Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1845

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-03-2017
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
WAHV 200.167.722
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beslissing kantonrechter is niet ondertekend. Hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en doet de zaak zelf af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.167.722

6 maart 2017

CJIB 174270523

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 12 maart 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De bestreden beslissing is aangetekend in het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter. Het hof stelt vast dat daarin de naam is vermeld van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene heeft behandeld, doch dat het proces-verbaal niet is ondertekend door de kantonrechter. Het proces-verbaal is slechts ondertekend door de griffier. In het proces-verbaal is niet vermeld dat de kantonrechter buiten staat was dit (mede) te ondertekenen. Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of dit gebrek van dien aard is dat daaraan een rechtsgevolg dient te worden verbonden.

2. Artikel 13, derde lid, in samenhang met artikel 13, tweede lid, van de WAHV schrijft voor dat de ter openbare zitting uitgesproken beslissing van de kantonrechter in het proces-verbaal der zitting wordt aangetekend, dat het de gronden bevat waarop de beslissing berust en dat een afschrift van de aantekening van de beslissing aan partijen wordt toegezonden.

3. In de WAHV is geen bepaling opgenomen waarin wordt voorgeschreven dat het proces-verbaal, waarin de beslissing van de kantonrechter is aangetekend, door de rechter die de beslissing gegeven heeft moet worden ondertekend. Artikel 8:77, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 365, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) houden wel in dat de schriftelijke uitspraak door de rechter moet worden ondertekend. Artikel 378, tweede lid, Sv schrijft evenals voormelde bepalingen van de WAHV voor dat een mondelinge uitspraak in het proces-verbaal van de zitting wordt aangetekend. Dit proces-verbaal dient, gelet op artikel 327 Sv, door de rechter te worden ondertekend.

4. Ondertekening door de rechter dient het belang dat de rechter aldus bevestigt dat de weergegeven beslissing de zijne is. Het betreft hier een uit de beginselen van behoorlijke rechtspleging voortvloeiende eis.

5. Gelet hierop dient ook het in artikel 13, derde lid, WAHV bedoelde proces-verbaal te worden ondertekend door de rechter die de daarin weergegeven beslissing heeft genomen. Nu het proces-verbaal van de ter zitting uitgesproken beslissing niet is ondertekend door de kantonrechter en evenmin is vermeld dat hij buiten staat was het proces-verbaal mede te ondertekenen, moet de beslissing van de kantonrechter worden vernietigd.

6. Ter beoordeling van het hof staat nu het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.

7. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”, welke gedraging zou zijn verricht op 27 april 2013 om 03:46 uur op het Leidseplein / Marnixstraat te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

8. De betrokkene voert ook in hoger beroep aan dat de sanctie hem ten onrechte is opgelegd omdat doorrijden onmogelijk was doordat er diverse taxi's voor hem op de weg stilstonden. Eerder in de procedure heeft hij aangevoerd dat vervolgens zijn autoportier door een groepje Marokkanen werd opengetrokken en dat hij pas weer weg kon rijden nadat zijn portier weer gesloten was. Juist op dat moment stond er ineens een motoragent bij zijn auto. Zouden er camerabeelden zijn, dan zou hij kunnen aantonen dat het zo is gegaan als hij zegt. Ter onderbouwing heeft de betrokkene een situatieschets overgelegd. De betrokkene heeft geen belemmering, file of gevaar veroorzaakt.

9. Het hof merkt allereerst op dat deze zaak een visuele waarneming van de verbalisant betreft. Er zijn derhalve geen camerabeelden van de gedraging voorhanden. Dit hoeft evenwel niet zonder meer te leiden tot de conclusie dat onvoldoende vaststaat dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht.

10. Anders dan de betrokkene mogelijk meent, is het niet zo dat de verbalisant altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de verbalisant voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de verbalisant voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. De betrokkene hoeft dus niet het bewijs van zijn onschuld te leveren, maar van de betrokkene mag wel worden verwacht dat hij door middel van concrete feiten en omstandigheden een begin van twijfel aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant aandraagt.

11. In een aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant zakelijk weergegeven het volgende. Het Leidseplein is geen brede weg, zodat het laten stilstaan van een auto aldaar al snel tot opstopping leidt. De verbalisant zag dat de auto, waarin de betrokkene reed, tot stilstand werd gebracht op het kruispunt Leidseplein/Marnixstraat. De verbalisant zag dat de bestuurder zijn auto daar liet stilstaan, om zich heen keek en diverse passanten aansprak. Meteen na het tot stilstand brengen van het voertuig stonden er minimaal zes voertuigen achter de auto van de betrokkene. Zij konden hun weg niet vervolgen omdat de auto van de betrokkene stilstond. Al snel stonden er ongeveer vijftien auto's of taxi's achter het voertuig van de betrokkene stil. Het door betrokkene genoemde "groepje Marokkanen" heeft de verbalisant niet gezien. In het zaakoverzicht is als verklaring van de betrokkene genoteerd: "er stond iemand voor mijn neus."

12. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd, hetgeen erop neerkomt dat hij door de noodzaak van het verkeer vóór hem werd gedwongen om te stoppen en dat iemand uit een groepje hem onbekende mannen zijn portier open rukte, geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming en de verklaring van de verbalisant dat de betrokkene uit zichzelf stopte, op een kruising, en diverse mensen aansprak, en het verkeer achter hem ophield. Naar het oordeel van het hof rechtvaardigt de verklaring van de verbalisant de conclusie dat de betrokkene zijn auto zodanig op de weg heeft laten staan dat daardoor hinder voor het achteropkomend verkeer is of kon worden veroorzaakt. Nu de betrokkene geen voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, noch uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

13. Dat de betrokkene geen gevaar of file heeft veroorzaakt, zoals hij aanvoert, maakt het voorgaande niet anders. Dit zijn ook geen omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken of die aanleiding zijn het bedrag van de sanctie te matigen. Immers, het op zodanige wijze op de weg laten stilstaan van de auto dat het verkeer kan worden gehinderd, kan op zichzelf reeds het opleggen van een administratieve sanctie rechtvaardigen.

14. Gelet op het voorgaande is het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

15. Niet gebleken is van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.