Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:11088

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
200.220.881/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten plaatsing. Beslissing uitgelegd aan de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.220.881/01

(zaaknummer rechtbank C/17/155815 / FJ RK 17-640)

beschikking van 12 december 2017

inzake

1 [verzoeker] ,

verblijvende in [A] te [B] (jeugdinstelling van [C] ),
verder te noemen: [verzoeker] ,
alsmede
2. [D] en [E],

wonende te [F] ,

verder te noemen: de vader en de moeder / de ouders van [verzoeker] ,
verzoekers,
advocaat: mr. H.A. de Boer te Sneek,

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

verweerder,

verder te noemen: de GI.

1 Het verdere verloop van het geding

1.1

Het hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 7 september 2017 waarin de GI is opgedragen uiterlijk in de laatste week van oktober 2017 de stukken in te dienen als omschreven in die tussenbeschikking. Het hof de termijn nadien verlengd.

1.2

De GI heeft op 16 november 2017 de gevraagde stukken ingediend (verslag van [C] en bericht over de recent gestarte behandeling van [verzoeker] bij de poli [G] ). Door de advocaat van [verzoeker] en de ouders is daarop bij faxbericht van 20 november 2017 gereageerd. Op verzoek van het hof heeft de GI de voormelde stukken op 29 november 2017 voorzien van een ontbrekende bladzijde alsmede van een standpunt over de resterende periode van de machtiging gesloten jeugdhulp. Desgevraagd is daarop door de advocaat van [verzoeker] en de ouders schriftelijk gereageerd bij brief van 6 december 2017, waarin aangegeven wordt dat volgens de vader de uithuisplaatsing er nu wel af kan.

1.3

Het hof acht zich nu voldoende geïnformeerd om een beschikking te kunnen geven.

2. De motivering

2.1

Het hof handhaaft de overwegingen in de tussenbeschikking. Daaruit blijkt onder meer dat het hoger beroep van [verzoeker] en zijn ouders betrekking heeft op de machtiging gesloten jeugdhulp voor [verzoeker] geldend van 18 juli 2017 tot uiterlijk 4 februari 2018.

2.2

De nu vijftienjarige [verzoeker] wil weer bij zijn ouders wonen na een lange periode van uithuisplaatsing op veel verschillende plekken (pleeggezin, crisisopvang, zorgboerderij, jeugdinrichting enz.). De ouders steunen hem daarin.

2.3

Het hof heeft in de tussenbeschikking aanleiding gezien het verslag van de gedragsdeskundige van [A] en het (voorlopig) advies van [A] over de verdere behandeling van [verzoeker] af te wachten. Hierbij heeft een rol gespeeld dat ter zitting door de GI, na telefonisch contact met de gedragsdeskundige van [A] , is bevestigd dat [verzoeker] erg zijn best doet bij [A] en dat er sprake lijkt te zijn van een daadwerkelijke kentering in zijn gedrag. Het hof beschikt intussen over het schriftelijk verslag van [C] (waarvan [A] onderdeel uitmaakt) waarin het hof bevestigd ziet dat [verzoeker] (evenals zijn ouders) goed meewerkt aan de in het behandelplan van [C] geformuleerde punten. De GI heeft hierbij verder toegelicht dat een beleid wordt gevoerd gericht op terugkeer van [verzoeker] naar de ouders per datum waarop de onderhavige machtiging zijn geldigheid verliest (4 februari 2018). De periode tot die datum wordt gebruikt om de terugkeer van [verzoeker] naar de ouders zo goed mogelijk voor te bereiden, zowel voor wat betreft het contact met de ouders als ook voor wat betreft de behandeling van [verzoeker] vanuit de gesloten setting bij [A] . Daarnaast wordt aan overige (rand)voorwaarden gewerkt.

2.4

Het hof oordeelt het in het belang van [verzoeker] noodzakelijk die gedegen voorbereiding op zijn terugkeer naar de ouders niet te doorkruisen door de onderhavige maatregel voortijdig te beëindigen. Een goede borging van de behandeling bij [A] is naar het oordeel van het hof op dit moment cruciaal voor [verzoeker] . Daarnaast dient de (ambulante) hulp voor de ouders in gang te worden gezet. Ook los daarvan bestaat naar het oordeel van het hof echter voldoende grond voor de in geding zijnde maatregel. In aanmerking genomen de ernstige gedragsproblemen van [verzoeker] zoals die uit de stukken blijken en in de tussenbeschikking zijn genoemd, en het ontbreken van een toereikend minder verstrekkend alternatief, zal het hof de in geding zijnde maatregel voor de hele periode in stand laten.


De beslissing uitgelegd voor [verzoeker]

2.5

heeft het in zijn jeugd niet makkelijk gehad. Daardoor en ook omdat hij last heeft van autisme, had [verzoeker] er problemen mee om zich goed te gedragen. Hij is al vanaf jonge leeftijd uithuisgeplaatst. En hij heeft toen op veel verschillende plekken gewoond. Zijn gedrag werd er niet beter op en hij is tenslotte op een gesloten plaats bij [A] terechtgekomen. Daar is hij nu nog. [verzoeker] heeft verteld dat hij hier goed zijn best heeft gedaan en hier veel heeft geleerd. Hij vindt dat hij nu naar huis kan omdat het volgens hem nu niet meer verkeerd zal gaan. Het Hof gelooft [verzoeker] waar hij zegt dat hij erg zijn best heeft gedaan en veel heeft geleerd. Dit wordt ook door de mensen van [A] gezegd. Maar de gezinsvoogd heeft met [A] het plan gemaakt dat [verzoeker] na afloop van deze machtiging uithuisplaatsing (4 februari 2018) naar huis gaat. Dit omdat het teruggaan van [verzoeker] naar zijn ouders goed moet worden voorbereid. De ouders van [verzoeker] moeten goed worden voorbereid op zijn terugkeer. Ook alles wat te maken heeft met de verdere behandeling vanuit [A] van [verzoeker] nadat hij thuis is gekomen moet in orde zijn. Het hof is het hiermee eens. [verzoeker] heeft na al die jaren van uithuisplaatsing nu eindelijk een goede mogelijkheid om thuis te kunnen wonen. De kans van slagen is het grootst wanneer die terugkeer zo goed mogelijk voorbereid gebeurt. Het hof begrijpt dat [verzoeker] het liefst zo snel mogelijk uit [A] weg wil. Maar het hof moet behalve naar het belang van [verzoeker] om nu onmiddellijk naar huis te gaan ook kijken naar het belang van [verzoeker] dat de thuisplaatsing lukt. Het hof kiest voor het belang van het slagen van de thuisplaatsing omdat dit een keus voor de toekomst van [verzoeker] is.

2.6

Het voorgaande betekent dat aan de voorwaarden voor de in geding zijnde machtiging gesloten jeugdhulp is voldaan, in die zin dat deze noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [verzoeker] naar volwassenheid ernstig belemmeren en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat hij zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

2.7

Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor en in de tussenbeschikking, meer in het bijzonder in rechtsoverweging 5.1, is overwogen leidt dit tot de navolgende beslissing, waarbij [verzoeker] en de ouders niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun beroep tegen de afwijzing van, dan wel het verzoek in hoger beroep tot vervanging van de GI en het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen.

3
3. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

verklaart [verzoeker] en de ouders niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot vervanging van de GI dan wel het verzoek in hoger beroep tot vervanging van de GI;


bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 18 juli 2017 waarvan beroep;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.


Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, J.D.S.L. Bosch en I.M. Dölle en is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.