Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1976

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
WAHV 200.167.183
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Verhogingen door CJIB ongedaan gemaakt. Daarmee is de grond aan het dwangbevel ontvallen. Het verzet wordt gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.167.183

8 maart 2017

CJIB 173305557

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland

van 19 januari 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie op 9 januari 2014 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Bij brief van 31 januari 2017 heeft de griffier van het hof de advocaat-generaal verzocht om nadere inlichtingen. Bij brief van 14 februari 2017 heeft de advocaat-generaal deze inlichtingen verstrekt.

Beoordeling

1. Uit het dossier blijkt het volgende. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking van 3 juli 2013 een administratieve sanctie opgelegd van € 390,- vermeerderd met € 7,- administratiekosten. Het sanctiebedrag is op 17 september 2013 en 5 november 2013 verhoogd met de eerste en tweede verhoging van in totaal € 780,-. De betrokkene heeft op 25 september 2013 een bedrag van € 397,- voldaan.

Op 9 januari 2014 is een dwangbevel uitgevaardigd voor de resterende vordering van € 780,- plus deurwaarderskosten. De betrokkene heeft op 7 februari 2014 verzet tegen de tenuitvoerlegging van voornoemd dwangbevel ingesteld.

De betrokkene heeft daarnaast op 22 januari 2014 administratief beroep tegen de inleidende beschikking ingesteld bij de officier van justitie. Dit beroep is niet-ontvankelijk verklaard waarna de betrokkene beroep bij de kantonrechter heeft ingesteld. De kantonrechter heeft dit beroep ongegrond verklaard.

Na deze beslissing van de kantonrechter heeft het CJIB - zo is het hof uit navraag bij de advocaat-generaal gebleken - de verhogingen ongedaan gemaakt.

De betrokkene heeft een betalingsoverzicht met dagtekening 25 december 2014 ontvangen waaruit blijkt dat het bedrag van de sanctie en de administratiekosten volledig is voldaan. Er resteert een te betalen bedrag van € 0,-.

Vervolgens heeft de kantonrechter bij de bestreden beschikking het verzet ongegrond verklaard.

2. De betrokkene voert in zijn hoger beroepschrift aan dat hij naar aanleiding van voormeld betalingsoverzicht in de veronderstelling leefde dat de zaak daarmee was afgedaan.


3. Aangezien de verhogingen waarvan de niet-betaling aanleiding was voor het dwangbevel door het CJIB ongedaan zijn gemaakt, is de grond aan het dwangbevel te komen ontvallen. Gelet hierop zal het hof de beschikking van de kantonrechter vernietigen en het verzet tegen het dwangbevel gegrond verklaren.

4. Het voorgaande brengt mee dat het bedrag van de ten behoeve van de procedures van verzet en hoger beroep betaalde griffierechten aan de betrokkene moeten worden gerestitueerd.

5. Gelet op het hiervoor overwogene beslist het hof als volgt.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter;

verklaart het verzet gegrond;

bepaalt dat de door de betrokkene op de voet van artikel 26 en 26a van de WAHV betaalde griffierechten, door de griffier van de rechtbank Noord-Nederland aan de betrokkene worden gerestitueerd.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Vlieger-Dijkstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.