Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1453

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-02-2017
Datum publicatie
22-02-2017
Zaaknummer
21-004569-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:5210, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHARL:2016:5704
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens bedreigingen, mishandelingen en een poging tot zware mishandeling tot een gevangenisstraf van 30 maanden (met aftrek van voorarrest). Daarnaast legt het hof aan verdachte de maatregel van TBS met voorwaarden op. Het hof had bij tussenarrest reeds beslist op de bewijsvragen en had een en ander overwogen ten aanzien van de strafoplegging, maar had vervolgens het onderzoek heropend om de mogelijkheid van de oplegging van de maatregel van TBS met voorwaarden te laten onderzoeken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004569-15

Uitspraak d.d.: 22 februari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2015 met parketnummer 05-800024-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1980] ,

ten tijde van de zitting van 8 februari 2017 verblijvende in [detentieadres] ,

ten tijde van de uitspraak op 22 februari 2017 in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis verblijvende in de [kliniek] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 21 januari 2016, 30 juni 2016 en 8 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.K. Rack, naar voren is gebracht.

Het hof heeft reeds bij tussenarrest van 14 juli 2016 beslist op de bewijsvragen en het heeft ten aanzien van de strafoplegging het een en ander overwogen. In dit eindarrest worden de eerdere beslissingen van het hof gehandhaafd en hierna herhaald.

Bij eerdergenoemd tussenarrest heeft het hof de behandeling van de zaak aangehouden om de mogelijkheid van de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden te laten onderzoeken.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof vernietigt, zoals reeds bij tussenarrest beslist, het vonnis waarvan beroep omdat het tot een andere bewijsbeslissing en kwalificatie komt. Dientengevolge zal het hof ook een andere straf en maatregel opleggen.

Het hof doet daarom opnieuw recht.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot 5 mei 2013 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] in de gemeente [naam gemeente] , zijn levensgezel/vriendin, althans een persoon, te weten [vriendin 1] , heeft mishandeld, door haar meermalen althans eenmaal op/tegen haar hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of door meermalen althans eenmaal haar keel dicht te knijpen waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt;


2:
hij in of omstreeks de maand april 2013 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [vriendin 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- een harde vuistslag tegen haar kaak en/of gezicht heeft gegeven en/of vervolgens haar met kracht een kopstoot in haar gezicht heeft gegeven en/of

- meermalen, althans eenmaal, haar keel heeft dichtgeknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 5 mei 2013 te [plaats 1] meermalen, althans eenmaal, [vriendin 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [vriendin 1] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Indien je de politie belt dan ga ik je neersteken voordat de politie er is" en/of:

- " Ik ga je vermoorden en je laatste uur is geslagen" en/of:

- " Ik ga je vastbinden en je lichaamsdelen afzagen zodat je niet te snel doodgaat" en/of:

- " Ik ga je huid er eerst van afraspen en ik ga lichaamsdelen in vuilniszakken stoppen en in het bos begraven",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4:
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot 5 mei 2013 te [plaats 1] opzettelijk [vriendin 1] (enkele weken, althans enkele dagen, althans enkele uren) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door met dat opzet die [vriendin 1] in haar eigen woning (aan de [adres] ) op te sluiten en/of te beletten haar woning te verlaten;

5:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot 17 juni 2014 te [plaats 3] in de gemeente [naam gemeente] , althans in Nederland, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [vriendin 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten het met zijn, verdachtes, penis penetreren van de vagina en/of de anus van die [vriendin 2] , welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte (telkens) opzettelijk die [vriendin 2] heeft mishandeld en/of heeft bedreigd en/of tegen haar heeft gezegd dat hij haar zou verlaten en/of (telkens) een dusdanig (voortdurende) bedreigende en/of intimiderende situatie heeft gecreëerd dat die [vriendin 2] zich niet (meer) kon en/of durfde te verzetten;

6:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 17 juni 2014 te [plaats 2] en/of [plaats 3] in de gemeente [naam gemeente] , zijn levensgezel/vriendin, althans een persoon, te weten [vriendin 2] , heeft mishandeld door:

- deze aan haar haren van een scooter te trekken/gooien/duwen en/of vervolgens terwijl die [vriendin 2] op de grond lag tegen haar lichaam te schoppen en/of te slaan en/of

- met een pen in haar bovenbeen te steken en/of te prikken en/of met kracht tegen haar voet en/of been te trappen en/of te schoppen en/of

- tegen haar oog en/of in haar gezicht te stompen en/of te slaan en/of tegen haar lichaam te stompen en/of te trappen en/of

- die [vriendin 2] met kracht bij haar keel te grijpen en vervolgens die keel kortstondig dicht te knijpen waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt;

7:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot 17 juni 2014 te [plaats 2] en/of [plaats 3] in de gemeente [naam gemeente] , (telkens) [vriendin 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [vriendin 2] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Ik ga je vermoorden in de polder en niemand zal je vinden" en/of:

- " Ik heb een pistool en ga er voor zorgen dat je vermoord gaat worden" en/of:

- " Ik ga je ouders verkrachten en vermoorden" en/of

(op 17 juni 2014) met een beitel en/of schroevendraaier in zijn, verdachtes hand achter die [vriendin 2] aangerend en daarbij geroepen dat zij eraan zou gaan,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ter zake van het onder 4 en 5 tenlastegelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Voor de motivering van deze vrijspraken wordt verwezen naar het tussenarrest van 14 juli 2016.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot 5 mei 2013 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] in de gemeente [naam gemeente] , zijn levensgezel/vriendin, althans een persoon, te weten [vriendin 1] , heeft mishandeld, door haar meermalen althans eenmaal op/tegen haar hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of door meermalen althans eenmaal haar keel dicht te knijpen waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt;

2:
hij in of omstreeks de maand april 2013 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [vriendin 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- een harde vuistslag tegen haar kaak en/of gezicht heeft gegeven en/of vervolgenshaar met kracht een kopstoot in haar gezicht heeft gegeven en/of

- meermalen, althans eenmaal, haar keel heeft dichtgeknepenterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 5 mei 2013 te [plaats 1] meermalen, althans eenmaal, [vriendin 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [vriendin 1] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Indien je de politie belt dan ga ik je neersteken voordat de politie er is" en/of:

- " Ik ga je vermoorden en je laatste uur is geslagen" en/of:

- " Ik ga je vastbinden en je lichaamsdelen afzagen zodat je niet te snel doodgaat" en/of:

- " Ik ga je huid er eerst van afraspen en ik ga lichaamsdelen in vuilniszakken stoppen en in het bos begraven",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 17 juni 2014 te [plaats 2] en/of [plaats 3] in de gemeente [naam gemeente] , zijn levensgezel/vriendin, althans een persoon, te weten [vriendin 2] , heeft mishandeld door:

- deze aan haar haren van een scooter te trekken/gooien/duwen en/of vervolgens terwijl die [vriendin 2] op de grond lag tegen haar lichaam te schoppen en/of te slaan en/of

- met een pen in haar bovenbeen te steken en/of te prikken en/of met kracht tegen haar voet en/of been te trappen en/of te schoppen en/of

- tegen haar oog en/of in haar gezicht te stompen en/of te slaan en/of tegen haar lichaam te stompen en/of te trappen en/of

- die [vriendin 2] met kracht bij haar keel te grijpen en vervolgens die keel kortstondig dicht te knijpen waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt;

7:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot 17 juni 2014 te [plaats 2] en/of [plaats 3] in de gemeente [naam gemeente] , (telkens) [vriendin 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [vriendin 2] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Ik ga je vermoorden in de polder en niemand zal je vinden" en/of:

- " Ik heb een pistool en ga er voor zorgen dat je vermoord gaat worden" en/of:

- "Ik ga je ouders verkrachten en vermoorden" en/of

(op 17 juni 2014) met een beitel en/of schroevendraaier in zijn, verdachtes hand achter die [vriendin 2] aangerend en daarbij geroepen dat zij eraan zou gaan,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, begaan tegen zijn vriendin.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, begaan tegen zijn vriendin, meermalen gepleegd.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Straf

De advocaat-generaal heeft op de zitting van 8 februari 2017 in de eerste plaats gevorderd om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen met ingang van 10 februari 2017 en voorts om de behandeling van de zaak aan te houden zodat de [kliniek] en de reclassering de gelegenheid krijgen om een inschatting te maken van de haalbaarheid van de door verdachte te volgen behandeling in voornoemde kliniek waaromtrent de kliniek op een volgende zitting verslag kan uitbrengen. Indien het hof besluit om de behandeling van de zaak niet aan te houden, heeft de advocaat-generaal gevorderd dat verdachte ter zake van de door het hof bewezenverklaarde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast dient aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging te worden opgelegd.

De raadsman heeft bepleit verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. In dat verband heeft hij verzocht om de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van 10 februari 2017 te schorsen zodat hij vanaf die datum kan starten met zijn behandeling in de [kliniek] .

De beslissing van het hof op dit schorsingsverzoek is bij afzonderlijke beschikking geminuteerd. Het hof heeft - kort gezegd - verdachtes voorlopige hechtenis geschorst met ingang van 10 februari 2017, met daarbij onder meer de voorwaarde dat hij zich met ingang van die datum zal laten opnemen in de [kliniek] .

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder de volgende omstandigheden in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, een poging tot zware mishandeling en bedreiging van zijn toenmalige vriendin [vriendin 1] .

Voorts heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van zijn toenmalige vriendin [vriendin 2] .

Het door verdachte jegens beide vrouwen gebruikte geweld was buiten alle proporties en de doodsbedreigingen aan hun adres waren weerzinwekkend en hebben diepe indruk op hen gemaakt. Hij heeft beide vrouwen daarmee niet alleen fysiek veel pijn toegebracht maar hen ook angstig en onzeker gemaakt. Uit hun verklaringen blijkt dat zij hiermee gedurende een lange periode hebben moeten leven en ook nu nog de nadelige gevolgen daarvan ondervinden.

Gelet op de duur en de intensiteit van de door verdachte gepleegde strafbare feiten en mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat hij zich, zoals blijkt uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 9 januari 2017, eerder aan soortgelijke delicten heeft schuldig gemaakt, acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur aangewezen.

Het hof weegt in dit verband ten nadele van verdachte in de strafoplegging mee dat hij de in de onderhavige zaak bewezenverklaarde feiten heeft begaan kort nadat hij een gevangenisstraf had uitgezeten voor soortgelijke misdrijven. In verband daarmee is het hof van oordeel dat verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Terbeschikkingstelling

Daarnaast is het hof van oordeel dat - mede gelet op het hiervoor overwogene en de ernst van de persoonlijkheidsstoornis van verdachte zoals hierna zal blijken - de veiligheid van de samenleving en van personen de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling vergt.

Het hof zal de vraag moeten beantwoorden welke vorm van terbeschikkingstelling aan verdachte opgelegd dient te worden: terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, zoals geëist door de advocaat-generaal, of terbeschikkingstelling met voorwaarden. Daarover overweegt het hof het volgende.

Een verdachte bij wie tijdens het begaan van een feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, kan op last van de rechter ter beschikking worden gesteld indien het door hem begane feit een misdrijf is dat wordt genoemd in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafrecht en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist.

Het hof heeft bij zijn beslissing - onder meer - acht geslagen op de volgende omtrent verdachte opgemaakte rapportages:

- een Pro Justitia rapportage (ook wel “triple rapportage”) opgemaakt door psychiater [psychiater] , psycholoog [psycholoog] en milieuonderzoeker [naam] , gedateerd 10 juni 2016;

- een door Reclassering Nederland uitgebracht advies over de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, gedateerd 17 januari 2017;

- een naar aanleiding van het tussenarrest van het hof van 14 juli 2016 door Reclassering Nederland opgemaakt maatregelrapport, gedateerd 26 januari 2017.

Psychiater [psychiater] komt in zijn rapportage tot de volgende diagnose.

Verdachte heeft zich ontwikkeld tot een man bij wie sprake is van een combinatie van persoonlijkheidsproblematiek en verslaving. De aard van de persoonlijkheidsstoornis is vooral antisociaal en narcistisch. Er is sprake van een hoge mate van psychopathie. Ook is sprake van alcoholafhankelijkheid en misbruik van cocaïne, thans in remissie. Volgens [psychiater] hebben voornoemde stoornissen ten tijde van het tenlastegelegde een rol gespeeld.

Omdat verdachte ten gevolge van zijn persoonlijkheidsstoornis slechts in beperkte mate in staat is om zijn gedrag te sturen, wordt geadviseerd om hem het tenlastegelegde niet volledig toe te rekenen.

Psycholoog [psycholoog] komt met betrekking tot de diagnose en (zij het op iets andere wijze ook over) de toerekenbaarheid tot een soortgelijke conclusie. Volgens [psycholoog] heeft de ziekelijke stoornis van verdachte zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van de door het hof bewezenverklaarde feiten op geringe wijze beïnvloed.

Mede op basis van de Pro Justitia rapportage is het hof van oordeel dat de tenlastegelegde feiten niet volledig aan verdachte kunnen worden toegerekend. Ook komt het hof tot de conclusie dat ten tijde van de door het hof bewezenverklaarde feiten bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

Psychiater [psychiater] heeft in zijn rapport voorts het volgende vermeld:

“Als de verkrachting niet bewezen wordt geacht, gaat het om een behandeling van agressie en verslaving. Dan zou wellicht kunnen worden volstaan met een relatief korte klinische behandeling, gevolgd door een langdurig ambulant traject in het kader van tbs met voorwaarden.”

Het hof heeft de tenlastegelegde verkrachting niet bewezen verklaard. Mede gelet daarop heeft het hof het onderzoek bij tussenarrest van 14 juli 2016 heropend en bepaald dat de reclassering een maatregelrapport omtrent verdachte moest opmaken waarin de mogelijkheid voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden onderzocht diende te worden.

In dit maatregelrapport, gedateerd 26 januari 2017, staat beschreven dat het NIFP op 13 oktober 2016 een forensische indicatie over verdachte heeft gegeven waaruit - onder meer - blijkt dat het risico op gewelddadig gedrag in de toekomst zeer hoog is als verdachte geen klinische behandeling volgt. Volgens de reclassering is sprake van een in aanvang hoge zorgintensiteit en wordt verdachte geïndiceerd voor het behandelniveau van een [kliniek] . De [kliniek] heeft zich bereid en in staat verklaard de behandeling van verdachte op zich te nemen. De reclassering heeft geadviseerd om verdachte in aanmerking te laten komen voor de maatregel van TBS met voorwaarden. In samenspraak met verdachte is de reclassering in staat geweest voorwaarden te formuleren waaronder een eventuele TBS met voorwaarden plaats zou kunnen vinden. Verdachte heeft te kennen gegeven akkoord te gaan met deze voorwaarden en gemotiveerd te zijn voor een behandeling bij de [kliniek] . Ter terechtzitting heeft reclasseringswerker [naam] , gehoord als deskundige, verklaard dat een TBS met voorwaarden zoals voorgesteld mogelijk en uitvoerbaar is.

Na afweging van alle belangen sluit het hof zich, anders dan de advocaat-generaal, aan bij het advies van de reclassering zoals dit is verwoord in voornoemd maatregelrapport. Aan verdachte zal de maatregel van TBS met voorwaarden worden opgelegd. Ter bescherming van de veiligheid van anderen zal het hof voorwaarden stellen betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde zoals die hieronder in het dictum worden weergegeven. Verdachte heeft zich bereid verklaard deze voorwaarden na te leven.

De in het maatregelrapport vermelde voorwaarde dat verdachte op geen enkele manier contact zal zoeken met de slachtoffers zal het hof in die zin wijzigen dat verdachte op geen enkele manier contact met hen zal hebben. Dat is ter zitting van 8 februari 2017 door het hof ter sprake gebracht om ook de hypothetische kans dat contact dat eventueel door aangeefsters met verdachte zou worden gezocht, dat contact door aanscherping van deze voorwaarde direct te (kunnen) beëindigen. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangegeven met deze wijziging akkoord te zijn.

Het hof zal de terbeschikkingstelling van verdachte bevelen, nu alle door het hof bewezen verklaarde feiten behoren tot de misdrijven die worden genoemd in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafrecht en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist.

Voorts zal het hof bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Het hof overweegt ten overvloede nog dat verdachte inmiddels, in het kader van de hiervoor reeds genoemde schorsing van zijn voorlopige hechtenis, met ingang van 10 februari 2017 is opgenomen in de [kliniek] .

Verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak door het openbaar ministerie

Standpunt van het openbaar ministerie

Zoals hiervoor reeds is vermeld, heeft de advocaat-generaal verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden zodat de [kliniek] en de reclassering de gelegenheid krijgen om een inschatting te maken van de haalbaarheid van de door verdachte te volgen behandeling in voornoemde kliniek waaromtrent zij verslag kunnen uitbrengen op een volgende zitting.

Oordeel van het hof

Het hof passeert dit aanhoudingsverzoek, nu het zich blijkens het voorgaande reeds voldoende voorgelicht acht. Gelet op het door de reclassering opgemaakte maatregelrapport van 26 januari 2017 en het deskundigenverhoor van reclasseringswerker [naam] ter zitting is het hof genoegzaam gebleken dat het aangewezen en ook haalbaar is om uitvoering te geven aan de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden in de [kliniek] .

Vordering van de benadeelde partij [vriendin 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 57.126,37. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 9.421,37. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De vordering tot schadevergoeding bestaat uit de volgende schadeposten:

Immateriële schade:

Smartengeld: € 25.000,--

Materiële schade:

Inboedel: € 29.708,--

Lening vader: € 500,--

Boete scooter: € 997,--

Waarde auto: € 500,--

Parkeerkosten: € 49,05

Reiskosten: € 76,26

Extra telefoonkosten: € 250,--

Kosten medische informatie: € 46,06 +

Totaal:€ 57.126,37.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [vriendin 1] toegewezen dient te worden conform de beslissing van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [vriendin 1] moet worden afgewezen. Volgens de raadsman is het aannemelijk dat [vriendin 1] problematiek reeds voorafgaand aan haar relatie met verdachte bestond. Mede gelet daarop is de door haar ingediende vordering te complex om daar een deugdelijk oordeel over te kunnen geven.

Oordeel van het hof

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof zal de vordering tot schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van € 3.375,31. Dat bedrag is als volgt opgebouwd.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade acht het hof - in het licht van de door het hof bewezenverklaarde feiten - een bedrag van € 3.000,-- toewijsbaar.

Voor wat betreft de materiële schade bestaat het toegewezen bedrag uit de gevorderde parkeerkosten ad € 49,05, de gevorderde reiskosten ad € 76,26 en de gevorderde extra telefoonkosten ad € 250,--. Het hof is van oordeel dat voornoemde materiële schadeposten voldoende zijn onderbouwd, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert dan wel dat geen sprake is van een rechtstreeks verband met één van de door het hof bewezenverklaarde feiten. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 april 2013.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [vriendin 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.924,43. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.

De vordering tot schadevergoeding bestaat uit de volgende schadeposten:

Immateriële schade:

Smartengeld: € 4.500,--

Materiële schade:

Reis- en parkeerkosten: € 25,53

Telefoonkosten: € 25,--

Eigen risico zorgverzekering: € 360,--

Medicatie: € 13,90 +

Totaal:€ 4.924,43.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [vriendin 2] toegewezen dient te worden conform de beslissing van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [vriendin 2] moet worden afgewezen. Volgens de raadsman is het aannemelijk dat [vriendin 2] ’ problematiek reeds voorafgaand aan haar relatie met verdachte bestond. Mede gelet daarop is de door haar ingediende vordering te complex om daar een deugdelijk oordeel over te kunnen geven.

Oordeel van het hof

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 en 7 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof zal de vordering tot schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van

€ 3.424,43. Dat bedrag is als volgt opgebouwd.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade acht het hof - in het licht van de door het hof bewezenverklaarde feiten - een bedrag van € 3.000,-- toewijsbaar.

Het hof acht de door de benadeelde partij [vriendin 2] gevorderde materiële schade geheel toewijsbaar, nu voornoemde materiële schadeposten voldoende zijn onderbouwd.

Voor wat betreft de overige gevorderde immateriële schade is het hof van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vordering. In zoverre kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 januari 2014.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 45, 56, 57, 285, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

 verdachte verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoel in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

  • -

    verdachte dient zich bij Reclassering Nederland te melden zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    verdachte wordt verplicht om zich te laten behandelen in de [kliniek] , met ingang van vrijdag 10 februari 2017 en dient zich te houden aan de huisregels, het (dag)programma en de afspraken en aanwijzingen van het personeel van deze instelling, dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, voor zover en zo lang dit door Reclassering Nederland en de behandelaar noodzakelijk wordt geacht;

  • -

    verdachte wordt verboden om alcohol en/of drugs te gebruiken, zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urinecontroles en blaastesten;

  • -

    verdachte dient zich te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, welke namens Reclassering Nederland worden gegeven;

  • -

    verdachte zal zich houden aan de behandel-/begeleidingsvoorschriften van de behandelaars van [kliniek] en Reclassering Nederland. Dit geldt ook voor middelengebruik, vrijheden en medicatiebeleid. Hij zal zich na de klinische opname houden aan de aanwijzingen te geven door de reclassering en zal daarbij een traject volgen dat de behandelaren nodig of wenselijk achten;

  • -

    verdachte zal Reclassering Nederland op de hoogte houden van de inhoud en voortgang van de behandeling/begeleiding;

  • -

    verdachte zal toestaan dat Reclassering Nederland door de behandelende/begeleidende instelling over de voortgang wordt ingelicht;

  • -

    bijzonderheden, van welke aard dan ook, welke de begeleiding kunnen belemmeren, dient verdachte direct aan de reclassering te melden;

  • -

    verdachte zal zich onthouden van criminele activiteiten en/of ongeoorloofde praktijken;

  • -

    veranderingen van woonsituatie, zoals een verhuizing, kan slechts na overleg en met goedkeuring van de reclassering plaatsvinden;

  • -

    verdachte zal zich constructief en open opstellen in het contact met de medewerker van de reclassering en zal inzicht geven in zijn psychosociaal functioneren;

  • -

    verdachte zal, indien de reclasseringswerker dat in het kader van de begeleiding en/of rapportage noodzakelijk acht, contact hebben met de psychiater die verbonden is aan de reclassering;

  • -

    verdachte geeft toestemming aan de reclassering om contact op te nemen met relevante personen en/of instellingen, voor zover dit noodzakelijk is in het kader van het toezicht, door indien gewenst daarvoor een verklaring van geen bezwaar te ondertekenen;

  • -

    verdachte zal iedere zes maanden een pasfoto, welke niet ouder is dan zes maanden, afgeven aan de reclassering welke gebruikt kan worden voor opsporingsdoeleinden in het geval hij zich aan het toezicht van de reclassering onttrekt;

  • -

    verdachte dient te allen tijde telefonisch bereikbaar te zijn voor de reclassering;

  • -

    verdachte zal op geen enkele manier contact hebben met de slachtoffers in deze strafzaak, tenzij hij daartoe toestemming krijgt van zijn behandelaar en de reclassering;

  • -

    verdachte zal meewerken aan een vrijwillige time-out voor de duur van maximaal zeven weken (met mogelijke eenmalige verlenging van zeven weken) als de situatie erom vraagt dat dit risicomanagement ingezet wordt, zulks te bepalen aan Reclassering Nederland. Het doel van deze time-out is om te onderzoeken of het verantwoord is om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden weer doorgang te laten vinden.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Vordering van de benadeelde partij [vriendin 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [vriendin 1] ter zake van het onder 1, 2, 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.375,31 (drieduizend driehonderdvijfenzeventig euro en eenendertig cent) bestaande uit € 375,31 (driehonderdvijfenzeventig euro en eenendertig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [vriendin 1] , ter zake van het onder 1, 2, 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 3.375,31 (drieduizend driehonderdvijfenzeventig euro en eenendertig cent) bestaande uit € 375,31 (driehonderdvijfenzeventig euro en eenendertig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 43 (drieënveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [vriendin 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [vriendin 2] ter zake van het onder 6, 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.424,43 (drieduizend vierhonderdvierentwintig euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 424,43 (vierhonderdvierentwintig euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [vriendin 2] , ter zake van het onder 6, 7 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 3.424,43 (drieduizend vierhonderdvierentwintig euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 424,43 (vierhonderdvierentwintig euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Aldus gewezen door

mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,

mr. R.H. Koning en mr. R. Krijger, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 22 februari 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R. Krijger is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 22 februari 2017.

Tegenwoordig:

mr. P. van Dijken, voorzitter,

mr. E.C.A.M. Langenhorst, advocaat-generaal,

M. van Daalen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.