Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:11183

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
200.179.597/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Ontslag tijdens proeftijd? Beoogd directeur Verkoop wordt aan het eind van de schriftelijk overeengekomen proeftijd ontslagen. Hij heeft is evenwel gedurende drie dagen voor het ingaan van het arbeidscontract op het werk aanwezig geweest voor activiteiten in het kader van kennismaking. Deze uren zijn ook uitbetaald. Hof oordeelt dat proeftijd feitelijk eerder is begonnen en dat de proeftijd daardoor is opgeschoven. Het ontslag is daarmee buiten de proeftijd gegeven. Loondoorbetalingsvordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6683
JAR 2018/34
AR-Updates.nl 2017-1532
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.179.597/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3762728 \ CV EXPL 15-417)

arrest van 5 december 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. F.A.A.C. Traa, kantoorhoudend te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Control Seal B.V.,

gevestigd te Appingedam,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Control Seal,

advocaat: mr. L.S. Slinkman, kantoorhoudend te Hoogezand.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 24 maart 2015 en 14 juli 2015 die de kantonrechter (rechtbank Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het arrest van 19 januari 2016,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert in hoger beroep dat het hof het bestreden vonnis van 14 juli 2015 zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest Control Seal zal veroordelen tot (terug)betaling aan [appellant] van:

1. een bedrag van € 59.500,- bruto wegens achterstallig salaris over de periode van 1 augustus 2014 tot 1 maart 2015, zijnde 7 maanden à € 8.500,- bruto per maand;

2. een bedrag van € 4.760,- bruto wegens 8% vakantietoeslag over het sub 1. verschuldigde loon;

3. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ad 50% over het sub 1. en 2. gevorderde;

4. de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de loontermijnen die deel uitmaken van het sub 1. gevorderde, en wel vanaf het moment van de opeisbaarheid van elke termijn tot aan de dag der algehele voldoening;

5. de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het sub 2. gevorderde bedrag, en wel vanaf 1 maart 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

6. een bedrag van € 1.234,- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

7. de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep;

8. de door [appellant] betaalde proceskosten in eerste aanleg van € 1.200,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf het moment van de betaling tot aan de dag der terugbetaling.

3 De vaststaande feiten

Het hof gaat uit van de navolgende vastgestelde feiten.

3.1

Control Seal is producent van industriële afsluiters ten behoeve van de olie- en gasindustrie, die wereldwijd verkocht worden. Zij heeft een productielocatie in Appingedam en een internationaal verkoopkantoor in Montfoort.

3.2

[appellant] had tot 1 juli 2014 een arbeidsovereenkomst met werkgever Videology te Uden.

3.3

[appellant] heeft medio april 2014 gesolliciteerd op een vacature bij Control Seal. Op uitnodiging van CEO [B] van Control Seal heeft [appellant] op 25 april 2014 de productielocatie te Appingedam bezocht en een rondleiding gehad.

3.4

In een e-mail van 1 mei 2014 bericht [appellant] onder meer aan [B] :

“(…) resignation at Videology is subject to a 1 full calender-month term, this means I can start per July 1st. Should you want me before, I have a few vacation days left, which I can take in June and spend some days in Appingedam already. (…)”

3.5

Partijen hebben op 12 juni 2014 een arbeidsovereenkomst gesloten waarop de cao in de Metalektro van toepassing is. In de arbeidsovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“(…) Artikel 1: FUNCTIE

De werknemer treedt bij Control Seal B.V. in dienst in de functie van

SALES of VALVES, SPARE PARTS and AFTER SALES

Medewerker is aangesteld in deze functie met de intentie van beide parteien om na de inwerkperiode de medewerker aan te stellen als Director Sales en lid van de Board of Directors per 1 december 2014 (dit na goedkeuring door de CEO) (…) Medewerker zal aansluitend aan dit contract voor bepaalde tijd, een contract ontvangen voor onbepaalde tijd voorzover beide partijen voortzetting wensen.

Artikel 2: DATUM VAN INGANG EN DUUR

Deze arbeidsovereenkomst gaat in op 1 juli 2014 en wordt aangegaan voor de duur van 12 maanden, (…) De eerste periode van dit contract bedraagt 5 maanden en eindigt op 30 november, 2014. Als de doelstelling om de functie van Director Sales te vervullen niet wordt behaald, zal een vervolgperiode worden overeengekomen. (…)

Artikel 3: PROEFTIJD

De eerste maand van deze overeenkomst geldt als proeftijd in de zin der wet. (…)

Artikel 6: SALARIS EN VAKANTIETOESLAG

De werknemer ontvangt een vast bruto salaris van € 4250,00 en een variabel bruto salaris van € 4250,00 per maand op basis van voltijd, (…)

Artikel 7: BEOORDELING VARIABELE BELONING

Het variabele deel van het salaris is vastgesteld op 50% van het totale bruto maandsalaris en kan door werkgever uitsluitend worden ingetrokken indien werknemer aantoonbaar verantwoordelijk kan worden gesteld voor een gebrek aan inzet in het vervullen van zijn taken.”

3.6

Ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst was ( [C] Director Sales van Control Seal.

3.7

Op 13 juni 2014 heeft [appellant] een LinkedIn e-mailwisseling gehad met [D] , Group Financial Controller bij Well Services Group, verbonden aan Control Seal. Daarin is door [D] vermeld:

‘ [appellant] , Men gaat er hier van uit dat je dinsdag woensdag donderdag begint. Klopt dat? je kan mij vanavond bellen. (…)’

En [appellant] heeft geantwoord:

‘(…) ik ben akkoord gegaan op verzoek van [B] om alvast enkele dagen te werken, maar het is tevens mijn broodnodige vakantie na een tropenjaar! Ik kom dus sowieso, dat heb ik ook aan [B] toegezegd om goede wil te tonen maar ik denk weet niet of ik ook nog donderdag kom (…)’

3.8

[appellant] is op 17 juni 2014 en 18 juni 2014 aanwezig geweest op de vestiging van Control Seal in Appingedam.

3.9

Tussen partijen heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden. Hierin is onder meer het volgende vermeld:

21 juni 2014 om 13.30 uur van [appellant] aan Control Seal ( [B] ):

‘I heard that the second senior sales manager is leaving from Montfoort. I’ll interrupt my vacation next week and meet the crew there for a day to assess the situation and get started. Not due when yet but probably Thursday, as Jan would be there then also.’

21 juni 2014 om 16.28 uur van [C] aan [appellant] :

‘It is recommended to come soonest possible, you could take some extra days off latter after you will have the job take over done …’

21 juni 2014 om 17.18 uur van [C] aan [appellant] :

‘You are welcome. Let me know when you come. I’m on Thu in Appi otherwise in Mont.’

21 juni 2014 om 17.25 uur van Control Seal ( [B] ) aan [appellant] :

‘Just speak and coordinate with [C] , you need to learn how to process quotations – learning by doing…one day is not enough…’

21 juni 2014 om 17.48 uur van [appellant] aan [C] :

‘(…) Maybe you can also help me with the confusion. I am on vacation and officially still under contract at my previous employer until my official start July 1st. Nevertheless I was called twice by [F] if I could come in a day to Montfoort despite not being in service yet. Now I notified [B] that I’ll be coming in for a day as its been asked and help out. (…) So is it useful to come in this one day during MY private time or not? If it is unappreciated nor useful I’m not going to waste time and wait until the week after.

Hope you can shed some light because the days I’ve been at Control Seal so far has brought a great deal of confusion.’

23 juni 2014 om 14.03 uur van [C] aan [appellant] :

‘Can you manage to be here this week? It is just because other 2 guys start tomorrow to learnt how to do the commercial quotations.

3.10

[appellant] is op 25 juni 2014 aanwezig geweest op de vestiging van Control Seal in Montfoort.

3.11

Bij e-mail van 25 juni 2014 heeft vertrekkend Sales Engineer [E] van Control Seal het ‘Manual – Preparing an offer’ aan [appellant] toegezonden.

3.12

In een e-mail van 26 juni 2014 aan [F] , op dat moment bestuurder van Control Seal, vraagt [appellant] om het wachtwoord van de laptop die aan hem de dag ervoor in Montfoort is uitgereikt.

3.13

Per brief van 30 juli 2014 heeft Control Seal aan [appellant] meegedeeld dat het dienstverband tijdens de proeftijd met ingang van 31 juli 2014 wordt beëindigd.

3.14

[appellant] heeft per e-mail van 31 juli 2014 aan [G] , HR Manager van Control Seal, gegevens doorgegeven ten behoeve van uitbetaling van 3,3 vakantiedagen, de gewerkte dagen in juni en juli 2014 alsmede de reiskosten in juni en juli 2014, waarna Control Seal tot uitbetaling daarvan is overgegaan.

3.15

Vervolgens heeft de gemachtigde van [appellant] bij brief van 29 september 2014 gericht aan Control Seal bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van het dienstverband per 31 juli 2014. In de brief wordt gesteld dat de proeftijd reeds is aangevangen op 17 juni 2014 en het gegeven ontslag derhalve buiten de proeftijd is gegeven. Namens [appellant] is een beroep op de vernietigbaarheid van de beëindiging gedaan althans de nietigheid daarvan ingeroepen. In de brief wordt voorts vermeld dat [appellant] zich beschikbaar houdt voor het verrichten van zijn eigen werkzaamheden en die zal hervatten als Control Seal dat uitdrukkelijk verzoekt.

3.16

Bij brief van 15 oktober 2014 heeft Control Seal betwist dat de arbeidsovereenkomst al is aangevangen op 17 juni 2014. Zij beschouwt het dienstverband onveranderd als beëindigd en zal niet aan het verzoek om het ontslag in te trekken voldoen.

3.17

In een door Control Seal overgelegde verklaring van 12 november 2014 die is ondertekend door [H] wordt onder meer vermeld:

“(…) Op jullie verzoek geef ik onderstaand de informatie omtrent de activiteiten tijdens mijn introductie te Montfoort op woensdag 25 juni 2014.

Zoals aangegeven was ik aanwezig (…) om kennis te maken met [C] ( Sales Director), het sales team en de engineers. De 25e was na mijn indiensttreding ( 23 juni ) de eerste mogelijkheid om Montfoort te bezoeken.

De 25e ben ik de gehele dag ( 0845-1700 uur ) in Montfoort geweest om kennis te maken en om mijn laptop (…) in ontvangst te nemen.

[appellant] is een deel van de dag aanwezig geweest, ik weet dit, omdat hem gevraagd is om met mij te carpoolen naar Montfoort en hij aangegeven heeft niet de hele dag aanwezig te kunnen zijn in verband met zijn privé situatie.

[appellant] had de laatste 2 weken van juni vakantie. Hij heeft die dag zelf ook duidelijk aangegeven dat zijn reden om Montfoort te bezoeken kennismaking met de toekomstige collega’s als reden had.

Er zijn die dag geen trainingen, overdrachten of iets dergelijks geweest, [appellant] was toen ook nog niet in bezit van een laptop of GSM. Wat [appellant] betreft durf ik met zekerheid te stellen dat er geen sprake is geweest van werk ! (…)”

3.18

Bij vonnis in kort geding van 11 december 2014 heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland de door [appellant] gevraagde voorziening tot wedertewerkstelling in zijn functie van medewerker sales afgewezen.

3.19

Op 1 maart 2015 is [appellant] elders in dienst getreden.

3.20

[appellant] heeft vrijwel identieke verklaringen gedateerd op 26 respectievelijk 30 oktober 2015, ondertekend door [I] , destijds werkzaam in de functie van Mechanical Engineer bij Control Seal, respectievelijk [J] , destijds werkzaam in de functie van Sales Engineer bij Control Seal overgelegd, waarin onder meer wordt vermeld:

“(…) Bij deze verklaar ik, (…) dat ik op woensdag 25 juni 2014 kennis heb gemaakt met de heren [H] , [K] en [appellant] . Alle drie waren toen net voor sales-functies aangenomen bij Control Seal en zijn deze dag voor het eerst in Montfoort komen werken.

Op deze dag hebben zij naast kennismaking met het team in Montfoort (Sales en R&D engineering) ook besproken hoe de werkzaamheden bij Control Seal uitgevoerd werden en is er een werkoverdracht doorgenomen met de op korte termijn vertrekkende Sales engineers [E] en [L] . Voorts hebben Dhr. [H] , Dhr. [K] en Dhr. [appellant] alle drie een interactieve training gevolgd, gegeven door Dhr. [E] waarin het traject werd geleerd van het opstellen en verwerken van de verschillende stadia van Quotations cq. Offertes.

Bij deze verklaar ik dan ook dat Dhr. [appellant] deze dag wel degelijk gewerkt heeft en onderstreep ik dat hij daartoe door het top management is verzocht aanwezig te zijn. (…)”

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

[appellant] heeft in eerste aanleg gevorderd dat Control Seal wordt veroordeeld tot doorbetaling aan [appellant] van het hem toekomende loon van € 8.500,- bruto per maand c.a., te vermeerderen met de toekomstige cao verhogingen, vanaf 1 augustus 2014 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente voor zover de betaaltermijn al was verstreken.

4.2

De kantonrechter heeft bij vonnis van 14 juli 2015 een geldig ontslag tijdens de proeftijd aangenomen en op die grond de vorderingen van [appellant] afgewezen en hem veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

[appellant] heeft 6 grieven gericht tegen het vonnis van de kantonrechter waarvan hoger beroep, die zich toespitsen op de overwegingen van de kantonrechter ten aanzien van de karakterisering van de aanwezigheid van [appellant] op de vestigingen van Control Seal te Appingedam en Montfoort (grieven 1 en 2), de karakterisering van de werkzaamheden (grief 3), het bestaan van een gezagsverhouding (grief 4), het betalen van een vergoeding in verband met de aanwezigheid van [appellant] in juni 2014 op de vestigingen van Control Seal (grief 5) en de proceskostenveroordeling (grief 6). Met deze grieven ligt het geschil in volle omvang voor aan het hof.

5.2

In hoger beroep staat de vraag centraal of [appellant] al vóór de in de arbeidsovereenkomst van 12 juni 2014 afgesproken datum van 1 juli 2014 werkzaamheden in het kader van de bedongen arbeid heeft verricht en of daardoor de in de arbeidsovereenkomst opgenomen proeftijd van 1 maand eerder is aangevangen dan afgesproken. Als dit het geval is, dan geldt dat de beëindiging van het dienstverband met ingang van 31 juli 2014 als meegedeeld door Control Seal per brief van 30 juli 2014, buiten de proeftijd is geschied.

5.3

Vastgesteld wordt dat in dit geval artikel 7:652 BW zoals dat vóór 1 januari 2015 heeft geluid van toepassing is nu het een arbeidsovereenkomst betreft die op 12 juni 2014 is overeengekomen. Ingevolge lid 2 en lid 4 onder a van dit artikel kan in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die is aangegaan voor de duur van korter dan 2 jaren schriftelijk een proeftijd worden overeengekomen van ten hoogste één maand.

Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst van 12 juni 2014 een proeftijd overeengekomen die voldoet aan de in artikel 7:652 BW (oud) daaraan gestelde vereisten.

5.4

Het doel van een proeftijd is er in gelegen dat partijen desgewenst gelegenheid moeten hebben om, alvorens voor de toekomst gebonden te zijn, zich gedurende een - met het oog op de belangen van de werknemer - beperkte periode proefondervindelijk op de hoogte te stellen van elkaars hoedanigheden en van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid. Tijdens de proeftijd gelden in beginsel niet de regels ter zake van ontslagbescherming, maar daar tegenover staan strikt toe te passen formele geldigheidsvereisten, waaronder een wettelijk voorgeschreven maximumtermijn, waarvan de ratio is dat de proeftijd, gelet op het onverplichtende karakter ervan, niet langer dient te duren dan strikt noodzakelijk. Gelet op de formele geldigheidsvereisten heeft de proeftijd het karakter van een ‘ijzeren proeftijd’.

Tegen deze achtergrond moet worden aangenomen dat de proeftijd begint te lopen zodra de werknemer feitelijk aanvangt met het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de bedongen arbeid, waardoor de werkgever de gelegenheid wordt geboden zich een beeld te vormen van de kwaliteit van de werknemer. Dit geldt ook indien een latere ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en een daarin opgenomen proeftijdbeding is afgesproken. Zou dit anders zijn, dan zou de proeftijd kunnen worden verlengd tot een langere termijn dan de wettelijk voorgeschreven maximumtermijn, hetgeen in strijd is met de hiervoor toegelichte ratio van de proeftijd.

5.5

[appellant] stelt op 17, 18 en 25 juni 2014 op drievoudig verzoek van de leiding van Control Seal werkzaamheden te hebben verricht die behoorden tot de bedongen arbeid. Zo heeft hij op 17 en 18 juni 2014 kennisgemaakt met collega's, gesproken met collega’s over de interne bedrijfsstructuur en hiërarchische structuur, over het bedrijf, haar producten en de productieprocessen, een klantpresentatie bijgewoond, een rondleiding op de productielocatie gehad, uitleg gehad over de productie, diverse projecten doorgesproken, veiligheidsprotocollen doorgenomen, de productachtergrond, productspecificaties en documentatie bestudeerd en op 25 juni 2014 een training gevolgd volgens [appellant] . Daarvoor is ook loon betaald door Control Seal, hetgeen kenmerkend is voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, aldus nog steeds [appellant] .

5.6

Control Seal betwist dat [appellant] al vóór 1 juli 2014 is aangevangen met de bedongen werkzaamheden. Volgens Control Seal heeft [appellant] op de betreffende dagen geen inhoudelijke werkzaamheden verricht, geen trainingen gevolgd en er is geen werkoverdracht geweest. Naar aanleiding van het aanbod van [appellant] is afgesproken dat hij op 17 en18 juni 2014 zou langskomen in de vestiging te Appingedam en op 25 juni 2014 in de vestiging te Montfoort, opdat hij in de gelegenheid werd gesteld kennis te maken met diverse personen binnen de onderneming en de producten van Control Seal, aldus laatstgenoemde. Volgens Control Seal is de vergoeding die hiervoor is uitbetaald niet het overeengekomen loon en is geen sprake van een gezagsverhouding nu [appellant] op vrijwillige basis in zijn vakantie is verschenen en op 25 juni 2014 eerder is weggegaan wegens persoonlijke verplichtingen.

5.7

Het hof stelt vast dat uit de arbeidsovereenkomst volgt dat het de intentie van partijen was om [appellant] na een inwerkperiode in de functie van Sales medewerker, aan te stellen in de functie van Director Sales en lid van de Board of Directors. Uit de aard van deze intentie en de aard van beide functies volgt dat het tot de bedongen arbeid van [appellant] behoorde om de producten en activiteiten van de onderneming, de binnen de onderneming geldende procedures, haar processen en de binnen de onderneming werkzame personen en haar relaties te leren kennen en zich het werk eigen te maken.

5.8

Per e-mail van 1 mei 2014 heeft [appellant] aangegeven dat hij, als Control Seal dat wil, eerder dan 1 juli 2014 kan beginnen, omdat hij nog vakantiedagen over heeft bij Videology, die hij in juni op kan nemen.

Uit de e-mailwisseling op 13 juni, 21 juni en 23 juni 2014 (zie 3.7 en 3.9) volgt niet alleen dat Control Seal van dit aanbod gebruik heeft gemaakt, maar ook erop heeft aangedrongen, in de personen van [C] (toenmalige Director Sales), [B] (CEO) en [F] (bestuurder van Control Seal) dat [appellant] zo snel mogelijk zou beginnen. Gelet op de intentie van partijen om [appellant] uiteindelijk de functie van Director Sales te laten vervullen, valt in te zien dat [appellant] deze dringende verzoeken, afkomstig van meerdere leden van de directie van Control Seal, met het oog op de verhoudingen niet zomaar naast zich neer kon leggen, hoewel de arbeidsovereenkomst nog niet was aangevangen.

5.9

Vast staat dat [appellant] op 17 en 18 juni 2014 op de vestiging van Control Seal te Appingedam aanwezig is geweest en op 25 juni 2014 op haar vestiging te Montfoort. Blijkens het verweer van Control Seal heeft [appellant] tijdens deze drie dagen kennis gemaakt met de personen binnen de onderneming waarmee [appellant] contact zou hebben en heeft hij beide vestigingen bekeken. Maar naar het oordeel van het hof hadden de activiteiten van [appellant] op die dagen meer om het lijf. Uit die e-mailwisseling volgt dat [appellant] op 21 juni 2014 bericht te hebben gehoord dat de tweede senior sales manager vertrekt bij Control Seal en dat hij zijn vakantie zal onderbreken om de medewerkers te ontmoeten, de situatie te beoordelen en om te starten. Daarop heeft [C] er bij [appellant] op aangedrongen om dit zo snel mogelijk te doen en later vakantiedagen op te nemen nadat hij het werk heeft overgenomen. Voorts blijkt uit die e-mailwisseling dat onder meer het doel van het bezoek van [appellant] aan de vestiging van Control Seal te Montfoort was ‘to learn how to process quotations’ en volgens [B] was 1 dag daarvoor niet genoeg. De door Control Seal gewenste aanwezigheid van [appellant] voor een dergelijk doel ontstijgt in de context van een vertrekkende senior sales manager en gezien de in de arbeidsovereenkomst opgenomen intentie van partijen, het karakter van een kortdurende algemene kennismaking die niet tot de bedongen arbeid kan worden gerekend. Daaraan doet niet af of [appellant] op 25 juni 2014 heeft deelgenomen aan een training, zoals hij stelt, of een presentatie heeft bijgewoond, zoals Control Seal stelt en evenmin is de duur daarvan relevant.

Control Seal heeft voorts niet gemotiveerd betwist dat [appellant] op 17 en 18 juni 2014 in Appingedam onder andere tezamen met [C] en [K] een bijeenkomst en een presentatie heeft gehad met haar klanten uit Turkije en dat projecten zijn besproken. Ook dergelijke activiteiten ontstijgen in het licht van de voormelde intentie van partijen, anders dan Control Seal aanvoert, het karakter van een kortdurende algemene kennismaking. De hiervoor genoemde werkzaamheden worden door het hof dan ook beschouwd als werkzaamheden die vallen onder de bedongen arbeid.

5.10

Control Seal heeft de aanwezigheid van [appellant] bij Control Seal op de betreffende dagen in juni 2014 beloond. Blijkens de overgelegde salarisspecificatie heeft Control Seal zich daarbij naar rato van 3 dagen gebaseerd op het in de arbeidsovereenkomst van 12 juni 2014 overeengekomen (vaste en variabele) stamsalaris van € 8.500,-. Voorts blijkt eruit dat er loonheffing is ingehouden. Aldus is voldaan aan het element van loon als bedoeld in artikel 7:610 lid 1 BW, dat de voorwaarden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst bepaalt. Daaraan doet niet af dat geen vakantiegeld, pensioen, WIA en WGA is betaald zoals Control Seal heeft aangevoerd. Dit oordeel wordt niet anders indien Control Seal een beloning in de vorm van vakantiedagen zou hebben uitgekeerd, zoals [appellant] als alternatieve uitbetaling heeft voorgesteld in een e-mail van 31 juli 2014, nu ook in dat geval sprake is van een beloning voor het verrichten van de bedongen arbeid. Immers, Control Seal heeft in de mailwisseling die in juni 2014 heeft plaatsgevonden, bericht dat [appellant] de dagen die hij alvast in juni aanwezig zou zijn bij Control Seal, op een later moment zou kunnen inhalen als vakantiedagen.

5.11

Het vorenstaande brengt met zich dat [appellant] uiterlijk op 25 juni 2014 is begonnen met feitelijke werkzaamheden in het kader van de bedongen arbeid zodat de proeftijd uiterlijk is verstreken op 25 juli 2014. De opzegging van de arbeidsovereenkomst met ingang van 31 juli 2017 door Control Seal is aldus buiten de proeftijd geschied. Nu sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding als bedoeld in artikel 7:667 BW (oud) wordt geoordeeld dat de opzegging met onmiddellijke ingang door Control Seal onregelmatig is. Op grond van artikel 7:677 lid 4 BW (oud) bestaat dan ook recht op doorbetaling van loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben als deze van rechtswege zou zijn geëindigd. [appellant] heeft zijn vordering tot loondoorbetaling in hoger beroep beperkt tot de periode van 1 augustus 2014 tot 1 maart 2015 en deze vordering ligt dan ook voor toewijzing gereed, evenals de daarover gevorderde vakantietoeslag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente als gevorderd. Het hof ziet in de omstandigheden van deze zaak aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW te beperken tot nihil.

5.12

Vastgesteld wordt dat [appellant] in eerste aanleg en in hoger beroep onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zodat de vordering tot vergoeding daarvan wordt afgewezen.

6 De slotsom

6.1

Het voorgaande brengt met zich dat de grieven slagen en het vonnis van 14 juli 2015 moet worden vernietigd.

6.2

Control Seal wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg zowel als in de kosten van de procedure in hoger beroep. De door [appellant] gevorderde terugbetaling van de door hem in eerste aanleg betaalde proceskosten wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente als gevorderd.

De kosten van de procedure in eerste aanleg worden aan de zijde van [appellant] vastgesteld op:

€ 104,80 aan kosten exploot,

€ 297,- aan griffierecht en

€ 1.200,- (2 punten x tarief X) aan salaris voor de gemachtigde.

De kosten van de procedure in hoger beroep worden aan de zijde van [appellant] vastgesteld op:

€ 94,19 aan kosten exploot

€ 711,- aan griffierecht en

€ 1.631,- (1 punt tarief IV) aan salaris voor de advocaat.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van 14 juli 2015 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Control Seal om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellant] te betalen:

- een bedrag van € 59.500,- bruto wegens achterstallig salaris over de periode van 1 augustus 2014 tot 1 maart 2015, zijnde 7 maanden à € 8.500 bruto per maand, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf het moment van de opeisbaarheid;

- een bedrag van € 4.760,- bruto wegens 8% vakantietoeslag over het in de voormelde periode verschuldigde loon, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 1 maart 2015;

- de door [appellant] betaalde proceskosten in eerste aanleg van € 1.200,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf het moment van de betaling tot aan de dag der terugbetaling;

veroordeelt Control Seal in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] begroot op € 401,80 aan verschotten (€ 104,80 kosten exploot en € 297,-griffierecht) en op € 1.200,- (2 punten x tarief X) aan salaris voor de gemachtigde;

veroordeelt Control Seal tot vergoeding van de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 94,19 aan kosten exploot, € 711,- aan griffierecht en op € 1.631,- aan salaris voor de advocaat;

verklaart deze veroordelingen tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. S.C.P. Giesen en mr. C. Hoogland en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

5 december 2017.