Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:2254

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
TBS P16/0469
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde is voorwaardelijk beëindigd. Het hof wijzigt de door de rechtbank opgelegde voorwaarden. Het is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan dat een terbeschikkinggestelde naar het buitenland reist. In casu is het prematuur om toestemming te verlenen voor een regelmatig verblijf in Duitsland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P16/0469

Beslissing d.d. 2 maart 2017

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1974] 1974,

wonende te [woonplaats] , onder verantwoordelijkheid van de Van der Hoevenkliniek te Utrecht.

Het openbaar ministerie heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2016, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de officier van justitie van 28 november 2016;

- de appelschriftuur van de officier van justitie van 12 december 2016;

- het schrijven van de raadsvrouw van de terbeschikkinggestelde van 24 januari 2017;

- het emailbericht van 25 januari 2017 van de advocaat-generaal met een reactie op het verzoek van de raadsvrouw om getuigen te horen;

- de aanvullende informatie van de Van der Hoeven kliniek van 3 februari 2017, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 5 oktober 2016 tot en met 3 januari 2017.

Het hof heeft ter zitting van 16 februari 2017 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Marjanovic, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal mr. M.J.M. van der Mark. Voorts is ter zitting gehoord als deskundige [naam] , reclasseringswerker.

Overwegingen:

Het standpunt van deskundige [naam] , reclasseringsmedewerker, ter zitting van 16 februari 2017

Het is van belang voor de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde dat hij een netwerk in Duitsland opbouwt. Het is zijn bedoeling om te zijner tijd in Duitsland bij zijn echtgenote te gaan wonen. Het is nog niet bekend hoe de bezoeken aan Duitsland in de praktijk gerealiseerd gaan worden. Het team moet nog een plan opstellen en contact leggen met Duitse instellingen om te bezien onder welke voorwaarden hij naar Duitsland kan vertrekken en hoe het toezicht daar kan worden gecontinueerd. Voorlopig werkt hij nog vier dagen in de week in Nederland en vindt de behandeling plaats door de Waag. De bezoeken aan Duitsland zullen stapsgewijs worden opgebouwd in overleg met de behandelaren. Tijdens het afbouwen van de medicatie zal steeds beoordeeld worden hoe de terbeschikkinggestelde reageert, voordat er toestemming wordt verleend om naar Duitsland te reizen. Er kan niet gegarandeerd worden dat het niet mis gaat, maar er is veel contact met zijn echtgenote en haar familie. Er wordt op vertrouwd dat zij de reclassering bij problemen op de hoogte zullen stellen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft beroep ingesteld omdat het met name bezwaar heeft tegen de in het kader van de voorwaardelijke beëindiging opgelegde bijzondere voorwaarde, voor zover die inhoudt dat de terbeschikkinggestelde naar Duitsland mag reizen. Het beroep is niet gericht tegen de door de rechtbank uitgesproken verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling. Het uitgangspunt bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is dat er gedegen toezicht kan worden uitgeoefend en dat er bij overtreding van de voorwaarden direct kan worden ingegrepen. Verblijf in het buitenland maakt dat moeilijk zo niet onmogelijk. Het hof heeft bij beslissing van 21 juli 20161 gesteld dat slechts in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld op grond van humanitaire of dringende omstandigheden, toestemming voor buitenlands verblijf wordt verleend. Dat is ook in lijn met de Aanwijzing2, waarin -overigens op verzoek van de reclassering- is opgenomen dat slechts in uitzonderlijke gevallen toestemming wordt verleend voor buitenlands verblijf, omdat de mogelijkheden tot toezicht op de naleving van de voorwaarden in het buitenland beperkt (zo niet onmogelijk) zijn.

De terbeschikkinggestelde is een zedendelinquent met een getroebleerd verleden. Er is sprake van een langlopende TBS, wat al aangeeft dat een en ander niet vlekkeloos is verlopen. Dit jaar moet er gewerkt worden aan stabiliteit en dienen de contacten met de reclassering te worden uitgebouwd. Voorts speelt thans nog de afbouw van de libidoremmende medicatie. Het is nu te vroeg om al toestemming te geven voor verblijf in het buitenland. Er is ook nog geen stappenplan opgesteld en het is niet duidelijk en inzichtelijk gemaakt hoe het toezicht in Duitsland zal worden geeffectueerd. In november van dit jaar is de verlenging van de maatregel weer aan de orde. Dan kan er worden beslist of de voorwaarden zo nodig gewijzigd kunnen worden. Cruciaal is dat er aan die wijziging een stappenplan ten grondslag ligt, waarin tenminste is opgenomen hoe de terbeschikkinggestelde op een veilige manier in Duitsland kan resocialiseren en op welke wijze het toezicht wordt gerealiseerd. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege mits de voorwaarden zodanig worden gewijzigd dat verblijf buiten de landsgrenzen wordt uitgesloten.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

De rechtbank heeft de voorwaarden conform het advies van de reclassering en de kliniek geformuleerd. De voorwaarde omtrent het reizen naar Duitsland is strak geredigeerd en is niet ongebruikelijk. De voorwaarde is ook in lijn met de beslissing van het hof van 21 juli 2016. Het uitgangspunt is dat reizen naar het buitenland niet worden toegestaan tenzij er sprake is van een uitzonderlijk geval. Het gaat hier niet om een vakantie naar het buitenland, het belang is veel groter. De terbeschikkinggestelde heeft de bestendige wens om in Duitsland te gaan wonen. De reclassering wil met deze voorwaarde bevorderen dat zijn inbedding in Duitsland straks zonder problemen verloopt. Het belang van resocialisatie wordt in de Aanwijzing van het openbaar ministerie ook vermeld als indicatie dat verblijf in het buitenland mogelijk moet zijn. Hij moet zelf in Duitsland contacten leggen en zich kunnen oriënteren op werk. Hij weet heel goed wat er van hem wordt verwacht en wat hij te verliezen heeft. Het recidivegevaar in Duitsland is ook niet hoger dan hier.

Het mogelijk problematische toezicht kan geen doorslaggevende factor zijn. Hij verblijft telkens hooguit twee dagen in Duitsland en komt dan weer terug voor zijn werk en behandelingen. Hier is het toezicht ook niet continu en de toestemming om te reizen zal het eerste jaar ook zeer beperkt zijn. Er is geen enkele reden om nog een jaar te wachten. Hij heeft al twee jaren contact met de reclassering en woont al geruime tijd in een ‘eigen’ huurwoning. Voor die tijd woonde hij zelfstandig in een woning van de kliniek. De raadsvrouw heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te bevestigen.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Het hof zal echter de voorwaarden die de rechtbank bij bedoelde beslissing heeft opgelegd wijzigen in die zin dat de terbeschikkinggestelde zich niet naar het buitenland zal begeven. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met wijziging van bedoelde voorwaarde en aanvulling van het volgende.

De terbeschikkinggestelde woont sinds juli 2016 in een eigen woning en werkt vier dagen per week bij twee verschillende werkgevers. Uit de (aanvullende) rapportage van de Van der Hoevenkliniek blijkt dat er sprake is van een goede samenwerking met het begeleidingsteam, naast voldoende stabiliteit in functioneren en verankering van beschermende factoren. Sinds 12 januari 2017 is de libidoremmende medicatie verder afgebouwd zonder dat zich ontregelende effecten hebben voorgedaan. Het hof onderkent dat de terbeschikkinggestelde positieve ontwikkelingen doormaakt. Die ontwikkelingen zijn echter nog te recent om te kunnen spreken van een duurzame stabiliteit. Immers eind mei 2016 heeft de terbeschikkinggestelde zich, tijdens een eerdere afbouw van de medicatie, dominant en grensoverschrijdend uitgelaten naar en over collega’s, wat ertoe geleid heeft dat hij uit zijn functie is ontheven. Dit is nu juist een van de risico’s waar in de risicotaxatie van 22 mei 2015 op is gewezen. Bovendien ziet het hof onvoldoende onderbouwing van de stelling dat een tijdelijk verblijf in Duitsland thans zou bijdragen aan zijn resocialisatie. Voorts is het volstrekt niet duidelijk hoe het toezicht in Duitsland geeffectueerd kan worden. Bij de komende behandeling van de verlenging van de maatregel kan bij een blijvend stabiel functioneren een wijziging van de voorwaarden worden verzocht. Het hof acht het van belang dat er dan meer duidelijkheid is omtrent de praktische invulling van een resocialisatie gericht op verblijf in Duitsland en de wijze waarop het toezicht alsdan zal worden vormgegeven. Het hof acht het derhalve prematuur om reizen naar Duitsland toe te staan en zal de betreffende voorwaarde wijzigen.

Beslissing

Het hof:

Wijzigt de aan de terbeschikkinggestelde opgelegde voorwaarden, zoals opgenomen in de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2016, in die zin dat voorwaarde 12 van bedoelde beslissing zal luiden:

- zich tijdens de terbeschikkingstelling niet zal begeven buiten het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2016 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde] voor het overige.

Aldus gedaan door

mr. G. Mintjes als voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. M. Keppels als raadsheren,

drs. A. Vissers en dr. I. van Outheusden als raden,

in tegenwoordigheid van mr. N.E. Versloot als griffier,

en op 2 maart 2017 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

1 ECLI:NL:GHARL:2016:6059

2 Aanwijzing tbs met voorwaarden en voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege (2016A008)