Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:11528

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-11-2017
Datum publicatie
09-02-2018
Zaaknummer
TBS P17/0310
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

In het algemeen geldt dat een sturing, zoals vermeld in de tussenbeslissing van de rechtbank, bij een opdracht tot rapportage aan de reclassering geen aanbeveling verdient, tenzij daar bijzondere redenen voor zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P17/0310

Beslissing d.d. 9 november 2017

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

verblijvende in [kliniek] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 juli 2017, houdende de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg van 6 april 2017;

  • -

    de tussenbeslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 april 2017, waarbij de terbeschikkingstelling met een jaar is verlengd en de beslissing over het al dan niet voortzetten van de verpleging van overheidswege is aangehouden voor ten hoogste drie maanden in afwachting van het door de reclassering op te maken maatregelrapport;

  • -

    het rapport voorbereiding voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van Reclassering Nederland van 29 juni 2017;

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg van 6 juli 2017;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 juli 2017, waarvan beroep;

  • -

    de akte van beroep van het openbaar ministerie van 21 juli 2017;

  • -

    de schriftuur hoger beroep OM, ingekomen ter griffie op 4 augustus 2017;

  • -

    de aanvullende informatie van [kliniek] van 18 oktober 2017, met als bijlagen het verlengingsadvies van 19 oktober 2017 ten behoeve van de komende verlengingszitting in eerste aanleg en de wettelijke aantekeningen over het tweede kwartaal van 2017;

  • -

    de door mr. A.L. Louwerse, raadsvrouw van de terbeschikkinggestelde, ter zitting van het hof van 26 oktober 2017 overgelegde pleitnotities.

Het hof heeft ter zitting van 26 oktober 2017 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal

mr. A.M. de Vries.

Overwegingen

De omvang van het beroep

Het hof verstaat, gelet op hetgeen in de schriftuur hoger beroep OM is vermeld en hetgeen de advocaat-generaal ter zitting heeft gesteld, dat het beroep niet is gericht tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 april 2017, houdende de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het beroep wordt geacht alleen te zijn gericht tegen de beslissing van de rechtbank van 20 juli 2017, houdende voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Het aanvullend advies van de kliniek

Gelet op de bestendiging van de positieve ontwikkelingen sinds de zitting in eerste aanleg staat de kliniek positief tegenover een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

De terbeschikkinggestelde is abstinent van middelen en gemotiveerd om dat te blijven. Het behandelteam verwacht op dit gebied (in de huidige fase) geen meerwaarde van een verdere intramurale behandeling. De terbeschikkinggestelde heeft goed zicht op risico’s die samenhangen met relatievorming en zij is intrinsiek gemotiveerd om hierin ‘slimme keuzes’ te blijven maken en haar omgeving ‘mee te laten kijken’. Het recidiverisico op de korte termijn wordt laag ingeschat. Op langere termijn, bij het zich ontwikkelen van specifieke risicofactoren en het hierop niet tijdig/afdoende afstemmen van risicomanagement, ontstaat een matig risico. Het recidiverisico wordt volgens de kliniek voldoende beteugeld door de voorwaarden zoals opgesteld door de reclassering.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Onder verwijzing naar het reclasseringsrapport van 29 juni 2017 en de aanvullende informatie van de kliniek heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is geen grond meer om de verpleging van overheidswege te continueren.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouw

De terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouw hebben primair verzocht om de beslissing van de rechtbank te bevestigen. Daartoe is aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde goed functioneert. Zij praktiseert onbegeleid verlof, is abstinent van middelen en open over haar belevingswereld. De terbeschikkinggestelde heeft werk en is actief op zoek naar een eigen woning. In geval van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kan zij ter overbrugging van de periode tot zij over een eigen woning beschikt bij een vriendin in Bussum verblijven. De terbeschikkinggestelde heeft zich bereid verklaard tot naleving van alle aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te verbinden voorwaarden.

Subsidiair hebben de terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouw verzocht om de reclassering, psycholoog Oudejans en een vertegenwoordiger van de kliniek als deskundigen ter zitting te horen over de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Meer subsidiair hebben de terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouw betoogd de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, zodat de rechtbank zich relatief snel opnieuw over de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kan buigen.

Het oordeel van het hof

Het hof stelt vast dat de rechtbank in haar tussenbeslissing van 20 april 2017 heeft overwogen dat door Reclassering Nederland een maatregelrapport moet worden opgemaakt, “waarbij de rechtbank uitdrukkelijk opmerkt dat het psychologisch rapport van 26 januari 2017 als uitgangspunt dient te worden genomen.” Het hof overweegt dat in het algemeen geldt dat een dergelijke sturing bij een opdracht tot rapportage aan de reclassering geen aanbeveling verdient, tenzij daar bijzondere redenen voor zijn. De rechtbank heeft in haar vonnis niet uiteengezet waarom voornoemd psychologisch rapport als uitgangspunt moet worden genomen in weerwil van het andersluidende, toenmalige advies van de kliniek. Ook is het hof niet gebleken van het bestaan van bijzondere redenen die daartoe nopen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank overigens op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Nu de reclassering en de kliniek beide achter een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege staan, zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van de gronden worden bevestigd.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 juli 2017 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde] .

Aldus gedaan door

mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. P. van Dijken als raadsheren,

en drs. I.M. van Woudenberg en dr. J. Lucieer als raden,

in tegenwoordigheid van mr. I.H.A. Bijl als griffier,

en op 9 november 2017 in het openbaar uitgesproken.

Mr. P. van Dijken en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.