Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:9953

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-12-2016
Datum publicatie
10-01-2017
Zaaknummer
WAHV 200.164.476
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Stilstaan bij bord bushalte ter hoogte van geblokte markering op Schiphol. Onderbord. Oplegging van een sanctie dient achterwege te blijven in verband met de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.164.476

1 december 2016

CJIB 169987713

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland

van 18 november 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “stilstaan bij bord bushalte ter hoogte van geblokte markering”, welke gedraging zou zijn verricht op 3 maart 2013 om 12.57 uur op de Havenmeesterweg te Schiphol met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene voert aan dat de inleidende beschikking ten onrechte aan hem is opgelegd. De betrokkene ontkent niet dat hij op voormeld tijdstip en plaats met zijn voertuig op de betreffende locatie stond geparkeerd, maar voert aan dat dit was toegestaan of in elk geval niet aan hem kan worden verweten. Hiertoe voert hij aan dat hij door het bedrijf [bedrijf 1] was ingehuurd in verband met het vervoer van airline crew op Schiphol. De betrokkene had een bord van de luchtvaartmaatschappij ' [naam] ' en een parkeerschijf zichtbaar achter de voorruit geplaatst (aankomst 12.35 en vertrek 13.21). Dat het op de betreffende locatie slechts was toegestaan te parkeren met bussen vanaf 8 personen stond niet aangegeven en ook de bedrijven die de verbalisant noemt, te weten [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , maken gebruik van de betreffende locatie met andere voertuigen dan bussen vanaf 8 personen. De betrokkene begrijpt dan ook niet waarom het voor hem niet was toegestaan op de betreffende locatie te parkeren, terwijl de verbalisant kennelijk niet verbaliseert bij de door hem genoemde bedrijven. Vooral omdat niet stond aangegeven dat het parkeren exclusief voor die bedrijven is bedoeld en de betrokkene in opdracht van [bedrijf 1] handelde.

Ter onderbouwing van zijn standpunt zijn door de betrokkene foto's overgelegd, alsmede een factuur aan het bedrijf [bedrijf 1] voor het vervoer op 15 maart 2013.

Voorts voert de betrokkene aan dat bij de huidige stand van de techniek van de verbalisant mocht worden verwacht dat hij een foto van de gedraging had gemaakt, zodat voor de betrokkene duidelijk is welke situatie het betreft.

3. De betreffende gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder e, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990):

"De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: (…) bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord".

Het tweede lid van voornoemd artikel houdt nog het volgende in:

"Onderdeel e van het eerste lid geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers."

4. Artikel 1 van het RVV 1990 luidt, voor zover hier van belang:

"In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…)

autobus: motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen".

5. Van een verplichting voor de verbalisant om de gedraging door middel van een foto vast te leggen is geen sprake. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

6. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

"Soort voertuig: personenauto (…) Uitsluitend t.b.v. airline crew vervoer maximaal 1 uur. Betrokkene stond op een weggedeelte ter hoogte van een geblokte markering."

7. In het aanvullend proces-verbaal d.d. 7 juli 2015 verklaart de verbalisant het volgende, voor zover van belang:

"Ik heb het motorvoertuig inderdaad bekeurd op de Havenmeesterweg te Schiphol, omdat deze stond geparkeerd bij een bord bushalte met als onderbord "uitsluitend t.b.v. Airline crewvervoer maximaal 1 uur" ter hoogte van de geblokte markering. Het voertuig was verlaten en voldeed niet aan het begrip Bus, met meer dan 7 stoelen. Het is mij ambtshalve bekend dat deze strook waar het bovengenoemde voertuig stond geparkeerd was gecreëerd voornamelijk voor de bedrijven zoals [bedrijf 1] en [bedrijf 2] die de crew komen ophalen voor het Skyport gebouw."

Bij het aanvullend proces-verbaal zijn door de verbalisant foto's en een plattegrond gevoegd van de betreffende situatie. Op die foto's staan meerdere taxivoertuigen van het bedrijf [bedrijf 1] afgebeeld. Het betreffen grotendeels voertuigen die niet geschikt zijn voor het vervoer van meer dan 8 personen.

8. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de betreffende gedraging is verricht. Niet ter discussie staat dat het voertuig van de betrokkene niet is ingericht voor vervoer van meer dan 8 personen, zodat het voertuig geen autobus betreft en derhalve niet bij een bushalte ter hoogte van de geblokte markering mocht stilstaan. Gesteld noch gebleken is dat sprake was van het onmiddellijk laten in - en uitstappen van passagiers.

9. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er (andere) redenen zijn de oplegging van een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

10. Uit de omschrijving van het onderbord bij het bord 'bushalte' en de verklaring van de verbalisant volgt dat sprake is van een bufferzone voor voertuigen die zich bezig houden met het vervoer van crewleden van de luchtvaartmaatschappijen. Uit de aanvullende verklaring van de verbalisant en de daarbij gevoegde foto's lijkt bij de handhaving in de praktijk geen onderscheid te worden gemaakt of een voertuig is ingericht voor vervoer van meer dan 8 personen, maar lijkt van belang of sprake is van vervoer ten behoeve van airline crewleden.

Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene aannemelijk gemaakt dat hij zich ten tijde van de gedraging in opdracht van het bedrijf [bedrijf 1] zichtbaar bezig hield met het vervoer van crewleden van luchtvaartmaatschappij [naam] . Gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, is het hof van oordeel dat oplegging van een sanctie achterwege dient te blijven.

11. Het voorgaande leidt ertoe dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen en met gegrondverklaring van het beroep de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking zal vernietigen. Tevens zal het hof bepalen dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene zal worden gerestitueerd.

12. Gesteld noch gebleken is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 2 oktober 2013, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 169987713 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.