Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:10915

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
13-12-2017
Zaaknummer
200.186.348/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Accountant vraagt betaling van advieswerkzaamheden van een stichting en stelt een doorlopende opdracht tot het verrichten van advieswerkzaamheden te hebben. Het hof wijst de vordering af en overweegt daartoe dat voor zover de in het verleden tussen partijen gebruikelijke werkwijze al zou kunnen worden gekwalificeerd als een ‘doorlopende opdracht’ tot advisering – hetgeen door de stichting is betwist –de advieswerkzaamheden waarvan de accountant in deze procedure betaling vraagt niet geacht worden in het kader van een zodanige ‘doorlopende opdracht’ te zijn verricht. De in rekening gebrachte werkzaamheden hadden betrekking op de financiële ontvlechting van het samenwerkingsverband van de vijf stichtingen en hadden niet alleen betrekking op de stichting, maar op een vijftal stichtingen met tegengestelde belangen. Het betrof dan ook advisering die zowel naar aard als naar omvang de reguliere bedrijfsvoering van de stichting te buiten ging en daarmee niet onder de ‘doorlopende opdracht’ begrepen kan worden.

Dat de accountant zich daarvan ook bewust was, blijkt uit de omstandigheid dat zij om een schriftelijke opdrachtbevestiging van alle besturen afzonderlijk heeft gevraagd en tevens om een voorschot van elke stichting afzonderlijk.

De stichtingen hebben geen schriftelijke opdrachtbevestiging verstrekt en ook geen voorschot betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6540
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.186.348/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3686671 \ CV EXPL 14-18166)

arrest van 12 december 2017

in de zaak van

Priore Accountants & Belastingadviseurs,

gevestigd te Heerenveen,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Priore,

advocaat: mr. W.J. Aardema, kantoorhoudend te Heerenveen,

tegen

Stichting RNA Facilitair Materieel,

gevestigd te Groningen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: RNA Materieel,

advocaat: mr. G. Bakker, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 mei 2017 hier over.

1.2

Ter uitvoering van dat tussenarrest heeft op 19 oktober 2017 een comparitie van partijen plaatsgehad. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.

1.3

Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd en heeft het hof arrest bepaald op het comparitiedossier, aangevuld met het proces-verbaal van de comparitie.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals vastgesteld in de rechtsoverwegingen 2.2 tot en met 2.10 van het bestreden vonnis van de kantonrechter van 13 januari 2016, behoudens de vaststelling dat de herstructurering vanwege financiële problemen plaatsvond, nu Priore daartegen bezwaar heeft gemaakt. Aangevuld met hetgeen in dit hoger beroep mede op basis van de onweersproken inhoud van de overgelegde producties verder vast staat, gaat het om het volgende.

2.2

Priore is een accountants- en belastingadvieskantoor. Zij heeft in die hoedanigheid op basis van een langdurige relatie in opdracht en ten behoeve van het Bureau voor Rechtshulp en de Stichting Rechtshulp Noord Advocaten (aanvankelijk Stichting Rechtshulp Noord geheten) werkzaamheden verricht.

De Stichting Rechtshulp Noord is opgericht in 2004 na wijzigingen van het overheidsbeleid op grond van de Wet op de Rechtsbijstand. Vanaf 2004 vond landelijk een wijziging in de organisatie van de gefinancierde rechtshulpverlening plaats waarbij het Bureau voor Rechtshulp werd gesplitst in het Juridisch Loket (uitsluitend voor advies) en een advocatenkantoor. Stichting Rechtshulp Noord – waarvan de statutaire naam in 2009 is gewijzigd in "Stichting Rechtshulp Noord Advocaten" – exploiteerde als opvolger van het Bureau voor Rechtshulp advocatenkantoren in Leeuwarden, Groningen en Assen onder de gemeenschappelijke handelsnaam "Rechtshulp Noord Advocaten".

2.3

In 2012 vond een reorganisatie plaats waarbij werd besloten om te gaan werken met vijf stichtingen. Stichting Rechtshulp Noord Advocaten werd omgevormd tot een stichting met de naam Stichting RNA Facilitair Materieel, (hierna: RNA Materieel). RNA Materieel faciliteerde vier andere nieuw opgerichte stichtingen te weten de Stichting RNA Facilitair Personeel (ondersteunend personeel) en drie advocatenkantoren in de stichtingen RNA Groningen, RNA Assen en RNA Leeuwarden. Iedere stichting kreeg een eigen bestuur. Bestuurders van RNA Materieel werden RNA Leeuwarden en RNA Groningen.

2.4

De vijf stichtingen zijn met ingang van 1 maart 2012 een samenwerkingsverband

aangegaan, waarmee met name een kostendeling beoogd werd.

Het samenwerkingsverband is met ingang van 1 april 2013 ontbonden.

2.5

Bij e-mail van 28 maart 2013 heeft de heer [A] , medewerker van Priore, aan

mevrouw [B] (bestuurslid van de Stichting RNA Leeuwarden) onder meer voorgelegd dat Priore op korte termijn de jaarcijfers 2012 van de vijf stichtingen zal opstellen, de huidige financiële positie zal beoordelen en op verzoek de ontvlechting zal begeleiden.

"(…)Belangrijke uitgangspunten zijn: uitreiking van de jaarrekeningen op basis van de concept

samenwerkingsovereenkomst. Hierbij denk ik met name aan de onderlinge verrekening van

personeelskosten (facilitair) en overige kosten en de betalingen die daartegenover staan

vanuit de RNA stichtingen. [C] is daar al druk mee bezig. Het vaststellen van het

onderhanden werk per 1 maart 2012 en de 31e december 2012 maar ook per 1 april 2013.

Omdat de ontvlechting per 1 april 2013 plaatsvindt, wil ik wel van alle besturen afzonderlijk

dan wel gezamenlijk schriftelijk opdrachtbevestiging hebben. Deze was vorige week al

impliciet door jou toegezegd maar ik wil dat graag ook schriftelijk bevestigd hebben. Dat

kan wel via deze mail.
Het is in deze situatie voor ons moeilijk om een vaste prijs af te spreken per stichting, ook vanwege de onderlinge verrekeningen.(…)"

In de e-mail is tevens om een voorschot van € 2.000,- per stichting verzocht.

De stichtingen hebben geen schriftelijke opdrachtbevestiging gestuurd, evenmin is het

gevraagde voorschot betaald.

2.6

Priore heeft op 14 maart 2013 een factuur gezonden, gericht aan "Stichting Rechtshulp Noord" te Leeuwarden. In die factuur zijn verrichte werkzaamheden over de periode 28 januari tot en met 27 februari 2013 in rekening gebracht voor een bedrag van
€ 2.433,19. In die factuur is onder meer een bedrag in rekening gebracht over het boekjaar 2011 voor het "verzorgen aangifte vennootschapsbelasting, samenvoegen tot 1 aangifte in verband met de fusie van de oude stichtingen" en over het boekjaar 2013 een bedrag voor "Advisering inzake samenwerking 5 stichtingen, bespreking inzake ontvlechting samenwerking, intern overleg fiscale gevolgen, totaal 7,3 uur ( [A] )."
Die factuur is voldaan door RNA Materieel.

2.7

Op 26 april 2013 is het faillissement uitgesproken van RNA Leeuwarden en RNA

Facilitair Personeel.

2.8

Priore heeft bij factuur van 26 april 2013 aan de onder 2.3 genoemde stichtingen voor werkzaamheden over het boekjaar 2013 per stichting een bedrag in rekening gebracht van € 2.402,- exclusief btw. Op de factuur is vermeld: "Werkzaamheden betreffende ontvlechting en voorbereidende werkzaamheden inzake de jaarrekening 2012 en de afrekening over 2012 en het eerste kwartaal 2013. De kosten worden verdeeld over de 5 stichtingen, per stichting € 2.402".

2.9

Bij e-mail van 30 september 2013 is in reactie daarop door [D] en [E] (bestuurders van de Stichting RNA Groningen, die op haar beurt bestuurder was van RNA Materieel) onder verwijzing naar een eerder telefoongesprek, aan Priore aangegeven dat het toenmalig samenwerkingsverband geen opdracht heeft verstrekt tot het uitvoeren van werkzaamheden:

"De liquiditeitssituatie was reeds zodanig dat geen extra kosten gemaakt mochten worden waardoor ook uitdrukkelijk het inschakelen van een accountant. [A] was hiervan op de hoogte. In een mail van 28 maart 2013 aan [B] die aan ons is doorgestuurd verzoekt [A] dan ook expliciet om een schriftelijke akkoordverklaring van de verschillende stichtingen en een voorschot van € 12.000,-. Onze akkoordverklaring heeft hij niet gekregen en evenmin een voorschot. Pas achteraf kregen we te horen dat de werkzaamheden waren uitgevoerd. Assen, Groningen en Materieel hebben hier dan ook geen opdracht toe gegeven. Het zal duidelijk zijn dat wij dan ook niet tegemoet kunnen komen aan jouw verzoek."

2.10

Priore heeft bij factuur van 7 november 2013 RNA Materieel een bedrag in rekening

gebracht van € 12.010,- exclusief btw. Op de factuur is onder meer vermeld:

"Werkzaamheden mr. [F] en [A] RA betreffende de ontvlechting en overdracht van de advocatenkantoren aan de stichtingen RNA, de voorbereidende werkzaamheden inzake de jaarrekening 2012, de afrekening over 2012, het eerste kwartaal 2013 en loonwerkzaamheden 2012 en 2013"

Bij die factuur is een urenoverzicht gevoegd ter zake van die werkzaamheden.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Priore heeft in eerste aanleg gevorderd RNA Materieel bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 12.010,-, te vermeerderen met de btw en de wettelijke handelsrente, met veroordeling van RNA Materieel in de kosten van de procedure. RNA Materieel heeft verweer gevoerd.

3.2

De kantonrechter heeft de vordering van Priore grotendeels – namelijk voor zover deze betrekking heeft op andere werkzaamheden dan de loonwerkzaamheden ten bedrage van € 826,30 – afgewezen. Priore is als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

RNA Materieel heeft geen grieven gericht tegen de toewijzing door de kantonrechter van het bedrag van € 826,30. In zoverre is het vonnis van 13 januari 2013 niet aan dit hoger beroep onderworpen.

4.2

Priore heeft een zevental grieven tegen het vonnis van 13 januari 2016 geformuleerd, die allemaal zijn gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de vordering van Priore, voor zover die ziet op andere werkzaamheden dan de loonwerkzaamheden, moet worden afgewezen. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

4.3

Priore heeft aan haar vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd. Er was sprake van een jarenlange, bestendige relatie met RNA Materieel waarbinnen Priore een doorlopende opdracht had tot het opmaken van jaarrekeningen en het geven van adviezen. Priore heeft de advieswerkzaamheden met betrekking tot de ontvlechting van de vijf stichtingen binnen het kader van die doorlopende opdracht verricht op verzoek van RNA Materieel, al dan niet via de heer [G] . Voor zover zou worden geoordeeld dat geen sprake is van een doorlopende overeenkomst tot opdracht, dan staat in ieder geval vast dat Priore de werkzaamheden in opdracht van RNA Materieel, althans ten behoeve van RNA Materieel heeft verricht en dat RNA Materieel daarvan gebruik heeft gemaakt, zodat RNA Materieel het gevorderde bij wijze van redelijke loon verschuldigd is, dan wel op grond van ongerechtvaardigde verrijking, aldus Priore.

4.4

RNA Materieel erkent dat Priore er tot en met het boekjaar 2011 vanuit mocht gaan dat er een doorlopende opdracht was om jaarstukken op te maken. Overige advisering vond ad hoc plaats naar aanleiding van concrete verzoeken daartoe over nader aan te geven onderwerpen. Van een doorlopende opdracht ter zake was geen sprake. In verband met de herstructurering van de Stichting Rechtshulp Noord Advocaten per 1 maart 2012 zijn de dossiers overgeheveld naar de drie advocatenstichtingen. In dat kader diende de door de advocatenstichtingen aan RNA Materieel te betalen koopprijs voor het onderhanden werk/de over te dragen dossiers te worden vastgesteld. Daarover is advies gevraagd aan Priore.
Het punt van het onderhanden werk is aan de orde gekomen in de vergadering van
26 februari 2013. Ten aanzien van de hoogte van de koopprijs van het onderhanden werk ontstond een onoverbrugbaar verschil van mening tussen Priore en de besturen. Priore was van mening dat de prijs voor het onderhanden werk gelijk moest zijn aan de balanswaarde, de besturen meenden dat de prijs lager moest zijn. Het was aan de besturen hierover een besluit te nemen.
Priore heeft haar werkzaamheden over de periode tot en met 27 februari 2013 gedeclareerd bij factuur van 14 maart 2013. Deze factuur is door RNA Materieel voldaan. RNA Materieel betwist dat Priore nadien nog werkzaamheden in haar opdracht heeft verricht. De door Priore bij e-mail van 28 maart 2013 gevraagde opdracht is niet verleend. Er behoefden in het kader van het onderhanden werk ook geen werkzaamheden meer door Priore te worden verricht. De situatie was op 26 februari 2013 al besproken en duidelijk. RNA Materieel betwist dat Priore in de periode 27 februari 2013 tot 16 april 2013 nog relevante advieswerkzaamheden heeft verricht en dat daarmee een bedrag van € 12.010,- excl. btw gemoeid zou zijn. Er is tot 16 april 2013 – toen er op voorstel van mr. Bijlholt, advocaat van het samenwerkingsverband, een kosteloze bespreking plaatsvond met de heer [F] van Priore – geen contact geweest tussen Priore en het bestuur van RNA Materieel, aldus nog steeds RNA Materieel.

4.5

Het hof overweegt als volgt.
Voor zover de in het verleden tussen partijen gebruikelijke werkwijze al zou kunnen worden gekwalificeerd als een ‘doorlopende opdracht’ tot advisering – hetgeen door RNA Materieel is betwist – kunnen de advieswerkzaamheden waarvan Priore in deze procedure betaling vraagt niet geacht worden in het kader van een zodanige ‘doorlopende opdracht’ te zijn verricht.
De in rekening gebrachte werkzaamheden hadden betrekking op de financiële ontvlechting van het samenwerkingsverband van de vijf stichtingen en hadden niet alleen betrekking op RNA Materieel, maar ook op een vijftal stichtingen met tegengestelde belangen. Het betrof dan ook advisering die zowel naar aard als naar omvang de reguliere bedrijfsvoering van RNA Materieel te buiten ging en daarmee niet onder de door Priore bedoelde ‘doorlopende opdracht’ begrepen kan worden.
Dat Priore zich daarvan ook terdege bewust was, blijkt wel uit de omstandigheid dat zij bij
e-mail van 28 maart 2013 om een schriftelijke opdrachtbevestiging van alle besturen afzonderlijk heeft gevraagd en tevens om een voorschot van elke stichting afzonderlijk.
De stichtingen hebben geen schriftelijke opdrachtbevestiging verstrekt en ook geen voorschot betaald.

4.6

Priore heeft aangeboden [H] en [G] als getuigen te horen over de in het kader van de doorlopende opdracht gebruikelijke wijze van samenwerking tussen partijen. Daarmee ziet het bewijsaanbod niet op voor de beoordeling van dit geschil relevante feiten, zodat het hof dit passeert.

4.7

Voor zover Priore heeft gesteld (mvg sub 51) dat zij, anders dan binnen de kaders van de doorlopende opdracht, een ‘losse’ opdracht van RNA Materieel heeft gekregen ‘al dan niet via de daartoe bevoegde heer [G] ’, acht het hof die stelling onvoldoende onderbouwd. Er wordt immers niet aangegeven door wie, wanneer, aan wie en op welke wijze die opdracht zou zijn verstrekt, terwijl evenmin uiteengezet wordt op welke basis de administrateur [G] tot het geven van een dergelijke opdracht namens RNA Materieel bevoegd zou zijn. Ook om die reden is voor bewijslevering geen plaats.

4.8

Dat RNA Materieel aan Priore opdracht heeft gegeven voor het verrichten van de in de factuur van 7 november 2013 vermelde werkzaamheden (die derhalve betrekking moeten hebben op de periode na 27 februari 2013) is dan ook niet komen vast te staan.

4.9

Priore heeft ook haar stelling dat zij in de periode na 27 februari 2013 nog werkzaamheden ten behoeve van RNA Materieel heeft verricht en dat RNA Materieel daarvan gebruik heeft gemaakt, in het licht van het gemotiveerde verweer van RNA Materieel niet, althans niet voldoende onderbouwd. Volgens Priore zou het in het bijzonder zijn gegaan om de waardering van het onderhanden werk, maar RNA Materieel heeft onweersproken gesteld dat deze kwestie al in de vergadering van 26 februari 2013 aan de orde is geweest en dat toen al duidelijk was dat het standpunt van Priore niet door de besturen werd gedeeld.
Uit het verslag van deze vergadering (productie 4 bij inleidende dagvaarding) blijkt dat is afgesproken dat de advocaten de dossiers, ingenomen voor 1 maart 2012, zouden gaan doornemen. Zonder nadere toelichting, die ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling desgevraagd door Priore niet is gegeven, mist de stelling van Priore dat er ten behoeve van de vaststelling van het onderhanden werk door Priore als accountant in dat stadium nog werkzaamheden moesten worden verricht een toereikende onderbouwing. Het hof ziet daarom evenmin grond voor toewijzing van de vordering op basis van art. 7:405 BW of art 7:411 BW.

5 De slotsom

5.1

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 13 januari 2016 – voor zover dat aan dit hoger beroep is onderworpen – moet worden bekrachtigd.

5.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Priore in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van RNA Materieel zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 718,-

- salaris advocaat € 1.788,- (2 punten x tarief € 894,-)

Totaal € 2.506,-

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Groningen van 13 januari 2016, voor zover aan dit hoger beroep onderworpen;

veroordeelt Priore in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RNA Materieel vastgesteld op € 718,- voor verschotten en op € 1.788,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. D.J. Keur en mr. G. Van Rijssen en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

12 december 2017.