Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2016:8628

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-10-2016
Datum publicatie
27-10-2016
Zaaknummer
21-000417-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2016:778, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren ter zake van (onder meer) uitlokken van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en uitlokken van medeplegen van poging tot diefstal. Beroep op bewijsuitsluiting verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000417-16

Uitspraak d.d.: 27 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-881649-14 en 05-780100-15, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1975] ,

thans verblijvende in [detentieadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van het subsidiaire feit in de zaak met parketnummer 05-780100-15 en de feiten 1 meest subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 in de zaak met parketnummer 05-881649-14 tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek. Voorts vordert de advocaat-generaal toewijzingen van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en afwijzingen van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 4] en [benadeelde 3] . De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. G.J.P.C.G. Verheijen, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van de in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde feiten. Hoger beroep tegen deze vrijspraken staat niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigen, omdat het tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 05-780100-15 (gevoegd):

primair:
hij op of omstreeks 24 oktober 2014 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 2] , in de woning van haar zus aan de [adres] , hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of, onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, hebben/heeft laten plaatsnemen op een bank en/of hebben/heeft belet genoemde woning te verlaten en/of (vervolgens) hebben/heeft vastgepakt en/of meegenomen naar buiten in de richting van haar woning aan de [adres] ;

subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers hebben/heeft die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s) die [benadeelde 2] , in de woning van haar zus aan de [adres] , vastgepakt en/of vastgehouden en/of, onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, laten plaatsnemen op een bank en/of belet genoemde woning te verlaten en/of (vervolgens) vastgepakt en/of meegenomen naar buiten in de richting van haar woning aan de [adres] , welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft.

in de zaak met parketnummer 05-881649-14:

1. primair:
hij op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [benadeelde 1] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [benadeelde 2] te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of meegenomen naar haar woning aan de [adres] en/of gedwongen om haar zuster [benadeelde 2] te bellen en te zeggen dat die moest komen naar die woning aan de [adres] , teneinde die [benadeelde 2] te laten vertellen waar het geld ( [slachtoffer] ) was;

1. subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] , wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [benadeelde 2] te dwingen iets te doen of niet te doen, immers hebben/heeft die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s) die [benadeelde 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of meegenomen naar haar woning aan de [adres] en/of gedwongen om haar zuster [benadeelde 2] te bellen en te zeggen dat die moest komen naar die woning aan de [adres] , teneinde die [benadeelde 2] te laten vertellen waar het geld ( [slachtoffer] ) was, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft;

1.
meer subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of in die auto meegenomen naar haar woning aan de [adres] en aldaar haar vastgehouden en/of haar (vervolgens) meegenomen naar de bovenetage en aldaar haar op bed vastgebonden aan handen en/of voeten;

1. meest subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op een of meer tijdstippen op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s) die [benadeelde 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of in die auto meegenomen naar haar woning aan de [adres] en aldaar haar vastgehouden en/of haar (vervolgens) meegenomen naar de bovenetage en aldaar haar op bed vastgebonden aan handen en/of voeten, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft.

2
primair:
hij op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen op hun hoofd(en), die [benadeelde 1] heeft/hebben meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen de deur van haar woning te openen en/of heeft/hebben gevraagd naar geld en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen om haar zus [benadeelde 2] te bellen en te laten zeggen dat dat ze dringend naar de [adres] moest komen en/of (vervolgens) toen die [benadeelde 2] was gearriveerd, haar heeft/hebben laten plaatsnemen op de bank en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben meegenomen naar boven en/of die [benadeelde 1] aan handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden en/of een (vuur)wapen heeft/hebben gericht op die [benadeelde 2] en/of op dwingende toon heeft/hebben gezegd "Kijk ons niet aan, zeg waar het geld ( [slachtoffer] ) ligt, jullie weten waar we het over hebben" en/of "Waar is het geld ( [slachtoffer] )", althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd dat ze naar haar woning aan de [adres] zouden gaan en/of die [benadeelde 2] bij de haren heeft/hebben gepakt en/of gezegd "Jij gaat met ons mee, jij gaat zeggen waar het geld ( [slachtoffer] ) ligt, anders maken we je hele gezicht kapot", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2
subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met bivakmutsen op hun/zijn hoofd(en), die [benadeelde 1] heeft/hebben meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen de deur van haar woning te openen en/of heeft/hebben gevraagd naar geld en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen om haar zus [benadeelde 2] te bellen en te laten zeggen dat dat ze dringend naar de [adres] moest komen en/of (vervolgens) toen die [benadeelde 2] was gearriveerd, haar heeft/hebben laten plaatsnemen op de bank en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben meegenomen naar boven en/of die [benadeelde 1] aan handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden en/of een (vuur)wapen heeft/hebben gericht op die [benadeelde 2] en/of op dwingende toon heeft/hebben gezegd "Kijk ons niet aan, zeg waar het geld ( [slachtoffer] ) ligt, jullie weten waar we het over hebben" en/of "Waar is het geld ( [slachtoffer] )", althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd dat ze naar haar woning aan de [adres] zouden gaan en/of die [benadeelde 2] bij de haren heeft/hebben gepakt en/of gezegd "Jij gaat met ons mee, jij gaat zeggen waar het geld ( [slachtoffer] ) ligt, anders maken we je hele gezicht kapot", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen overde woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft.

3 primair:
hij op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen over hun hoofd(en) en/of met handschoenen aan, die [benadeelde 4] , die een woning aan de [adres] binnenging, heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of duidelijk zichtbaar voor die [benadeelde 4] een kapmes/machete heeft/hebben vastgehouden en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgepakt en/of meegenomen naar de bovenverdieping van die woning en/of die [benadeelde 4] met het wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het achterhoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben toegevoegd "Waar is het geld, er moet geld zijn" of woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of hun mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] , met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen over hun hoofd(en) en/of met handschoenen aan, die [benadeelde 4] , die een woning aan de [adres] binnenging, heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of duidelijk zichtbaar voor die [benadeelde 4] een kapmes/machete heeft/hebben vastgehouden en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgepakt en/of meegenomen naar de bovenverdieping van die woning en/of die [benadeelde 4] met het wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het achterhoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben toegevoegd "Waar is het geld, er moet geld zijn" of woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 1 november 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 1 november 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij die [benadeelde 3] en/of de familie [slachtoffer] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 3] heeft verschaft.

5:
hij op of omstreeks 11 december 2014 en/of op 13 januari 2015, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (telkens) aanwezig heeft gehad (ongeveer) 13,57 gram en/of 0,79 gram, althans (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans een middel voorkomende op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

6:
hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 11 juni 2013 tot en met 13 januari 2015, te Nijmegen, in elk geval in Nederland, een notebook (Acer Extensa) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die notebook wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

7:
hij op of omstreeks 13 januari 2015, te Nijmegen, voorhanden heeft gehad een patroon (knalpatroon, 8 mm) en/of een aantal (8) patronen (volmantel, type Tokarev, 7.62 x 25 mm), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 primair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 primair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde

Het hof overweegt dat van gijzeling kan worden gesproken als wederrechtelijke vrijheidsberoving geschiedt met het oogmerk een ander (dus niet de gegijzelde) te dwingen iets te doen of niet te doen. Naar het oordeel van het hof volgt uit het dossier niet dat [benadeelde 2] naar de woning van [benadeelde 1] is gekomen onder dwang van het feit dat [benadeelde 1] van haar vrijheid was beroofd. De feiten leveren dus geen gijzeling op (dan wel uitlokking tot of medeplichtig zijn aan) in de zin van artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte zal daarom van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 primair en in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meer subsidiair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde

Het hof overweegt dat voor medeplegen onder meer vereist is dat iemand een substantiële bijdrage aan het strafbare feit levert en dat het aandeel van die persoon van voldoende gewicht is. Het hof overweegt dat verdachte met betrekking tot bovengenoemde feiten geen uitvoeringshandelingen heeft verricht en enkel aanwijzingen dan wel inlichtingen heeft gegeven. Naar het oordeel van het hof is het handelen van verdachte onvoldoende om ten aanzien van de hierboven genoemde feiten van medeplegen te kunnen spreken.

Beroep op bewijsuitsluiting

Ter terechtzitting van het hof heeft de raadsvrouw zich geheel ongemotiveerd aangesloten bij het pleidooi van de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 2] , waarin de raadsman op basis van twee verweren concludeerde tot uitsluiting van de verklaringen van getuige [medeverdachte 1] voor het bewijs. Het hof vat de uitlating van de raadsvrouw dat zij zich aansloot bij dat pleidooi, wegens een gebrek aan onderbouwing, niet op als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Een reactie door het hof op dat punt is dan ook niet vereist. Desalniettemin zal het hof ook in deze zaak op de verweren van de raadsman van de medeverdachte responderen.

In de zaak van de medeverdachte is -kort gezegd- aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] dienen te worden uitgesloten van het bewijs omdat de getuige geweigerd heeft vragen van de verdediging te beantwoorden. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van een schending van het recht van verdachte op een eerlijk proces. De nader te volgen bewezenverklaring berust namelijk niet alleen of in beslissende mate op de verklaringen van [medeverdachte 1] , zoals zal blijken uit de te bezigen bewijsmiddelen die zullen worden opgenomen in een eventueel op te maken aanvulling op dit arrest. De verklaringen van getuige [medeverdachte 1] mogen daarom, zowel in de zaak van de medeverdachte als in deze zaak, voor het bewijs worden gebezigd. Het hof verwerpt het verweer.

In de zaak van de medeverdachte is tevens -kort gezegd- aangevoerd dat de verklaringen van de getuige [medeverdachte 1] onbetrouwbaar en onjuist zouden zijn. Het hof heeft echter geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van [medeverdachte 1] te twijfelen. Het hof neemt daarbij uitdrukkelijk in overweging dat de getuige met het afleggen van deze verklaring eveneens zichzelf heeft belast en dat de verklaring van [medeverdachte 1] en de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, elkaar ondersteunen. Dat de getuige in een later stadium heeft geweigerd nogmaals te verklaren en dat hij zijn eigen rol wellicht enigszins geminimaliseerd heeft, doet niet af aan de betrouwbaarheid van zijn eerdere afgelegde verklaringen voor zover die zien op de betrokkenheid van verdachte.

Ook dit verweer wordt daarom verworpen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De verdediging heeft zich -kort gezegd- op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 primair en subsidiair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 1 meest subsidiair, onder 2 primair, 2 subsidiair, en het onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van die feiten te komen. De verdachte heeft daartoe aangevoerd dat hij niets met de feiten te maken heeft, dat hij enkel bij de Waalhaven was om autosleutels op te halen (ten aanzien van het incident van 24 oktober 2014) en dat de telefooncontacten die hij heeft gehad met zijn medeverdachten, niets te maken hadden met de tegen hem gerichte beschuldigingen.

Het hof is van oordeel dat het door verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair ten laste gelegde. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof is van oordeel dat de verklaring van verdachte dat hij alleen om autosleutels op te halen bij de Waalhaven was en dat de telefooncontacten met zijn medeverdachten geen relatie hebben met het hem ten laste gelegde op geen enkele manier aannemelijk is geworden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

in de zaak met parketnummer 05-780100-15 (gevoegd):

subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers hebben/heeft die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s) die [benadeelde 2] , in de woning van haar zus aan de [adres] , vastgepakt en/of vastgehouden en/of, onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, laten plaatsnemen op een bank en/of belet genoemde woning te verlaten en/of (vervolgens) vastgepakt en/of meegenomen naar buiten in de richting van haar woning aan de [adres], welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft.

in de zaak met parketnummer 05-881649-14:

1. meest subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op een of meer tijdstippen op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde 1] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s) die [benadeelde 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of onder bedreiging van een pistool, althans een wapen, in een auto geduwd en/of in die auto meegenomen naar haar woning aan de [adres] en aldaar haar vastgehouden en/of haar (vervolgens) meegenomen naar de bovenetage en aldaar haar op bed vastgebonden aan handen en/of voeten, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft.

2 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 oktober 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met bivakmutsen op hun/zijn hoofd(en), die [benadeelde 1] heeft/hebben meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen de deur van haar woning te openen en/of heeft/hebben gevraagd naar geld en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen om haar zus [benadeelde 2] te bellen en te laten zeggen dat dat ze dringend naar de [adres] moest komen en/of (vervolgens) toen die [benadeelde 2] was gearriveerd, haar heeft/hebben laten plaatsnemen op de bank en/of die [benadeelde 1] heeft/hebben meegenomen naar boven en/of die [benadeelde 1] aan handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden en/of een (vuur)wapen heeft/hebben gericht op die [benadeelde 2] en/of op dwingende toon heeft/hebben gezegd "Kijk ons niet aan, zeg waar het geld ( [slachtoffer] ) ligt, jullie weten waar we het over hebben" en/of "Waar is het geld ( [slachtoffer] )", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd dat ze naar haar woning aan de [adres] zouden gaan en/of die [benadeelde 2] bij de haren heeft/hebben gepakt en/of gezegd "Jij gaat met ons mee, jij gaat zeggen waar het geld ( [slachtoffer] ) ligt, anders maken we je hele gezicht kapot", althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 24 oktober 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft verschaft.

3 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 1 november 2014, te Nijmegen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of hun mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] , met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans alleen, met bivakmutsen over hun hoofd(en) en/of met handschoenen aan, die [benadeelde 4] , die een woning aan de [adres] binnenging, heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of een (vuur)wapen op/tegen het hoofd heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of duidelijk zichtbaar voor die [benadeelde 4] een kapmes/machete heeft/hebben vastgehouden en/of (vervolgens) die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgepakt en/of meegenomen naar de bovenverdieping van die woning en/of die [benadeelde 4] met het wapen, althans met een voorwerp, op/tegen het achterhoofd heeft/hebben geslagen en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of geboeid en/of die [benadeelde 4] heeft/hebben toegevoegd "Waar is het geld, er moet geld zijn" of woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 1 november 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 1 november 2014, althans in of omstreeks de maand oktober 2014, te Nijmegen en/of elders in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke opzettelijke uitlokking, althans medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] heeft gevraagd/verteld of ze/hij geld wilde(n) verdienen en/of aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] heeft verteld dat er nog geld bij de familie [slachtoffer] te halen was en/of dat het geld verborgen was bij die [benadeelde 3] en/of de familie [slachtoffer] en/of inlichtingen over de woonplaats en/of verblijfplaats en/of gewoontes van die [benadeelde 3] heeft verschaft.

5:
hij op of omstreeks 11 december 2014 en/of op 13 januari 2015, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (telkens) aanwezig heeft gehad (ongeveer) 13,57 gram en/of 0,79 gram, althans (telkens) een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, althans een middel voorkomende op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

6:
hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 11 juni 2013 tot en met 13 januari 2015, te Nijmegen, in elk geval in Nederland, een notebook (Acer Extensa) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die notebook wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

7:
hij op of omstreeks 13 januari 2015, te Nijmegen, voorhanden heeft gehad een patroon (knalpatroon, 8 mm) en/of een aantal (8) patronen (volmantel, type Tokarev, 7.62 x 25 mm), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

uitlokken van medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair bewezen verklaarde levert op:

uitlokken van medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

uitlokken van medeplegen van poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

uitlokken van medeplegen van poging tot diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 5 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 6 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 7 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 8 jaar, ten aanzien van het subsidiaire feit in de zaak met parketnummer 05-780100-15 en de feiten 1 meest subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 in de zaak met parketnummer 05-881649-14.

Het hof overweegt het volgende.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een groot aantal ernstige strafbare feiten en dat verdachte en zijn mededaders in ernstige mate inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers. Het hof neemt het verdachte kwalijk dat hij anderen ertoe heeft aangezet om te proberen op een afschuwelijke manier achter de verblijfplaats van geld te komen dat volgens geruchten door [slachtoffer] zou zijn verborgen. De feiten hebben kwalijke gevolgen gehad voor de slachtoffers, nu zij nog lang last hebben gehad en wellicht zullen hebben van wat hen is aangedaan. Het gaat bovendien om ernstige feiten die voor grove verontwaardiging zorgen binnen de samenleving en onveiligheidsgevoelens teweeg brengen. Verdachte heeft anderen ertoe aangezet de feiten te plegen en heeft geprobeerd zelf buiten schot te blijven.

Voor feiten als de onderhavige dient, gelet op de ernst daarvan, zonder meer een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf te worden opgelegd. De door de rechtbank opgelegde en thans door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf van acht jaar is naar het oordeel van het hof echter te fors. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name op zijn slechte gezondheid, en gelet op het feit dat het hof niet bewezen vindt dat verdachte het jegens [benadeelde 4] gepleegde geweld heeft uitgelokt, zal het hof deze straf matigen. Het hof is, met name gelet op de initiërende en organiserende rol van verdachte, van oordeel dat het opleggen van een gevangenisstraf van vijf jaar passend en geboden is.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 1 meest subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 1.259,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij aangevoerd dat zij in eerste aanleg het bedrag van haar oorspronkelijke vordering heeft willen verhogen. Zij heeft daartoe ook een nieuwe vordering ingediend bij het openbaar ministerie, maar deze verhoging is niet meegenomen door de rechtbank. De benadeelde partij wenst dat in hoger beroep wordt uitgegaan van de verhoogde vordering.

De advocaat-generaal erkent dat een verhoogde vordering is ingediend bij het openbaar ministerie, maar uit zijn systemen blijkt niet dat deze vervolgens ook is ingediend bij de rechtbank.

Het hof overweegt dat een vordering ten laatste bij de terechtzitting in eerste aanleg kan worden verhoogd. Uit de stukken blijkt niet dat dit is gebeurd. In het dossier zit alleen de oorspronkelijke vordering van [benadeelde 1] en daar heeft de rechtbank een beslissing op genomen, nadat deze, in aanwezigheid van de benadeelde, ter terechtzitting is besproken. Dat de benadeelde wel een verhoogde vordering bij het openbaar ministerie heeft ingediend maakt dit niet anders, nu de officier van justitie -kennelijk- heeft nagelaten deze in het dossier te voegen.

Het hof gaat daarom uit van de vordering zoals deze in eerste aanleg bij de rechtbank is ingediend en waarover een beslissing is genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard bij vrijspraak van verdachte, maar zij heeft de vordering inhoudelijk niet gemotiveerd betwist. De vordering zal dan ook in haar geheel worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 primair en subsidiair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 759,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij aangevoerd dat zij in eerste aanleg het bedrag van haar oorspronkelijke vordering heeft willen verhogen. Zij heeft daartoe ook een nieuwe vordering ingediend bij het openbaar ministerie, maar deze verhoging is niet meegenomen door de rechtbank. De benadeelde partij wenst dat in hoger beroep wordt uitgegaan van de verhoogde vordering.

De advocaat-generaal erkent dat een verhoogde vordering is ingediend bij het openbaar ministerie, maar uit zijn systemen blijkt niet dat deze vervolgens ook is ingediend bij de rechtbank.

Het hof overweegt dat een vordering ten laatste bij de terechtzitting in eerste aanleg kan worden verhoogd. Uit de stukken blijkt niet dat dit is gebeurd. In het dossier zit alleen de oorspronkelijke vordering van [benadeelde 1] en daar heeft de rechtbank een beslissing op genomen, nadat deze, in aanwezigheid van de benadeelde, ter terechtzitting is besproken. Dat de benadeelde wel een verhoogde vordering bij het openbaar ministerie heeft ingediend maakt dit niet anders, nu de officier van justitie -kennelijk- heeft nagelaten deze in het dossier te voegen.

Het hof gaat daarom uit van de vordering zoals deze in eerste aanleg bij de rechtbank is ingediend en waarover een beslissing is genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 2 subsidiair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard bij vrijspraak van verdachte, maar zij heeft de vordering inhoudelijk niet gemotiveerd betwist. De vordering zal dan ook in haar geheel worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 590,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 90,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 3 subsidiair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard bij vrijspraak van verdachte en heeft voorts aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 3 primair, 3 subsidiair, 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde. De vordering bedraagt € 5.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat de beoordeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Onduidelijk is in hoeverre de gestelde schade - mede - door het handelen van verdachte is veroorzaakt, nu deze met name lijkt te zien op de gevolgen van het jegens de benadeelde partij uitgeoefende geweld. Dit geweld wordt, zoals hiervoor is overwogen, niet aan de verdachte toegerekend. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen.

Beslag

Nu niet is gebleken dat er in onderhavige zaak sprake is van beslag ex artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, behoeft het hof op dat punt geen beslissing te nemen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 36f, 45, 47, 57, 63, 282, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 primair en in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.259,95 (duizend tweehonderdnegenenvijftig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 59,95 (negenenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 1 meest subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.259,95 (duizend tweehonderdnegenenvijftig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 59,95 (negenenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 2 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 759,70 (zevenhonderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) bestaande uit € 159,70 (honderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding tot het bedrag van € 146,16 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en tot het bedrag van € 13,54 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-780100-15 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 2 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 759,70 (zevenhonderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) bestaande uit € 159,70 (honderdnegenenvijftig euro en zeventig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake materiële schadevergoeding tot het bedrag van € 146,16 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en tot het bedrag van € 13,54 vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 3 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 90,00 (negentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-881649-14 onder 3 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 90,00 (negentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. C. Caminada, voorzitter,

mr. R.H. Koning en mr. A. van Maanen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Jochems, griffier,

en op 27 oktober 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 27 oktober 2016.

Tegenwoordig:

mr. H.H.M. van Dijk, voorzitter,

mr. M.J.M van der Mark, advocaat-generaal,

mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.