Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:9863

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
08-12-2016
Zaaknummer
200.180.652/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koop van roerende zaken. Beroep op buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst wegens non-conformiteit faalt. Niet voldaan aan het vereiste van verzuim (artikel 6:265 lid 2 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3712
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.180.652/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3644462 \ CV EXPL 14-10572)

arrest van 6 december 2016

in de zaak van

MTC EAS GMBH,

gevestigd te [A] (Duitsland),

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: MTC,

advocaat: mr. C.J. Tijman, kantoorhoudend te Ede,

tegen

[geïntimeerde] ,
handelende onder de naam [geïntimeerde] Trading & Advice,

wonende te [B] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. J.A. Venema, kantoorhoudend te Emmen.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 29 december 2015 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de comparitie na aanbrengen,
- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord (met producties).

1.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

1.3

MTC vordert in hoger beroep:
"(…) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het eindvonnis van 3 november 2015 door de rechtbank Noord-Nederland, kamer voor kantonzaken, locatie Assen rechtbank onder rolnummer 3644462 \ CV EXPL 14-10572 tussen MTC als eiseres in conventie/gedaagde in reconventie en de heer [geïntimeerde] als gedaagde in conventie/eiser in reconventie gewezen en, opnieuw rechtdoende,

In conventie
de heer [geïntimeerde] te veroordelen aan MTC - tegen behoorlijk bewijs van kwijting - te

betalen een bedrag van € 5.291,42, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 4.352,00, vanaf 29 oktober 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening afwijzing van de vordering van de heer [geïntimeerde]

In reconventie

De vordering van de heer [geïntimeerde] af te wijzen.

Het voorgaande met veroordeling van de heer [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties in conventie en reconventie."

2 De feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.2 tot en met 2.14 van het bestreden vonnis van 3 november 2015, met dien verstande dat bij de vaststelling onder 2.1.8 is rekening gehouden met de stellingen van MTC in de memorie van grieven onder 12 e.v., die het hof opvat als grieven tegen de feiten.

2.1.1

MTC exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met de groothandel in

beveiligingsartikelen voor de detailhandel. MTC verkoopt en levert aan distributeurs waaronder [geïntimeerde] Trading & Advice.

2.1.2

Op 27 augustus 2013 heeft [geïntimeerde] bij MTC een bestelling geplaatst voor de levering

van een partij alarmlabels en ontkoppelaars.

2.1.3

Voorafgaand aan de levering is [geïntimeerde] op het kantoor van MTC geweest om te bekijken en te verifiëren of de labels een goede detectie hadden op een afstand van 1.50 meter. MTC verzekerde dat dit het geval was en heeft in dat kader een label getest in het bijzijn van [geïntimeerde] om aan te tonen dat de gevraagde detectie gewaarborgd was. De test vond plaats op het kantoor van MTC op de systeem van MTC, een RF 8,2 Mhz-antenne, zijnde het

detectiesysteem dat MTC aan haar reguliere afnemers verkoopt.

2.1.4

Op 11 september 2013 heeft MTC aan [geïntimeerde] een factuur ad € 182,- met nummer

[00000] alsmede een factuur ad € 8.340,- met nummer [00001] verzonden.

2.1.5

Op de genoemde facturen staan de door MTC gehanteerde betalingscondities vermeld, te weten een aanbetaling van 50% en betaling van het restant binnen 30 dagen na factuurdatum. [geïntimeerde] heeft ter zake de factuur met nummer [00001] een aanbetaling van 50% voldaan, te weten € 4.170,-.

2.1.6

Na aflevering ontving [geïntimeerde] klachten van zijn klanten, in dit geval 20 Kennedy

winkels, dat de detectie van de alarmlabels in de winkels onvoldoende was. [geïntimeerde] heeft

deze klachten kenbaar gemaakt aan MTC.

2.1.7

Bij e-mail van 26 september 2013 schrijft [geïntimeerde] aan [C] van MTC als

volgt:

"Hallo [C] ,

Ik krijg van mijn klanten te horen dat de labels geen detectie genoeg hebben op de poortjes.

Destijds heb ik jullie een test laten doen en werkte dit op 1.70 m

Andre gaf mij ook aan dat ze zeker tot 1.50-1.60m werken.

Nu is het zo dat ze maar zo'n 1.20-1.30m detectie hebben.

Hier is mijn klant niet blij mee aangezien ik het aan hen verkocht heb met een max. detectie

van I.50m en dit nu niet het geval is.

Hoe kunnen we dit oplossen?"

2.1.8

Op 4 december 2013 heeft MTC een klant van [geïntimeerde] gesproken over de problemen

met de labels. MTC heeft tijdens dit gesprek aan de klant te kennen gegeven dat de geleverde alarmlabels niet de juiste waren voor de systemen van de klant. MTC heeft kosteloos een aantal ontkoppelaars vervangen en aangeboden om de labels kosteloos te vervangen voor een

andere variant. Daarop heeft de klant aan MTC laten weten dat zij de wisseling van labels via

hun eigen leverancier (dus [geïntimeerde] Trading & Advice) wilde laten lopen.

2.1.9

Op 20 december 2013 heeft [geïntimeerde] per e-mailbericht aan MTC te kennen gegeven de koopovereenkomst buitengerechtelijk te willen ontbinden. Het desbetreffende e-mailbericht luidt, voor zover van belang, als volgt:
"Zoals al eerder in een mail heb aangegeven en in een sms gesprek met [D] , voldoen de labels en ontkoppelaars niet aan de door MTC aangegeven kwaliteit.
De detectie is niet toereikend in de winkels op de bestaande systemen.
Tevens zijn [D] en [E] ongevraagd en zonder mij hierover vooraf te informeren naar MIJN klant gegaan, te weten Kennedy mode te [F] om buiten mij om te praten over een oplossing.
Tijdens een gesprek die de heren kennelijk nodig vonden is er bij mijn klant aangegeven door [D] en [E] , dat de labels inderdaad niet goed genoeg zijn om de door MTC aangegeven en bevestigde afstand van 1.70m te halen.
Het minimale wat deze labels moesten halen aan detectie was door mij aangegeven op 1.50m en dit zou volgens [D] geen enkel probleem zijn.
Tijdens het gesprek wat de heren van MTC met mijn klant hadden zouden de geleverde labels nu ineens te klein zijn en een maximale afstand van 1.30m kunnen halen.
De heren van MTC hebben mijn klant aangeboden om andere (grotere) labels te leveren die wel een goede detectie zouden hebben.
(…)
Jullie zullen begrijpen dat ik niet accepteer dat een leverancier waar ik de betreffende producten heb afgenomen hierna naar mijn klant gaat om te proberen een "deal" te sluiten.
Ik heb meerdere keren gevraagd om met een oplossing te komen en hier is men van MTC aan voorbijgegaan en heeft dit zonder mijn goedkeuring en medeweten met mijn klant besproken.
Dit is niet de normale gang van zaken.
Na overleg met mijn klant zullen we het volgende gaan doen.
Alle 66.000 labels welke door MTC aan [geïntimeerde] Trading zijn geleverd zullen worden retour gezonden naar MTC.
De 20 ontkoppelaars welke door MTC aan [geïntimeerde] Trading zijn geleverd zullen worden retour gezonden naar MTC.
De aanbetaling die [geïntimeerde] Trading heeft gedaan aan MTC van € 4170,- voor de geleverde producten dient MTC terug te storten op het bankrekening nummer van [geïntimeerde] Trading and Advice, ING [00002] .
Het restant bedrag waaraan u nu refereert zal dan ook niet worden voldaan aan MTC.
De nieuwe labels en ontkoppelaars welke ik ga leveren aan mijn klant zal ik elders afnemen en niet van MTC.
Aangezien het vertrouwen in MTC ernstig is beschadigd en er na meerdere verzoeken van mij om met een oplossing te komen hier niets mee is gedaan is er geen basis meer om met elkaar verder zaken te doen.
(…)"

2.1.10

In reactie daarop schrijft [D] namens MTC bij e-mail bericht van 20 december 2013 aan [geïntimeerde] - voor zover relevant - als volgt:


"(…)
Als statement zou ik in ieder geval willen melden dat ik het met door jou onderstaande beweerdingen absoluut niet eens ben.
Om jou toch een helpende hand te bieden willen wij jou het finale aanbod te doen om alle

66.000 labels en pinnen in goede staat, onbeschadigd, en in originele verpakking aan ons te

retourneren voor het eind van dit jaar 2013. Zodra wij deze hebben ontvangen en hebben

gecontroleerd zullen wij jou een credit nota sturen en het reeds door jou betaalde bedrag

retourneren.

Indien wij de besproken labels en pinnen niet op de datum van 31 December 2013 zoals

boven omschreven hebben ontvangen, zullen wij gerechtelijke stappen gaan ondernemen om

het resterende openstaande bedrag te incasseren."

2.1.11

Bij brief van 23 januari 2014 heeft MTC [geïntimeerde] aangemaand tot betaling van het openstaande bedrag. Op 11 februari 2014 en 24 februari 2014 heeft het door MTC ingeschakelde incassobureau aanmaningen tot betaling verzonden aan [geïntimeerde] .

2.1.12

Op 5 juni 2014 heeft [geïntimeerde] alle alarmlabels geretourneerd aan MTC. MTC heeft de

labels geweigerd en aan [geïntimeerde] teruggezonden.

2.1.13

De gemachtigde van [geïntimeerde] heeft MTC bij brief van 30 juli 2014 gesommeerd om

over te gaan tot (terug)betaling van de aanbetaling ad € 4.170,- aan [geïntimeerde] . MTC heeft

hieraan geen gehoor gegeven.

2.1.14

Bij brief van 28 oktober 2014 heeft MTC [geïntimeerde] gesommeerd om de factuur ad

€ 182,- met nummer [00000] alsmede de (restant) factuur ad € 4.170,- met nummer [00001] te betalen. [geïntimeerde] heeft niet betaald.

3 Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg

3.1

MTC heeft in eerste aanleg in conventie gevorderd, verkort weergegeven, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een bedrag ad € 5.291,42, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 4.352,-, vanaf 29 oktober 2014 tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede tot betaling van proceskosten.

3.2

[geïntimeerde] heeft in reconventie - na wijzing van eis - gevorderd, verkort weergegeven, dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. zal verklaren voor recht dat MTC niet heeft voldaan aan haar verplichtingen uit hoofde van

de tussen partijen bestaande overeenkomst;

II. zal bepalen dat de tussen [geïntimeerde] en MTC tot stand gekomen overeenkomst, zoals

neergelegd in de opdracht d.d. 27 augustus 2013 ontbonden is, althans deze overeenkomst

zal ontbinden;

III. MTC zal veroordelen om binnen 5 dagen na het vonnis aan [geïntimeerde] te voldoen een bedrag van € 4.419,- (bestaande uit de aanbetaling ad € 4.170,- en de verzend- en opstalkosten ad € 249,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 25 augustus 2014 en buitengerechtelijk kosten, met veroordeling van MTC in de kosten van het geding en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.3

De kantonrechter heeft de vordering in conventie afgewezen en de vordering in reconventie grotendeels toegewezen, met veroordeling van MTC in de kosten van de procedure, zowel in conventie als in reconventie.

4 Met betrekking tot de internationale bevoegdheid

4.1

Krachtens artikel 2 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken is de Nederlandse rechter bevoegd om van dit geschil kennis te nemen, nu [geïntimeerde] woonplaats heeft in Nederland.

5 Met betrekking tot het toepasselijke recht

5.1

Krachtens artikel 3 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. Volgens het tweede lid van dit artikel kunnen partijen te allen tijde overeenkomen de overeenkomst aan een ander recht te onderwerpen dan het recht dat deze voorheen beheerste, hetzij op grond van een vroegere rechtskeuze overeenkomstig dit artikel, hetzij op grond van een andere bepaling van deze verordening.

5.2

Aangezien de kantonrechter het Nederlandse recht op de overeenkomst heeft toegepast en partijen hiertegen in hoger beroep geen bezwaar hebben gemaakt, houdt het hof het ervoor dat zij (stilzwijgend) hebben gekozen voor de toepasselijkheid van het Nederlandse recht overeenkomstig het tweede lid van artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 593/2008.

6. De beoordeling van de grieven en de vordering in hoger beroep

6.1

Het gaat in deze zaak om het volgende.
MTC vordert betaling door [geïntimeerde] van de koopsom van door haar aan [geïntimeerde] geleverde alarmlabels en ontkoppelaars. [geïntimeerde] voert, samengevat en zakelijk weergegeven, het volgende verweer tegen deze vordering.
MTC heeft hem voorafgaand aan de koop verzekerd dat de labels een detectie tot minimaal 1.50 meter hebben. Bij de klant aan wie [geïntimeerde] de labels heeft geleverd (Kennedy), is echter gebleken dat de labels slechts een detectie van circa 1.30 meter hebben. De labels voldoen derhalve niet aan de verwachtingen die hij op grond van de overeenkomst mocht hebben, zodat sprake is van non-conformiteit (artikel 7:17 BW). Dit brengt mee dat MTC is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Om die reden heeft [geïntimeerde] de overeenkomst op 20 december 2013 buitengerechtelijk ontbonden.
MTC betwist dat [geïntimeerde] mocht verwachten dat de labels geschikt waren voor het, naar de mening van MTC, a-typische, verouderde systeem van Kennedy. Zij betwist dan ook dat sprake is van non-conformiteit en dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst. Voorts betoogt zij dat zij niet in gebreke is gesteld en derhalve niet in verzuim verkeerde. Ook betwist zij dat [geïntimeerde] op 20 december 2013 een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring heeft afgelegd.

6.2

Het hof stelt het volgende voorop.
Voor een succesvol beroep op ontbinding van de overeenkomst op grond van artikel 6:265 BW dient sprake te zijn van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst (lid 1). Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, stelt het tweede lid van artikel 6:265 BW als vereiste voor het ontstaan van de bevoegdheid tot ontbinding dat de schuldenaar in verzuim verkeert. [geïntimeerde] heeft niet dan wel onvoldoende onderbouwd gesteld dat levering van andere, wél geschikte labels niet meer mogelijk was. Hetgeen [geïntimeerde] in zijn e-mailbericht van 20 december 2013 heeft aangevoerd omtrent het uitblijven van een oplossing van de zijde van MTC, is daartoe naar het oordeel van het hof ontoereikend. Uit deze e-mail blijkt immers dat MTC (rechtstreeks aan Kennedy) heeft voorgesteld grotere labels te leveren die wél een goede detectie hadden. Daaruit blijkt dat MTC nog wel een alternatief had, met andere woorden dat (deugdelijke) nakoming alsnog mogelijk was.
Dit brengt mee dat in dit geval verzuim van MTC vereist is. Voor verzuim is in beginsel een ingebrekestelling vereist, bestaande in een schriftelijke aanmaning waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld (zie artikel 6:82 lid 1 BW).

6.3

Nu MTC betwist dat zij in gebreke is gesteld en in verzuim verkeerde (zie grief IV), zal het hof eerst beoordelen of aan het vereiste van verzuim is voldaan. Als dit niet het geval is, heeft de (gestelde) buitengerechtelijke ontbindingsverklaring immers hoe dan ook geen effect gesorteerd. Het hof kan dan in het midden laten of al dan niet sprake is van non-conformiteit van de alarmlabels.

6.4

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Anders dan [geïntimeerde] stelt, voldoet zijn mail aan MTC d.d. 26 september 2013 (zie hiervoor onder 2.1.7) niet aan de eisen van een ingebrekestelling (artikel 6:82 lid 1 BW), aangezien hij MTC daarin niet aanmaant om binnen redelijke termijn alsnog deugdelijke labels te leveren.

6.5

[geïntimeerde] betoogt dat hij niet inziet op welke (andere) wijze hij MTC in gebreke had moeten stellen. Volgens hem had een ingebrekestelling MTC ook niet in een andere situatie gebracht. MTC heeft immers nimmer aangegeven dat zij betere of andere labels zou kunnen leveren. Zij heeft enkel volgehouden dat haar labels conform waren, aldus [geïntimeerde] .

6.6

Voor zover [geïntimeerde] hiermee heeft beoogd te stellen dat geen ingebrekestelling vereist was, heeft hij dit naar het oordeel van het hof niet dan wel onvoldoende onderbouwd. De stelling van [geïntimeerde] dat MTC steeds heeft volgehouden dat haar labels conform waren en nimmer heeft aangegeven dat zij betere of andere labels zou kunnen leveren (memorie van antwoord onder 59), is namelijk niet een mededeling waaruit [geïntimeerde] heeft moeten afleiden dat MTC in de nakoming van haar verbintenis (tot deugdelijke nakoming) zou tekortschieten. Door die mededeling is dus niet het verzuim van rechtswege ingetreden (artikel 6:83 lid 1 sub c BW). Deze stelling is eveneens ontoereikend om aan te kunnen nemen dat uit de houding van MTC bleek dat aanmaning nutteloos zou zijn, zodat ingebrekestelling kon plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit bleek dat zij voor het uitblijven van deugdelijke nakoming aansprakelijk werd gesteld (artikel 6:82 lid 2 BW).

Ten slotte is (niet voldoende onderbouwd) gesteld dat en waarom de eisen van redelijkheid en billijkheid in dit geval meebrengen dat een ingebrekestelling achterwege kon blijven dan wel dat het beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

6.7

Zoals hiervoor onder 6.2 overwogen, blijkt uit het e-mailbericht van [geïntimeerde] aan MTC d.d. 20 december 2013 dat MTC nog wel (rechtstreeks aan Kennedy) heeft voorgesteld om andere, grotere labels te leveren. De gelegenheid om andere, wél geschikte labels te leveren, heeft [geïntimeerde] MTC echter niet meer geboden. Hij geeft in die e-mail juist aan dat hij de labels bij een ander zal betrekken.

6.8

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat MTC niet in verzuim is geraakt, zodat [geïntimeerde] hoe dan ook niet bevoegd was tot ontbinding van de overeenkomst. Het hof behoeft dan ook niet in te gaan op de vraag of MTC is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst door non-conforme labels (en ontkoppelaars) te leveren.

6.9

Grief IV slaagt daarmee. De overige grieven kunnen bij gebrek aan belang onbesproken blijven.

6.10

In verband met de devolutieve werking van het hoger beroep dient het hof thans in te gaan op het in eerste aanleg door [geïntimeerde] gevoerde verweer dat partijen op 20 december 2013 overeenstemming hebben bereikt over de ontbinding van de overeenkomst (conclusie van antwoord tevens eis in reconventie onder 3.3).

6.11

Het hof volgt wat dit betreft het standpunt van MTC, dat erop neerkomt dat zij in haar e-mailbericht van 20 december 2013 (zie hiervoor onder 2.1.10) slechts een voorstel voor een minnelijke regeling heeft gedaan onder de voorwaarde dat [geïntimeerde] de labels en pinnen vóór 31 december 2013 zou retourneren. Dit blijkt uit de slotzin van dit bericht, waarin staat dat als de labels en pinnen niet vóór die datum zijn ontvangen, MTC gerechtelijke stappen zal ondernemen om het resterende openstaande bedrag te incasseren. Aangezien [geïntimeerde] de labels en ontkoppelaars pas op 5 juni 2014 heeft geretourneerd, heeft hij niet aan de gestelde voorwaarde voldaan en is het voorstel voor de minnelijke regeling vervallen. De overeenkomst is dan ook niet met instemming van MTC ontbonden. Dit verweer faalt derhalve.

6.12

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van MTC tot betaling van het nog openstaande bedrag, te vermeerderen met de gevorderde (en niet afzonderlijk weersproken) wettelijke handelsrente, toewijsbaar is.

6.13

MTC heeft daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 560,20 gevorderd. [geïntimeerde] heeft de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten betwist (conclusie van antwoord tevens eis in reconventie onder 4.1 e.v.).

6.14

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het verweer van [geïntimeerde] dat MTC onvoldoende heeft onderbouwd dat deze kosten zijn gemaakt, faalt. MTC heeft voldoende gesteld en met stukken onderbouwd dat [geïntimeerde] meerdere malen is aangemaand tot betaling van het openstaande bedrag (zie hiervoor onder 2.1.11, 2.1.13 en 2.1.14).
Het beroep van [geïntimeerde] op het ontbreken van een aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW) faalt, omdat [geïntimeerde] in haar verhouding tot MTC geen consument is.
Krachtens artikel 2 lid 1 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bedraagt de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten 15% van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de eerste € 2500,- van de vordering en 10% van het bedrag van de hoofdsom over de volgende € 2500,- van de vordering. Het hof stelt vast dat het gevorderde bedrag van € 560,20 hiermee in overeenstemming is en derhalve toewijsbaar is.
De slotsom

6.15

Het appel treft doel. Het hof zal het bestreden vonnis d.d. 3 november 2015 vernietigen en opnieuw recht doen. Het hof zal de vorderingen van [geïntimeerde] (in de oorspronkelijke reconventie) afwijzen. Het hof zal de vorderingen van MTC (in de oorspronkelijke conventie) toewijzen.

Het hof zal [geïntimeerde] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van beide instanties veroordelen.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg in conventie aan de zijde van MTC zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten

77,52

- griffierecht

262,-

totaal verschotten

339,52

en voor salaris advocaat/gemachtigde overeenkomstig het liquidatietarief:

2 punten x € 250,-

500,-

De kosten voor de procedure in eerste aanleg in de reconventie aan de zijde van MTC zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten

0,00

- griffierecht

0,00

totaal verschotten

0,00

en voor salaris advocaat/gemachtigde overeenkomstig het liquidatietarief:

½ x 1 punt x € 250,-

125,-

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van MTC zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten

77,84

- griffierecht

711,-

totaal verschotten

788,84

en voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief:

2 punten x € 632,- (tarief I)

1.264,-

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland te Assen van 3 november 2015 en doet opnieuw recht;


veroordeelt [geïntimeerde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan MTC te betalen een bedrag van € 5.291,42, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 4.352,- vanaf 29 oktober 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] wat betreft de eerste aanleg in conventie vastgesteld op € 500,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 339,52 voor verschotten, en in reconventie vastgesteld op € 125,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op nihil voor verschotten en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 1.264,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 788,84 voor verschotten;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. M.W. Zandbergen en mr. M.M.A. Wind en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op dinsdag 6 december 2016.