Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:877

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-02-2016
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
21-005393-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:790, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005393-14

Uitspraak d.d.: 8 februari 2016

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2014 met parketnummer 16-220779-13 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 13-660967-10, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

blijkens de ID-staat SKDB d.d. 22 januari 2016 ingeschreven te [woonplaats],

blijkens de mededeling van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep thans woonachtig te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, alsmede tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 13-660967-10 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 weken. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. J.K. Visser, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 oktober 2013 in de gemeente Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen fiets(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, bij die fiets(en) is geknield en/of (vervolgens) met een betonschaar, in ieder geval een dergelijk scherp voorwerp, het kettingslot waarmee die fiets(en) waren afgesloten getracht heeft door te knippen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 oktober 2013 in de gemeente Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen fietsen, toebehorende aan [betrokkene], bij die fietsen is geknield en vervolgens met een betonschaar het kettingslot, waarmee die fietsen waren afgesloten, getracht heeft door te knippen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich op 6 oktober 2013 schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van een tweetal fietsen. Dat verdachte deze diefstal niet heeft kunnen voltooien heeft enkel gelegen aan de omstandigheid dat een getuige hem in de uitvoering van die diefstal heeft gestoord. Verdachte heeft slechts oog gehad voor zijn eigen gewin, zonder stil te staan bij de hinder, schade en ergernis die dergelijke feiten kunnen veroorzaken. Door aldus te handelen heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van een ander.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffende Uittreksel van de Justitiële Documentatie d.d. 29 december 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten. Deze eerdere veroordelingen hebben hem echter niet weerhouden van het opnieuw begaan van een vergelijkbaar feit.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof – met de advocaat-generaal – van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 1 week passend en geboden is. Een lichtere strafmodaliteit komt – gelet op verdachtes recidive, de eerder opgelegde taakstraf voor soortgelijke feiten en de aard van het feit zelf – thans niet meer in aanmerking.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Amsterdam van 27 oktober 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 weken (parketnummer 13-660967-10). Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet – met de advocaat-generaal – geen aanleiding om deze gevangenisstraf, al dan niet deels, om te zetten in een taakstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 45, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2011, parketnummer 13-660967-10, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. K. Lahuis en mr. A. Dijkstra, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. van der Ploeg, griffier,

en op 8 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.