Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1519

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-02-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
WAHV 200.190.557
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gronden wel ontvangen door CVOM, maar in verkeerd dossier gevoegd. Nu er (achteraf) geen sprake was van verzuim, kon de kantonrechter het beroep niet niet-ontvankelijk verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.190.557

22 februari 2017

CJIB 187722906

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 21 maart 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. In de procedure bij de kantonrechter is betrokkene opgeroepen om te verschijnen op de zitting van 25 januari 2016. De betrokkene is niet verschenen. Bij tussenbeslissing van de kantonrechter van 8 februari 2016 is betrokkene in de gelegenheid gesteld om voor
5 maart 2016 de gronden van zijn beroep aan de voeren. Hiervan heeft de betrokkene geen gebruik gemaakt. De kantonrechter heeft bij beslissing van 21 maart 2016 het beroep van de betrokkene derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

2. Artikel 6:5, eerste lid, Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een beroepschrift, onder andere, de gronden van het beroep moet bevatten. Wanneer een beroepschrift geen gronden van het beroep bevat, kan het beroep op grond van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. De CVOM heeft op 9 september 2015 een brief aan de betrokkene gezonden, waarin is verzocht om de gronden van het beroepschrift toe te zenden. De betrokkene heeft bij brief van 3 oktober 2015 de gronden aangevuld. Een afschrift van deze brief is door de betrokkene als bijlage bij zijn hoger beroepschrift gevoegd. Uit het verweerschrift van de advocaat-generaal blijkt dat de CVOM op 8 oktober 2015 dit schrijven van de betrokkene heeft ontvangen, doch dat dit in een verkeerd dossier is gevoegd. Nu is gebleken dat de betrokkene zijn beroepschrift heeft aangevuld met gronden voor zijn beroep, is er geen sprake van een verzuim dat kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep van de betrokkene. Om die reden kan de bestreden beslissing niet in stand blijven en zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.