Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8937

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-11-2016
Datum publicatie
10-11-2016
Zaaknummer
200.142.201/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eindarrest na bewijsopdracht. In het kader van de bewijslevering is uitsluitend een partijgetuige gehoord. Beperking bewijskracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.142.201/01

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 431916 \ CV EXPL 13-4166)

arrest van 8 november 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. S.L. Elzinga, kantoorhoudend te Heerenveen,

tegen

Mr. Eric Smit, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Euro Sales Trading B.V.,

kantoorhoudende te Apeldoorn,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna: de curator,

advocaat: mr. P.J.F.M. de Kerf, kantoorhoudend te Nijmegen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 8 maart 2016 wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Op 28 juni 2016 heeft een getuigenverhoor aan de zijde van [appellant] plaatsgevonden, waarbij uitsluitend [appellant] als partijgetuige is gehoord. De curator heeft afgezien van contra-enquete. Partijen hebben vervolgens afgezien van het nemen van memories na enquete en hebben de stukken (opnieuw) overgelegd voor het wijzen van arrest. Het hof heeft arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In zijn tussenarrest heeft het hof [appellant] opgedragen te bewijzen dat hij met Euro Sales is overeengekomen dat een bedrag van € 11.902,87 terzake van door Euro Sales verzonden facturen werd verrekend met een vordering uit hoofde van schadevergoeding terzake van door Euro Sales aan [appellant] geleverde ondeugdelijke pootlampen.

2.2.

[appellant] heeft in het kader van het aan hem opgedragen bewijs uitsluitend zichzelf als getuige doen horen. De verklaring van [appellant] als partijgetuige omtrent door hem te bewijzen feiten kan geen bewijs in zijn voordeel opleveren, tenzij de verklaring van [appellant] strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. De beperking van de bewijskracht van de verklaring van de partijgetuige geldt niet als er aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen, dat zij de verklaring van de partijgetuige voldoende geloofwaardig maken (ECLI:NL:HR:1995:ZC1688).

2.3.

[appellant] heeft tijdens het getuigenverhoor onder meer het volgende verklaard.

"(…) Ik weet niet meer precies in welke maanden de pootlampen zijn geleverd, maar het was in 2010 en voordat ik gestopt ben met de betaling van de rekeningen van Euro Sales. Het gaat om de facturen van oktober en november 2010. Die zijn niet betaald. Het was eigenlijk een betalingsstop, tot het probleem met de pootlampen zou zijn opgelost. Euro Sales had in denk ik ongeveer twee zendingen pallets pootlampen geleverd. De klanten brachten ze terug naar onze winkel omdat ze ondeugdelijk waren. (…) Daarom hebben we alle lampen teruggestuurd naar Euro Sales inclusief de facturen. Het duurde ons te lang voordat er een oplossing werd gevonden voor de teruggestuurde pootlampen. Euro Sales leverde ondertussen wel gewoon door. We namen ongeveer voor 2 ton per jaar van Euro Sales af.

Ik heb telefonisch toen het mij te lang duurde contact gezocht met Euro Sales en naar de baas gevraagd. Ik heb toen met [B] zelf gesproken. (…) Uiteindelijk hebben we toen afgesproken dat we eerst ieder ongeveer de helft van de schade voor onze rekening zouden nemen en dat [B] zou proberen de schade bij de fabrikant vergoed te krijgen. Als dat zou lukken zou ik alsnog helemaal schadeloos worden gesteld. Ik heb toen op 13 januari 2011 het bedrag van € 9.401,24 betaald en het resterende openstaande bedrag van ruim 11 duizend euro is toen met Euro Sales verrekend. Zo kwamen we ongeveer ieder op de helft. Het zijn geen ronde bedragen omdat ik gewoon een aantal facturen bij elkaar heb gepakt die samen ongeveer de helft van het bedrag vormden. Dat is boekhoud technisch duidelijker. Onderdeel van de afspraak met [B] was ook dat ik vanaf dat moment de leveringen weer normaal zou gaan betalen.

Nadat ik deze afspraak met [B] had gemaakt heb ik de volgende leveringen gewoon weer betaald. De eerste levering daarna heb ik contant betaald, dat was in december 2010. Van deze afspraak is niets verder op papier gekomen. Zijn woord en mijn woord was gewoon genoeg. We deden al vanaf 2008 zaken met Euro Sales en er waren over en weer nog nooit problemen geweest. "

2.4.

Nu er zoals hiervoor onder rov. 2.2. is overwogen verder geen bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen, dat zij de verklaring van de partijgetuige voldoende geloofwaardig maken, is het hof van oordeel dat [appellant] niet in zijn bewijs is geslaagd.

Slotsom

2.5.

De grieven falen. De vordering van [appellant] zal worden afgewezen. [appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van de procedure in hoger beroep worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van de curator worden begroot op € 1.920,- aan verschotten en op € 1.341,- aan salaris curator conform het liquidatietarief (1½ punt/tarief II: € 894,-).

De beslissing

Het hof rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van

18 oktober 2013,

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de curator vastgesteld op € 1.341,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief en op € 1.920,- voor verschotten;

verklaart dit arrest met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. I. Tubben, mr. G. van Rijssen en mr. B.J.H. Hofstee en uitgesproken door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier op dinsdag

8 november 2016.