Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:1321

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
WAHV 200.167.616
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mobiel vasthouden. Geen matiging bij dringend telefoontje van cliënt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2017/105
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.167.616

16 februari 2017

CJIB 180790207

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant

van 10 februari 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”, welke gedraging zou zijn verricht op 11 april 2014 om 11.12 uur op de

Mr. F.J. Haarmanweg te Terneuzen.

2. De betrokkene ontkent niet dat zij deze gedraging heeft verricht, maar doet een beroep op de omstandigheden waaronder zij dat heeft gedaan. De betrokkene is werkzaam als wijkverpleegkundige en was ten tijde van de gedraging bezig met een grote ronde. Zij was tijdens haar ronde bij een cliënt langs geweest die zij veel zieker aantrof dan zij had kunnen verwachten. Omdat de betrokkene binnen haar ronde niet de tijd kon nemen die zij voor deze cliënt nodig had, heeft zij de cliënt zo stabiel mogelijk achtergelaten teneinde er na haar ronde weer langs te gaan. Zij heeft de betreffende cliënt geïnstrueerd haar te bellen als de toestand zou verslechteren. Net nadat ze bij deze cliënt was weggegaan, belde deze haar al op. De betrokkene reed op dat moment op de pleeglocatie. Zij zag direct dat het de betreffende cliënt was en maakte zich grote zorgen. De verkeerssituatie ter plaatse bood haar geen mogelijkheid om haar auto op verantwoorde wijze langs de kant te zetten; de Mr. F.J. Haarmanweg is een grotere doorgaande weg zonder echte berm. Omdat zij ervan uit ging dat het 'foute boel' was wilde de betrokkene niet eerst een heel stuk doorrijden, om dan pas terug te bellen. De betrokkene heeft daarom, tijdens het rijden, de mobiele telefoon opgenomen en alleen gezegd dat ze zou terugbellen. De betrokkene houdt haar mobiele telefoon normaal gesproken nooit vast tijdens het rijden. Dit betrof een incident, ingegeven door bezorgdheid over de gezondheid van haar cliënt. In een eventueel toekomstig geval zou de betrokkene waarschijnlijk hetzelfde doen. Om die reden heeft zij inmiddels een handsfree-set aangeschaft. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de situatie zo bedreigend was voor haar cliënt, dat de betrokkene direct de oproep diende te beantwoorden en niet kon wachten tot zij ergens kon parkeren. Dit plaatst de betrokkene voor een dilemma, nu het haar als verpleegkundige niet is toegestaan specifieke informatie met betrekking de medische toestand van haar cliënt mede te delen.

Gelet op de door haar aangevoerde omstandigheden is de betrokkene van mening dat de aan haar opgelegde sanctie onevenredig hoog is en haar te zwaar raakt.

3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) inhoudende:

"Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of gehandicaptenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden."

4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof dient te beoordelen of de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden aanleiding geven de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

5. Op grond van artikel 2, derde lid, van de WAHV is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

6. Hetgeen de betrokkene in dat verband heeft aangevoerd, houdt in feite een beroep op overmacht in. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten of omstandigheden worden aangevoerd, op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan zij heeft gedaan.

7. Het hof is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Hoezeer ook valt te begrijpen dat de betrokkene onder de door haar geschetste omstandigheden, haar mobiele telefoon heeft willen opnemen, teneinde de betreffende cliënt te woord te staan, het hof acht

- met de kantonrechter - onvoldoende aannemelijk geworden dat zij daartoe niet eerst haar voertuig op verantwoorde wijze aan de kant had kunnen zetten. In het bijzonder acht het hof onvoldoende aannemelijk geworden dat dit niet binnen korte tijd mogelijk was, zoals de betrokkene heeft gesteld. Wellicht was het voor haar niet mogelijk om direct te stoppen op de Mr. F.J. Haarmanweg, echter bij raadpleging van de situatie aldaar via het openbaar toegankelijke GoogleMaps blijkt dat dit een weg betreft met meerdere kruisingen over een afstand van enkele kilometers. Gesteld noch gebleken is dat de betrokkene niet binnen
korte tijd een afslag had kunnen nemen teneinde haar voertuig stil te zetten. Als de betrokkene dat had gedaan, had zij haar mobiele telefoon wellicht niet direct kunnen opnemen, maar haar cliënt terug moeten bellen op het eerst mogelijke moment. Het verweer van de betrokkene ten spijt, het hof ziet niet in waarom dit geen mogelijkheid was voor de betrokkene. Haar stelling, dat zij zo snel mogelijk wilde opnemen omdat ze dacht dat het 'foute boel' was, rechtvaardigt haar keuze niet. Nu zij op dat moment niet beschikte over een handsfree-set, stond het haar niet vrij haar mobiele telefoon op te nemen.

8. De omstandigheid dat de betrokkene wegens haar beroepsgeheim niet meer informatie kan verstrekken met betrekking tot de medische toestand van haar cliënt, kan het voorgaande niet anders maken. Daargelaten de vraag of de door de betrokkene gestelde medische toestand van haar cliënt voldoende is vast komen te staan, overweegt het hof dat, ook ingeval wordt uitgegaan van de stelling van de betrokkene daaromtrent, nog steeds onvoldoende aannemelijk is geworden - het voorgaande in aanmerking genomen - dat de betrokkene reeds tijdens het rijden haar mobiele telefoon heeft moeten vasthouden teneinde de oproep te beantwoorden.

9. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof onvoldoende gebleken van omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van de vastgestelde tarieven.

10. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.