Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:2073

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-03-2017
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
WAHV 200.167.382
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Profieldiepte autoband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.167.382

13 maart 2017

CJIB 173676416

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Limburg

van 26 februari 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band niet voldoet aan de eisen t.a.v. de profilering”, welke gedraging zou zijn verricht op 27 juni 2013 om 14.45 uur op de Hagerhofweg te Venlo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene heeft in hoger beroep aangevoerd dat de auto een oldtimer was, waar hij 2 jaar APK op had. Als de band kaal was geweest, dan was de auto niet 2 maanden daarvoor goedgekeurd.

De betrokkene voelt zich voorts onheus behandeld door de kantonrechter die hem zijn verhaal niet liet vertellen. De kantonrechter had het er alleen maar over dat de betrokkene vooraf moest betalen, maar hij had geen geld om de sanctie te betalen.

3. In deze procedure staat slechts ter beoordeling van het hof de vraag of de gedraging is verricht en of de sanctie terecht is opgelegd. De klacht van de betrokkene met betrekking tot de gang van zaken ter zitting van de kantonrechter kan het hof derhalve niet betrekken in zijn oordeel. Het hof zal dan ook voorbijgaan aan deze klacht van de betrokkene.
Ter informatie van de betrokkene merkt het hof nog op dat uit het dossier blijkt dat op 11 september 2014 een zitting van de kantonrechter is gehouden. Op deze zitting is naast het draagkrachtverweer van de betrokkene ook de inhoud van de zaak aan de orde geweest, zo blijkt uit de beschikking van de kantonrechter van 25 september 2014. De kantonrechter heeft in deze beschikking de betrokkene een nadere termijn gegeven om het bedrag aan zekerheidstelling te voldoen. In de beschikking van 26 februari 2015 heeft de kantonrechter geoordeeld dat de betrokkene alsnog zekerheid heeft gesteld en het beroep alsnog ontvankelijk geacht, waarna de kantonrechter de zaak inhoudelijk heeft beoordeeld. De kantonrechter heeft hierbij acht geslagen op hetgeen de betrokkene en de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie op de zitting van 11 september 2014 omtrent de inhoud van de zaak naar voren hebben gebracht.

4. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

5. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“Opmerkingen ambtenaar 1: Ik zag dat de linkerband aan de voorzijde geen tot weinig profiel had. De band was kaal. (…)

Verklaring betrokkene: "de auto stond heel lang stil, dus heb ik niet meer op de banden gelet.”

6. In hetgeen de betrokkene aanvoert ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. De stelling van de betrokkene, dat tijdens de APK-keuring twee maanden vóór de constatering niets is gebleken omtrent de profilering van de betreffende band, kan hieraan niet afdoen. De betrokkene heeft zijn stelling (die strijdig is met zijn eerdere verklaring dat het de auto van zijn opa betrof, die jaren in de tuin heeft stilgestaan en die hij nu met veel moeite had gestart om hem naar de sloperij te brengen) niet onderbouwd. Maar ook indien zou kunnen worden vastgesteld dat dezelfde band als de onderhavige twee maanden vóór de gedraging is goedgekeurd, dan nog volgt daaruit niet dat de band ten tijde van de onderhavige constatering voldoende profiel had. Hetgeen de betrokkene in dit verband aanvoert, noopt het hof derhalve niet tot nader onderzoek.

7. Voor het overige heeft de betrokkene, anders dan de ontkenning dat de betrokkene de hem verweten gedraging heeft verricht, geen voor deze zaak specifieke feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Nu noch uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.