Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:10228

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-11-2017
Datum publicatie
22-11-2017
Zaaknummer
21-001088-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2016:825, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een 41-jarige man uit Nijmegen tot een gevangenisstraf van 4 jaar en tbs met dwangverpleging. De man heeft zich in de periode vanaf november 2012 tot en met eind 2014 schuldig gemaakt aan een vijftal misdrijven tegen de zeden, te weten drie aanrandingen, een poging tot aanranding en verleiding. Bij één van de aanrandingen heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan afpersing. Ook heeft het hof bepaald dat de man schadevergoedingen moet betalen aan vier slachtoffers van in totaal ruim € 9.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001088-16

Uitspraak d.d.: 22 november 2017

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2016 met parketnummer 05-861653-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag] 1976,

thans verblijvende in [detentie] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 11 en 29 augustus 2016, 16 november 2016, 1 februari 2017, 25 april 2017, 20 juli 2017, 5 oktober 2017 en 8 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5 primair, 6 en 7 tenlastegelegde zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van voorarrest, alsmede dat het hof zal gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd te beslissen conform de beslissingen van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. T.H.L. Kneepkens, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een deels andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt. Voorts komt het hof tot andere beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] . Het hof zal daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1
hij op of omstreeks 18 november 2012 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld

en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande die ontuchtige handelingen uit

- het die [slachtoffer 1] (deels) laten uittrekken/naar beneden laten doen van haar

broek en/of onderbroek en/of

- het kapottrekken van de onderbroek van die [slachtoffer 1] en/of

- het (met een sjaal) wrijven over de vagina van die [slachtoffer 1] ,

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

verdachte

- die [slachtoffer 1] op de openbare weg, onverhoeds, van achteren heeft benaderd en/of bij die [slachtoffer 1] achterop haar fiets is gesprongen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd -zakelijk weergegeven- te doen wat hij, verdachte, zei en/of heeft gedreigd - zakelijk weergegeven - een kogel door haar hoofd te schieten en/of

- (daarbij) een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug en/of het

hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - van haar fiets te stappen en/of die [slachtoffer 1] een steegje en/of

een tuin, in elk geval een van de openbare weg gescheiden plek, heeft

ingeduwd en/of daarbij vlak achter die [slachtoffer 1] is blijven lopen en/of die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven -

- dat zij niet achterom mocht kijken en/of

- die [slachtoffer 1] met een pistool, althans met een hard voorwerp, tegen haar (achter)hoofd heeft geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - haar broek en/of onderbroek uit te trekken /naar beneden te

doen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft geblinddoekt met een sjaal en/of

- die [slachtoffer 1] tegen/op de grond heeft getrokken/geduwd of naar de grond

heeft gewerkt en/of die [slachtoffer 1] (tegen het hoofd/gezicht) heeft

geschopt/getrapt en/of (aan) die [slachtoffer 1] heeft (mee)getrokken,

en (aldus) voor die [slachtoffer 1] (telkens) een (bedreigende) situatie heeft doen ontstaan waarin zij zich niet of onvoldoende kon verzetten/onttrekken

tegen/aan die ontuchtige handelingen;

en/of

hij op of omstreeks 18 november 2012 (gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) te Nijmegen, in ieder geval in Nederland, op de openbare weg,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (100

euro), toebehorende aan die [slachtoffer 1] ,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft/hebben bestaan dat

hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] op de openbare weg, onverhoeds, van achteren heeft

benaderd en/of bij die [slachtoffer 1] achterop haar fiets is gesprongen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - te doen wat hij, verdachte, zei en/of heeft gedreigd -zakelijk weergegeven - een kogel door haar hoofd te schieten en/of

- (daarbij) een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug en/of het

hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - van haar fiets te stappen en/of die [slachtoffer 1] een steegje

en/of een tuin, in elk geval een van de openbare weg gescheiden plek, heeft ingeduwd en/of daarbij vlak achter die [slachtoffer 1] is blijven lopen en/of die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - dat zij niet achterom mocht kijken en/of

- die [slachtoffer 1] met een pistool, althans met een hard voorwerp, tegen haar (achter)hoofd heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft geblinddoekt met een sjaal en/of

- die [slachtoffer 1] tegen/op de grond heeft getrokken/geduwd of naar de grond

heeft gewerkt en/of die [slachtoffer 1] (tegen het hoofd/gezicht) heeft

geschopt/getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] (een aantal malen dwingend) heeft gevraagd - zakelijk weergegeven - hoeveel geld zij op haar bankrekening had staan en/of zij haar

pinpas bij zich had en/of

- desgevraagd heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, haar

zou laten gaan als hij, verdachte, geld van haar kreeg en/of

- één of meermalen aan de tas van die [slachtoffer 1] heeft getrokken en/of

- (nadat [slachtoffer 1] weer was opgestaan) die [slachtoffer 1] naar haar fiets heeft geduwd waarbij hij, verdachte, achter die [slachtoffer 1] is blijven lopen en/of

- achterop de fiets van die [slachtoffer 1] is gesprongen terwijl die [slachtoffer 1] naar

een pinautomaat reed;

2
hij op of omstreeks 23 maart 2013 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld

en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande die ontuchtige handelingen uit

- het (deels) laten uittrekken/naar beneden laten doen van de broek en/of

onderbroek van die [slachtoffer 2] en/of

- het dicht tegen die [slachtoffer 2] aan gaan staan en/of

- het betasten/vastpakken van de vagina van die [slachtoffer 2]

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

verdachte

- die [slachtoffer 2] onverhoeds van achteren heeft benaderd terwijl zij haar woning

binnen wilde gaan en/of

- (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 2] is binnengedrongen en/of die [slachtoffer 2]

heeft vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd "Ik heb een pistool dus je moet naar

me luisteren. Speel geen spelletjes met me, anders schiet ik", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) een pistool

of een hard voorwerp in de rug van die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] in de richting van haar kamer heeft geduwd en/of die [slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - naar haar

kamer te gaan en/of

- die [slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - in die kamer op een stoel te doen plaatsnemen en/of tegen een

kast te gaan staan of die [slachtoffer 2] tegen een kast heeft geduwd en/of die

[slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven -

haar handen tegen die kast te plaatsen en/of

- die [slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - haar (onder)broek en/of panty uit te trekken en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij niet achterom

mocht kijken en/of geen spelletjes moest spelen, anders zou hij, verdachte,

haar steken en/of

- vlak achter die [slachtoffer 2] is gaan staan en/of bij die [slachtoffer 2] een armklem heeft aangelegd op het moment dat die [slachtoffer 2] achterom wilde kijken en/of

- op het moment dat die [slachtoffer 2] zich weer had aangekleed en buiten bij haar

fiets stond, die [slachtoffer 2] (terwijl hij, verdachte, achter die [slachtoffer 2] stond)

onverhoeds in/over haar kruis/vagina heeft betast,

en (aldus) voor die [slachtoffer 2] (telkens) een (bedreigende) situatie heeft doen

ontstaan waarin zij zich niet of onvoldoende kon verzetten/onttrekken

tegen/aan die ontuchtige handelingen;

en/of

hij op of omstreeks 23 maart 2013 (gedurende de voor de nachtrust bestemde

tijd) te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

in een woning en/of op de openbare weg,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende

aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- die [slachtoffer 2] onverhoeds van achteren heeft benaderd terwijl zij haar woning

binnen wilde gaan en/of

- (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 2] is binnengedrongen en/of die [slachtoffer 2]

heeft vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd "Ik heb een pistool dus je moet naar

me luisteren. Speel geen spelletjes met me, anders schiet ik", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) een pistool

of een hard voorwerp in de rug van die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] in de richting van haar kamer heeft geduwd en/of die [slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd (zakelijk weergegeven) naar haar

kamer te gaan en/of

- die [slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - in die kamer op een stoel te doen plaatsnemen en/of tegen een

kast te gaan staan of die [slachtoffer 2] tegen een kast heeft geduwd en/of die

[slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd -zakelijk weergegeven –

haar handen tegen die kast te plaatsen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd -zakelijk weergegeven- dat zij niet achterom

mocht kijken en/of geen spelletjes moest spelen, anders zou hij, verdachte,

haar steken en/of

- vlak achter die [slachtoffer 2] is gaan staan en/of bij die [slachtoffer 2] een armklem heeft aangelegd op het moment dat die [slachtoffer 2] achterom wilde kijken en/of

- die [slachtoffer 2] heeft gevraagd "Heb je geld?" en/of "Heb je een pinpas?", althans woorden van die strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - naar buiten te gaan en/of naar een pinautomaat te gaan en/of

- (op de openbare weg) bij die [slachtoffer 2] achterop de fiets is gesprongen (terwijl

zij naar een pinautomaat fietste),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3
3 primair

hij op of omstreeks 30 april 2013 te [plaats] , in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld

en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handeling(en), bestaande die ontuchtige handelingen erin dat

verdachte (op dwingende/gebiedende toon) die [slachtoffer 3] heeft bewogen haar benen te spreiden en/of haar rokje omhoog te doen (terwijl hij, verdachte, zich op

korte afstand van die [slachtoffer 3] bevond),

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

verdachte

- die [slachtoffer 3] onverhoeds van achteren heeft benaderd (terwijl zij zich bij

de voordeur van haar woning bevond) en/of

- een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug van die [slachtoffer 3]

heeft geduwd en/of

- (op dreigende/dwingende/gebiedende toon) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, een pistool had en/of die

[slachtoffer 3] kapot zou schieten als zij niet deed wat hij, verdachte, zei, en/of

- die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of geduwd en/of meegevoerd naar een tuin

en/of (daarbij) vlak achter die [slachtoffer 3] is blijven lopen en/of

- die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft doen plaatsnemen/geduwd en/of haar handen tegen die muur doen plaatsen/geplaatst,

en (aldus) voor die [slachtoffer 3] (telkens) een (bedreigende) situatie heeft doen

ontstaan waarin zij zich niet of onvoldoende kon onttrekken;

3 subsidiair

hij op of omstreeks 30 april 2013 te [plaats] , in ieder geval in Nederland,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer 3] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- die [slachtoffer 3] onverhoeds van achteren heeft benaderd (terwijl zij zich bij

de voordeur van haar woning bevond) en/of

- een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug van die [slachtoffer 3]

heeft geduwd en/of

- (op dreigende/dwingende/gebiedende toon) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, een pistool had en/of die [slachtoffer 3]

kapot zou schieten als zij niet deed wat hij, verdachte, zei, en/of

- die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of geduwd en/of meegevoerd naar een tuin

en/of (daarbij) vlak achter die [slachtoffer 3] is blijven lopen en/of

- die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft doen plaatsnemen/geduwd en/of haar handen tegen die muur doen plaatsen/geplaatst en/of

- (op dwingende/gebiedende toon) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij haar benen moest spreiden en/of haar rokje omhoog moest doen (terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand van die [slachtoffer 3] bevond),

terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid;

4
hij op of omstreeks 25 mei 2013 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld

en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande die ontuchtige handelingen uit het (deels)

laten uittrekken/naar beneden laten doen van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 4] (terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand van die [slachtoffer 4] bevond),

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 4] onverhoeds van achteren heeft benaderd (terwijl zij zich bij de voordeur van haar woning bevond) en/of (bij haar nek) vastgepakt

(terwijl zij haar woning binnenging) en/of

- die [slachtoffer 4] uit haar woning heeft getrokken/geduwd en/of

- die [slachtoffer 4] (op dwingende/gebiedende toon) heeft toegevoegd "Bek houden, je doet precies wat ik zeg, lopen bitch en/of ik heb een wapen" althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 4] over de openbare weg en/of een schoolplein heeft geduwd (terwijl

hij, verdachte, daarbij dicht bij/vlak achter die [slachtoffer 4] is blijven lopen)

en/of

- die [slachtoffer 4] (op dwingende/gebiedende toon) een of meermalen heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij niet achterom mocht kijken en/of

- die [slachtoffer 4] tegen een auto en/of een boom heeft geduwd/gezet/geplaatst en/of

-tegen die [slachtoffer 4] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - haar broek en/of onderbroek uit te trekken/naar beneden te

doen,

en (aldus) voor die [slachtoffer 4] (telkens) een (bedreigende) situatie heeft doen

ontstaan waarin zij zich niet of onvoldoende kon verzetten/onttrekken

tegen/aan die ontuchtige handelingen;

5 primair
hij op of omstreeks 25 mei 2013 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer 5] , wederrechtelijk van de

vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden door, met dat opzet

- onverhoeds de woning van [slachtoffer 5] binnen te gaan en/of

- die [slachtoffer 5] (die voor/in de deuropening stond) vast te pakken en/of haar

eigen woning in te duwen/geleiden en/of

- de voordeur van die woning dicht en/of op slot te doen en/of

- (op dwingende/gebiedende toon) een of meermalen tegen die [slachtoffer 5] te zeggen

- zakelijk weergegeven - dat zij naar haar kamer moest gaan en/of dat hij,

verdachte, een pistool bij zich had,

en (aldus) voor die [slachtoffer 5] een (bedreigende) situatie heeft doen ontstaan

waaraan die [slachtoffer 5] zich niet kon onttrekken en/of waardoor die [slachtoffer 5] enige

tijd werd belet/belemmerd zich vrijelijk te bewegen en/of te gaan en staan

waar zij wilde;

5 subsidiair
hij op of omstreeks 25 mei 2013 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk

een persoon, te weten [slachtoffer 5] , wederrechtelijk van de vrijheid te

beroven en/of beroofd te houden, met dat opzet

- onverhoeds de woning van [slachtoffer 5] is binnen gegaan en/of

- die [slachtoffer 5] (die voor/in de deuropening stond) heeft vastgepakt en/of haar

eigen woning in heeft geduwd /geleid en/of

- de voordeur van die woning dicht en/of op slot heeft gedaan en/of

- (op dwingende/gebiedende toon) een of meermalen tegen die [slachtoffer 5] heeft

gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij naar haar kamer moest gaan en/of dat

hij, verdachte, een pistool bij zich had,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 november

2013 tot 1 oktober 2014 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

(telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van één of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande die ontuchtige handelingen erin dat

- die [slachtoffer 6] zich ten overstaan van verdachte heeft uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 6] in aanwezigheid van verdachte (zichzelf) heeft gevingerd en/of

heeft gemasturbeerd en/of haar vagina heeft betast en/of

- verdachte de vagina van die [slachtoffer 6] met zijn hand(en) en/of met zijn

tong/mond heeft betast en/of

- verdachte de borst(en) van die [slachtoffer 6] heeft betast en/of daarover

heeft gewreven en/of

- verdachte zich in aanwezigheid van die [slachtoffer 6] heeft afgetrokken en/of heeft gemasturbeerd en/of zijn (ontblote) penis heeft betast en/of

- verdachte die [slachtoffer 6] heeft (gezoend en/of) getongzoend,

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) er in dat verdachte

- zich tegenover die [slachtoffer 6] heeft voorgedaan als student die in het

kader van zijn opleiding een onderzoek deed en/of

- die [slachtoffer 6] (daartoe) meermalen heeft uitgenodigd en/of heeft ontvangen in

zijn, verdachtes, woning en/of

- die [slachtoffer 6] heeft voorgewend dat zij kon deelnemen aan dit onderzoek waarmee door die [slachtoffer 6] geld/fashioncheques konden worden verdiend en/of

- die [slachtoffer 6] heeft gedreigd met het door hem, verdachte, op internet zetten

(dan wel anderszins openbaar maken) van haar naam, onder vermelding van persoonlijke gegevens van haar (o.a. over haar seksleven) en/of van het feit

dat [slachtoffer 6] zich (meermalen) geheel voor hem, verdachte, heeft ontkleed

en/of in zijn aanwezigheid seksuele handelingen (bij haarzelf) heeft

verricht en/of

- voortdurend en vasthoudend contact is blijven zoeken met die [slachtoffer 6] en/of

- die [slachtoffer 6] (veelvuldig) telefonisch is blijven benaderen en/of die [slachtoffer 6]

daarbij op dwingende en/of gebiedende en/of intimiderende en/of agressieve

toon is blijven zeggen/vragen - zakelijk weergegeven - bij hem te komen en/of

- op dwingende en/of intimiderende toon die [slachtoffer 6] (telkens) heeft

gezegd - zakelijk weergegeven - zich bij hem te ontkleden en/of seksuele handelingen (bij zichzelf) te verrichten en/of

- meermalen is voorbij gegaan aan de verbale en/of non-verbale uitingen van protest/weerstand van die [slachtoffer 6] en/of aan de door haar richting hem,

verdachte, geuite wens om hun onderlinge contact te beëindigen,

en (aldus) (telkens) bij die [slachtoffer 6] een psychische druk heeft opgebouwd en/of zodoende voor die [slachtoffer 6] een situatie heeft gecreëerd waarin zij onvoldoende weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden en/of waardoor zij

niet vrijwillig de keus heeft gemaakt om voornoemde ontuchtige handelingen te verrichten dan wel te dulden;

7
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 september

2014 tot en met 31 oktober 2014 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

(telkens) door beloften van geld en/of goederen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding,

[slachtoffer 7] , geboren op 31 oktober 1997, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt,

(telkens) opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte,

bestaande die ontuchtige handelingen erin dat verdachte

- die [slachtoffer 7] heeft gevingerd en/of haar vagina heeft betast en/of

- geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer 7] heeft gehad en/of

- aan de schaamstreek van die [slachtoffer 7] heeft geroken en/of

- die [slachtoffer 7] heeft gebeft en/of

- naakt bovenop die (geheel) ontklede [slachtoffer 7] is gaan liggen en/of

- die [slachtoffer 7] heeft getongzoend en/of

- die [slachtoffer 7] haar borsten en/of billen heeft betast,

en bestaande die beloften van geld en/of goederen en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding er (telkens)

in dat verdachte

- zich tegenover die [slachtoffer 7] heeft voorgedaan als student die in het

kader van zijn opleiding een onderzoek deed en/of

- die [slachtoffer 7] (daartoe) meermalen heeft uitgenodigd en/of heeft

ontvangen in zijn, verdachtes, woning en/of

- die [slachtoffer 7] heeft voorgewend dat zij kon deelnemen aan dit onderzoek waarmee door die [slachtoffer 7] geld kon worden verdiend en/of waarbij door

die [slachtoffer 7] producten moesten worden getest en/of

- die [slachtoffer 7] voor haar deelname aan het onderzoek één of meermalen kleine geldbedragen heeft gegeven en/of (vervolgens) in het vooruitzicht

heeft gesteld en/of

- voortdurend en vasthoudend (via sms en/of Whats-app en/of telefoon) contact

is blijven zoeken met die [slachtoffer 7] en/of

- een zodanige sfeer van vertrouwelijkheid heeft gecreëerd dat [slachtoffer 7] seksuele/intieme informatie over haarzelf aan hem, verdachte, heeft

prijsgegeven en/of zich kwetsbaar heeft opgesteld en/of

- [slachtoffer 7] aandacht en/of complimentjes heeft gegeven en/of haar het

gevoel heeft gegeven dat zij een vriendschappelijke relatie hadden en/of dat

hij, verdachte, haar zou helpen met haar (psychische) problemen,

en (aldus)(telkens) misbruik heeft gemaakt van het (geestelijk) overwicht dat

hij, verdachte, als volwassene op die [slachtoffer 7] had en/of voor die [slachtoffer 7]

een situatie heeft gecreëerd waarin zij onvoldoende weerstand aan

het overwicht en/of de misleiding van/door verdachte heeft kunnen bieden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 2, onder 3 primair en het onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2, 3 primair en het onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de rechtbank verdachte vrijgesproken. De officier van justitie heeft mede om die reden hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte voor feit 2 te veroordelen.

Uit de aangifte van [slachtoffer 2] blijkt dat zij op 23 maart 2013 door een man is bedreigd, dat zij haar broek en panty uit moest doen, dat zij door de man bij haar kruis is gegrepen en dat zij vervolgens van de man naar een geldautomaat moest fietsen om geld te pinnen.

Er zijn geen bewijsmiddelen waaruit direct kan volgen dat verdachte de dader moet zijn geweest. Uit het dossier blijkt niet dat aangeefster verdachte heeft herkend als de man die haar heeft belaagd en ook blijkt niet dat er (DNA-)sporen zijn aangetroffen op bijvoorbeeld de kleding van aangeefster die gelinkt kunnen worden aan verdachte.

Volgens de advocaat-generaal vertoont de door [slachtoffer 2] omschreven werkwijze van de dader zoveel overeenkomsten met de werkwijze ten aanzien van de feiten die verdachte onder 1, 3 en 4 zijn tenlastegelegd dat in geval het hof tot een bewezenverklaring van die feiten komt, de conclusie van het hof zou moeten zijn dat verdachte ook feit 2 heeft begaan.

Het hof is het met die zienswijze niet eens. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat er inderdaad veel en belangrijke overeenkomsten zijn tussen enerzijds de toegepaste werkwijze bij feit 2 en anderzijds de werkwijzen van de feiten 1, 3 en 4, maar het hof acht die werkwijze in zijn algemeenheid niet zo uitzonderlijk dat op grond van slechts die overeenkomstige werkwijze tot de conclusie kan worden gekomen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft gepleegd.

Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte van het onder 3 primair tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken. Aangeefster heeft geweigerd om haar rok omhoog te doen, zodat er geen daadwerkelijke ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden.

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat er geen bewezenverklaring kan volgen voor hetgeen verdachte onder feit 5 primair en subsidiair is tenlastegelegd. Aangeefster heeft verklaard dat zij in de nacht van 25 mei 2013 nadat ze in het centrum van Nijmegen was uit geweest, haar fiets niet meer kon vinden. Een onbekende man heeft haar toen met zijn bordeauxrode auto naar huis gebracht. Kort daarop hoorde ze de deurbel gaan. Toen ze de deur open deed, stond de man bij de deuropening. Hij ging naar binnen, deed de deur dicht en de haak op de deur. Hij zei tegen haar dat ze naar boven moest gaan en dat hij anders een pistool zou pakken. Aangeefster wist de man uit haar woning te werken. Via een vriendin kreeg zij later een foto van verdachte en daarop herkende ze verdachte als de man die die nacht in haar woning was geweest.

Ofschoon (anders dan ten aanzien van feit 2) er een herkenning heeft plaatsgevonden, acht het hof in verband met het bepaalde in artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, onvoldoende bewijs aanwezig om tot een bewezenverklaring van feit 5 primair of subsidiair te komen. Volgens artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. In het dossier zit de verklaring van aangeefster, de verklaring van een vriendin van aangeefster, WhatsApp-berichten die aangeefster naar die vriendin heeft gestuurd en telefoongegevens waaruit blijkt dat aangeefster die nacht die vriendin geprobeerd heeft te bellen. Technisch bewijs, zoals bijvoorbeeld DNA-sporen, is er niet. Hetgeen zich in het dossier bevindt aan belastende feiten met betrekking tot feit 5, is terug te voeren tot één bron, namelijk aangeefster. De vriendin die door de politie is gehoord en heeft verklaard wat zij van aangeefster heeft gehoord, heeft ook verklaard dat aangeefster rustig (en dus niet emotioneel) was toen zij verslag deed van wat haar was overkomen. Die vriendin heeft aldus ten opzichte van hetgeen zij hoorde van aangeefster niet zodanige eigen waarnemingen gedaan dat haar verklaring kan worden gezien als voldoende steunbewijs. Evenmin acht het hof het feit dat aangeefster getracht heeft om die nacht haar vriendin te bellen, niet zodanig dat gesproken kan worden van voldoende steunbewijs. Verdachte heeft weliswaar op 9 juli 2013 verklaard dat hij een rode Renault Megane heeft, maar ook dit kan niet leiden tot de conclusie dat voldaan is aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.

Het bewijs 1

Feiten 1, 3 subsidiair en 4; verklaringen van aangeefsters en DNA-onderzoek

Aangifte van [slachtoffer 1] 2

“Op zondag 18 november 2012, omstreeks 13.00 uur gingen wij naar de stad. Wij parkeerden de fiets bij de Febo, gelegen in de Betouwstraat te Nijmegen.

Omstreeks 05.00 uur/05.15 uur gingen wij weer weg. Ik fietste weg richting de Sint Annastraat, rechtsom het Keizer Karel Plein. [vriendin] fietste weg richting Oranjesingel, linksom het Keizer Karel Plein.

Ik was net op de Sint Annastraat. Ik was net het gedeelte voorbij waar je met de auto

naar de Groesbeekseweg kan. Op dat moment sprong er een man bij mij achter op de

fiets. Ik heb deze persoon niet zien aankomen. Ik ben tussen de tijd dat ik van de

friettent kwam tot het moment dat de man achterop sprong niemand tegengekomen, voor

zover ik weet. Het werd mij duidelijk dat het een manspersoon was toen hij tegen mij

sprak. Ik hoorde een mannenstem.

Ik voelde dat de man een hard voorwerp achter op mijn hoofd zette. Hij drukte het voorwerp tegen mijn achterhoofd. Ik hoorde de man zeggen: "Ik heb een pistool, je gaat nu doen wat ik zeg anders schiet ik een kogel door je hoofd". Dit zei hij letterlijk zo. Hierna voelde ik dat hij het harde voorwerp van mijn hoofde weg haalde

en deze in mijn rug zette. Ik hoorde de man zeggen: 'Hier links'. Toen waren wij ter

hoogte van de Slichtenhorststraat. Ik fietste ook deze straat in. De man zat nog

steeds bij mij achterop. Ik hoorde de man zeggen toen wij net deze straat in gefietst

waren: 'Oke, hier stoppen'. Ik stopte ook meteen. Ik merkte dat de man afstapte, maar

hij bleef wel achter mij staan. Hij bleef echt achter mij staan, niet achter mijn

fiets. Aan de rechterzijde zag ik een klein steegje. De man zei: 'Hier tussendoor'.

Ik moest met mijn fiets tussen de geparkeerde auto's door en mijn fiets aan het begin

van het steegje parkeren. Ik weet niet of de man heeft gezegd dat ik mijn fiets daar

moest parkeren. Al deze tijd voelde ik een hard voorwerp in mijn rug. Ik zette mijn

fiets op slot, de sleutels heb ik in mijn broekzak gedaan.

Ik werd het steegje in geduwd met dat harde voorwerp nog steeds in mijn rug. Ik wilde

proberen achterom te kijken. Ik hoorde de man zeggen: 'niet achterom kijken' en

hierna voelde ik meteen dat de man mij sloeg met een hard voorwerp. Hij sloeg mij op

mijn achterhoofd. Later heb ik mijn pijnlijke plekken op mijn hoofd geteld en hij

heeft mij zeker vijf keer geslagen op mijn achterhoofd met dat harde voorwerp. Op het

moment dat hij mij sloeg op mijn achterhoofd voelde ik geen hard voorwerp meer in

mijn rug. Volgens mij is dat harde voorwerp waar hij mee sloeg en bedreigde hetzelfde

voorwerp.

Dat de man mij op mijn hoofd slaat is in het begin van het steegje. Ik voelde de klappen op mijn hoofd goed. Later merkte ik pas dat dit pijn deed.

Halverwege het steegje stopte hij met slaan. Hierna pakte hij mij bij mijn kleding/jas vast. Hij duwde mij vooruit richting een donkere deur. Hij duwde mij de deur door die recht voor ons was. Dit ging met flinke kracht. Hij duwde mij eerst met mijn rechterzijde er doorheen. Ik botste met mijn rechterschouder tegen de deur. Voor mijn gevoel was deur dicht, maar niet op slot. Ik voelde niet veel weerstand toen hij mij tegen de deur aanduwde. De deur klapte open doordat hij mij tegen de deur aanduwde.

Na de doorgang duwde de man mij naar rechts. Ik weet niet hoe hij mij vastpakte, maar hij

pakte mij wel vast. Hierna duwde hij mij naar een wit geverfde vierkante houten tafel

toe. Ik stond voor de tafel. Ik had mijn beide handen op de tafel. Ik hoorde de man zeggen: 'niet achterom kijken'.

Hij zei ook heel dwingend: 'Doe je broek en onderbroek uit'. Of hij het woord

onderbroek zo letterlijk gezegd heeft weet ik niet meer zeker. Dit deed ik toen.

Ik trok mijn broek en onderbroek uit. Ik heb niet omgekeken omdat hij dit herhaaldelijk zei tegen mij. Ik deed mijn broek en onderbroek omlaag tot mijn knieën. Ik droeg laarzen over mijn broek heen en ik kon daarom mijn broek niet verder naar beneden doen.

Hierna wilde de man mijn sjaal afdoen. Ik voelde hem aan mijn sjaal trekken, maar

deze kreeg hij niet af omdat deze aan de voorzijde in mijn jas zat. Ik hielp hem mee

de sjaal afdoen. Dit deed ik denk ik zodat de man niet verder aan mij hoefde te

zitten. De man pakte de sjaal van mij af. De man blinddoekte mij met de sjaal. Hij

deed de sjaal voor mijn ogen en knoopte deze vast achter op mijn hoofd.

Ik hoorde de man zeggen: 'Hoeveel geld heb jij op je bankrekening'. Ik zei dat ik dat

niet wist. De man vroeg nog een keer heel dwingend hoeveel. Ik zei 100 euro. Ik

hoorde de man zeggen: 'heb jij je pinpas bij je?'. Ik zei 'nee' in de hoop dat hij

mij zou laten gaan. Ik had deze wel in mijn tas zitten. Ik droeg een schoudertas

schuin over mijn bovenlijf. Het tasje hing op mijn linker heup. Ik voelde dat de man

het tasje naar achteren trok. Ik heb het idee dat hij in mijn tasje keek op dat

moment. Hij heeft niet goed in de tas gekeken want de pinpas zat achter een rits aan

de binnenzijde van de tas.

Hierna hoorde ik de man vragen: 'Waar woon je, want dan gaan wij je pinpas wel

halen'. Ik antwoordde dat ik in de [straat] woonde, maar hier woon ik niet. Ik

verzon dit zodat hij niet wist waar ik woonde.

Hoe dit gegaan is weet ik niet precies, maar toen had ik de sjaal om mijn nek en deze

trok hij strak naar achteren en ik hoorde hem zeggen 'dan gaan we nu naar jouw huis'.

Ondertussen probeerde ik weer mijn broek en onderbroek omhoog te doen. Ik zei toen

ook dat ik niet naar mijn huis zou gaan met hem. Op dit moment stonden we nog steeds bij

de tafel alleen een kwartslag gedraaid. Ik stond met mijn gezicht naar de poort toe.

De man stond nog steeds achter mij. Ik heb de man nog niet in het gezicht gezien.

Omdat ik niet naar huis wilde gaan met hem werd de man boos. Ik voelde dat de man

heel hard aan mijn sjaal trok zodat deze strak om mijn nek kwam te zitten. Ik had

mijn broek nog niet helemaal aangetrokken en mijn onderbroek wel. De broek zat

halverwege mijn bovenbenen. De man duwde mij vooruit in de richting van de poort. Hij hield de sjaal nog vast. Ik viel op de grond door deze duw. Ik kwam op mijn zij terecht. Volgens mij was dit mijn rechterzij.

Hierna voelde ik dat de man mij in mijn gezicht trapte. Ik lag op mijn rechterzij en

op mijn rechterwang. Ik voelde dat de man meerdere keren op mijn linkerzijde van mijn

hoofd trapte. Ik merkte dat ik duizelig werd. Ik kreeg zo'n sterretjes gevoel, ik

werd licht in mijn hoofd. Ik denk dat de man twee of drie keer tegen mijn hoofd

trapte. Ik dacht op dit moment dat als ik mij te veel ga verweren dat hij door zou

gaan met trappen. Ik deed of ik bewusteloos werd, ik hield mij stil. Hierna hield de

man op met trappen.

Hierna, dit weet ik niet voor 100% zeker, deed de man mijn jas uit. Ik weet niet hoe

hij dit heeft gedaan. Ik hield mij nog steeds stil op de grond. Hij trok de jas helemaal uit.

Ik hoorde de man zeggen: 'sta op, sta op, word wakker'. Ik hoorde aan zijn stem dat

hij in paniek was. De man trok mij overeind. Ik hielp wel wat mee met mijn benen. Dit

was nog steeds in de tuin. Toen hij mij overeind had gekregen duwde hij mij weer

richting het steegje. Dit ging half lopend. Dit zijn twee of drie stappen geweest,

dan was je alweer in het steegje. Ik liep vooruit. De man duwde mij tegen de muur aan

de rechterzijde van de deur. Ik weet niet of ik met mijn buik of rug tegen de muur

gedrukt werd. Ik liet mij op dit moment weer in elkaar zakken. Ik hoopte dat hij dan

weg zou gaan. Ik liet mij in elkaar zakken en ik kwam op mijn buik terecht. Ik lag

met mijn hoofd in de richting van de poort en mijn benen lagen in de richting van de

openbare weg.

Hierna lag ik dus op mijn buik op de grond. Ik weet niet hoe mijn hoofd lag. Ik

voelde dat de man mijn onderbroek vastpakte. Volgens mij pakte hij mijn onderbroek

vast bij de onderrug, dus de bovenzijde van de onderbroek. Hij trok heel erg hard aan

mijn onderbroek. Op een gegeven moment hoorde ik mijn onderbroek scheuren. Ik weet

dat mijn onderbroek op een gegeven moment uit was. Ik weet niet hoe hij deze kapot

heeft getrokken of uitgedaan heeft. Ik heb zijn handen niet gezien. Ik heb nu op mijn

rechterheup een striem. Dit is gekomen van de onderbroek uittrekken.

Op een gegeven moment deed de man mijn benen uit elkaar. Dit deed hij met zijn

schoenen. Mijn benen konden niet ver uit elkaar omdat mijn broek nog op mijn knieën

zat. De sjaal zat niet meer om mijn nek. Ik voelde de sjaal op dat moment tussen mijn

benen. Dit gebeurde van achteren. Hij drukte de sjaal tegen mijn vagina aan. Hij

raakte mijn vagina aan tot zover hij erbij kon omdat ik op mijn buik lag. Hij veegde

met de sjaal twee a drie keer over mijn vagina heen. Dit ging niet hard. Het was net

of hij mijn vagina schoon wilde maken.

Hierna kwam de man terug met mijn jas. Ik weet niet waar hij die jas nu vandaan

haalde. Ik voelde dat de jas over mijn hoofd werd gelegd. Ik voelde dat hij mijn

hoofd in de jas verpakte. Ik werd bang dat de man mij misschien wilde dumpen omdat ik

niet meer bewoog. Ik besloot om toch weer wat te gaan bewegen. Ik bewoog mijn benen.

Ik deed alsof ik weer langzaam bij kwam en wakker werd. Ik stond langzaam op. De man stond weer achter mij.

Ik heb de man al die tijd nog niet aan kunnen kijken. Terwijl ik stond trok ik mijn broek omhoog en ik deed de broek en riem weer dicht. Ik droeg een spijkerbroek. Ik weet niet waar mijn onderbroek was. Deze heb ik niet gezien.

Ik zei tegen de man: 'oke, je krijgt je geld wel'. Hierna duwde de man mij weer terug

de tuin in. Ik werd weer door dezelfde deuropening geduwd. De deur stond nog open.

Hij duwde mij weer van achteren. Ik weet niet hoe hij mij duwde. Ik hoorde de man

zeggen: 'dus je hebt wel je pinpas bij je'. Ik zei 'ja'. Hij zei: 'dus je hebt tegen

mij gelogen'. Hierna voelde ik dat hij begon met trappen tegen mijn rechter

bovenbeen. Vanaf kniehoogte tot halverwege mijn bovenbeen. De man stond nog steeds

achter mij en trapte mij aan de zijkant van mijn bovenbeen. Hij trapte mij meerdere

malen tegen mijn bovenbeen, ik weet niet hoe vaak. Dit ging echt met heel veel kracht

en dit deed heel veel pijn.

Ik liep weer door de deuropening heen. Ik liep te snel volgens mij omdat hij steeds aan mijn tasje trok. Hij trok mij steeds terug aan het hengsel van mijn tas.

Ik vroeg aan de man dat als ik nu geld zou gaan halen dat hij mij dan zou laten gaan. Ik hoorde de man 'ja' zeggen.

Ik stapte op de fiets en de man ging weer bij mij achterop zitten.

Ik fietste door naar de pinautomaat. Toen ik daar was had ik eigenlijk pas het besef dat de man al van de fiets af was en dat hij een eindje verderop stond. Ik ging naar de middelste pinautomaat toe. Deze deed het niet. Hierna ging ik naar de linkse automaat toe. Ik hoorde dat de man riep: 'opschieten'. Ik pinde hier 100 euro, dit waren twee bankbiljetten van 50 euro.

Ik legde de twee bankbiljetten op de toonbank voor de pinautomaat neer. Tijdens het pinnen

keek ik nog wel een paar keer om. Ik zag dat de man steeds iets naar beneden keek.

Ik zag dat hij een zwarte capuchon over zijn voorhoofd had getrokken en mijn grijze

sjaal over zijn neus en mond hield. Ik kon zijn gezicht dus nog steeds niet zien.

Nadat ik het geld neergelegd had fietste ik snel weg in de richting van de

Nassausingel. Via een enorme omweg fietste ik naar de woning van [vriendin] toe.

Toen de man voor de eerste keer achterop sprong keek ik even snel achterom. In mijn

beleving was het een licht getinte man. De man is kleiner dan ik ben. Ik ben 1.81 meter lang. Ik schat hem op 1.65/1.70 meter lang.”

NFI rapport, aanvullend DNA-onderzoek, d.d. 8 oktober 2013 3

AAFL9865NL#03

(bemonstering van de schouderband van een tas van het slachtoffer [slachtoffer 1] )

Omdat niet zeker is of alle DNA-kenmerken van alle celdonoren zichtbaar zijn in het DNA-

profiel van de bemonstering AAFL9865NL#03 is het niet mogelijk om een 'standaard'

statistische berekening uit te voeren voor het vaststellen van de wetenschappelijke

bewijswaarde van de gevonden overeenkomsten met het DNA-profiel van de verdachte

[verdachte] RAAW1341NL. De resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek kunnen wel worden geformuleerd in verbale termen van waarschijnlijkheid op bronniveau.

Onder de aanname dat de bemonstering AAFL9865NL#03 celmateriaal bevat van drie personen en onder de aanname dat de bemonstering celmateriaal bevat van het slachtoffer [slachtoffer 1] , zijn de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese I:

De bemonstering AAFL9865NL#03 bevat celmateriaal van het slachtoffer [slachtoffer 1] , de verdachte [verdachte] en één of twee onbekende personen (niet verwant aan het slachtoffer [slachtoffer 1] of aan de verdachte [verdachte] ).

Hypothese II:

De bemonstering AAFL9865NL#03 bevat celmateriaal van het slachtoffer

[slachtoffer 1] en twee of drie willekeurig gekozen personen (niet verwant aan elkaar of aan het slachtoffer [slachtoffer 1] of aan de verdachte [verdachte] ).

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker als hypothese I juist is, dan als hypothese II juist is.

Aangifte van [slachtoffer 3] 4

"Ik wil aangifte doen van bedreiging c.q. van aanranding.

Ik kan u het volgende verklaren:

Vandaag, dinsdag 30 april 2013 omstreeks 05:00 uur kwam ik thuis van een avondje

stappen in Nijmegen.

Ik woon aan de [adres] te [plaats] .

Ik kwam die ochtend alleen thuis met de fiets. Ik parkeerde mijn fiets in de

achtertuin.

Ik heb geprobeerd om de achterdeur met de sleutel te openen, maar dit lukte mij

niet.

Op het moment dat ik probeer de deur te openen voel ik iemand achter mij staan.

Ik heb mij even omgedraaid en kon hem heel kort zien.

Ik kan hem als volgt omschrijven; Man, ongeveer 1.65 meter groot, dun en donker

gekleed.”

Verhoor van aangeefster [slachtoffer 3] 5

De overvaller

V: Op het moment dat u de achterdeur wilde openen voelde u iemand achter u staan.

Hoe merkte u dit?

A: Ik voelde iets in mijn rug. Ik hoorde dat de overvaller zei: 'hou je bek dicht

of ik schiet je helemaal overhoop. Hij zei ook dat hij een pistool had. Het

voorwerp dat in mijn rug gedrukt werd, was hard, en had goed een pistool kunnen

zijn. Ik heb uiteindelijk geen pistool gezien.

Hij pakte mij bij mijn nek vast. Hij droeg geen handschoenen.

Hij probeerde mijn capuchon over mijn hoofd te doen. Ook heeft hij mij bij mijn rug

vastgepakt. Hij nam mij mee, naar de plek waar de auto staat.

Daar moest ik mijn handen op het dak van de auto leggen en mijn benen spreiden. Hij

fouilleerde mij. Hij heeft me helemaal gefouilleerd. Hij heeft niets uit mijn zakken gehaald. Hij vroeg of ik geld bij me had. Hij duwde mij tegen de muur aan, naast de auto.

Dit ging nogal lomp. Toen realiseerde ik me pas wat me allemaal overkwam. Ik werd

emotioneel en moest huilen. Ik begon ook te hyperventileren. Hij werd hier boos

van, omdat ik nog meer geluid maakte. Hij zei, als je nu niet stil ben, dan schiet

ik je helemaal overhoop. Hij pakte mij bij mijn nek vast. Hij duwde mij voor zich uit. Hij had een hand in mijn nek, en de andere in mijn rug. We staken de Prins Alexanderlaan over, naar het trottoir. Op dat moment zag ik een busje aan komen rijden. Deze kwam uit de Oranjelaan gereden. Hij zag deze auto ook. Hij zei tegen mij: je doet normaal en je laat niks merken. Je houd je bek dicht anders schiet ik je helemaal overhoop. Hij zei: 'doe je jas uit.' Ik deed dit. Hij zei: 'doe je rokje omhoog'. Hierop werd ik woest. Ik zei: nee, nee, dat ga ik echt niet doen. ik begon harder te huilen. Hij schrok van mijn reactie. Hierop zei hij: ok

ok, dan niet. Hij pakte mij weer bij mijn nek. Hij gooide mij in de tuin. Dit was aan de rechterzijde van het pad, gezien vanaf het tuinhekje. Hij zei: 'je blijft hier ongeveer tien minuten liggen, totdat ik fluit. Blijf hier, blijf hier'. Ik bleef vooruit staren en durfde me niet om te draaien. Ik heb na een minuut mezelf omgedraaid. Toen zag ik dat hij weg was.

NFI rapport, aanvullend DNA-onderzoek, d.d. 8 oktober 2013 6

AAFW3530NL#01 en AAFW3531NL#01

(bemonstering van de jas en het vest/de trui van het slachtoffer [slachtoffer 3] )

Omdat niet alle DNA-kenmerken van alle celdonoren zichtbaar zijn in de bemonsteringen

AAFW3530NL#01 van de jas en AAFW3531NL#01 van het vest/de trui van het slachtoffer

[slachtoffer 3] , is het niet mogelijk om een 'standaard' statistische berekening uit te voeren voor

het vaststellen van de wetenschappelijke bewijswaarde van de gevonden overeenkomsten met het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] RAAW1341NL. De resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek kunnen wel worden geformuleerd in verbale termen van waarschijnlijkheid op bronniveau.

Onder de aanname dat de bemonsteringen AAFW3530NL#01 en AAFW3531NL#01 celmateriaal bevatten van vier of vijf personen en onder de aanname dat de bemonsteringen celmateriaal bevatten van het slachtoffer [slachtoffer 3] , zijn de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek voor beide bemonsteringen beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese I:

De bemonstering bevat celmateriaal van het slachtoffer [slachtoffer 3] , de verdachte [verdachte]

en twee of drie onbekende personen (niet verwant aan elkaar of aan het slachtoffer [slachtoffer 3] of aan de verdachte [verdachte] ).

Hypothese II:

De bemonstering bevat celmateriaal van het slachtoffer [slachtoffer 3] en drie of vier willekeurig gekozen personen (niet verwant aan elkaar of aan het slachtoffer [slachtoffer 3] of aan de verdachte [verdachte] ).

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn voor beide bemonsteringen

veel waarschijnlijker als hypothese I juist is, dan als hypothese II juist is.

Aangifte van [slachtoffer 4] 7

Plaats delict: (…) Nijmegen.


V: Wat kun je vertellen wat er gebeurd is?

A: Ik heb gisteren 24 mei 2013 om 14:20 uur van huis gefietst naar mijn werk bij [restaurant]

aan de [adres] . Ik moest daar om 14:30 uur gaan werken.

Het was een drukke avond en de tijd ging snel voorbij. Ik was om 01:15 a 01:30 uur

op 25 mei klaar met werken. Daarna ben ik naar café Faber gegaan en vervolgens naar de Sjors en Sjimmie.

Ik kreeg zin in een frikandel en ben naar de Febo gereden.

Ik schat dat ik om 04:25 uur bij de Febo was. Ik was daar maar 1 of 2 minuten.

V: En toen?

A: Ik heb mijn fiets gepakt en ben langs de McDonalds de tweede Walstraat

in gefietst. Langs de Calypso bioscoop rechtsaf richting Faber. Daar op de hoek ben

ik linksaf de van Broeckhuysenstraat ingereden. Ik ben toen recht de Hertogstraat

overgestoken bij het Hertogplein en rechtsaf de van der Brugghenstraat in gereden.

Ik stak toen de [straat] over naar de [straat] . Van daaruit ben ik

linksaf de [straat] ingereden.

Ik heb mijn fiets rechts van de voordeur geplaatst en op slot gezet.

Ik ben toen het trapje opgelopen wat naar mijn voordeur leidt en heb de voordeur open

gedaan.

V: En toen?

A: Ik voelde ineens dat iemand mij bij mijn nek over mijn jas vastpakte. De kraag

van mijn jas stond een beetje omhoog. Dit is ook het model van mijn jas. Ik zag

links van mij de contouren van een hoofd. Ik hoorde ook links van mij een man zeggen

"bek houden" of zo.

Ik weet niet wat ik heb gezegd. Misschien iets van "nee, nee, nee" of zo.

V: En toen?

A: Ja, ik weet niet precies hoe het toen ging. Maar ik denk dat het zo is gegaan nu

ik er over denk en erover praat: Hij trok mij eerst naar buiten en toen zei hij wat

er ging gebeuren. Hij zei: "Bek houden, je doet precies wat ik zeg. Jij bent alleen

he, er is toch niemand he? We gaan zo naar boven," of woorden van gelijke strekking.

Ik zei dat ik daar wel samen met iemand woonde. Blijkbaar geloofde hij dat want we

gingen weg. Hij bleef me vasthouden en draaide me om en duwde me vooruit de straat

over. We liepen toen aan de rechterzijde verder de [straat] in. Ik huilde en

heb tegen de man een aantal dingen gezegd. Ik heb hem in ieder geval gevraagd:

"Alsjeblieft doe het niet." Ik hoorde hem zeggen: "Niet smeken, daar heb ik een hekel

aan."

Ik hoorde hem ook zeggen: "Lopen bitch, doe wat ik zeg, bitch."

Hij sprak op een agressieve toon. Hij duwde me in het begin van de Ten Hoetsraat

tegen een auto aan. Ik stond met mijn gezicht in de richting van de auto. Hij stond

achter mij. Hij zei: "Trek je broek maar uit."

Toen trok de man mij ineens weer mee en liepen we verder de [straat] in. Hij

liep achter me met een hand in mijn nek. Ik weet ook nog dat hij tijdens het lopen

zei: "Stil bitch, ik heb een wapen." Ik heb daar niks op gezegd.

Hij zei ook steeds "naar voren kijken, naar voren kijken."

Op een gegeven moment kwamen we aan bij een schoolplein wat aan de overzijde van de

[straat] ligt. We staken de straat over en we liepen toen door een ijzeren hek

daar. Toen liepen we op het schoolplein. We kwamen bij een boom of

iets wat op een boom lijkt.

Ik moest toen links van die boom staan. Ik leunde tegen die boom met mijn handen en stond met mijn gezicht naar de boom gericht. Toen zei hij al heel snel: "Trek je broek uit."

Ik deed dit en mijn broek heb ik naar beneden gedaan tot halverwege mijn bovenbenen

en mijn zwarte string schoof ik mee naar beneden.

Ik heb toen niks tegen hem gezegd omdat ik bang was dat hij iets zou gaan doen. Ik

heb alleen gehuild. Mijn jas hing over mijn billen. Ik hoorde hem zeggen: "Hou je

jas omhoog, hou je jas omhoog."

Ik deed dit en dacht bij mezelf: "Ja nou zal ik het wel voelen."

Toen zei hij iets in de trant van: "Ja, trek je broek maar weer aan, ik ga weg." Ik

heb dit ook meteen gedaan.

Hij had nog steeds zijn hand in mijn nek over de kraag van mijn jas heen. Ik voelde

dat hij mijn hoofd naar links draaide en ik hoorde dat hij zei dat ik 2

of 5 minuten zo moest staan en dat ik niet om mocht kijken. Ik weet dus de tijd dat

ik moest wachten van hem niet meer. Hij zei ook nog dat ik niet naar de politie mocht

gaan omdat hij wist waar ik woonde.

V: Wat kan je zeggen over het signalement van de dader?

A: Ik kan weinig over hem vertellen omdat ik steeds voor hem liep en omdat ik niet

achterom mocht kijken van hem. Ik ben zelf 156 cm lang maar ik had wel hoge hakken

aan van zo`n 8 a 9 cm. Nog was de man groter dan mij terwijl ik op mijn hakken liep,

ik denk ongeveer een kop. Ik schat hem op 170 cm.

NFI rapport, onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, d.d. 8 augustus 2013 8

Onderzoek naar biologische sporen

De jas AAFV9781NL is bemonsterd met als doel celmateriaal te verzamelen van de belager van het slachtoffer [slachtoffer 4] .

DNA-onderzoek

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

AAFV9781NL#01 een bemonstering van de capuchon ter hoogte van de nek van de jas.

AAFV9781NL#02 een bemonstering van de buitenzijde van de opstaande kraag ter hoogte van de nek.

RAAW1679NL een referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer [slachtoffer 4]

(geboren op [geboortedag] 1987).

Resultaten, interpretatie en conclusie

Van het referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer [slachtoffer 4] RAAW1679NL is

een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel is tezamen met het DNA-profiel van

[verdachte] RAAW1341NL (geboren op [geboortedag] 1976) betrokken bij het vergelijkend

DNA-onderzoek.

NFI rapport, aanvullend DNA-onderzoek, d.d. 24 september 2013 9

Resultaten, interpretatie en conclusie

De DNA-profielen van het slachtoffer [slachtoffer 4] RAAW1679NL (geboren op [geboortedag]

1987) en de verdachte [verdachte] RAAW1341NL (geboren op [geboortedag] 1976) zijn

betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

Evaluatie van de wetenschappelijke bewijswaarde

Omdat niet zeker is of alle DNA-kenmerken van alle celdonoren zichtbaar zijn in de

bemonstering AAFV9781NL#01 van de jas, is het niet mogelijk om een ‘standaard’

statistische berekening uit te voeren voor het vaststellen van de wetenschappelijke

bewijswaarde van de gevonden match met het DNA-profiel van de verdachte

[verdachte] RAAW1341NL. De resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek kunnen wel worden geformuleerd in verbale termen van waarschijnlijkheid op bronniveau.

Onder de aanname dat de bemonstering AAFV9781NL#01 celmateriaal bevat van drie

personen en onder de aanname dat de bemonstering celmateriaal bevat van het slachtoffer

[slachtoffer 4] , zijn de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek beschouwd onder het

volgende hypothesepaar:

Hypothese I:

De bemonstering AAFV9781NL#01 bevat celmateriaal van het slachtoffer [slachtoffer 4] , de

verdachte [verdachte] en één onbekende persoon (niet verwant aan het slachtoffer of

aan de verdachte [verdachte] ).

Hypothese II:

De bemonstering AAFV9781NL#01 bevat celmateriaal van het slachtoffer [slachtoffer 4] en

twee willekeurig gekozen personen (niet verwant aan elkaar of aan de verdachte [verdachte] ).

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker

als hypothese I juist is, dan als hypothese II juist is.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2013 10

Wij verbalisanten waren ter ondersteuning ingezet bij een postactie van een recherche onderzoeksteam gericht op het vaststellen van de identiteit van een mogelijke verdachte van het plegen van overvallen met een zeden gerelateerd component. Er waren meerdere incidenten voorgevallen. De dames die waren overvallen spraken over een manspersoon, licht getint, ongeveer 1.60-1.70 m groot, gekleed in een grijs joggingpak en lichte sportschoenen.

Op zondag 23 juni 2013 omstreeks 04:00 uur hoorde ik dat [verdachte] gecontroleerd werd. Het is mij ambtshalve bekend dat [verdachte] een strafbaar verleden heeft aangaande zedendelicten. Die avond droeg [verdachte] een grijs joggingpak met capuchon en witte sportschoenen.

Enige tijd later werd [verdachte] opgemerkt op een fiets op de Oranjesingel. Daarop werd hij door groepsleden van de ondersteuning gevolgd. Ter hoogte van de Hobbemastraat zag ik, verbalisant [verbalisant 2] , dat hij van zijn fiets afstapte en zijn capuchon opzette en gehurkt achter een personenauto ging zitten. Ik zag dat hij vanaf de achterzijde rechts langs de auto keek, kennelijk in de richting van een vrouw die 20 meter verderop haar fiets afsloot.

Ik, verbalisante [verbalisant 3] , deed alsof ik bij een woning naar binnen wilde. Ik zag dat [verdachte] zijn fiets op ongeveer 20 meter bij mij vandaan stalde. (…) Ik, [verbalisant 3] , liep terug in de richting van de Daalsedwarsweg en de Daalseweg.

Wij verbalisanten zagen dat [verdachte] onze collega [verbalisant 3] volgde. (…) Wij zagen dat [verdachte] haar bleef volgen aan de andere zijde van de Daalseweg dan waar collega [verbalisant 3] liep.

Wij verbalisanten zagen dat collega [verbalisant 3] via de Daalseweg in de richting van het centrum liep. (…) Toen [verbalisant 3] bij een portiek stond, stopte [verdachte] en verborg zich achter een geparkeerd voertuig. [verdachte] stak gebukt de straat over en verborg zich achter een geparkeerd voertuig. Hij hield daarbij collega [verbalisant 3] scherp in het oog.

Bewijsoverwegingen hof ten aanzien van de feiten 1, 3 subsidiair en 4

Ten aanzien van de feiten 1, 3 subsidiair en 4 geldt dat deze qua werkwijze van de dader grote overeenkomsten vertonen. Slachtoffers waren jonge dames die na een avondje stappen in Nijmegen alleen naar huis fietsten. Onderweg of bij de woning werden zij van achteren benaderd door een man, die hen dwong of probeerde te dwingen, hun kleding uit te trekken zodat het onderlichaam zichtbaar werd. Er werd gedreigd met een pistool zonder dat aangeefsters ook daadwerkelijk een pistool zagen. De man stelde zich zodanig op dat aangeefsters hem niet in het gezicht konden zien.

De overeenkomsten in de werkwijze vormen een aanwijzing dat het gaat om dezelfde dader.

Aangeefsters geven aan dat ze de lengte van de dader tussen de 1.65 en 1.70 meter schatten.

Verdachte is 1.67 meter.11

Door verbalisanten werd waargenomen dat verdachte in de nacht van 23 juni 2013 gehurkt achter een auto ging zitten en een vrouw in de gaten hield, terwijl hij vlak daarvoor zijn capuchon had opgezet. Even later werd waargenomen dat verdachte een andere vrouw volgde (waarvan hij kennelijk niet wist dat zij werkzaam is bij de politie). Ook hier probeerde hij te voorkomen dat hij werd gezien door de vrouw toen hij haar achtervolgde.

De dader heeft aan de schouderband van de tas van [slachtoffer 1] getrokken. Die schouderband is bemonsterd en daar is een DNA-spoor gevonden dat overeenkomsten vertoont met het DNA-profiel van verdachte.

De dader heeft de jassen van de aangeefster [slachtoffer 3] en aangeefster [slachtoffer 4] vastgepakt/aangeraakt. Op die jassen zijn DNA-sporen gevonden die overeenkomsten vertonen met het DNA-profiel van verdachte.

Door de raadsman is aangevoerd dat DNA-materiaal van de verdachte op een ander moment dan tijdens de incidenten op de tas en de kleding terecht kan zijn gekomen. Verdachte kwam namelijk in dezelfde horecagelegenheden in de binnenstad als aangeefsters.

Niet is gebleken dat verdachte en één of meer van de aangeefsters op hetzelfde moment in dezelfde horecagelegenheid zijn geweest. Er is ook niet gebleken dat verdachte op een ander moment dan ten tijde van de strafbare feiten in aanraking is gekomen met de kleding en/of de tas van één van de aangeefsters. Verdachte en aangeefsters kenden elkaar niet. Hoewel op zich niet kan worden uitgesloten dat DNA-materiaal van de verdachte op een ander moment dan ten tijde van de delicten op de tas en de kleding is gekomen, is het hof van oordeel dat die mogelijkheid in de context van het geheel voldoende kan worden uitgesloten.

Op te beginnen is door de politie op 23 juni 2013 waargenomen dat verdachte dames (die ’s nachts alleen op pad waren) heimelijk in de gaten hield en volgde, welk gedrag kan passen bij de voorbereiding van een delict als genoemd onder de feiten 1, 3 subsidiair en 4. Verder geldt voor elk van de drie feiten dat niet alleen ten aanzien van het ene feit het (DNA-)spoor in de richting van verdachte wijst, maar dat dat ook geldt ten aanzien van de andere twee feiten, waarbij sprake is van dezelfde modus operandi.

Gelet op het bovenstaande staat naar het oordeel van het hof voldoende vast dat verdachte degene is geweest die het tenlastegelegde onder 1, 3 subsidiair en 4 heeft begaan.

Het verzoek van de raadsman om een geanonimiseerd proces-verbaal van een Tilburgse zedenzaak aan het dossier toe te voegen wordt afgewezen, aangezien het hof dit niet noodzakelijk acht. Het hof acht zich in de onderhavige strafzaak voldoende voorgelicht.

Feit 6

Uit het dossier blijkt onder meer het volgende:

Aangeefster heeft tijdens het informatieve gesprek12 (zakelijk weergegeven) onder meer het volgende verklaard:

“Ik kwam met verdachte in contact via een vriendin. Op enig moment kwam ik bij de verdachte thuis. Verdachte vertelde dat hij bezig was met een onderzoek voor zijn studie. Het onderzoek hield in dat ik vragen kreeg over kleding, verzorging, maar ook over seksualiteit. Hij vroeg of ik mee wilde doen. Dat kon ook anoniem. Ik wilde wel anoniem meedoen. De eerste keer stelde hij mode gerelateerde vragen en ook oppervlakkige seksuele en persoonlijk vragen. Daarna werden er nieuwe afspraken gemaakt. Ik kwam altijd bij hem langs in zijn woning. Tijdens de tweede of derde afspraak werden de vragen over seksualiteit persoonlijker. Hij vroeg mij of ik strings wilde dragen. Op enig moment wilde hij dat ik uit de kleren ging. Hij stond toen vlakbij mij. De deur was dicht en ik wist niet wat ik moest doen. Ik nam de beslissing om in zijn verhaal mee te gaan, omdat dit voor mij de veiligste optie was. Ik kleedde mij uit en hij ook. Ik moest toen rondjes lopen in zijn kamer. Ik moest op de bank gaan zitten met mijn benen wijd. Ik voelde mij daar heel ongemakkelijk bij. Het gevoel ‘hoe kom ik van die vent af’ overheerste bij mij. Na tien minuten of een kwartiertje mocht ik me weer aankleden. Hij vertelde me dat er nog een meisje meedeed en wie dit het beste deed, kon een geldbedrag winnen.

Tijdens een volgende afspraak gaf hij me geld om strings te kopen. Toen ik terug kwam moest ik die strings aandoen. Ik deed dit in de woonkamer waar hij bij was. Ik vroeg nog of ik ze op het toilet mocht aantrekken, maar dat vond hij onzin. Toen ik een string aanhad voelde hij aan die string. Ik dacht toen ‘blijf van me af’. Ik voelde me machteloos. Toen ik buiten kwam, stond ik te shaken. Ik hoopte dat hij geen contact meer met me zou opnemen. Hij appte een week later en toen ben ik weer naar hem toegegaan. Ik moest toen weer uit de kleren. Tijdens de keren die volgden moest ik telkens mijn kleren uittrekken en naakt rondlopen. Ik moest op de bank gaan zitten met mijn benen wijd. Hij vroeg op een gegeven moment ook of ik mezelf wilde vingeren. Ik deed dit. Al die 10 à 11 keren dat ik me voor hem moest uitkleden, heeft hij zich ook helemaal uitgekleed. De eerste keren keek hij alleen naar mij, maar later ging hij ook aan zichzelf zitten. Hij bevredigde zichzelf door zich af te trekken. Hij heeft mij tijdens al die keren wel ergens aangeraakt, zoals aan mijn benen, borsten, billen en vagina.

De vierde of vijfde keer ging ik met hem in discussie, omdat ik wilde stoppen. Later appte hij mij ook eens dat ik gekletst had tegen anderen, maar ik heb het door schaamte aan niemand verteld. Later appte of belde hij me weer. Hij zei toen dat als ik niet uit de kleren ging, hij alles met naam en toenaam online zou zetten.

De feiten zijn gepleegd tussen 6 augustus 2013 en 20 juli 2014 in de woning [adres] in Nijmegen.”

Tijdens haar aangifte13 heeft aangeefster, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende verklaard:

“Hij legde uit dat hij dit voor zijn studie deed. Hij hield interviews met mensen om verbanden qua leefstijl te leggen en dat je fashion cheques kon winnen.

Hij vertelde dat ik vier keer uit de kleren moest en dat het andere meisje dit ook zou doen. Hij zou dan bekijken wie dit het beste had gedaan en die zou een geldbedrag van 300 of 400 euro krijgen.

(Op de vraag wat gebeurde er na het appje van hem om een nieuwe afspraak te maken) Ik dacht toen: shit, nou moet ik weer. Dan raak je alweer in paniek. Hij wil dat ik weer uit de kleren ga. Hij weet waar ik woon. Misschien die vier keer maar uitzitten, dat overleef ik wel, dan ben ik er vanaf. Dus ik ging weer. Die vier keer dat ik uit de kleren moest ben ik gewoon meegegaan in zijn verhaal en gedaan wat hij wilde. Eigenlijk begon het altijd hetzelfde. Ik ging daar zitten, praten over koetjes en kalfjes. Dan zei hij dat we weer uit de kleren moesten. In het begin rondlopen, daarna wilde hij dat ik me ging vingeren.

De laatste keer zou hij laten weten wie er gewonnen had, het meisje of ik. Hij heeft toen laten weten dat hij er nog niet uit was. Ik dacht toen dat ik nooit van die vent afkwam. Ik dacht ik ga er heen, maar ik ga niet uit de kleren. Ik ben er ook heen gegaan en gezegd dat ik niet meer wilde en er klaar mee was. Hij zei toen dat ik er toch was en al zo vaak uit de kleren was gegaan. Ik heb gezegd dat ik nergens meer aan mee zou doen. Hij bleef maar bellen en appen dat ik naar hem toe moest komen. Hij bleef mij zo stalken en daarom ben ik naar hem toe gegaan. Ik dacht als ik hem face to face zou ontmoeten ik hem wel kon overtuigen. Er was een hele discussie over het feit dat ik gepraat zou hebben. Maar ik heb toen aangegeven dat ik niets had gezegd. Hij zei dat ik om het goed te maken uit de kleren moest. Hij was niet aardig. Hij was boos op mij. Ik zat toen in zijn woning. Ik werd weer bang en toen begon het riedeltje opnieuw. Ik moest mezelf weer bevredigen. Hij was naakt en was zich weer aan het aftrekken.

Na die keer benaderde hij me weer dat ik gepraat zou hebben. Iedere keer ben ik daar weer heen gegaan, heb ik mijn kleren weer uitgedaan. Hij zei dan dat het de laatste keer was. Hij wilde het nog op papier zetten, dat we alle twee onze mond zouden houden en elkaar niet meer lastig zouden vallen. Hij zou het opstellen en aan mij geven, maar dat heeft hij nooit gedaan.

In de zomervakantie begon hij me weer te bellen. Hij zei dat ik moest komen met een jurkje zonder ondergoed er onder. Het klonk niet vriendelijk, maar agressief. Ik ben niet gegaan. Een paar dagen later belde hij weer. Ik moest een jurkje aan maar met ondergoed. Ik was van plan het gesprek op te nemen met mijn mobiel en naar de politie te gaan. Toen ik bij hem was, merkte hij dat ik aan het opnemen was. Hij werd boos en die opname is gewist. In zijn woning was hij boos en zei hij dat ik nog één keer uit de kleren moest. Uiteindelijk ben ik uit mijn kleren gegaan.”

Aangeefster is ook op 4 mei 201514 gehoord. Zij heeft toen onder meer verklaard zakelijk weergegeven:

“Eind januari of begin februari 2014 nam verdachte weer contact met mij op. Volgens mij belde hij mij op een gegeven moment dat ik weer naar hem toe moest komen. Ik moest naar hem toekomen en ik moest uit de kleren. Als ik dat niet zou doen, zou hij alles op internet zetten met mijn naam erbij. Hij zou op internet zetten dat ik voor hem uit de kleren was gegaan en ook de antwoorden die ik op zijn vragen had gegeven. Die antwoorden vond ik nog niet zo erg, maar wel dat ik uit de kleren was gegaan. Ik schaamde me daar heel erg voor.

(Als aan aangeefster het gesprek van 9 juni 2014 wordt voorgehouden): Bij dit gesprek had hij al meteen een agressieve ondertoon. Hierdoor was ik bang dat hij alles op internet zou zetten. Ik had het gevoel dat hij me hierdoor in zijn macht had.

(Naar aanleiding van het uitgewerkte telefoongesprek tussen verdachte en aangeefster van 20 juli 2014): Ik raakte ook tijdens dit gesprek in paniek. Hij dreigde weer alles op internet te zetten. Het is gestopt toen hij weer aangaf dat ik naar hem toe moest komen. Ik ben naar hem toegegaan en wilde het gesprek opnemen met mijn telefoon. Verdachte zag echter dat ik dit gesprek aan het opnemen was. In de woonkamer zei verdachte dat ik uit de kleren moest. Ik trok toen mijn jurk uit. Ik deed dat omdat ik toch geen keuze had. Verdachte was toch al boos omdat ik het gesprek had willen opnemen. Verdachte kleedde zich zelf ook weer uit en het hele riedeltje wat ik altijd moest doen begon weer.”

Telefoongesprek van 9 juni 201415

(…)

Aangeefster (A): Ik vraag me af wat het probleem is, want ik heb gewoon mijn mond gehouden.

(…..)

Verdachte (V): (…) Ik weet het niet dus dat ik dan toch zoiets heb van ja oké ik ga er toch iets mee doen of niet dat moet ik nog even mee kijken, dat weet ik nog niet.

A: Ja maar…ik wi…ik wil echt niet dat je er iets mee gaat doen, want ik heb niks gezegd…echt niet. (…)

(….)

V: He luister weet je kom gewoon even langs ja?

A: Ja maar, dan moe…dan moet ik weer uit mijn kleren voor niks. Want ik heb namelijk niks gedaan.

V: Dus…he [voornaam] ..de keus is aan jou oké? Ik ga ophangen, ja?

A: Oké, nou ik kom wel dan, maar ik wil het er wel eerst gewoon over hebben dan.

(…)

V: (…) ja ik neem aan dat jij ook inderdaad prettig vindt van hoe we dat oplossen zeg maar dat er niks naar buiten komt toch?

(…)

A: Ja ik kom al.

(….)

Telefoongesprek van 20 juli 201416

(….)

V: (…) He ik stel voor dat je gewoon effe deze kant op komt.

(…)

V: (…) luister effe een jurkje aan.

A: Waarom?

V: Ja, doe je het gewoon nog?

(…)

A: Ik doe een jurkje aan.. ik doe..

V: Ja, met niks eronder oké?

A: Nee.

(…)

A: …we hadden afgesproken dat we zouden praten en dat we een contract zouden tekenen en niet dit.

V: Uhm [voornaam] we hebben nog niks afgesproken. Dus doe gewoon even wat er gevraagd wordt oké?

(…)

A: Ja ik kom.

Overweging hof:

Uit de verklaringen van aangeefster en de telefoongesprekken blijkt dat verdachte aangeefster onder valse voorwendselen zijn woning heeft binnen gekregen en haar na verloop van tijd wist te bewegen zicht uit te kleden en zich zelf te vingeren. Verdachte kleedde zich zelf ook uit en trok zich af. Aangeefster heeft verdachte op enig moment te kennen gegeven dat ze niet meer uit de kleren wilde. Verdachte is niettemin het contact met aangeefster blijven zoeken met het doel om haar opnieuw uit de kleren te krijgen en zich zelf te vingeren. Aangezien aangeefster dit niet wilde, is verdachte haar gaan dwingen door te dreigen dat hij onder meer op internet zou zetten dat zij zich bij verdachte zou hebben uitgekleed. Het steeds opnieuw benaderen van aangeefster en de geuite dreigementen hebben er inderdaad toe geleid dat aangeefster deed wat verdachte van haar vroeg. Aldus heeft verdachte door de (bedreiging met) feitelijkheden aangeefster gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen.

Feit 7

Uit het dossier en het onderzoek ter zitting blijkt onder meer het volgende:

Op 26 mei 2015 (informatief gesprek)17 en op 22 juli 2015 (aangifte)18 heeft aangeefster (geboren op 31 oktober 1997) onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

In september 2014 was ik in het centrum van Nijmegen. Ik werd aangesproken door een jonge man. Hij vertelde mij dat hij voor zijn opleiding mensen producten wil laten testen. Hij vroeg of ik dat ook wilde en ik kon daar geld mee verdienen. Ik had daar wel interesse in. We liepen naar zijn appartement. Hij vertelde dat hij een interview ging houden om er achter te komen of ik geschikt zou zijn. Hij vroeg of ik ergens onzeker over was, over mijn lichaam en of ik mijn borsten of mijn billen mooier vond. Ik heb hem verteld dat ik twijfelde over de geur van mijn vagina. Hij vertelde mij dat er mogelijk met producten wat aan te doen was. Hij gaf me aan dat het misschien goed was om producten voor die vaginale geur te gaan testen. Op dat moment dacht ik dat die producten thuis zou gaan testen. Dus daarom stemde ik er mee in. Later kwam ik er achter dat ik de producten bij hem thuis moest testen.

Ik vertelde hem dat ik 16 jaar oud was.

Ik vond het in eerste instantie niet fijn dat ik producten bij hem thuis moest testen, omdat ik dit naakt moest doen. Hij legde mij uit dat meerdere studentes dat deden en dat hij er aan gewend was. Hij bracht het of het zo’n normale zaak was dat ik het ook normaal begon te vinden. Hij zei doe je broek en onderbroek omlaag en laat mij eens ruiken. Ik deed mijn broek en onderbroek naar beneden. Hij boog voorover richting mijn schaamstreek en rook. Hij zei dat hij mij kon helpen. Hij zie dat het tussen mijn oren zat en dat het onzekerheid van mij was.

Er zijn vijf ontmoetingen met hem geweest. Allemaal bij hem thuis. Hij zei me dat hij mij langzaam wilde laten wennen om naakt te zijn bij hem thuis. Zo kon ik er aan wennen om producten te testen, samen met hem. Alle keren dat ik daar was, heb ik mij helemaal uitgekleed. Tijdens de tweede afspraak nodigde hij me uit om naakt om de bank te gaan zitten. Ik zette mijn voeten op de bank. Hij vroeg of hij weer mocht ruiken aan mijn schaamstreek. Hij rook toen moet zijn hoofd tussen mijn benen. Ik vond het allemaal heel raar en heel eng. Ik was continue gespannen. Alleen ik had wel het gevoel dat ik hem kon vertrouwen en dat hij me wilde helpen.

Tijdens de derde keer vertelde hij dat het voor mij makkelijker was als wij op hetzelfde level gingen zitten en hij zich ook zou uitkleden. Hij kleedde zich helemaal uit. Hij vroeg of ik me ook wilde uitkleden en ik deed dit ook. We gingen beiden naakt op de bank zitten.

Het voelde als ik daar kwam dat ik in zijn web zat, dat ik hem niet mocht teleurstellen.

Tijdens de tweede of derde keer had ik mij uitgekleed en moest ik meekomen naar de badkamer. Hij had een washandschoentje en hij zei dat als ik mijn vagina daarmee zou wassen, ik minder zou ruiken. Hij ging achter me staan en ging van achterlangs van voor naar achter zo tussen mijn benen door met het natte washandschoentje over mijn vagina en billen. Hij deed dit ongeveer zeven tot tien keer. Ik zei tegen hem dat ik me ongemakkelijk voelde.

Tijdens de vierde keer had ik me weer uitgekleed. Hij wilde uittesten hoe ik zou reageren op verschillende omstandigheden. Hij leidde me naar zijn slaapkamer. Hij had zich ook uitgekleed. Ik moest toen op zijn bed gaan liggen. Hij wilde zien hoe ik zou reageren als hij mij zou zoenen. Ik stribbelde wat tegen, maar dat deed ik elke keer als weer wat nieuws moest.

Ik denk dat hij aan mij kon zien dat ik het eng vond. Hij had dan weer argumenten dat het niet eng was en dan deed ik het toch weer. Ik zei dat ik het eng vond en niet zeker wist of ik dat wilde. Hij haalde mij dan over. Ik kon wel weigeren, maar ik denk dat dat niet op prijs zou worden gesteld.

Toen ik op bed lag heeft hij mij gezoend en dat werd steeds intenser. Ik zoende hem terug. Wij tongzoenden elkaar. Hij ging toen ook op mij liggen.

Na een tijdje leek hij een beetje geil te worden. Ik merkte toen dat hij mij overal betastte, mijn borsten, mijn billen en hij heeft mij toen ook gevingerd.

Mail van aangeefster [slachtoffer 7] d.d. 22 juli 2015 19

‘Hij manipuleerde mij gevoelens door het steeds maar te hebben over waar ik onzeker over was. (…) Hij prikte door me heen en zag hoe ik in elkaar zat, hier wist hij precies op in te spelen en mij zo te manipuleren dat ik steeds dingen toeliet die ik normaal nooit zou doen. (…) Hij zei dan bijvoorbeeld dat ik op de bank moest gaan zitten terwijl ik mijn broek naar beneden deed. Ik zei dat ik het eng vond en hij deed heel begripvol terug. Hij bedacht ontelbare argumenten om het toch te doen. (…) Ik deed het voor me zelf, zei hij steeds, daar bleef hij op hameren. Hij bracht me in een emotionele toestand waarin ik ontzettend kwetsbaar was, hij stelde zich op als iemand die er verstand van had en mij oprecht wilde helpen. In die emotionele toestand deed ik dingen die ik normaal niet zou doen. (….)

Hij heeft mij meegelokt naar zijn huis door te zeggen dat hij een student was die voor zijn studie onderzoek doet naar wat vrouwelijke studenten vinden van bepaalde producten. Ik zou producten voor vaginaal gebruik gaan testen (ik was onzeker over dit gebied). Ik zou hier ook een vergoeding voor krijgen; 10 of 15 euro per keer. Langzaam kwam ik er achter hoe het testen in zijn werk zou gaan. Bijvoorbeeld dat het niet bij mij thuis zou doen, maar bij hem thuis. (….) Ik werd steeds verrast. Ik had het gevoel dat ik niet meer terug kon (…). Om de producten te kunnen testen moest ik hem wel volledig vertrouwen en moest ik mijn lichaam durven laten zien. Hij zou namelijk ook een aantal testen bij mij moeten verrichten. Het klonk allemaal best professioneel vond ik.

Hij stond duidelijk boven me en wist overal wat op te zeggen. Ik voelde me alsof ik in zijn web zat als ik daar kwam. (….) Ondertussen kon hij zijn gang gaan en kreeg hij alles voor elkaar. Ik heb ook nooit de beloofde producten gezien waar ik het allemaal voor deed.

Achteraf walg ik van het feit dat hij dit allemaal voor zijn eigen lusten deed, dat ik hem alles heb gegeven wat hij hoopte te krijgen. (…) De gedachte dat hij alles heeft gelogen om dingen voor elkaar te krijgen doet me veel verdriet.

Telefoongesprek van 18 september 201420 tussen verdachte en aangeefster:

(…)

Verdachte (V): Ok, hey luister heb jij morgenochtend nog tijd?

(…)

Verdachte vraag of aangeefster iets voor half tien bij hem kan zijn.

(…)

V: Sorry wat heb je gedaan?

A: Effe onder de douche.

V: Ja effe de douchekop er tegen of niet?

A: Ja.

V: Ja, ok en dan effe de beentjes goed wijd he? Denk ik.

A: Ja.

V: Okey, heel goed…top.

(….)

V: Morgenochtend even kijken hoe het gelopen is en ik denk dat ik morgen gelijk al met jou met wat onderzoeken ga beginnen met …testen en dan ga je morgen gelijk naar huis met wat geld.

Tijdens het telefoongesprek van 19 september 201421 zegt verdachte tegen aangeefster dat hij het de laatste keer supergoed vond gaan en dat ze het er morgen over hebben en meteen aan de slag gaan. Verdachte zegt dat het morgen echt om de euro’s gaat. Aangeefster krijgt vijf euro extra voor elk uur dat ze bij verdachte is. Verdachte zegt dat hij morgen de producten daar heeft staan en dat ze morgenmiddag al kan beginnen om te kijken of ze de boel lekker fris kan maken. Verdachte zegt dat hij vanmorgen iemand had die blokkeerde. Verdachte zegt als je tegelijk samen start dan heb je geen taboes. Aangeefster zegt dat ze het raar vindt om zo op de bank te zitten. Verdachte begrijpt dit en zegt dat ze daar overheen moet stappen.

Verdachte heeft ter zitting van het hof op 8 november 2017 verklaard dat hij aangeefster naar zijn woning heeft meegekregen omdat hij vertelde dat hij als student met een onderzoek bezig was naar producten en dat hij haar in verband daarmee een aantal (ook intieme) vragen wilde stellen. Zij zou voor haar medewerking aan dat onderzoek geld en/of producten ontvangen.

Van een echt onderzoek was echter geen sprake, hij wilde vooral weten hoe ver een meisje zou gaan als hij dingen vroeg. Desgevraagd heeft verdachte verklaard dat hij onder het mom van een onderzoek heeft gevraagd of aangeefster haar kleren wilde uitdoen en dat hij daarna in het kader van dat onderzoek steeds verdergaande handelingen heeft verricht. Van een onderzoek zoals hij aangeefster heeft voorgespiegeld is nimmer sprake geweest aldus verdachte.

Overweging hof:

Anders dan de rechtbank komt het hof tot een bewezenverklaring van feit 7. Niet ter discussie staat dat verdachte aangeefster onder valse voorwendselen naar zijn woning heeft gelokt. In zijn woning heeft aangeefster vervolgens op verzoek van verdachte en omdat zij als gevolg van de leugens van verdachte dacht dat dit was in het kader van een onderzoek, zich uitgekleed en heeft ze toegestaan dat verdachte aan haar vagina heeft geroken. Ook heeft ze in datzelfde kader toegestaan dat verdachte met een washandje over haar vagina en billen wreef. Tenslotte wilde verdachte haar reactie zien als hij haar zou zoenen. Dat zoenen werd steeds intenser en het werd tongzoenen.

Aangeefster heeft verklaard dat ze de handelingen eng vond, maar dat verdachte haar steeds weer door allerlei argumenten wist te overtuigen. Op het moment van het tenlastegelegde was aangeefster, zoals ze verdachte had verteld, 16 jaar oud en was verdachte 38 jaar. Overigens had verdachte tegen aangeefster niet gezegd dat hij 38 jaar was. Verdachte had dus reeds vanwege het grote verschil in leeftijd en levenservaring een overwicht op aangeefster. Daarbij kwam dat aangeefster door haar openhartigheid over haar onzekerheden, zich (extra) kwetsbaarheid opstelde, van welke kwetsbaarheid verdachte vervolgens misbruik maakte.

Het hof komt op grond van het bovenstaande tot de conclusie dat verdachte door beloften, misleiding en misbruik van uit feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht aangeefster heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of te dulden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 3 subsidiair, 4, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1
hij op of omstreeks18 november 2012 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld

en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande die ontuchtige handelingen uit

- het die [slachtoffer 1] (deels) laten uittrekken/naar beneden laten doen van haar

broek en/of onderbroek en/of

- het kapottrekken van de onderbroek van die [slachtoffer 1] en/of

- het (met een sjaal) wrijven over de vagina van die [slachtoffer 1] ,

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

verdachte

- die [slachtoffer 1] op de openbare weg, onverhoeds, van achteren heeft benaderd en/of bij die [slachtoffer 1] achterop haar fiets is gesprongen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd -zakelijk weergegeven- te doen wat hij, verdachte, zei en/of heeft gedreigd - zakelijk weergegeven - een kogel door haar hoofd te schieten en/of

- (daarbij) een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug en/of het

hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - van haar fiets te stappen en/of die [slachtoffer 1] een steegje en/of

een tuin, in elk geval een van de openbare weg gescheiden plek, heeft

ingeduwd en/of daarbij vlak achter die [slachtoffer 1] is blijven lopen en/of die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven -

- dat zij niet achterom mocht kijken en/of

- die [slachtoffer 1] met een pistool, althans met een hard voorwerp, tegen haar (achter)hoofd heeft geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - haar broek en/of onderbroek uit te trekken /naar beneden te

doen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft geblinddoekt met een sjaal en/of

- die [slachtoffer 1] tegen/op de grond heeft getrokken/geduwd of naar de grond

heeft gewerkt en/of die [slachtoffer 1] (tegen het hoofd/gezicht) heeft

geschopt/getrapt en/of (aan) die [slachtoffer 1] heeft (mee)getrokken,

en (aldus) voor die [slachtoffer 1] (telkens) een (bedreigende) situatie heeft doen ontstaan waarin zij zich niet of onvoldoende kon verzetten/onttrekken

tegen/aan die ontuchtige handelingen;

en/of

hij op of omstreeks 18 november 2012 (gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) te Nijmegen, in ieder geval in Nederland, op de openbare weg,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (100

euro), toebehorende aan die [slachtoffer 1] ,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft/hebben bestaan dat

hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] op de openbare weg, onverhoeds, van achteren heeft

benaderd en/of bij die [slachtoffer 1] achterop haar fiets is gesprongen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - te doen wat hij, verdachte, zei en/of heeft gedreigd -zakelijk weergegeven - een kogel door haar hoofd te schieten en/of

- (daarbij) een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug en/of het

hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - van haar fiets te stappen en/of die [slachtoffer 1] een steegje

en/of een tuin, in elk geval een van de openbare weg gescheiden plek, heeft ingeduwd en/of daarbij vlak achter die [slachtoffer 1] is blijven lopen en/of die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - dat zij niet achterom mocht kijken en/of

- die [slachtoffer 1] met een pistool, althans met een hard voorwerp, tegen haar (achter)hoofd heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft geblinddoekt met een sjaal en/of

- die [slachtoffer 1] tegen/op de grond heeft getrokken/geduwd of naar de grond

heeft gewerkt en/of die [slachtoffer 1] (tegen het hoofd/gezicht) heeft

geschopt/getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] (een aantal malen dwingend) heeft gevraagd - zakelijk weergegeven - hoeveel geld zij op haar bankrekening had staan en/of zij haar

pinpas bij zich had en/of

- desgevraagd heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, haar

zou laten gaan als hij, verdachte, geld van haar kreeg en/of

- één of meermalen aan de tas van die [slachtoffer 1] heeft getrokken en/of

- (nadat [slachtoffer 1] weer was opgestaan) die [slachtoffer 1] naar haar fiets heeft geduwd waarbij hij, verdachte, achter die [slachtoffer 1] is blijven lopen en/of

- achterop de fiets van die [slachtoffer 1] is gesprongen terwijl die [slachtoffer 1] naar

een pinautomaat reed;

3 subsidiair
hij op of omstreeks30april2013teBergenDal,in ieder geval in Nederland,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer 3] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- die [slachtoffer 3] onverhoeds van achteren heeft benaderd (terwijl zij zich bij

de voordeur van haar woning bevond) en/of

- een pistool, althans een hard voorwerp, in/tegen de rug van die [slachtoffer 3]

heeft geduwd en/of

- (op dreigende/dwingende/gebiedende toon) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, een pistool had en/of die [slachtoffer 3]

kapot zou schieten als zij niet deed wat hij, verdachte, zei, en/of

- die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of geduwd en/of meegevoerd naar een tuin

en/of (daarbij) vlak achter die [slachtoffer 3] is blijven lopen en/of

- die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft doen plaatsnemen/geduwd en/of haar handen tegen die muur doen plaatsen/geplaatst en/of

- (op dwingende/gebiedende toon) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij haar benen moest spreiden en/of haar rokje omhoog moest doen (terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand van die [slachtoffer 3] bevond),

terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid;

4
hij op of omstreeks25 mei 2013 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld

en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande die ontuchtige handelingen uit het (deels)

laten uittrekken/naar beneden laten doen van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 4] (terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand van die [slachtoffer 4] bevond),

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 4] onverhoeds van achteren heeft benaderd (terwijl zij zich bij de voordeur van haar woning bevond) en/of (bij haar nek) vastgepakt

(terwijl zij haar woning binnenging) en/of

- die [slachtoffer 4] uit haar woning heeft getrokken/geduwd en/of

- die [slachtoffer 4] (op dwingende/gebiedende toon) heeft toegevoegd "Bek houden, je doet precies wat ik zeg, lopen bitch en/of ik heb een wapen" althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 4] over de openbare weg en/of een schoolplein heeft geduwd (terwijl

hij, verdachte, daarbij dicht bij/vlak achter die [slachtoffer 4] is blijven lopen)

en/of

- die [slachtoffer 4] (op dwingende/gebiedende toon) een of meermalen heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij niet achterom mocht kijken en/of

- die [slachtoffer 4] tegen een auto en/of een boom heeft geduwd/gezet/geplaatst en/of

-tegen die [slachtoffer 4] (op dwingende/gebiedende toon) heeft gezegd - zakelijk weergegeven - haar broek en/of onderbroek uit te trekken/naar beneden te

doen,

en (aldus) voor die [slachtoffer 4] (telkens) een (bedreigende) situatie heeft doen

ontstaan waarin zij zich niet of onvoldoende kon verzetten/onttrekken

tegen/aan die ontuchtige handelingen;

6
hij (op een ofmeer tijdstippen)in of omstreeksde periode van 01 november

2013 tot 1 oktober 2014 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

(telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van één of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande die ontuchtige handelingen erin dat

- die [slachtoffer 6] zich ten overstaan van verdachte heeft uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 6] in aanwezigheid van verdachte (zichzelf) heeft gevingerd en/of

heeft gemasturbeerd en/of haar vagina heeft betast en/of

- verdachte de vagina van die [slachtoffer 6] met zijn hand(en) en/of met zijn

tong/mond heeft betast en/of

- verdachte de borst(en) van die [slachtoffer 6] heeft betast en/of daarover

heeft gewreven en/of

- verdachte zich in aanwezigheid van die [slachtoffer 6] heeft afgetrokken en/of heeft gemasturbeerd en/of zijn (ontblote) penis heeft betast en/of

- verdachte die [slachtoffer 6] heeft (gezoend en/of) getongzoend,

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) er in dat verdachte

- zich tegenover die [slachtoffer 6] heeft voorgedaan als student die in het

kader van zijn opleiding een onderzoek deed en/of

- die [slachtoffer 6] (daartoe) meermalen heeft uitgenodigd en/of heeft ontvangen in

zijn, verdachtes, woning en/of

- die [slachtoffer 6] heeft voorgewend dat zij kon deelnemen aan dit onderzoek waarmee door die [slachtoffer 6] geld/fashioncheques konden worden verdiend en/of

- die [slachtoffer 6] heeft gedreigd met het door hem, verdachte, op internet zetten

(dan wel anderszins openbaar maken) van haar naam, onder vermelding van persoonlijke gegevens van haar (o.a. over haar seksleven) en/of van het feit

dat [slachtoffer 6] zich (meermalen) geheel voor hem, verdachte, heeft ontkleed

en/of in zijn aanwezigheid seksuele handelingen (bij haarzelf) heeft

verricht en/of

- voortdurend en vasthoudend contact is blijven zoeken met die [slachtoffer 6] en/of

- die [slachtoffer 6] (veelvuldig) telefonisch is blijven benaderen en/of die [slachtoffer 6]

daarbij op dwingende en/of gebiedende en/of intimiderende en/of agressieve

toon is blijven zeggen/vragen - zakelijk weergegeven - bij hem te komen en/of

- op dwingende en/of intimiderende toon die [slachtoffer 6] (telkens) heeft

gezegd - zakelijk weergegeven - zich bij hem te ontkleden en/of seksuele handelingen (bij zichzelf) te verrichten en/of

- meermalen is voorbij gegaan aan de verbale en/of non-verbale uitingen van protest/weerstand van die [slachtoffer 6] en/of aan de door haar richting hem,

verdachte, geuite wens om hun onderlinge contact te beëindigen,

en (aldus) (telkens) bij die [slachtoffer 6] een psychische druk heeft opgebouwd en/of zodoende voor die [slachtoffer 6] een situatie heeft gecreëerd waarin zij onvoldoende weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden en/of waardoor zij

niet vrijwillig de keus heeft gemaakt om voornoemde ontuchtige handelingen te verrichten dan wel te dulden;

7
hij (op een ofmeer tijdstippen)in of omstreeksde periode van 01 september

2014 tot en met 31 oktober 2014 te Nijmegen, in ieder geval in Nederland,

(telkens) door beloften van geld en/of goederen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding,

[slachtoffer 7] , geboren op 31 oktober 1997, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt,

(telkens) opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte,

bestaande die ontuchtige handelingen erin dat verdachte

- die [slachtoffer 7] heeft gevingerd en/of haar vagina heeft betast en/of

- geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer 7] heeft gehad en/of

- aan de schaamstreek van die [slachtoffer 7] heeft geroken en/of

- die [slachtoffer 7] heeft gebeft en/of

- naakt bovenop die (geheel) ontklede [slachtoffer 7] is gaan liggen en/of

- die [slachtoffer 7] heeft getongzoend en/of

- die [slachtoffer 7] haar borsten en/of billen heeft betast,

en bestaande die beloften van geld en/of goederen en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding er (telkens)

in dat verdachte

- zich tegenover die [slachtoffer 7] heeft voorgedaan als student die in het

kader van zijn opleiding een onderzoek deed en/of

- die [slachtoffer 7] (daartoe) meermalen heeft uitgenodigd en/of heeft

ontvangen in zijn, verdachtes, woning en/of

- die [slachtoffer 7] heeft voorgewend dat zij kon deelnemen aan dit onderzoek waarmee door die [slachtoffer 7] geld kon worden verdiend en/of waarbij door

die [slachtoffer 7] producten moesten worden getest en/of

- die [slachtoffer 7] voor haar deelname aan het onderzoek één of meermalen kleine geldbedragen heeft gegeven en/of (vervolgens) in het vooruitzicht

heeft gesteld en/of

- voortdurend en vasthoudend (via sms en/of Whats-app en/of telefoon) contact

is blijven zoeken met die [slachtoffer 7] en/of

- een zodanige sfeer van vertrouwelijkheid heeft gecreëerd dat [slachtoffer 7] seksuele/intieme informatie over haarzelf aan hem, verdachte, heeft

prijsgegeven en/of zich kwetsbaar heeft opgesteld en/of

- [slachtoffer 7] aandacht en/of complimentjes heeft gegeven en/of haar het

gevoel heeft gegeven dat zij een vriendschappelijke relatie hadden en/of dat

hij, verdachte, haar zou helpen met haar (psychische) problemen,

en (aldus)(telkens) misbruik heeft gemaakt van het (geestelijk) overwicht dat

hij, verdachte, als volwassene op die [slachtoffer 7] had en/of voor die [slachtoffer 7]

een situatie heeft gecreëerd waarin zij onvoldoende weerstand aan

het overwicht en/of de misleiding van/door verdachte heeft kunnen bieden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

en

afpersing.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

door beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen / handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en maatregel

In eerste aanleg is verdachte door de rechtbank veroordeeld voor de feiten 1, 3, 4, 5 en 6 tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de tijd die in voorarrest is ondergaan. De officier van justitie had gevorderd dat verdachte voor alle hem tenlastegelegde feiten zou worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren.

Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor alle 7 tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en daarnaast dat hem een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege wordt opgelegd.

Namens verdachte is primair vrijspraak bepleit voor alle feiten, subsidiair is bepleit om een lagere gevangenisstraf op te leggen en geen terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich in de periode vanaf november 2012 tot en met eind 2014 schuldig heeft gemaakt aan een vijftal misdrijven tegen de zeden, waarbij verdachte bij één feitelijke aanranding van de eerbaarheid zich tevens schuldig heeft gemaakt aan een afpersing. Verdachte heeft zich zowel door misleiding en het doen van beloften van geld en goederen alsook op zeer gewelddadige wijze aan deze delicten schuldig gemaakt. Verdachte heeft hiermee meermalen een enorme inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van de slachtoffers, waarbij hij zich uitsluitend heeft laten leiden door zijn eigen machts- en lustgevoelens. Hoe groot de gevolgen zijn van het handelen van verdachte voor de slachtoffers, blijkt uit de zich in het dossier bevindende en ter terechtzitting in eerste aanleg voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] .

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 6 september 2017 blijkt dat verdachte in 2010 en 2011 reeds eerder is veroordeeld voor misdrijven tegen de zeden, ook tot een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Verdachte heeft in 2013 een kleine drie weken in voorarrest verbleven in verband met verdenkingen voor de feiten 1 tot en met 5. Op 29 juli 2013 is zijn voorarrest geschorst met een aantal bijzondere voorwaarden, waaronder het dragen van een elektronische enkelband en meewerken aan toezicht door de reclassering en het ondergaan van een ambulante behandeling bij Kairos. De door het hof bewezen geachte feiten 6 en 7 zijn gepleegd tijdens de schorsing van dit voorarrest. In juli 2015 is die schorsing opgeheven en sindsdien verblijft verdachte in voorlopige hechtenis.

In het kader van deze strafzaak is verdachte door verschillende deskundigen onderzocht. Uit de pro-justitia rapportages van L.H.W.M. Kaiser, psychiater, van 22 augustus 2013 en van P.G. Smits, psycholoog, van 28 augustus 2013 blijkt dat verdachte aan het opstellen van deze rapportages niet heeft willen meewerken, zodat de deskundigen de opdracht tot rapporteren hebben teruggegeven.

In het trajectconsult van verdachte door forensisch psychiater B. Gotink van 21 juli 2015, welk consult op verzoek van het openbaar ministerie kort na de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte heeft plaatsgevonden, wordt overwogen dat ziekelijke stoornissen van de geestvermogens bij verdachte niet worden geconstateerd, maar des te meer zaken op het gebied van de structurele persoonlijkheidsproblematiek met vooral cluster B-kenmerken. Daarbij vallen op de mate van ontkenning en bagatellisering van (persoonlijkheids-)problematiek, de gevoelsarmoede, het ontbreken van gelijkwaardige relaties, onduidelijkheid inzake autonoom functioneren met wonen, werken en intimiteit. Vermoed wordt dat er bij verdachte sprake is van een ernstige scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling. De deskundige concludeert dat de justitiële voorgeschiedenis van verdachte, de tenlastegelegde feiten van 2013, de actuele verdenking van overtreding van voorwaarden en de aard daarvan, alsmede de psychische indrukken die verdachte op de deskundige maakt bij het consultgesprek, maken dat de eerder door de reclassering geopperde noodzaak tot nieuw gedragskundig onderzoek kan worden onderschreven. De verwachting is dat verdachte niet voldoende zal meewerken, zodat de enige overblijvende mogelijkheid bestaat uit een klinisch observatierapport, opgesteld door en in het Pieter Baan Centrum te Utrecht. Diagnostisch wordt de diagnostiek van Kairos uit 2012 onderschreven, zoals deze te lezen is in de reclasseringsrapporten: Parafilie niet anderszins omschreven, ernstige persoonlijkheidsproblematiek cluster B (narcistisch-agressieve kenmerken), gestoorde zelfredzaamheid en mogelijk zwakbegaafdheid. Psychodynamisch is waarschijnlijk sprake geweest van (ernstige) scheefgroei in de psychoseksuele ontwikkeling in samenhang met gezinsomstandigheden, hetgeen volgens de deskundige reden temeer is voor een uitgebreid onderzoek inclusief een milieurapportage door middel van een klinische observatie in het Pieter Baan Centrum.

Verdachte is vervolgens in de periode van 23 september 2015 tot 4 november 2015 ter observatie opgenomen in het Pieter Baan Centrum, waarvan de bevindingen zijn weergegeven in de rapportage van 14 december 2015. Uit dit rapport blijkt dat verdachte zijn medewerking aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum heeft geweigerd. Door deze weigering had de forensisch milieuonderzoeker geen inhoudelijke gesprekscontacten met verdachte. Wel werd gesproken met een enkel lid van het sociale netwerk van verdachte en werd schriftelijke informatie ontvangen. De rapporterend groepsleider verkreeg informatie over verdachte uit eigen observaties en gesprekken, van de andere groepsleiders en van de sport- en arbeidsmedewerkers. Door de weigering verkregen de rapporterend psychiater en psycholoog nauwelijks respectievelijk geen informatie uit eigen gesprekken. Evenmin werd test- en neuropsychologisch en medisch onderzoek verricht. De psychiater en psycholoog haalden informatie uit de beschikbare stukken, het milieuonderzoek en de groepsobservatie.

Vanwege de beperkte medewerking van verdachte kunnen de rapporteurs niet anders dan een globaal beeld van verdachte schetsen, ook omdat hij in de zeer korte gesprekken blijft steken in abstracties en vaagheden. Dit beeld duiden is lastig. In het contact wil verdachte vooral overtuigen, waardoor hij in een gesprek hierover vasthoudend is. Wanneer hij hierin wordt tegengesproken lijkt hij geïrriteerd te raken. Op die momenten lijkt hij zich soms boven de ander te plaatsen waardoor hij een krenkbare indruk maakt. Het beeld dat tijdens de groepsobservatie ontstaat is dat van een man zonder grote psychopathologie en zonder kenmerken van neuropsychologische problemen. In de periode waarin verdachte onderzocht is, deden er zich geen gedragingen voor waaruit zou kunnen worden afgeleid dat er sprake is van een autismespectrumstoornis. Voor een parafilie of voor hyperseksualiteit zijn tijdens de observatieperiode ook geen aanwijzingen gezien. De rapporteurs hebben overwogen of het – mogelijk patroonmatige – gedrag van verdachte tijdens de tenlastegelegde feiten zou kunnen wijzen op een (behoefte aan) dominantie op basis van bijvoorbeeld een persoonlijkheidsstoornis, maar gelet op de weigering van verdachte om mee te werken aan het onderzoek, kan op basis van dit onderzoek hierover geen uitsluitsel gegeven worden. De rapporteurs overwegen dat zij op basis van de observatieperiode geen eigenstandige diagnostische conclusies kunnen trekken. Voor zover zij verdachte hebben kunnen observeren, wijst zijn gedrag niet zonder meer op psychopathologie. De rapporteurs overwegen dat uit de eerdere rapportages een ander beeld van verdachte naar voren komt, nu de gedragsdeskundigen die eerder over verdachte hebben gerapporteerd zich zorgen over hem maken en vermoeden dat sprake is van ernstige psychopathologie.

De rapporteurs concluderen dat zij niet kunnen vaststellen of er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, maar dat zij ook niet kunnen uitsluiten dat hiervan sprake zou zijn. Door het ontbreken van voldoende medewerking aan het onderzoek hebben rapporteurs te weinig informatie om hierover conclusies te kunnen trekken. Om die reden kan ook niet worden nagegaan of er sprake is van mogelijke doorwerking van eventuele psychopathologie in het tenlastegelegde. Indien sprake zou zijn van recidivegevaar is dan ook niet helder of dit pathologisch is bepaald. Daarom kan er geen advies gegeven worden voor behandeling in een strafrechtelijk kader.

Desgevraagd heeft verdachte op de zitting van 8 november 2017 verklaard dat hij niet bereid is aan een onderzoek naar zijn persoon mee te werken.

Nu verdachte in de onderhavige strafzaak niet heeft willen meewerken aan de onderzoeken ten aanzien van zijn persoonlijkheid, slaat het hof voor de beantwoording van de vraag of verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens tevens acht op de zich in het dossier bevindende eerder omtrent de persoonlijkheid van verdachte opgemaakte rapportages. Het hof acht hierbij uit de na te noemen rapportages met name de volgende overwegingen en conclusies van belang.

In het kader van het strafrechtelijke onderzoek dat uiteindelijk geleid heeft tot de inmiddels onherroepelijke veroordeling door de rechtbank Arnhem van 14 juni 2011 vanwege onder meer een feitelijke aanranding van de eerbaarheid is verdachte onderzocht door M.C. Overduin, psycholoog en P.A. de Mon, psychiater. Verdachte heeft meegewerkt aan deze onderzoeken.

In het rapport van M.C. Overduin van 18 mei 2011 is – voor zover thans relevant – overwogen dat bij verdachte sprake is van een langdurig (meer dan tien jaar) patroon van grensoverschrijdend gedrag naar vrouwen. Verdachte heeft zelf in die periode geen neiging vertoond dit gedrag als problematisch te beschouwen en/of pogingen gedaan om dit gedrag te stoppen. Integendeel, er is sprake van een sterke bagatellisering van de aard van zijn probleemgedrag, hetgeen ook een cognitieve onderbouwing biedt van het voortzetten van zijn gedrag. Ook een eerdere veroordeling ter zake van een vergelijkbaar delict heeft verdachte niet aangezet tot een problematiseren van het eigen functioneren. Het lijkt dan ook onvermijdelijk dat verdachte bij terugkeer in de maatschappij zal terugvallen in gedragingen vergelijkbaar met het tenlastegelegde. Hij beschikt over onvoldoende inzichten en copingvaardigheden om zich in vergelijkbare omstandigheden anders op te stellen. Zorgwekkend is dat, vanuit de beschikbare informatie, er wel een gestage ontwikkeling zichtbaar wordt in de tijd, waarbij verdachte steeds dichter bij zijn slachtoffers blijkt te komen. Van in eerste instantie telefonische contacten lijkt hij zich te bewegen naar persoonlijke gesprekken, naar, uiteindelijk, het laten uitvoeren van seksuele handelingen door slachtoffers, waarbij er ook sprake is van door het slachtoffer ervaren dreiging en bedreiging door verdachte. Ook hier toont verdachte geen enkel inzicht in de aard van het eigen gedrag en neigt hij tot ontkennen en bagatelliseren. De kans dat verdachte verder gaat met het meer fysiek worden naar zijn slachtoffers, acht de deskundige dan ook aanwezig. Gezien het verloop van het onderzoek is onduidelijk in hoeverre specifieke agressieproblematiek een rol speelt of kan spelen in verdere escalatie van het delictgedrag.

De deskundige stelt vast dat er nog geen eenduidige diagnostische conclusie is te trekken binnen het ambulante onderzoek. De geconstateerde beperkingen en belemmeringen zouden kunnen passen binnen een autismespectrumstoornis, ware het niet dat deze diagnose niet past binnen de hetero-anamnestische gegevens. Ook een ernstige persoonlijkheidsstoornis (met antisociale aspecten) is niet uit te sluiten. Gezien de structurele aard van beide mogelijkheden zal er ook ten tijde van het tenlastegelegde bij verdachte sprake zijn geweest van relevante problematiek, zodanig dat de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde mede daaruit verklaard kan worden. Duidelijk is dat er bij verdachte sprake is van dermate evidente beperkingen op een veelheid aan gebieden dat hij in complexe situaties, gerelateerd aan delictgedrag, aanzienlijk minder dan de gemiddelde mens in staat moet worden geacht de situatie in te schatten en te overzien en het eigen gedrag bij te sturen. Geadviseerd wordt om verdachte, indien het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard, verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

In het rapport van P.A. de Mon van 23 mei 2011 is overwogen dat bij verdachte sprake lijkt te zijn van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een autisme spectrum stoornis. Mocht deze diagnose verworpen worden, dan is het zeer waarschijnlijk dat er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Gezien de duurzaamheid van beide diagnoses die hiervoor als mogelijkheid zijn geformuleerd, was hier ook sprake van ten tijde van hetgeen verdachte ten laste wordt gelegd. Op grond van het feit dat er sprake is van ernstige psychopathologie, kan er gesteld worden dat betrokkene met betrekking tot het tenlastegelegde, indien bewezen, als verminderd tot sterk verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd dient te worden. Zorgelijk is dat het delictgedrag van verdachte sinds jaren bestaat en dat hij ondanks justitieel ingrijpen (in 2010 werd hij veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten) zelf niet in staat is zich te begrenzen en blijf recidiveren. Zorgelijk is ook dat verdachte geen enkel besef heeft van de laakbaarheid van zijn gedrag, er nogal bagatelliserend over doet en zijn grenzen steeds meer lijkt te verleggen voor eigen (seksuele) genoegdoening zonder dat hij rekening houdt met wat hij met zijn uitlatingen en presentatie bij derden teweegbrengt. Nu het er op lijkt dat verdachte zijn grenzen steeds meer verlegt, is het niet uitgesloten dat hij uiteindelijk fysiek contact met jonge vrouwen gaat afdwingen om zijn (seksuele) behoeften te kunnen bevredigen, om een gevoel van macht en/of spanning te kunnen ervaren dan wel om zijn agressie te kunnen uitageren. De kans op soortgelijk gedrag als hem nu wordt tenlastegelegd, wordt als hoog ingeschat. Dat verdachte behandeling behoeft om zijn delictgedrag te problematiseren en om hem, indien mogelijk, de laakbaarheid van zijn gedrag in te laten zien, moge duidelijk zijn.

In de eindrapportage van Kairos forensische polikliniek van 24 september 2012 is omschreven dat verdachte vanaf 6 oktober 2011 tot 24 september 2012 op basis van aanwijzingen van de reclassering bij Kairos in behandeling is geweest. Voorts is vermeld dat verdachte een verbaal zeer vaardige, jonger ogende man is met forse beperkingen op emotioneel, introspectief, zelfkritisch, empathisch en relationeel gebied en hij qua belevingswereld een lege afgevlakte indruk maakt. Hij is vooral reactief en egocentrisch gericht. Hij functioneert op zwakbegaafd intellectueel niveau en er is sprake van trekken van psychopathie. Hij scoort zeer hoog op de factor “agressief narcisme”. Hij scoort echter laag op de factor “impulsieve levensstijl”. Of er sprake is van psychopathie in engere zin, of dat de boven beschreven persoonlijkheidskenmerken voortkomen vanuit hechtingsproblematiek is niet duidelijk. Er lijkt al met al geen sprake van een autistiforme stoornis. Gezien de relatief hoge score op de psychopathie-checklist en het feit dat verdachte zijn delict (-gerelateerde) gedrag reeds jarenlang voortzet, is er blijvend sprake van een hoog recidiverisico. Verdachte lijkt weinig leerbaar. Zolang hij geen lijdensdruk ervaart is ambulante behandeling zinloos. Kairos zal de behandeling dan ook afsluiten. Mocht er in de toekomst opnieuw sprake zijn van delictpleging, dan lijkt klinische behandeling in een stevig forensisch kader geïndiceerd. Mocht verdachte recidiveren dan lijkt een ambulante behandeling onvoldoende mogelijkheden te bieden voor delictpreventie. Een klinische opname lijkt dan beter passend bij de hardnekkige problematiek.

Het hof stelt vast dat verdachte blijkens de hiervoor bewezenverklaarde feiten niet alleen is doorgegaan met zijn delictgedrag, maar thans ook op gewelddadige wijze fysiek contact met jonge vrouwen heeft afgedwongen. Hoewel de deskundigen niet tot een eenduidige diagnose zijn gekomen, constateert het hof dat reeds in 2011 een ziekelijke stoornis dan wel een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bij verdachte is vastgesteld waarbij verdachte de destijds bewezenverklaarde feitelijke aanranding van de eerbaarheid minst genomen in verminderde mate kon worden toegerekend. De ingezette ambulante behandeling bij Kairos is zinloos gebleken, zodat verdachte als onbehandeld moet worden beschouwd. Het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien maakt dat het hof in voldoende mate aannemelijk acht dat verdachte ook ten tijde van het begaan van de onderhavige feiten lijdende was aan een ziekelijke stoornis dan wel een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte beïnvloedde. Het hof zal verdachte voor de bewezenverklaarde feiten als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

De door verdachte begane feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Het hof is van oordeel dat - gelet op het voorgaande en de houding van verdachte die ter terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven niet mee te willen werken aan een nader onderzoek van zijn persoonlijkheid en geen enkele noodzaak ziet voor een behandeling - de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege eist.

Nu de bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren te boven gaan.

Nu het hof, anders dan de rechtbank, aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal opleggen en het hof aannemelijk acht dat de bewezenverklaarde feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend, komt het hof tot oplegging van een lagere gevangenisstraf dan de rechtbank heeft opgelegd. Hoewel het hof twee feiten minder bewezen acht dan de advocaat-generaal ziet het hof, gelet op de ernst van de feiten en gelet op de recidive, aanleiding om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dezelfde duur als die is gevorderd door de advocaat-generaal, op te leggen.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen iPhone is het hof evenals de rechtbank van oordeel dat deze dient te worden onttrokken aan het verkeer, nu op deze telefoon foto’s en filmpjes stonden van gluurincidenten. Gelet hierop is de telefoon een voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en is deze aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvan hij is verdacht. De telefoon kan voorts dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 935,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is niet betwist, noch wat betreft het rechtstreeks verband tussen de vordering en het bewezenverklaarde feit noch wat betreft de hoogte ervan, zodat deze voor toewijzing gereed ligt. De hoogte van de vordering komt het hof niet onredelijk voor. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen tot het bedrag van € 935,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.142,90. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 754,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is niet betwist, noch wat betreft het rechtstreeks verband tussen de vordering en het bewezenverklaarde feit noch wat betreft de hoogte ervan, zodat deze voor toewijzing gereed ligt. De hoogte van de vordering komt het hof niet onredelijk voor. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen tot het bedrag van € 754,95, bestaande uit € 154,95 als vergoeding voor materiële schade en € 600,- als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.395,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.145,-. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is niet betwist, noch wat betreft het rechtstreeks verband tussen de vordering en het bewezenverklaarde feit noch wat betreft de hoogte ervan, zodat deze voor toewijzing gereed ligt. De hoogte van de vordering komt het hof niet onredelijk voor. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen tot het bedrag van € 2.395,-, bestaande uit € 145,- als vergoeding voor materiële schade (jas € 120,- en taxikosten € 25,-) en € 2.250,- als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.370,- vanaf 25 mei 2013 en over een bedrag van € 25,- (taxikosten) vanaf 29 mei 2013, tot aan de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.000,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.500,-. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is niet betwist, noch wat betreft het rechtstreeks verband tussen de vordering en het bewezenverklaarde feit noch wat betreft de hoogte ervan, zodat deze voor toewijzing gereed ligt. De hoogte van de vordering komt het hof niet onredelijk voor. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen tot het bedrag van € 5.000,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 246, 248a en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 primair en 5 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 subsidiair, 4, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3 subsidiair, 4, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een zwarte iPhone.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 935,00 (negenhonderdvijfendertig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 935,00 (negenhonderdvijfendertig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 754,95 (zevenhonderdvierenvijftig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 154,95 (honderdvierenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 754,95 (zevenhonderdvierenvijftig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 154,95 (honderdvierenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en

€ 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.395,00 (tweeduizend driehonderdvijfennegentig euro) bestaande uit € 145,00 (honderdvijfenveertig euro) materiële schade en € 2.250,00 (tweeduizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat het toegewezen bedrag ter hoogte van € 120,- (jas) aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat het toegewezen bedrag ter hoogte van € 25,- (taxikosten) aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.395,00 (tweeduizend driehonderdvijfennegentig euro) bestaande uit € 145,00 (honderdvijfenveertig euro) materiële schade en € 2.250,00 (tweeduizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 33 (drieëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade (€ 120,- voor de jas) vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade (€ 25,- aan

taxikosten) vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6] , ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. M. Barels en mr. J.D. den Hartog, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Muradov, griffier,

en op 22 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 22 november 2017.

Tegenwoordig:

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal,

mr. A. Muradov, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Het bewijs is terug te vinden in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, OPS dossiernummer PL0800-2013067420, onderzoek 08ALTRADE, gesloten op 7 oktober 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld, en in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte eindproces-verbaal, OPS dossiernummer PL0800-2013067420, dossier D, onderzoek 08ALTRADE, gesloten op 29 september 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 79-84.

3 NFI rapport, aanvullend DNA-onderzoek, van rapporteur J. Klaver d.d. 8 oktober 2013, p. 6.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 178-180.

5 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 3] , met bijlagen, p. 184-197.

6 NFI rapport, aanvullend DNA-onderzoek, van rapporteur J. Klaver d.d. 8 oktober 2013, p. 7.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 271-276.

8 NFI rapport, onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, van rapporteur H.J.T. [verbalisant 3] d.d. 8 augustus 2013, p. 1.

9 NFI rapport, aanvullend DNA-onderzoek, van rapporteur H.J.T. [verbalisant 3] d.d. 24 september 2013, p. 2.

10 Proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , p. 423-427.

11 Document politie Gelderland-Zuid, inhoudende persoonsgegevens van verdachte, p. 724-725.

12 Proces-verbaal van informatief gesprek [slachtoffer 6] , p. D98-D103.

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. D104-D114.

14 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 6] , met bijlagen, p. D117-D128.

15 Schriftelijk bescheid, te weten een uitgewerkt tapverslag, p. D130-D131.

16 Schriftelijk bescheid, te weten een uitgewerkt tapverslag, p. D142.

17 Proces-verbaal van informatief gesprek [slachtoffer 7] , p. D166-D173.

18 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. D206-D217.

19 Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van aangeefster [slachtoffer 7] d.d. 22 juli 2015, p. D218-D219.

20 Schriftelijk bescheid, te weten een uitgewerkt tapverslag, p. D175-D176.

21 Schriftelijk bescheid, te weten een samenvatting van een tapverslag, p. D179.