de hiervoor onder 2.9 bedoelde inhoud;
stelt [appellanten] in de gelegenheid om bij deze akte tevens (schriftelijk) bewijs te leveren van de betaling van het door [geïntimeerden] betwiste bedrag ad € 50.000,- (zie onder 2.10) en bepaalt dat indien door [appellanten] schriftelijk bewijs wordt geproduceerd, [geïntimeerden] zich (alleen) daarover bij antwoordakte zal uitlaten;
verwijst de zaak voor akte aan de zijde van [geïntimeerden] naar de rol van dinsdag 25 april 2017;
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. M.W. Zandbergen en mr. R.A. Pol en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

28 maart 2017.