Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1322

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
WAHV 200.167.806
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geslotenverklaring, met uitzondering van voertuigen >2,20 meter. Was het voertuig van de betrokkene hoger dan 2,20 meter?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.167.806

16 februari 2017

CJIB 167693943

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 13 februari 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard en bepaald dat de opgelegde verhoging alsnog door het CJIB ongedaan wordt gemaakt.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 85,- opgelegd ter zake van “als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen”, welke gedraging zou zijn verricht op 20 november 2012 om 20.03 uur op de Doorslag te Nieuwegein met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De betrokkene voert in hoger beroep aan dat zijn voertuig inclusief imperiaal en twee ladders op het dak hoger was dan 2.20 meter en daarmee blijkens het onderbord onder de uitzondering op de gesloten verklaring viel. Hiertoe overlegt de betrokkene foto's waarop met een rolmaat de hoogte van het voertuig inclusief twee ladders wordt gemeten.

3. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

4. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB in dat de verbalisant heeft gezien dat de betrokkene heeft gehandeld in strijd met een geslotenverklaring hetgeen was aangeduid door middel van het verkeersbord C1 met als onderbord: uitgezonderd voertuigen hoger dan 2.20 meter.

5. De aanvullende, op ambtseed opgemaakte verklaring van de verbalisant d.d. 7 januari 2014 houdt - voor zover van belang - het volgende in:

"Ik constateerde dat eerder genoemd voertuig niet hoger dan 2.20m was. Ik heb dit gemeten aan de hand van eigen lichaamslengte. Ik ben namelijk 1.98m lang, en ik ben dan ook naast het eerder genoemde voertuig gaan staan, en heb aan de hand van mijn lichaamslengte de hoogte van eerder genoemd voertuig vastgesteld. Hierdoor ben ik tot de conclusie gekomen dat eerder genoemd voertuig, niet hoger was dan 2.20m."

6. Gelet op hetgeen de betrokkene gedurende de gehele procedure consistent en vasthoudend heeft aangevoerd, is ook bij het hof gerede twijfel ontstaan omtrent de vraag of de betrokkene de gedraging heeft verricht. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat - wat er ook zij van de methode waarop het voertuig door de verbalisant is gemeten - noch uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, noch uit de aanvullende verklaring van de verbalisant duidelijk wordt of de verbalisant enkel het voertuig of het voertuig inclusief imperiaal en ladders heeft gemeten. Nu niet duidelijk is of het voertuig inclusief imperiaal en ladders wel of niet onder de uitzonderingscategorie valt, kan naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 23 mei 2013, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 167693943 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 92,-, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.