Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:11535

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-01-2017
Datum publicatie
24-08-2018
Zaaknummer
08-996106-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artt. 61a, 62, 62a en 76 Sv. Bezwaarschrift tegen bevel beperkende maatregelen ter gelegenheid van behandeling hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding. Het hof is niet bevoegd tot kennisneming, maar de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Arnhem

pkn: 08-996106-15

avnr: 002128- 12

Het gerechtshof heeft te beslissen op een op 3 januari 2017 ter griffie ingekomen bezwaarschrift tegen het bevel met beperkende maatregelen, namens de verdachte

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Canada) op [geboortedag] 1960,

verblijvende in het huis van bewaring te Zwolle.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr M.J. Jansma, advocaat te Kampen, in raadkamer van heden.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden met bijstand van de heer L. Totosashvili, tolk in de Engelse taal.

OVERWEGINGEN:

Verdachte is op 6 december 2016 in verzekering gesteld. De rechter-commissaris heeft op 9 december 2016 de bewaring van verdachte bevolen en de raadkamer van de rechtbank op 21 december 2016 de gevangenhouding van verdachte. Tegen laatstgenoemde beslissing heeft verdachte hoger beroep ingesteld, welke beroep het hof in raadkamer van heden heeft behandeld.

De officier van justitie heeft op 5 december 2016 op grond van de artikelen 61a, 62, 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering in het belang van het onderzoek een bevel met beperkende maatregelen gegeven, met ingang van 6 december 2016 voor maximaal twee weken.

Verdachte heeft tegen dit bevel van de officier van justitie een bezwaarschrift ingediend bij de rechtbank dat de raadkamer van de rechtbank op 21 december 2016 tegelijk met de vordering tot gevangenhouding heeft behandeld. De raadkamer heeft het bezwaarschift op 21 december 2016 ongegrond verklaard.

Verdachte heeft op 3 januari 2017 ter gelegenheid van de behandeling van voormeld beroep bij het hof wederom een bezwaarschrift tegen het bevel beperkingen ingediend. Volgens verdachte worden nog steeds de eerder opgelegde beperkingen tenuitvoergelegd, maar heeft de officier van justitie na het hiervoor genoemde bevel geen nieuw bevel gegeven of doen betekenen.

De raadsman heeft gesteld dat verdachte ontvankelijk is in zijn bezwaarschift gelet op de eerste volzin van het vierde lid van artikel 62a van het Wetboek van Strafvordering waarin wordt bepaald dat verdachte een bezwaarschift kan indienen bij de rechtbank, of indien het bevel is gegeven in het kader van de voorlopige hechtenis, bij het rechterlijk college dat oordeelt omtrent de voortzetting van de voorlopige hechtenis.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van het bezwaarschrift omdat met deze bepaling wordt gedoeld de rechter die de primaire beslissing over de voorlopige hechtenis heeft genomen en dat is in dit geval de raadkamer van de rechtbank.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat met genoemde volzin in het vierde lid van artikel 62a van het Wetboek van Strafvordering wordt gedoeld op de rechter die de primaire beslissing over de lopende voorlopige hechtenis heeft genomen. In dit geval is dat de raadkamer van de rechtbank. Overigens is het hof niet gebleken dat de officier van justitie het bevel met beperkende maatregelen heeft verlengd, zodat het hof ervan uitgaat dat die beperkingen niet meer gelden.

Het hof zal verdachte niet ontvankelijk verklaren in zijn bezwaarschrift.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 61, 62, 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn bezwaarschrift.

Aldus gegeven op 4 januari 2017 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, F.A.M. Bakker en B.F.A. van der Krabben, raadsheren, in tegenwoordigheid van J. Jansen, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.