Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:9141

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
200.146.794/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Waardering getuigenbewijs na een gegeven bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.146.794

(zaaknummer rechtbank 370655\CV EXPL 13-1205)

arrest van 15 november 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. L. Caria,

tegen:

de stichting Stichting Domesta,

gevestigd te [A] ,

geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Domesta,

advocaat: mr. P. Keijzer.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 30 oktober 2013 en 22 januari 2014 die rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Emmen (hierna: de kantonrechter) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 7 april 2014,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord (met een productie).

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert in hoger beroep, samengevat, vernietiging van het vonnis van 22 januari 2014, verklaring voor recht dat de ontruiming onrechtmatig was en ongedaanmaking van de ontbinding, althans Domesta te veroordelen om een gelijkwaardige woning toe te wijzen, subsidiair te veroordelen tot vergoeding van schade later op te maken, met veroordeling van Domesta tot terugbetaling van hetgeen ter uitvoering van het vonnis is voldaan en in de proceskosten.

3
3. De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.5 van het vonnis van 30 oktober 2013, voor zover deze in hoger beroep niet zijn bestreden en die als volgt luiden:

1. [appellant] huurt sinds 14 januari 2008 een woning bij Domesta gelegen aan de [a-straat] 55, [A] .

2. [appellant] heeft een beperking in de vorm van ADHD en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. In de woonomgeving van [appellant] wonen meer mensen met soortgelijke beperkingen.

3. Vanaf april 2011 heeft Domesta klachten over [appellant] ontvangen.

4. In augustus 2012 is er een incident bij het inzamelpunt van oud papier geweest, waarbij [appellant] was betrokken.

5. Uit een gehouden buurtonderzoek van Domesta is gebleken dat de situatie in de buurt zodanig is dat sprake is van een burengeschil met twee kampen.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

Domesta heeft gevorderd de ontbinding van de huurovereenkomst met veroordeling van [appellant] tot ontruiming. Zij heeft daartoe aangevoerd dat [appellant] zich niet als een goed huurder heeft gedragen door te zorgen voor overlast, bedreigingen en (andere) misdragingen.

4.2

[appellant] heeft verweer gevoerd.

4.3

De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

4.4

De kantonrechter heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:

‘De kantonrechter stelt bij de beoordeling van dit geschil voorop dat [appellant] op grond van

het bepaalde in artikel 7:213 BW jo 6.3 en 6.7 van de algemene voorwaarden gehouden is

zich als een goed huurder te gedragen en ervoor zorgt dient te dragen dat aan omwonenden

geen overlast of hinder wordt veroorzaakt.

Naar oordeel van de kantonrechter is uit de door Domesta overgelegde stukken en

verklaringen alsmede de behandeling op de comparitie van 6 december 2013 genoegzaam

gebleken dat [appellant] zich niet aan voornoemde bepalingen houdt.

Domesta heeft aangegeven dat zij vanaf april 2011 klachten over het (woon)gedrag van

[appellant] ontvangt, onder meer bestaande uit geluidsoverlast. Uit de overgelegde stukken blijkt

dat deze geluidsoverlast met name bestaat uit het schreeuwen van [appellant] (onder meer op

straat en door de brievenbus van buren) en het draaien van harde muziek in zijn huis.

Tevens zien de klachten op fysiek en verbaal geweld van [appellant] jegens omwonenden en

derden. Genoemd is hierbij onder meer dat [appellant] een explosief karakter heeft, zich

dreigend en intimiderend opstelt, nare opmerkingen maakt en omwonenden bedreigt en

uitscheldt. Daarnaast is genoemd dat enkele omwonenden last hebben van fysieke

aantijgingen en zelfs mishandelingen door [appellant] . Domesta heeft ter aanvulling aangegeven

dat veel omwonenden op dit moment erg bang voor [appellant] zijn en zij heeft ter

onderbouwing van haar stellingen verwezen naar een uitdraai van haar elektronische

verslaglegging alsmede (nagezonden) (anoniem gemaakte) verklaringen van omwonenden.

De kantonrechter is van oordeel dat uit deze stukken genoegzaam blijkt dat [appellant]

overlast veroorzaakt die gelet op de aard, ernst en duur daarvan als onrechtmatig moet

worden gekwalificeerd. De kantonrechter overweegt daartoe dat uit de uit de stukken en de

behandeling en op de comparitie duidelijk is geworden dat sprake is geweest van meerdere

incidenten waar [appellant] betrokken bij is geweest en [appellant] herhaaldelijk, zowel fysiek als

verbaal, aanvaringen met buurtbewoners heeft gehad, waarvoor door bewoners ook enkele

malen de politie is ingeschakeld. Duidelijk geworden is verder dat omwonenden bang zijn,

zij [appellant] als bedreigend, intimiderend en provocerend ervaren en er grote onrust in de buurt

heerst als gevolg waarvan omwonenden zich onveilig voelen en sommige bewoners zelfs

vanwege [appellant] verhuisd zijn dan wel het voornemen hebben dit te doen.

Naar oordeel van de kantonrechter heeft [appellant] met zijn enkele ontkenning dat hij

overlast veroorzaakt, onvoldoende gemotiveerd bestreden dat hij de door Domesta

omschreven overlast veroorzaakt. Dat in tegenstelling daarvan sprake is van een hetze tegen

hem - zoals door [appellant] ter comparitie nogmaals herhaald - is naar oordeel van de

kantonrechter onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter betrekt hierbij dat Domesta in dit

verband heeft aangegeven dat zij naar aanleiding van deze klacht van [appellant] een

buurtonderzoek heeft gehouden en hieruit naar voren is gekomen dat inderdaad mogelijk

sprake is van een burengeschil met twee kampen, te weten [appellant] en een buurvrouw, maar

dat voornoemde klachten over [appellant] hiervan de oorzaak is. De betwisting van de juistheid

van de door Domesta overgelegde verklaringen van [appellant] en zijn stelling dat hij ook

verklaringen kan overleggen waaruit blijkt dat mensen wel tevreden over hem zijn, maakt

voorgaande niet anders nu [appellant] dergelijke verklaringen niet heeft overgelegd zodat van de

juistheid daarvan niet kan worden uitgegaan.

De kantonrechter overweegt dat ontruiming van een woning als laatste redmiddel dient

te worden ingezet. Duidelijk moet zijn dat voorafgaande aan een dergelijke ontruiming is

geprobeerd om op andere manieren tot een oplossing van het probleem te komen.

Naar oordeel van de kantonrechter heeft Domesta genoegzaam onderbouwd dat zij op

verschillende manieren heeft geprobeerd om het probleem op te lossen, maar dit niet tot een

vermindering van de overlast heeft geleid. Zo heeft Domesta aangegeven dat zij

herhaaldelijk heeft getracht [appellant] aan te spreken op zijn gedrag, maar [appellant] hiervoor niet

ontvankelijk is en hij niet bereid is om in gesprek te gaan. Nog los van het nut hiervan, is

gesteld noch gebleken dat [appellant] bij Domesta heeft gemeld dat hij het gesprek juist uit de

weg is gegaan om escalatie van de problemen te voorkomen, zoals door hem aangevoerd.

Uit de stukken en de behandeling op de comparitie is verder voldoende duidelijk geworden

dat Domesta [appellant] heeft aangeschreven, er diverse huisbezoeken zijn geweest en zij

zorg/hulpverlening heeft ingeschakeld en ook in het bijzijn van deze hulpverlening

gesprekken met [appellant] heeft getracht te voeren. Duidelijk geworden is dat deze maatregelen

echter niet voor een oplossing hebben gezorgd, maar dit op enig moment zelfs heeft geleid

tot aanvaringen met [appellant] . De kantonrechter betrekt hierbij dat [appellant] ook op de

comparitie geen blijk heeft gegeven van enig inzicht in de ontstane situatie dan wel begrip

voor de door Domesta aangeleverde klachten zodat een verbetering van de problemen niet is te

verwachten. Dit geldt temeer nu Domesta heeft aangegeven - en zij hiervan de meldingen

ook heeft overgelegd - dat bij haar na het uitbrengen van de dagvaarding klachten zijn

binnengekomen die erop duiden dat [appellant] verhaal is gaan halen bij omwonenden van wie

hij vermoedt dat zij over hem hebben geklaagd.

Anders dan [appellant] is de kantonrechter verder van oordeel dat de persoonlijke

achtergrond van [appellant] voorgaande niet anders maakt. Nu vast staat dat Domesta

zorg/hulpverlening heeft ingeschakeld om een oplossing te bereiken en zij in dit verband ook

heeft aangegeven dat zij met de zorgverlening die zich met [appellant] bezig houdt in overleg is

geweest, is door [appellant] onvoldoende onderbouwd dat Domesta niet voldoende rekening

heeft gehouden met zijn persoonlijke achtergrond en de beperkingen van [appellant] , zoals door

hem is gesteld. De kantonrechter acht hierbij eveneens van belang dat Domesta heeft

aangegeven dat de zorgverlening ook heeft benoemd dat [appellant] in zijn huidige omgeving te

veel stress en prikkels ervaart en [appellant] op de comparitie ook zelf heeft aangegeven dat hij

weg wil uit de buurt en de door hem gehuurde woning. Dat Domesta - anders dan zijn

zorgverlener - hem hierbij echter dient te steunen, gelet op zijn persoonlijke situatie en de

door hem gedane investeringen in de woning, zoals door [appellant] aangevoerd volgt niet uit de

huurovereenkomst.’

4.5

Vervolgens hebben partijen in het zicht van de geplande ontruimingsdatum een vaststellingovereenkomst gesloten die – onder meer – inhield dat [appellant] het gehuurde uiterlijk op 3 maart 2014 zou ontruimen, hetgeen [appellant] ook heeft gedaan.

5
5. De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

Domesta voert allereerst aan dat [appellant] door het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst en de uitvoering daarvan in het bestreden vonnis heeft berust, hetgeen zou behoren te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van [appellant] in het hoger beroep.

5.2

[appellant] heeft betwist dat hij met het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst heeft berust in het bestreden vonnis. Volgens hem strekte de overeenkomst er alleen toe om een gedwongen ontruiming te voorkomen. Domesta heeft zich ter onderbouwing van haar stelling beroepen op de inhoud van de overeenkomst die zij als productie heeft overgelegd bij haar memorie van antwoord. [appellant] heeft daar nog niet op kunnen reageren.
Voor berusting is nodig dat de in het ongelijk gestelde partij ( [appellant] ) jegens zijn wederpartij (Domesta) een houding heeft aangenomen waaruit in het licht van de omstandigheden van het geval ondubbelzinnig blijkt dat hij zich bij de uitspraak heeft neergelegd. De vraag of [appellant] middels de vaststellingsovereenkomst ondubbelzinnig aan Domesta kenbaar heeft gemaakt dat hij berustte in de uitspraak, zal het hof om proces-economische redenen laten rusten omdat, zoals hierna zal blijken, zijn grieven tegen het bestreden vonnis tevergeefs zijn voorgedragen.

5.3

[appellant] heeft tegen het bestreden vonnis drie grieven aangevoerd. De eerste grief behelst de klacht dat de kantonrechter heeft verzuimd een juiste belangenafweging te maken, althans inzichtelijk te maken hoe hij tot zijn bestreden beslissing is gekomen. De tweede grief stelt dat de kantonrechter er ten onrechte van uit is gegaan dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van huurovereenkomst die zo ernstig was dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst op korte termijn zou rechtvaardigen. De derde grief strekt kennelijk ten betoge dat de kantonrechter zijn vonnis ten onrechte mede heeft gebaseerd op anonieme getuigenverklaringen alsmede op niet nader door de verdediging te controleren stellingnames die het gevaar zouden kunnen meebrengen dat het vonnis de schijn van vooringenomenheid met zich zou kunnen brengen. De grieven stellen de vraag of sprake is geweest van gedragingen van [appellant] die de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen kunnen rechtvaardigen in volle omvang aan de orde en zullen daarom gezamenlijk worden behandeld.

5.4

Het hof stelt, naar aanleiding van de derde grief van [appellant] , voorop dat bewijs, waaronder bewijs van gedragingen, door alle middelen kan worden geleverd, dus ook door schriftelijke verklaringen van anonieme getuigen, en dat de rechter vrij is in de waardering van die bewijsmiddelen (art. 152 Rv.). Anders dan [appellant] meent, stond het de kantonrechter derhalve vrij om verklaringen van anonieme getuigen in zijn bewijsoverwegingen te betrekken. Dat laat onverlet dat verklaringen van anonieme getuigen in beginsel wel met de nodige behoedzaamheid benaderd dienen te worden, vanwege hun beperkte controleerbaarheid.
Anders dan [appellant] aanvoert, heeft de kantonrechter zich echter niet slechts gebaseerd op anonieme getuigenverklaringen, maar ook op een in een proces-verbaal vastgelegde verklaring van een met name genoemde persoon, alsmede op schriftelijke verklaringen van met name genoemde personen die concreet omschreven gebeurtenissen waarbij [appellant] was betrokken, hebben beschreven. Het gaat daarbij in het bijzonder om (a) een verklaring van de buurman van [appellant] , dhr. [B] , dat [appellant] hem op 16 juli 2011 toen hij, [B] , kwam klagen over geluidsoverlast, een kopstoot heeft gegeven en verschillende malen heeft geschopt, (b) een verklaring van dhr. [C] dat [appellant] hem bij het hiervoor onder 3.1 sub 4 genoemde incident heeft geschopt en (c) een verklaring van een medewerker van Domesta, [D] , dat bij een huisbezoek om de ontstane situatie rond de klachten over [appellant] te bespreken, [appellant] hem een harde duw richting de straat gegeven.

Daarnaast bevatten de anoniem in het geding gebrachte verklaringen – mede omdat deze zijn voorzien van dateringen - (ruimschoots) voldoende informatie omtrent (concreet omschreven) bezwaren tegen gedragingen van [appellant] .

5.5

Gelet op de veelheid aan verklaringen, de samenhang tussen die verklaringen waar het betreft het (onbeheerste) gedrag van [appellant] en de omstandigheid dat bij [appellant] sprake is van sociale beperkingen, staat voor het hof in beginsel genoegzaam vast dat [appellant] ernstige overlast heeft bezorgd aan omwonenden. Uit de verschillende verklaringen komt voldoende naar voren dat veel buren en buurtbewoners zich door [appellant] geïntimideerd voelen.

5.6

[appellant] is er (ook in hoger beroep) niet in geslaagd daar een andersluidende visie tegenover te stellen. Hij heeft in hoger beroep wel een aantal verklaringen overgelegd van buurtbewoners die verklaren dat zij geen overlast van hem hebben ondervonden, maar die verklaringen weerleggen nog niet de verklaringen van de bewoners die wel hebben geklaagd over overlast. De door [appellant] overgelegde verklaringen passen in het beeld dat sprake is van twee kampen in de buurt, maar weerleggen niet dat [appellant] daarbij jegens bepaalde buurtbewoners (ver) over de schreef is gegaan.

5.7

Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat het gedrag van [appellant] zoals dat uit de verscheidene verklaringen naar voren komt aangemerkt kan worden als een ernstige tekortkoming van [appellant] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De bejegening door [appellant] van niet alleen buren/omwonenden maar ook (een) medewerker(s) van Domesta kan niet door de beugel en behoeft niet te worden geaccepteerd. De omstandigheid dat bij [appellant] sprake is van psychische problematiek maakt dat niet anders. Ook in die situatie geldt dat er, rekening houdend met de belangen van derden (onder wie omwonenenden), grenzen zijn aan het gedrag. Die grenzen zijn door [appellant] niet in acht genomen.
Daar komt nog bij dat [appellant] medewerking aan begeleiding om tot verbetering te komen, heeft afgewezen. Dat dit wellicht samenhangt met zijn psychische problematiek, dient daarbij in zijn verhouding tot Domesta voor zijn rekening en risico te worden gelaten.

De omstandigheid dat Domesta bij het aangaan van de huurovereenkomst wellicht (enig) inzicht had in de psychische problematiek van [appellant] , biedt nog geen rechtvaardiging voor zijn gedrag en kan evenmin rechtvaardigen dat omwonenden daarvan hinder ondervinden. Dat [appellant] mogelijkerwijs aanvankelijk geen overlast heeft veroorzaakt, doet er niet aan af dat geconstateerd moet worden dat hij dat na een paar jaar wel is gaan doen; voor die omslag heeft [appellant] in deze procedure ook geen (redelijke) verklaring gegeven.

6 Slotsom

6.1

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Domesta zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 704,-

- salaris advocaat € 894,- (1 punten x tarief II)

Totaal € 1.598,-

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Emmen van 22 januari 2014;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Domesta vastgesteld op € 704,- voor verschotten en op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. G. Van Rijssen en mr. O.E. Mulder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 november 2016.