Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:2603

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28-03-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
200.172.588
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2017:8232
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koper van paard beroept zich op consumentenbescherming. Hij heeft de hoedanigheid van consument onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/479
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.172.588

(zaaknummer rechtbank Gelderland 464973)

arrest van 28 maart 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Fyto Horse Care B.V.,

gevestigd te Putten,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Fyto,

advocaat: mr. L.M. Schelstraete,

tegen:

1 [geïntimeerde 1] en

2. [geïntimeerde 2],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eisers,

hierna [geïntimeerden] en [geïntimeerden], en gezamenlijk: [geïntimeerden],

advocaat: mr. S.A. Wensing.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 11 augustus 2015 hier over. 1.2

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- akte houdende overlegging producties van Fyto;

- proces-verbaal van de op 27 oktober 2015 gehouden comparitie van partijen;

- memorie van grieven (met producties);

- memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel tevens akte wijziging eis;

- memorie van antwoord in incidenteel appel tevens antwoordakte (met producties).

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.9 van het vonnis van 16 juli 2014.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Het gaat in dit geding kort samengevat om het volgende. [geïntimeerden], die op het hoogste niveau de mensport beoefent, heeft op 27 juli 2011 van Fyto het paard Jack gekocht voor € 25.000. Na de levering bleek van gezondheidsproblemen. Op grond van zijn stelling dat het paard deze problemen ten tijde van de koop reeds had en aldus niet de eigenschappen bezat die [geïntimeerden] mocht verwachten, vordert [geïntimeerden] ontbinding van de koopovereenkomst, terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van schade op te maken bij staat.

3.2

De kantonrechter te Apeldoorn, heeft na getuigenverhoor bij vonnis van 15 april 2015 de vorderingen van [geïntimeerden] afgewezen en die van [geïntimeerden] toegewezen.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1

Tegen die beslissing komt Fyto in hoger beroep met tien grieven. [geïntimeerden] voert in incidenteel appel drie grieven aan en vermeerdert zijn eis.

4.2

Het hof ziet aanleiding om eerst grief III in het incidenteel appel te bespreken. [geïntimeerden] stelt met die grief dat [geïntimeerden] als medekoper dient te worden gekwalificeerd, omdat het paard ook voor hem was bestemd.

4.3

Het hof stelt vast dat de koop is gesloten tussen de [betrokkene] van Fyto en [geïntimeerden]. [geïntimeerden] was daarbij niet aanwezig. [geïntimeerden] stelt niet dat [geïntimeerden] bij die gelegenheid heeft gezegd dat hij de koop sloot namens zijn zoon [geïntimeerde 1]. De factuur is gezonden aan [geïntimeerde 2], en is zonder protest betaald. Deze omstandigheden voeren tot de conclusie dat (alleen) [geïntimeerden] is opgetreden als koper. Dat hij het paard mogelijk kocht mede ten behoeve van zijn zoon, en dat hij gezamenlijk met zijn zoon de mensport beoefent, brengt niet mee dat [geïntimeerden] mede als koper moet worden aangemerkt. Deze grief faalt.

4.4

Het hof zal nu eerst grief 4 in het principaal appel bespreken. Met die grief betoogt Fyto dat geen sprake is van een consumentenkoop. Fyto voert daartoe aan dat [geïntimeerden] onder de naam [geïntimeerden] Stables een riante internationale handels- en wedstrijdstal exploiteert, die ook als sponsor optreedt; dat hij veel paarden bezit, die hij ook aan andere menners ter beschikking stelt; dat de stal als leerbedrijf voor stagiaires is geregistreerd; dat [geïntimeerden] Stables als eenmanszaak in het handelsregister geregistreerd is geweest met als bedrijfsactiviteit: ‘handel in en africhten van paarden in de ruimste zin van het woord’; dat [geïntimeerden] veelvuldig handelt in paarden en dat [geïntimeerden] dikwijls meedoet aan menwedstrijden op hoog niveau, zowel nationaal als internationaal. [geïntimeerden] stelt daartegenover dat [geïntimeerden] fulltime werkzaam is in het melktransport en alleen hobbymatig bezig is met paardensport. Topsport behoeft geenszins een handelsactiviteit te zijn. Dat [geïntimeerden] beschikt over stallen om zijn sportpaarden te huisvesten, maakt dat niet anders, aldus [geïntimeerden].

4.5

In de (Europese en Nederlandse) rechtspraak over consumentenkoop gaat het vaak over de vraag of een bepaalde transactie al of niet is gedaan in (of ten behoeve van) de beroepsuitoefening van (bijvoorbeeld) een advocaat, accountant, tandarts of autohandelaar. Over de vraag welke activiteiten als een beroep (of bedrijf) kunnen worden aangemerkt, is daarentegen weinig rechtspraak. In het onderhavige geval is de aard van de transactie niet problematisch: het staat vast dat [geïntimeerden] het paard heeft gekocht in het kader van en ten behoeve van zijn activiteiten als topsporter. De vraag waar het in deze zaak wel om gaat, luidt of topsporter een beroep is.

4.6

De omstandigheid dat [geïntimeerden] een grote en gerenommeerde stal bezit met tientallen paarden, wijst in die richting, evenals de omstandigheid dat hij nationaal en internationaal aan vele wedstrijden meedoet en dat al vele jaren en op hoog niveau. De omstandigheid dat [geïntimeerden] tevens een melktransportbedrijf bezit waarin hij werkzaam is, wijst veeleer in de richting dat hij de paardensport hobbymatig beoefent.

4.7

Het hof behoeft meer informatie om deze kwestie goed te kunnen beoordelen. [geïntimeerden] beroept zich erop dat hij als consument het paard heeft gekocht, en op hem rust de bewijslast van die hoedanigheid. Het hof zal [geïntimeerden] dan ook toelaten zich nader uit te laten over de vraag waarom hij als consument moet worden aangemerkt. In dit verband kunnen de volgende omstandigheden van belang zijn (hoewel zij op zichzelf niet doorslaggevend behoeven te zijn):

- het tijdsbeslag dat in de afgelopen jaren met de sport gemoeid is geweest, in verhouding tot het tijdsbeslag van het melktransportbedrijf;

- de baten en lasten van de sportactiviteiten; opbrengsten van in- en verkoop van paarden; kosten van de stal; prijzengelden enz. en de fiscale behandeling van een en ander, eveneens in verhouding tot de inkomsten uit het melktransportbedrijf;

- de vraag of in de paardensport (zoals bij sommige andere sporten) onderscheid wordt gemaakt tussen amateurs en profs, en in welke categorie [geïntimeerden] optreedt;

- andere relevante omstandigheden.

[geïntimeerden] dient zijn stellingen te onderbouwen. Fyto zal op een en ander mogen reageren. Als Fyto bij die reactie stukken overlegt, zal [geïntimeerden] ook daarop weer mogen reageren.

4.8

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 april 2017 voor akte, eerst aan de kant van [geïntimeerden];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.M. Croes, D. Stoutjesdijk en J.G.J. Rinkes en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2017.