Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:10990

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
17-01-2018
Zaaknummer
200.222.023
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging arbitraal vonnis. Verkeerde rechtsingang. Toepassing wisselbepaling van 69 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.222.023

arrest van 12 december 2017

in het incident in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ( [land] ),

eiser in de hoofdzaak en in het incident,

hierna: [eiser] ,

advocaat: mr. D. Roesink,

tegen:

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in de hoofdzaak en in het incident,

hierna: [verweerster] ,

advocaat: voorheen mr. C. Velink, thans mr. M.F. van der Mersch.

1 Het geding

1.1

[eiser] heeft bij exploot van 22 augustus 2017 [verweerster] gedagvaard te verschijnen voor dit hof en gevorderd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

I zal bepalen dat de tenuitvoerlegging van het tussen partijen gewezen arbitraal vonnis van 29 juni 2017 wordt geschorst totdat er (in de hoofdzaak) een onherroepelijke uitspraak zal zijn;

II voormeld arbitraal vonnis zal vernietigen wat betreft:

- de verklaring voor recht dat de praktijk (de maatschap Dierenkliniek Culemborg) geen goodwill kent;

- de veroordeling van [eiser] om [verweerster] € 36.569,- te betalen (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2017);

- de veroordeling van [eiser] in de helft van de arbitragekosten;

III [verweerster] zal veroordelen in de kosten van de arbiters en dit geding.

1.2

[eiser] heeft de zaak aangebracht bij dit hof.

Het verloop van het geding blijkt verder uit:

- de conclusie van antwoord in het incident van [verweerster] ;

- een akte (houdende een wijziging van eis) van [eiser] .

1.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

2 De motivering van de beslissing in het incident

2.1

In de hoofdzaak gaat het om een vordering tot vernietiging van het tussen partijen gewezen arbitraal vonnis van 29 juni 2017 van door de Ereraad van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde benoemde arbiters.

Ingevolge artikel 1064a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het hof bevoegd van deze vorderingen kennis te nemen, nu de plaats van arbitrage Utrecht is.

2.2

[eiser] vordert in het incident op de voet van (het hof begrijpt:) artikel 1066 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) in verband met artikel 261 e.v. Rv schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld arbitraal vonnis.

2.3

Op grond van artikel 1066 Rv kan de rechter die omtrent de vernietiging oordeelt op verzoek van de meest gerede partij de tenuitvoerlegging schorsen, indien daartoe gronden zijn, totdat over de vordering tot vernietiging onherroepelijk is beslist. [eiser] heeft dat echter niet verzocht, maar hij heeft een incident opgeworpen. Hij heeft daarmee niet de juiste rechtsingang gebruikt.

2.4

Met inachtneming van artikel 69 Rv zal het hof bepalen dat de procedure ten aanzien van het schorsingsverzoek in de stand waarin deze zich nu bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure. Aangezien [verweerster] de gelegenheid heeft gehad om op het verzoek te reageren en dat heeft gedaan in haar conclusie van antwoord in het incident, bevindt de zaak zich nu in de stand dat een mondelinge behandeling kan worden bepaald (ingevolge artikel 279 Rv).

2.5

De hoofdzaak dient naar de rol te worden verwezen voor memorie van antwoord.

3 De beslissing

Het hof:

in het incident:

beveelt met toepassing van artikel 69 Rv dat het schorsingsverzoek wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure;

bepaalt dat de zaak mondeling zal worden behandeld op een nader te bepalen datum en tijdstip;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de roldatum 23 januari 2018 voor memorie van antwoord van [verweerster] ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, J.H. Lieber en A.E.B. ter Heide en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 december 2017.