Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:10583

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-12-2017
Datum publicatie
10-01-2018
Zaaknummer
WAHV 200.187.581
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet in het Duits vertaalde beslissing van de kantonrechter en beslissing van de officier van justitie leidt in dit geval niet tot vernietiging van die beslissingen. De betrokkene is niet geschaad in enig verdedigingsbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.187.581

1 december 2017

CJIB 189356817

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant

van 8 maart 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] (Duitsland).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De griffier van het hof heeft de betrokkene bij schrijven van 19 augustus 2016 een Duitse vertaling van de uitspraak van de kantonrechter toegezonden en hem in de gelegenheid in de gelegenheid gesteld om de gronden van het beroep in te dienen.

De betrokkene heeft hierop bij schrijven van 29 augustus 2016 gereageerd. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 82,- opgelegd ter zake van “Overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 10 km/h (verkeersbord A1 + wegwerkzaamheden)”, welke gedraging zou zijn verricht op 26 april 2015 om 9:34 uur op de autosnelweg A58 rechts te Rilland met het voertuig met het kenteken [YY-Y-0000] .

2. De betrokkene heeft in zijn beroepschrift in hoger beroep aangevoerd dat hem geen Duitse vertaling van de beslissing van de kantonrechter is toegezonden, hetgeen volgens Europese regelgeving wel is voorgeschreven. De betrokkene heeft in zijn brief van 29 augustus 2016 nog aangevoerd dat de beslissing van de officier van justitie hem niet in zijn moedertaal is toegezonden en dat het bedrag van de opgelegde sanctie niet in verhouding staat tot de ernst van de snelheidsovertreding, nu deze slechts kortstondig en zonder opzet is begaan.

3. Bij de beslissing van de kantonrechter is geen Duitse vertaling van die beslissing gevoegd. Dit leidt echter niet tot vernietiging van deze beslissing, nu de vertaling niet de inhoud of de totstandkoming van de beslissing raakt. De griffier van het hof heeft de betrokkene een vertaling van de beslissing toegezonden en hem tevens in de gelegenheid gesteld om zijn bezwaren tegen die beslissing op te geven. Gelet hierop is de betrokkene niet geschaad in zijn verdedigingsbelang in hoger beroep.

4. Het hof stelt voorts vast dat niet blijkt dat de betrokkene een vertaling van de beslissing van de officier van justitie is toegestuurd. In het beroepschrift tegen die beslissing heeft de betrokkene daarop gewezen. Uit dit beroepschrift blijkt echter tevens dat de betrokkene wel wist waartegen hij zich moest verdedigen, hij heeft inhoudelijk verweer gevoerd. Gelet hierop kon de kantonrechter op het beroep beslissen, zonder dat de betrokkene een vertaling van de beslissing van de officier van justitie was toegezonden.

5. Gelet op de stukken in het dossier, waaronder met name het zaakoverzicht en de foto die van de gedraging is gemaakt, en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet heeft ontkend dat hij ter plaatse (kortstondig) te hard heeft gereden, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

6. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er (andere) redenen zijn om een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

7. Op grond van artikel 2, derde lid, van de WAHV is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefs-matige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

8. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als vorenbedoeld. De omstandigheid dat de betrokkene de gedraging niet met opzet heeft begaan, is niet als zodanig aan te merken. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat hij slechts korte tijd te hard zou hebben gereden. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet van de betrokkene of duur van de gedraging.

9. Het hof ziet derhalve in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het opleggen van de sanctie achterwege moet blijven dan wel dat de sanctie moet worden gematigd.

10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard, zodat het hof die beslissing zal bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.