Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:10102

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-11-2017
Datum publicatie
20-11-2017
Zaaknummer
TBS P17/0301
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het wettelijke beslissingskader van de verlengingsrechter.

De rechtbank heeft zowel in de overwegingen als in het dictum opgenomen dat, zo verstaat het hof, het openbaar ministerie ervoor dient zorg te dragen dat door de reclassering voor de volgende verlengingszitting wordt gerapporteerd over de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (een zogenaamd maatregelenrapport). Voor een dergelijke imperatieve opdracht biedt het wettelijke beslissingskader van de verlengingsrechter geen ruimte. De verlengingsrechter kan zich in zijn overwegingen uitlaten over de wenselijkheid van een onderzoek door de reclassering naar de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor de volgende verlengingszitting, maar dit niet als onderdeel van zijn beslissing opleggen. Het hof zal de beslissing van de rechtbank daarom in zoverre vernietigen (vgl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 juni 2015, ECLI:NL:GHARL: 2015:4707).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P17/0301

Beslissing d.d. 9 november 2017

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1969,

verblijvende in [kliniek] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 31 juli 2017, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en een opdracht aan het openbaar ministerie “er voor zorg te dragen dat voor een volgende terechtzitting een rapport gereed is waarin is beschreven of, en zo ja, onder welke voorwaarden de dwangverpleging van betrokken voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd”.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 4 augustus 2017;

- de aanvullende informatie van [kliniek] van 24 oktober 2017.

Het hof heeft ter zitting van 26 oktober 2017 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Groningen, en de advocaat-generaal mr. A.M. de Vries.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde is gefrustreerd vanwege zijn inmiddels al lange verblijf binnen de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Zijn resocialisatie stagneert door incidenten die het gevolg zijn van plaatsing in een voor hem onwenselijke omgeving. De terbeschikkinggestelde begrijpt niet wat de kliniek van hem verwacht. Inmiddels is duidelijk dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een sterk beperkt verstandelijk vermogen. De terbeschikkinggestelde dient daardoor anders bejegend te worden. Dit beseft de kliniek nu ook. De kliniek is zoekende naar uitstroommogelijkheden voor de terbeschikking-gestelde. Gekeken moet worden naar een andere manier van beveiligen: naar een plek waar de terbeschikkinggestelde de juiste zorg, behandeling en bejegening krijgt. De recente ontwikkelingen maken het niet beter voor de terbeschikkinggestelde. Bij het laatste incident is de terbeschikkinggestelde echter meer slachtoffer dan dader. Ondanks dat zijn rol bij het incident relatief beperkt is, zijn de consequenties voor de terbeschikkinggestelde echter aanzienlijk. Er is sprake van een impasse. Wellicht kan de reclassering wel passende zorg zoeken voor de terbeschikkinggestelde. De externe psychiater [naam 1] en de externe psycholoog [naam 2] hebben aangegeven dat bij een goede afstemming, ondersteuning en medicatie een onderzoek naar de haalbaarheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege op zijn plaats is. Bij voldoende ondersteuning en toezicht is het recidiverisico gering. De raadsman heeft primair verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de reclassering de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Gelet op de ernst van de stoornis, het gegeven dat het recidivegevaar zowel bij een eventuele beëindiging van de terbeschikkingstelling als bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege als hoog wordt ingeschat, en het gegeven dat de terbeschikkinggestelde nog begeleiding nodig heeft, is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. De afgelopen maanden is er sprake geweest van een instabiel beeld. Er hebben zich meerdere incidenten voorgedaan met als gevolg dat de verlofmachtiging van de terbeschikkinggestelde is ingetrokken. Overplaatsing naar een vervolgvoorziening is thans niet aan de orde. De verwachting is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij de verlenging met een jaar. Gelet hierop heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar. Voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege acht de advocaat-generaal het nog te vroeg.

Het oordeel van het hof

Afwijzen verzoek

Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, gelet op het stadium waarin de behandeling en de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde zich thans bevinden, prematuur.

Gedeeltelijke vernietiging

De rechtbank heeft zowel in de overwegingen als in het dictum opgenomen dat, zo verstaat het hof, het openbaar ministerie ervoor dient zorg te dragen dat door de reclassering voor de volgende verlengingszitting wordt gerapporteerd over de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (een zogenaamd maatregelenrapport). Voor een dergelijke imperatieve opdracht biedt het wettelijke beslissingskader van de verlengingsrechter geen ruimte. De verlengingsrechter kan zich in zijn overwegingen uitlaten over de wenselijkheid van een onderzoek door de reclassering naar de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor de volgende verlengingszitting, maar dit niet als onderdeel van zijn beslissing opleggen. Het hof zal de beslissing van de rechtbank daarom in zoverre vernietigen (vgl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 juni 2015, ECLI:NL:GHARL: 2015:4707).

Het hof is voor het overige van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

Het hof heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.

Aanvullende overweging

Het hof acht het, gelet ook op de rapportages van psycholoog [naam 2] van 10 februari 2017 en van psychiater [naam 1] van 2 maart 2017, gewenst dat de kliniek de komende verlengingsperiode benut om te zoeken naar een vervolginstelling, die meer beantwoordt aan de beperkte intellectuele capaciteiten van de terbeschikkinggestelde.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 31 juli 2017 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde] voor zover deze betreft de opdracht aan het openbaar ministerie ervoor zorg te dragen dat door de reclassering voor de volgende verlengingszitting wordt gerapporteerd over de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Bevestigt voormelde beslissing voor het overige.

Aldus gedaan door

mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. P. van Dijken als raadsheren,

en drs. I.M. van Woudenberg en dr. J. Lucieer als raden,

in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis als griffier,

en op 9 november 2017 in het openbaar uitgesproken.

Mr. Van Dijken en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.