Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1687

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
02-03-2017
Zaaknummer
200.169.269/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eigen gebrek aan motor van een camper onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.169.269/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2620950/13-16698)

arrest van 28 februari 2017

in de zaak van

[appellant] , h.o.d.n. P&M Camperverhuur,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. P. van Rossum, kantoorhoudend te Emmen,

tegen

1. De (ontbonden) vennootschap onder firma v.o.f. Autoservice De Jong/Erma Campers

gevestigd te [B] , en haar vennoten:

hierna: de v.o.f.,

2. [geïntimeerde2] ,

wonende te [C] ,

hierna: [geïntimeerde2],

3. [geïntimeerde3] ,

wonende te [C] ,

hierna: [geïntimeerde3],

4. [geïntimeerde4] ,

wonende te [D] ,

hierna: [geïntimeerde4],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: Erma Campers,

advocaat: mr. S.G. Rissik, kantoorhoudend te Groningen.

Het hof verwijst naar het tussenarrest van 4 oktober 2016.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Ter uitvoering van het tussenarrest van 4 oktober 2016 heeft [appellant] een akte genomen en daarbij producties in het geding gebracht. Vervolgens heeft Erma Campers een antwoordakte genomen en heeft zij daarbij producties overgelegd. Aangezien [appellant] nog niet op die producties heeft kunnen reageren zal het hof niet in het nadeel van [appellant] deze producties in zijn oordeel betrekken.

1.2

Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenarrest van 4 oktober 2016 heeft het hof in rechtsoverweging 4.13 partijen verzocht om nadere inlichtingen te verschaffen inzake enkele vraagpunten. Samengevat:

i.) Aan partijen is gevraagd of de problemen als omschreven in "De Kampeerauto" en "Campingtrends" zich in dit geval hebben voortgedaan. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld zijn stelling op dit onderdeel nader te onderbouwen, bij voorkeur door het overleggen van een verklaring van een Ford-dealer. Met name heeft het hof gevraagd of het hier een 2,2 liter TDCI diesel motor betreft en of zich in dit geval verroesting van de verstuivers heeft voorgedaan met als gevolg schade aan de kleppen.

ii.) [appellant] is in de gelegenheid gesteld te reageren op het rapport Hanselman II. Daarbij is [appellant] verzocht aan te geven (waar mogelijk onderbouwd met stukken) hoelang de camper stil heeft gestaan alvorens deze in verhuur werd gegeven aan de huurder die de motorpech heeft ondervonden.

iii.) Het hof heeft om verduidelijking gevraagd ten aanzien van de vraag of door gebruik van benzine in plaats van diesel de brandstofpomp zonder schade kan blijven. Partijen is in overweging gegeven (al dan niet door tussenkomst van CED en Hanselman) op dit punt gezamenlijk een expert te raadplegen en van hem of haar een verklaring in het geding te brengen.

iv.) Gevraagd is om een toelichting op het feit dat volgens Hanselman I de inspuitstukken tijdens haar onderzoek niet aanwezig waren voor inspectie.

2.2

Door partijen is de navolgende informatie verstrekt:

(ad i.) De onderhavige Ford Camper was uitgerust met een 2,2 liter TDCI diesel motor, die geproduceerd is in de periode tussen 2006 en 2011. Over dit type Ford motor uit die periode zijn bij De Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) veel klachten bekend, zoals blijkt uit de door [appellant] overgelegde publicaties op de website van de NKC. Bij de NKC zijn tot november 2016 49 meldingen binnengekomen van 2,2 TDCI Ford motoren die het bij relatief lage kilometerstanden hebben begeven. De problemen hebben volgens deze publicaties van doen met niet goed werkende verstuivers. De problemen worden bevestigd door een artikel gepubliceerd op campingtrend.nl. In die publicatie wordt gesproken over het verroesten van de verstuivers als hoofdoorzaak.

De door het hof aan [appellant] gevraagde nadere onderbouwing waaruit blijkt dat de problemen aan zijn camper van dezelfde aard waren als die in voornoemde publicaties beschreven (bij voorkeur in de vorm van een verklaring van een Ford dealer, maar ook een nader rapport van CED zou hiertoe hebben kunnen dienen) is niet door [appellant] gegeven.

(ad ii). De onderhavige camper is op 10 mei 2012 in verhuur gegeven en deze is gestrand op

29 mei 2012. Het gebruik in de periode voor 10 mei 2012 blijkt uit het gestelde onder randnummer 1.13 van de akte van [appellant] en de daarbij behorende productie E. De inhoud van de akte en de productie is in zoverre niet door Erma Campers niet weersproken. In de periode voor 10 mei 2012 zijn meerdere periodes van langere stilstand geweest.

De in Hanselman II nader toegelichte mogelijke schadeoorzaak van water in de brandstof door condensvorming in de brandstoftank bij langere stilstand en een niet volle tank wordt door [appellant] besproken onder randnummer 1.12 van zijn akte. Volgens [appellant] heeft het er alle schijn van dat het in deze serie toegepaste type inspuitstuk van het merk Denso gevoeliger is voor vocht in de brandstof waardoor het inspuitstuk vroegtijdig defect raakt. Dit is volgens [appellant] een eigen gebrek. Het hof begrijpt dat [appellant] hier een verbinding maakt met de door hem overgelegde publicaties (zie hiervoor onder ad i.) waaruit zou blijken dat de problemen aan de Ford 2,2 TDCI Motoren uit de periode tussen 2006 en 2011 ontstaan door het verroesten van de injectoren bij langdurige stilstand, waarbij vocht in de brandstof de verstuivers aantast, wat met name bij campers optreedt als gevolg van de winterstalling (akte sub 1.2).

(ad iii.) Partijen hebben niet een rapport van een (gezamenlijk aangezochte) deskundige in het geding gebracht, zoals door het hof was gesuggereerd. [appellant] heeft een summiere verklaring van Diesel Büchli in het geding gebracht die er op neerkomt dat wordt bevestigd dat zij aan CED heeft verklaard dat bij inmenging van slechts een klein percentage benzine in dieselbrandstof buitengewoon snel schade ontstaat aan de brandstof-hogedrukpomp. Door Erma Campers is een eveneens summiere nadere verklaring overgelegd van [E] , die erop neerkomt dat bij tanken van benzine alleen schade aan de brandstofpomp ontstaat als wordt doorgereden na het ontstaan van de schade in de motor (wat meestal niet mogelijk zal zijn), alsmede een korte verklaring van Innovam, die erop neerkomt dat de hogedrukpomp geen schade ondervindt van de verkeerde brandstof als deze nog goed gesmeerd wordt. Op die producties heeft [appellant] evenwel nog niet kunnen reageren.

(ad iv.) Door Erma Campers is aangegeven dat de inspuitstukken door haar bij [E] zijn ingeleverd op een wijze die is te vergelijken met statiegeld of een inruilregeling: de oude worden bij aankoop van nieuwe ingeleverd. Vermoedelijk heeft [E] de oude gereviseerd, aldus Erma Campers. Op deze stelling heeft [appellant] nog niet kunnen reageren.

2.3

Het hof overweegt als volgt. Het hof stelt vast dat waar [appellant] zijn stelling dat sprake is geweest van een eigen gebrek aanvankelijk slechts baseerde op het niet zijn gebleken van externe oorzaken, hij zijn stelling thans heeft toegespitst op de wijze als hiervoor (ad ii.) beschreven: volgens [appellant] bestaat het eigen gebrek uit overgevoeligheid van het toegepaste type inspuitstuk van het merk Denso voor vocht in de brandstof (zoals deze ontstaat in periodes van langdurige stilstand en een niet volle tank) waardoor de verstuivers verroesten en defect raken. [appellant] heeft in dit verband verder betoogd dat hij niet bekend was met de door Ford genoemde voorzorgsmaatregel om een camper met dieselmotor bij langere stilstand met een volle tank weg te zetten. Ook betwijfelt hij of dit problemen had voorkomen. Ten slotte voert hij aan dat in het kader van normaal gebruik als bedoeld in artikel 7:17 BW van hem niet gevergd kan worden dat hij iedere keer als de camper wordt gestald er op toeziet dat de tank helemaal vol zit.

2.5

Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] zijn stelling dat het toegepaste type inspuitstuk van het merk Denso overgevoelig is voor vocht in de brandstof (zoals deze ontstaat in periodes van langdurige stilstand en een niet volle tank) niet voldoende onderbouwd. Geen van de door hem overgelegde rapporten bevestigt die stelling. Zoals reeds overwogen, heeft [appellant] voorts nagelaten (des verzocht) te onderbouwen dat de problemen aan de motor van zijn camper van dezelfde aard waren als die worden omschreven in de publicaties op de websites waar hij zich op beroept. Ook de stelling van [appellant] dat hij niet bekend was met de voorzorgsmaatregel om een camper met dieselmotor bij langere stilstand met een volle tank weg te zetten en zulks niet van hem kon worden verwacht, heeft hij niet onderbouwd. Het hof tekent hierbij aan dat [appellant] in deze als professional heeft te gelden en dat de websites waarop [appellant] zich beroept zijn stellingen niet bevestigen, in tegendeel: daarin wordt deze voorzorgsmaatregel juist wel in het algemeen (dus niet alleen voor Fords met het onderhavige type motor) geadviseerd.

2.6

De stelling van [appellant] dat het aan Erma Campers is te wijten dat de inspuitstukken niet meer onderzocht kunnen worden, volgt het hof niet. De deskundige van [appellant] (CED) heeft immers de inspuitstukken wel onderzocht, zodat [appellant] niet is benadeeld door het feit dat de inspuitstukken thans niet meer beschikbaar zijn, daargelaten of dit aan Erma Campers kan worden verweten. Voor het benoemen van een deskundige ziet het hof geen aanleiding, te meer nu van twee deskundigen al meerdere rapportages zijn overgelegd, de inspuitstukken niet meer voorhanden zijn en de motor al lang geleden is vervangen door een ruilmotor.

2.7

Het hof komt tot de slotsom dat het beroep op non-conformiteit in het licht van het gemotiveerde verweer onvoldoende is onderbouwd.

De grieven II tot III falen derhalve (in het arrest van 4 oktober 2016 werd per abuis ook nog een grief IV genoemd; deze ontbreekt). Grief I is wel terecht voorgedragen maar kan niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. Dat vonnis zal dan ook worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, tot heden aan de zijde van Erma Campers begroot op € 311,- aan verschotten (griffierecht) en € 1.580,- (2 ½ punt in tarief I) aan geliquideerd salaris van de advocaat.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 24 februari 2015, waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot heden aan de zijde van Erma Campers begroot op € 311,- aan verschotten en € 1.580,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. L. Janse, O.E. Mulder en J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op dinsdag 28 februari 2017.