Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:10872

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
22-12-2017
Zaaknummer
17/00563
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2017:2258, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

OB. Exploitant sporthal. Terbeschikkingstelling. Aftrek voorbelasting. Berekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NLF 2018/0016 met annotatie van Micha Soltysik
V-N Vandaag 2017/3033
V-N 2018/12.1.4
Viditax (FutD), 22-12-2017
FutD 2018-0109 met annotatie van Fiscaal up to Date
NTFR 2018/723 met annotatie van Drs. M.J.M.A. Toet
Viditax (FutD), 18-01-2019
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer 17/00563

uitspraakdatum: 12 december 2017

Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de gemeente [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 april 2017, nummer AWB 16/2734, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Zwolle (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft over het tijdvak december 2014 € 163.700 aan omzetbelasting op aangifte voldaan.

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2017. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar en exploitant van een sporthal in [Z] en van drie gymzalen in [A] , [Z] en [B] . De sporthal in [Z] bestaat uit drie zalen, die via beweegbare scheidingswanden afzonderlijk of in combinatie kunnen worden gebruikt. De gymzalen in [Z] en [B] bestaan uit twee zalen, die via beweegbare scheidingswanden afzonderlijk of samen kunnen worden gebruikt. De gymzaal in [A] kan niet worden gesplitst. De accommodaties worden hierna aangeduid als de sportzalen.

2.2.

Belanghebbende stelt de sportzalen tijdens schooltijden zonder vergoeding ter beschikking aan scholen in het primair onderwijs om te voldoen aan haar wettelijke plicht de op haar grondgebied gevestigde scholen ruimte ter beschikking te stellen voor bewegingsonderwijs. Belanghebbende stelt hiertoe voorafgaand aan het nieuwe schooljaar het aantal klokuren vast waarop een school aanspraak maakt en stelt een rooster van gebruik op.

2.3.

Belanghebbende stelt de sportzalen buiten het rooster voor het primair onderwijs tegen vergoeding ter beschikking aan sportverenigingen en scholen in het voortgezet onderwijs. De uren die dan nog overblijven probeert belanghebbende zoveel mogelijk te vullen met verhuur aan derden ten behoeve van sportbeoefening. Op de website van belanghebbende staat onder meer het volgende:

Sportaccommodatie huren

De gemeente heeft meerdere accommodaties (ruimtes of terreinen) voor sport. De gemeente verhuurt deze aan sportverenigingen.

U kunt ook voor een bepaalde activiteit een gymzaal of sporthal huren. Bijvoorbeeld voor bedrijfssportwedstrijden of toernooien. Informeer hierover bij de beheerder van de sporthal. Die heeft de planning van alle gemeentelijke gymzalen en de sporthal in handen.

De sportruimtes worden niet verhuurd voor het houden van (kinder)feestjes.”

Op de website van belanghebbende staat een overzicht van de tarieven voor het gebruik van sportzalen en -terreinen. Op de website van belanghebbende is voorts een document geplaatst met de voorwaarden voor het gebruik van de sporthal of de gymzalen in de gemeente [X] . Het laatstbedoelde document luidt, voor zover van belang, als volgt:

“1. Aanvragen voor het gebruik van een zaal, opzegging van het gebruik of wijziging van het gebruik moeten bij de sporthal worden ingediend. Het gebruik is niet eerder van kracht, dan nadat men daarvan een schriftelijke toestemming heeft ontvangen.

2. Annuleren kan tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van het gebruik. Bij te laat annuleren worden de gemaakte kosten in rekening gebracht.

3. Openstelling gemeentelijke sportaccommodatie.

De sportaccommodatie is beschikbaar voor het sportgebruik op:

maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 23.00 uur,

zaterdag van 08.00 tot 24.00 uur.

De sportaccommodatie is gesloten op:

a. a) Nieuwjaarsdag,

b) Goede vrijdag,

c) 2e Paasdag,

d) Koningsdag,

e) Hemelvaartsdag,

f) 2e Pinksterdag,

g) de zomervakantie (primair onderwijs, regio Noord)

h) 24 december na 19 uur,

i. i) 1e en 2e Kerstdag,

j) op 31 december vanaf 15.00 uur.

4. De gebruiker mag van de accommodatie slechts gebruik maken voor en ten behoeve van de beoefening van een tak van sport en/of lichamelijke oefening waarvoor het gebruik is toegewezen.

5. (…)

6. Burgemeester en Wethouders kunnen toestemming verlenen om van de in artikel 3, 4 en 5 vermelde tijden c.q. perioden en voorwaarden, af te wijken, en daar indien nodig nadere voorwaarden aan verbinden.”

2.4.

In beperkte mate stelt belanghebbende de sporthal in [Z] voor andere doeleinden ter beschikking, zoals voor de jaarlijkse kleindierententoonstelling, de uitvoering van de muziekvereniging en een kinderspeelweek (huttendorp).

2.5.

In haar aangiften omzetbelasting berekent belanghebbende de aftrekbare voorbelasting voor de sportzalen aan de hand van de volgende verdeelsleutel:

Uren belast gebruik van de sportzalen (inclusief de incidentele verhuur)

Uren belast gebruik + uren gebruik voor het primair onderwijs

2.6.

Belanghebbende verzoekt in haar bezwaarschrift om een extra teruggaaf van € 6.400. Belanghebbende hanteert daarbij voor de sportzalen de volgende verdeelsleutel:

Uren belast gebruik van de sportzalen (inclusief de incidentele verhuur) + leegstand

Totaal uren gedurende welke de sportzalen beschikbaar zijn voor gebruik

3 Geschil

In geschil is primair op welke wijze de aftrek van voorbelasting op de instandhoudingskosten van de sportzalen dient te worden berekend. Subsidiair is in geschil of belanghebbende in de aangifte voor het laatste tijdvak van het boekjaar met vrucht om herrekening kan verzoeken voor het gehele boekjaar wegens een wijziging van de verhouding economisch en niet-economisch gebruik, welke vraag belanghebbende bevestigend en de Inspecteur ontkennend beantwoordt.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat het aftrekrecht van voorbelasting op instandhoudingskosten niet geheel kan worden bepaald op basis van de omzetverhouding. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het aftrekrecht dient te worden berekend in twee stappen: eerst wordt een ‘pre pro rata’ berekend, waarbij de voor de basisscholen gereserveerde tijdsblokken worden toegerekend aan niet-economische activiteiten en de tijd die dan resteert tijdens de openingstijden wordt toegerekend aan economische activiteiten; vervolgens wordt een ‘pro rata’ berekend voor de economische activiteiten. Deze pro rata is 100%, aangezien het deel van de omzet dat conform het standpunt van de Inspecteur aan vrijgestelde verhuur zou kunnen worden toegerekend, minder is dan 1%. Zelfs indien de uren belaste verhuur worden geplaatst in verhouding tot het totale aantal uren verhuur is de pro rata 100%, aldus belanghebbende. De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de verhouding daadwerkelijke uren belaste verhuur / daadwerkelijke uren totaal gebruik bepalend is voor het aftrekrecht. De leegstand dient te worden genegeerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte de juiste berekeningswijze gebruikt, aldus de Inspecteur.

4.2.

Het Hof stelt voorop dat de regelgever voor zover het economische activiteiten betreft de omzetverhouding als uitgangspunt heeft genomen voor de berekening van het recht op aftrek voor kosten die gemengd worden gebruikt (artikel 173, eerste lid, in combinatie met de artikelen 174 en 175 Btw-richtlijn, en artikel 15, zesde lid, Wet op de omzetbelasting 1968 in combinatie met artikel 11, eerste lid, Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968). De lidstaten kunnen de belastingplichtige toestaan of verplichten om een afwijkende regel toe te passen (artikel 173, tweede lid, Btw-richtlijn). Nederland heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt, in die zin dat aftrek op basis van werkelijk gebruik mogelijk is (artikel 11, tweede lid, Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968). De hiervoor genoemde bepalingen gelden niet voor zover het niet-economische activiteiten betreft (arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) van 13 maart 2008, C-437/06, Securenta, ECLI:EU:C:2008:166). Het is aan de lidstaten om hiervoor regels te stellen. Het Hof stelt vast dat de Nederlandse regelgever dergelijke regels niet heeft vastgesteld. Het Hof ziet zich daarom voor de taak gesteld om een op de situatie van belanghebbende toegesneden oplossing te vinden die past in het systeem van de omzetbelasting. Een oplossing is passend indien zij leidt tot een nauwkeurige en op objectieve gegevens gebaseerde toerekening van de instandhoudingskosten aan de diverse activiteiten van belanghebbende (zie HvJ 9 juni 2016, C-332/14, Wolfgang und Dr. Wilfried Rey Grundstücksgemeinschaft GbR, ECLI:EU:C:2016:417, en HR 3 februari 2006, nr. 41751, ECLI:NL:HR:2006:AV0823).

4.3.

Het Hof is van oordeel dat het standpunt van de Inspecteur tot een beter passende oplossing leidt dan het standpunt van belanghebbende. In dit verband is vooral van belang dat niet-permanent gebruik van sportzalen inherent is aan de exploitatie van dit type onroerende zaak en dat het geschil instandhoudingskosten betreft, zoals water, elektriciteit en onderhoud, die een correlatie hebben met de mate van daadwerkelijk gebruik. De verhouding tussen het daadwerkelijk gerealiseerde aantal uren belaste verhuur en het totale aantal uren daadwerkelijk gebruik (verhuur plus terbeschikkingstelling aan de basisscholen) is onder deze omstandigheden een nauwkeurig en objectief criterium voor de omvang van het aftrekrecht.

4.4.

Belanghebbende heeft erop gewezen dat in de voor de basisscholen gereserveerde tijdsblokken leegstand is begrepen. Het is dan logisch om ook buiten deze tijdsblokken rekening te houden met leegstand, aldus belanghebbende. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. Het Hof leidt uit het beroepschrift af dat belanghebbende in haar aangifte is uitgegaan van de uren die de sportzalen daadwerkelijk zijn gebruikt en dat leegstand in deze berekening totaal is genegeerd. Onder deze omstandigheid is niet van belang of en zo ja hoe voor zowel het gebruik door de basisscholen als de verhuur tegen vergoeding met leegstand rekening dient te worden gehouden. Belanghebbende is in haar aangifte uitgegaan van de juiste methode.

4.5.

Het gelijk ten aanzien van het primaire geschilpunt is aan de Inspecteur. Het subsidiaire geschilpunt behoeft geen behandeling.

Slotsom
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.

5 Griffierecht en proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

6 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. J. van de Merwe en mr. G.B.A. Brummer, in tegenwoordigheid van mr. C.E. te Brake als griffier.

De beslissing is op 12 december 2017 in het openbaar uitgesproken.

De griffier is verhinderd de uitspraak De voorzitter,

te ondertekenen.

(C.E. te Brake) (A. van Dongen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op: 12 december 2017

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

Postbus 20303,

2500 EH DEN HAAG.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.